zondag 31 maart 2024

Bastiaan Rijpkema

Tolerantie : een politieke filosofie van twijfel
Nieuw Amsterdam 2024, 80 pagina's  € 14,99

Verschijnt april 2024

Wikipedia: Bastiaan Rijpkema (1987)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Tolerantie begint bij twijfel - zo wordt in Tolerantie betoogd. Voor een traditie van denkers over tolerantie - van Voltaire tot Karl Popper - was dit een belangrijk uitgangspunt. Dit boek wil die traditie blootleggen en de waarde daarvan voor onze politiek laten zien.

Twijfel, zelfkritiek en zelfcorrectie kunnen fouten voorkomen en ervoor zorgen dat gemaakte fouten eerder ontdekt en verbeterd worden. Daarnaast is twijfel een bouwsteen voor onderling begrip en verdraagzaamheid - de ander kán gelijk hebben. Maar twijfel kent ook keerzijden. Werkt ze niet verlammend, juist nu de klimaatcrisis ons tot handelen dwingt? Is een overdaad aan wantrouwen niet juist het probleem in politiek Den Haag? Twijfel kan bovendien strategisch of zelfs ontwrichtend ingezet worden - door populisten en complotdenkers.

Dit boek gaat op zoek naar een politieke filosofie van tolerantie. Belangrijkste inspiratiebron daarbij is Karl Popper, bij wie het denken over tolerantie vanuit de waarde van twijfel culmineert.

Fragment uit

Lees ook: Duidelijkheid van Tom-Jan Meeus (2024)

Terug naar Overzicht alle titels


Roman Krznaric 4

Geschiedenis voor morgen : inspiratie uit het verleden voor de toekomst
Ten Have 2024, 319 pagina's  - €22,99

Oorspronkelijke titel: History for tomorrow: Inspiration from the Past for the Future of Humanity (2024)

Wikipedia: Roman Krznaric (1971)

Korte beschrijving
Een filosofisch pleidooi voor inspiratie putten uit het verleden om toekomstige maatschappelijke problemen op te lossen.  Het boek belicht de huidige crises waarmee de mensheid wordt geconfronteerd, zoals de ineenstorting van welvaartsstaten, klimaatverandering, politiek extremisme, pandemieën en cyberaanvallen. De auteur pleit voor een terugblik op de geschiedenis om deze uitdagingen het hoofd te bieden. In essayistische en informatieve stijl geschreven. Met zwart-witillustraties en -foto's. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep.  Roman Krznaric is een bekende publieksfilosoof en medeoprichter van The School of Life. Hij schreef al meerdere bestsellers zoals 'De goede voorouder' en ‘Empathie'.

Tekst op website uitgever
De ineenstorting van welvaartsstaten, supercyclonen, megadroogtes, extreemrechts extremisme, ongebreidelde virussen, energietekorten, cyberaanvallen: de mensheid beweegt zich richting een tijdperk van permanente crisis. Hoe kunnen we ons een weg banen door dit alles?

Terwijl politici vastzitten in het nu, pleit Krznaric in Geschiedenis voor morgen voor een blik achterwaarts om de toekomst vorm te geven. Hij put hoopvolle lessen uit de geschiedenis om deze crises te overwinnen en onthult hoe het verleden niet alleen ons begrip van gisteren verdiept, maar ook onze relatie met de toekomst herdefinieert.

Over eerder werk: 'Een van de meest prominente stemmen in de filosofische en politieke beweging die pleit voor meer langetermijndenken' – NRC Handelsblad
'Krznaric is een filosoof die grote ideeën wil laten landen bij een groot publiek, het liefst op een speelse manier' – De Groene Amsterdammer
'Wakkert je verbeelding aan' – Flow Magazine
'Roman Krznaric verzamelt prachtige ideeën. Zeer leesbaar en hoopgevend' – Trouw
'Hij haalt ons hoofd uit het zand en stelt een fundamenteel probleem vast' – De Morgen
'Roman Krznaric schreef een indrukwekkend boek over onze moderne crisissen' – Knack

Fragment uit (de) Inleiding
het is heel belangrijk om te beseffen dat leren van de geschiedenis geen sinecure is. Wie een boek als dit schrijft , kan ervan worden beschuldigd selectief te winkelen in het verleden. En terecht, want we zijn allemaal op koopjes uit. Alle geschiedschrijving is selectief: je kiest een onderwerp, een tijdvak en relevante figuren, je maakt methodologische keuzes, je bepaalt welk belang je hecht aan ras en gender, welke rol cultuur en technologie spelen en welke kwantitatieve data je wilt gebruiken. Het put is dat je helder moet zijn over wat je in je winkelmandje legt. Uit de talloze historische contexten heb ik bewust gebeurtenissen en verhalen geselecteerd die inspiratie bieden voor onze aanpak van de tien belangrijkste crises die wij in de eenentwintigste eeuw voor onze kiezen krijgen. Daarbij concentreer ik me actief op de collectieve worstelingen en initiatieven van gewone mensen, aangezien dat het domein is waarin wij onze invloed het gemakkelijkst doen gelden. De meesten van ons zijn geen John F. Kennedy, geen machtige mythische figuur in de politiek, de mediawereld of het bedrijfsleven die direct invloed kan uitoefenen op de publieke agenda. Maar de geschiedenis maakt duidelijk dat we kunnen beginnen vorm te geven aan een onzekere toekomst door samen, in solidariteit met anderen te handelen. Ik hoop dat mijn winkelmandje genoeg voer voor denken en handelen biedt. 
  'Het verleden is een vreemd land - ze doen daar dingen anders', schreef L.P. Hartley in zijn roman The Go-Between uit 1953. De vraag is dan of we iets kunnen leren van samenlevingen die schijnaar zo anders waren dan de onze. Ik denk het wel, zolang we het met aandacht en enige bescheidenheid doen. Het is waar dat onze voorouders niet verwikkeld waren in digitale netwerken of het menselijk genoom manipuleerden. Maar ze stonden voor vele uitdagingen die, in wezen, identiek zijn aan de onze: armoede, pandemieën, oorlog en waterschaarste. Analogieën maken het mogelijk om verbanden te leggen door de tijd heen. Zelfs een schijnbaar moderne technologie als AI heeft parallellen in het verleden. Maar het is belangrijk om de verschillen even nauwkeurig te belichten als de overeenkomsten en op je hoede te zijn voor simplistische of misplaatste vergelijkingen: niet iedere dictator is ee nieuwe Adolf Hitler, niet elke oorlog is een nieuw Vietnam, niet elke economische crisis is een nieuwe Beurskrach. (pagina 15)

Lees ook: Empathie : een revolutionair boek (uit 2014), Carpe diem : de geschiedenis van een culturele kaping (uit 2017) en De goede voorouder : langetermijndenken voor een kortetermijn wereld (uit 2021)

Terug naar Overzicht alle titels


Cindy Skach

Deel je tomaten met je buren : … en 5 andere lessen om een betere burger te zijn
Atlas Contact 2024, 239 pagina's  € 23,99

Oorspronkelijke titel: How to be a citizen (2024)

Website Cindy Skach (19?)

Korte beschrijving
Een verhelderend en eigentijds boek met lessen over burgerschap. Rechtsgeleerde Cindy Skach schreef voor diverse landen mee aan de grondwet, vanuit de overtuiging dat een goede samenleving alleen kan bestaan via wetten en regels. Na een reeks politieke teleurstellingen gaat ze nu de wereld over met een nieuwe boodschap: democratieën ontstaan niet top-down, maar dankzij de interactie tussen burgers. In dit boek presenteer Skach zes praktische burgerschapslessen om de samenleving van onderop te versterken. Die lessen zijn soms bedrieglijk eenvoudig: deel de tomaten uit je tuin, breng tijd door op het buurtpleintje. Maar samengenomen kunnen ze leiden tot grote veranderingen. Zo biedt Skach een hoopvolle gids voor een betere wereld. Informatief, intelligent en bevlogen geschreven, met persoonlijke passages. Met name geschikt voor de meer geoefende lezer.  Cindy Skach (1967) is een gezaghebbende Amerikaanse wetenschapper op het gebied van constitutioneel recht en politieke theorie. Ze was hoogleraar aan de universiteiten van Harvard, Bologna en Oxford en aan het King’s College in Londen.

Tekst op website uitgever
Deze bedrieglijk eenvoudig lessen kunnen leiden tot grote veranderingen. Een verrassend en positief boek in tijden van democratisch ongemak.

Vooraanstaand rechtsgeleerde Cindy Skach heeft in diverse landen meegeschreven aan grondwetten. Zoals velen had ze de volle overtuiging dat een goede samenleving alleen kan bestaan via wetten en regels. Maar na een reeks (inter)- nationale teleurstellingen gaat ze nu de wereld over met een nieuwe boodschap: democratieën ontstaan niet top-down, maar dankzij de interactie tussen burgers – en dat vereist een actieve houding van ons allemaal. In dit verrassende boek plaatst Skach het vaak vergeten concept ‘burgerschap’ in het hart van ons democratisch denken en presenteert ze 6 lessen om onze samenleving van onderop te versterken. Die lessen zijn soms bedrieglijk eenvoudig: deel je tomaten uit je tuin, breng tijd door op het buurtpleintje. Maar samengenomen kunnen ze leiden tot grote veranderingen. Zo biedt Skach een hoopvolle gids voor een betere wereld – een wereld die we samen kunnen bouwen

Cindy Skach is een gezaghebbende Amerikaanse wetenschapper op het gebied van constitutioneel recht en politieke theorie. Ze was hoogleraar aan de universiteiten van Harvard, Bologna en Oxford en aan het King’s College in Londen. Skach woont tegenwoordig in het Verenigd Koninkrijk.

Fragment uit (de) Inleiding
Een van de belangrijkste uitgangspunten van dit boek is dan ook dat het niet noodzakelijkerwijs de wetten zijn die het probleem veroorzaken, maar het feit dat we op die wetten vertrouwen om problemen op te lossen, om ons te helpen; dat we ze steeds gebruiken als substituut voor ons eigen oordeel en onze collectieve actie, enigszins te vergelijken met het schrijven van een schoolopstel. Ik vertel studenten dat we de schrijvers die ons zijn voorgegaan niet gewoonweg willen herhalen. Je gebruikt ze als gids, stata op hun schouders, maar wel kritisch. Je leunt op hen om je eigen mening te vormen, in plaats van je kritiekloos en zonder zelf na te denken achter hen te verschuilen.
  En zo is het ook met de wet. We mogen - en moeten misschien zelfs - af en toe op die wetten leunen, maar het zware werk moeten we zelf doen.


  We houden ons al heel lang vast aan een bepaald punt in de geschiedenis, een punt waarop moderne vrijheid is gedefinieerd vóór ons, niet dóór ons. Dit punt markeerde het einde van wat volgens sommige filosofen een akelige natuurtoestand was, vóór enige sociale organisatie, het einde van de nare, brute wereld, zo levendig beschreven door politiek-theoreticus Thomas Hobbes, Leviathan, onze redding kwam in de vorm van een sterke, onverdeelde centrale overheid op basis van een contract. We waren zover, zij het door pijn en lijden en een meedogenloze oorlog van allen tegen allen, om wetten en zelfs hogere wetten op te stellen die ons een duurzame structuur en een gezonde, stabiele orde boden. We hadden vrijheid bereikt. We konden nu onze regeringen kiezen, in plaats van dat die ons werden opgelegd. We konden van vele vrijheden genieten, die als onze rechten werden opgevat. Maar zelfs als we in deze metafoor geloven als een bruikbare illustratie van onze vooruitgang, bevinden w eons nu op een andere plek. Moeten we ons idee over regeren en geregeerd worden niet bijstellen, zoals we dat deden met onze ideeën over middeleeuwse medische en andere praktijken, die we ver achter ons hebben gelaten? Sigarettenfabrikant Philip Morris moedigde Amerikaanse vrouwen in de jaren zestig aan om te gaan roken met de reclameslogan You've come a long way, baby. En inderdaad, we zijn ver gekomen. Maar waarom zouden we het hierbij laten? (pagina 30-31)

Fragment 5. Kweek en deel je eigen tomaten
De mogelijke koppelingen tussen voedselzekerheid, het milieu en gezondheid zijn nog nooit zo belangrijk geweest. Onlangs hebben overheden in het Verenigd Koninkrijk, maar ook in andere landen overal ter wereld in de nasleep van de pandemie aangegeven dat mensen beter voor zichzelf en hun eigen gezondheid moeten zorgen, met name bij kleine problemen, omdat de druk op het zorgstelsel door post-coronadrukte in het ziekenhuis en bij de huisarts, stakingen van ambulancepersoneel, artsen in opleiding en verpleegkundigen zo hoog is dat men bijna niet meer in staat is ernstige ziekten te behandelen, laat staan te voorkomen. Om de financiële druk op de afbrokkelende gezondheidszorg te verlichten, hebben apotheken meer ruimte en financiële prikkels gekregen om vragen te beantwoorden en advies te geven. Sommige apothekers waarschuwden ervoor dat het voor hun medewerkers te belastend is om te adviseren op voor hen ingewikkelde gebieden of over zaken waarvan ze te weinig kennis hebben, maar toch is de door overheden aangemoedigde decentrale samenwerking, waarbij mensen bij kleine gezondheidsproblemen dingen zelf regelen, wel in lijn met het soort burgerschap dat hier wordt voorgesteld. Een uitgelezen moment om je een voorstelling te maken van het gemeenschapsidee, nu overheden er zelf om vragen.
  Afgelopen winter won de kleigrond in onze kleine tuin het opnieuw van de worstelende grassprieten die ik wel de grond uit wilde kijken. Ik had me laten overtuigen door het Cutteslowe-project en de projecten van Tree en anderen, en had tegen de kinderen gezegd dat ik de tuin ging laten verwilderen. Zes maanden, een halve pandemie en twee ongekend droge periodes later wezen ze mij erop dat mijn voornemen er feitelijk op neerkwam dat ik de tuin compleet liet verpieteren. De paar 'oude' inheemse grassen, waarnaar ik nauwgezet onderzoek had gedaan en die ik online had gekocht, sloegen inderdaad niet aan. De bramen en kruisbessen van de vorige eigenaar van ons huis drongen er dapper doorheen, terwijl mijn eigen probeersels wegkwijnden of hoogstens matig groeiden, een klein beetje, alsof ze doodsbang waren. De wilde grassen, die lang geleden inheems waren in dit deel van Oxfordshire nabij de graslanden, zullen tijd nodig hebben om te groeien en te gedijen. Dat zal geduld vergen, maar we moeten het proberen. Dus kweek je eigen tomaten, ga naar die gemeenschappelijke tuin om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is je eigen voedsel te verbouwen, verantwoord, met voor jouw land inheemse soorten en met respect voor de natuur. En, dat is het belangrijkste, deel dan je weelde, hoeveel of hoe weinig dat ook is. (pagina 161-162)

Terug naar Overzicht alle titels

Joseph E. Stiglitz 3

De weg naar vrijheid : economie en de goede samenleving
Querido 2024, 384 pagina's € 29,99

Oorspronkelijke titel: The Road to Freedom : Economics and the Good Society (2024)

Wikipedia: Joseph E. Stiglitz (1943)

Korte beschrijving
Een kritische verhandeling over hoe het begrip vrijheid wordt gebruikt om uitbuiting te rechtvaardigen. Het boek analyseert hoe het concept van vrijheid is gekaapt en misbruikt wordt om uitbuiting te rechtvaardigen in verschillende sectoren zoals de farmaceutische industrie, techbedrijven en de politiek. Het stelt dat het westerse politieke en economische systeem, met name neoliberalisme en vrijemarktkapitalisme, geen echte vrijheid biedt, maar juist een bedreiging vormt voor de meeste mensen. Joseph E. Stiglitz pleit voor een fundamentele herwaardering van democratie en economie om een systeem te creëren dat garant staat voor een goede samenleving en echte vrijheden biedt voor de meerderheid van de mensheid. Intelligent en met diepgang geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. Joseph E. Stiglitz (1943) is schrijver, econoom en hoogleraar. Hij schreef vele boeken en ontving in 2001 de Nobelprijs voor de Economie. Zijn werk wordt in meer dan veertig landen uitgegeven en won meerdere prijzen, zoals de Daniel Patrick Moynihan Prize en de John Bates Clark Medal.

Tekst op website uitgever
Vrijheid is een kernwaarde in onze maatschappij. Maar het woord ‘vrij’ is gekaapt en wordt gebruikt om uitbuiting te rechtvaardigen. De farmaceutische industrie neemt de vrijheid om te veel geld te vragen voor medicijnen, grote techbedrijven zijn gevrijwaard van toezicht als het om privacy gaat, politici voelen zich vrij om tot opstand op te roepen, en het bedrijfsleven wordt nauwelijks belemmerd in zijn vrijheid om de planeet te vervuilen. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Wiens vrijheid is eigenlijk het belangrijkst – en welke vrijheid moeten we dringend heroverwegen?

Nobelprijswinnaar Joseph E. Stiglitz betoogt dat het westerse politieke en economische systeem geen werkelijke vrijheid biedt: neoliberalisme en vrijemarktkapitalisme vormen voor veruit de meeste mensen juist een bedreiging. De weg naar vrijheid laat zien dat een fundamentele herwaardering van de democratie en de economie noodzakelijk is, en niet alleen in de Verenigde Staten: welk systeem staat dan wél garant voor een goede samenleving, inclusief betekenisvolle vrijheden voor het grootste deel van de mensheid? Het nieuwe boek van Stiglitz is essentieel voor iedereen die zich een toekomst voorstelt waarin tolerantie en vrijheid centraal staan.

Fragment uit 2. Hoe economen over vrijheid denken
Na het neoliberalisme

De financiële crisis van 2008 markeerde misschien wel het toppunt van het neoliberalisme. Ze liet zien dat financiële liberalisering zelfs in het bolwerk van het kapitalisme faalde. De overheid moest de economie redden. Toen kwam Trump, en zelfs de conservatieve Republikeinse Partij leek handelsliberalisering de rug toe te keren. Te veel mensen waren achtergelaten. De cijfers bleven binnenrollen: afnemende levensverwachting in de VS, groeiende ongelijkheid in een groot deel van de wereld.
  Het neoliberalisme had korte metten gemaakt met externaliteiten, maar de klimaatverandering en vervolgens de coronaepidemie maakten duidelijk dat externaliteiten juist van het grootste belang zijn. De overheid is even noodzakelijk om de samenleving te helpen het milieu en de openbare gezondheid overeind te houden, als om macro-economische stabiliteit te helpen bewaren.
  Zoals ik later in dit boek benadruk: wanneer een systeem bezwijkt en zijn beloften niet inlost, komt er verandering. Dat is de aard van de evolutie. Maar de richting van die verandering staat niet vast. Het eind van de detente tegenover het neoliberalisme na de Koude Oorlog heeft extreemrechts nieuwe energie gegeven. Het is alsof zij zeggen dat het neoliberalisme te veel compromissen heeft gesloten en dat het ongebreidelde kapitalisme van de Mont Pèlerin Society, van Friedman en Hayek, nodig is. De overtuigingen van rechts, die ik 'in de kern religieus' heb genoemd, hebben het vermogen om de verbeelding en het enthousiasme van mensen aan te spreken. Hun roep om individualiteit klinkt buitengewoon verleidelijk. Als iedereen maar hard werkt, creatief is en zijn eigen belangen najaagt, dan komt alles goed. Maar  die bewering is, helaas, vals. Vasthouden aan die overtuiging betekent nu het negeren van intellectuele ontwikkelingen en de mondiale veranderingen van de afgelopen halve eeuw. Die ideeën sneden halverwege de twintigste eeuw, toen ze vorm kregen, al geen hout, en deden dat nog minder in het eerste kwart van de eenentwintigste eeuw, toen mondiale externe factoren - klimaatverandering en pandemieën - de volle aandacht vroegen. De ene autoritaire figuur na de andere doet in hete ne land na het andere een gooi naar de macht, en ze spuien hun woorden en ideeën alsof praten over vrije markten hún vrijheid vergoot om anderen de vrijheid af te nemen.
  John Maynard Keynes en Franklin Delano Roosevelt zagen een alternatieve weg vanuit de klassieke economie. Aangepast naar de marktveranderingen in de economie en mat wat we van de afgelopen driekwart eeuw hebben geleerd, biedt hun visie nog steeds een alternatief voor de neoklassieke en neoliberale economie die erop volgde en voor het nieuwe rechts dat nu in opkomst is. De aanpak van Keynes en Roosevelt was gematigd kapitalisme waarin de overheid een belangrijke, maar wel beperkte rol speelde door te zorgen voor stabiliteit, efficiëntie en gelijkheid - of tenminste meer dan ongebreideld kapitalisme oplevert. Ze hebben de basis gelegd voor een eenentwintigsteeeuws progressief kapitalisme dat betekenisvolle menselijke vrijheid bevordert. (pagina 60-61)

Lees ook: De euro : hoe de gemeenschappelijke munt de toekomst van Europa bedreigt (uit 2016) en Winst voor iedereen : progressief kapitalisme in een tijd van onvrede (uit 2019).

Terug naar Overzicht alle titels


Irene van Staveren

De vrije markt bestaat niet : naar een economie van verbinding
Ten Have 2024, 278 pagina's € 22,99

Wikipedia: Irene van Staveren (1963)

Korte beschrijving
Een verzameling columns van Irene van Staveren, waarin ze kritiek levert op het idee dat er een vrije markt bestaat, en bepleit dat het nastreven van dat ideaal schadelijk is voor de mens en de natuur.  Van Staveren analyseert tekortkomingen van het neoliberale beleid waarin de woningcrisis, stagnerende lonen en toenemende ongelijkheid heersen. Haar betoog gaat verder dan alleen kritiek: ze biedt ook hoopvolle perspectieven die aantonen dat een rechtvaardigere en duurzamere economie van verbinding mogelijk is. Op een toegankelijke manier nodigt ze lezers uit om na te denken over de toekomst van onze economie aan de hand van korte teksten met herkenbare voorbeelden. In heldere en inzichtelijke stijl geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Irene van Staveren is hoogleraar Economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, is columnist voor Trouw en schreef eerder ‘Wat wij kunnen leren van economen die (bijna) niemand meer leest' en 'De professor als proefkonijn'.  De columns werden oorspronkelijk gepubliceerd in Trouw.

Tekst op website uitgever
In De vrije markt bestaat niet belicht Irene van Staveren scherpzinnig sociaal-economische kwesties, doordrenkt met een verfrissende dosis maatschappelijk engagement. Als hoogleraar economie en ethiek brengt ze diepgaande inzichten in de complexe relatie tussen economie, rechtvaardigheid en duurzaamheid.

Haar heldere schrijfstijl en toegankelijke benadering maken het boek inspirerend voor een breed lezerspubliek. Van Staveren daagt lezers uit na te denken over een rechtvaardigere en duurzamere samenleving.

Fragment uit 55. Hoe het kapitalisme langzaam instort (22 februari 2022)
Grote bedrijven en rechtse politici bezingen graag de verworvenheden van het kapitalisme. Hoge economische groei sinds de industriële revolutie en daarmee ook stijgende welvaart voor iedereen. Kapitalisme geldt als algemeen economisch principe, omarmd door economen en onderwezen aan studenten. Maar dit beeld en de verworvenheden zelf beginnen slijtage te vertonen.

De welvaart wordt sinds de jaren tachtig niet meer zo breed gedeeld als in de twee eeuwen daarvoor. De ongelijkheid neemt toe, vooral aan de top, maar ook in diverse ontwikkelingslanden, zoals in China. In het Westen is de groeimotor al een decennium aan het sputteren: de groeipercentages van de jaren vijftig tot zeventig halen we niet meer.

Zorgwekkender is dat we de aarde met elk percentage kapitalistische groei geweld aandoen en het klimaat in de richting van een onherstelbare verandering duwen. Want kapitalistische groei draait om meer spullen maken en via marketing mensen ervan overtuigen dat we die ook nodig hebben, al is het maar om ons te onderscheiden van anderen.

De ironie is dat marktwerking daarbij steeds wordt opgevoerd als meest efficiënte manier om iedereen te laten genieten van de welvaart. Maar we zien steeds vaker het omgekeerde: steeds minder concurrentie tussen steeds grotere bedrijven en steeds minder mensen die daarvan profiteren.

De economische theorie die het kapitalisme verklaart en met beleidsadviezen probeert te vervolmaken loopt ook tegen grenzen op. Want als efficiëntie het enige criterium is om welvaart te evalueren, hoe controleert het dan grote bedrijven met markmacht die juist steeds efficiënter produceren? Hoe oordeelt de theorie over de afruil tussen welvaart (zo veel mogelijk producten tegen een zo laag mogelijke prijs) en afnemende keus voor de consument, schending van privacy door big tech, toenemende inkomens- en vermogensongelijkheid en aantasting van het milieu?

Die afweging heeft de theorie steeds doorgeschoven naar de politiek, maar het excuus dat economen zich alleen maar bezighouden met welvaart maximaliseren, en dat de politiek normatieve keuzes moet maken. Alsof welvaart maximaliseren voor een steeds kleinere groep een normatieve keuze is. Nu private bedrijfsvoering op een steeds verder geconcentreerde markt niet automatisch welvaart voor iedereen brengt, hebben we zowel een betere economische theorie nodig als een systeem dat minder leunt op het dogma van het kapitalisme.

Gelukkig is er een onderstroom in de economische wetenschap die daaraan werkt. Ze hebben studenten van de Kritische Rethinking Economics-beweging onlangs een prachtig boek geschreven, Economy Studies, waarin ze laten zien hoe andere theorieën een plaats kunnen krijgen in het universitaire onderwijs.

Ook groeit onder economen de interesse in het succes van niet-kapitalistische bedrijven zoals werknemerscoöperaties en rentmeesterschapsbedrijven (waarbij vrijwel alle dividend naar een goed doel gaat). Zo blijken coöperaties het tijdens de corona-epidemie wereldwijd beter te hebben gedaan dan winstgedreven bedrijven en interesseren bedrijven zich steeds vaker voor het certificaat B-Corporation, waarin maatschappelijke doelen minstens zo belangrijk zijn als winst maken.

Het kapitalisme omverwerpen lukt niet. Maar een langzame implosie is misschien al begonnen. (pagina 171-173)

Terug naar Overzicht alle titels


Kees Vuyk 3

Weg van de natuur : over de grote ontworteling
Ten Have 2024, 221 pagina's  - € 22,90

Wikipedia: Kees Vuyk (1953)

Korte beschrijving
Een filosofische beschouwing van ons idee van de natuur en de verbondenheid daarmee. Het boek onderzoekt hoe ons idee van de natuur in de loop der eeuwen is veranderd van iets waar we deel van uitmaken naar iets om te overheersen. Kees Vuyk bespreekt de achtergronden van hedendaagse crises zoals klimaatverandering, migratie en het verlangen naar autocratisch leiderschap. De worsteling van de moderne mens om zichzelf te plaatsen binnen de natuurlijke orde vormt de rode draad. Essayistisch en diepgaand geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. Kees Vuyk was als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht. Hij won in 2018 de Socratesbeker met 'Oude en nieuwe ongelijkheid'.

Tekst op website uitgever
Urgent nieuw boek van voormalig winnaar prijs voor het beste filosofieboek van het jaar Kees Vuyk. Over onze problematische verhouding met de natuur.

In Weg van de natuur onderzoekt socioloog Kees Vuyk de achtergronden van de crises van deze tijd. De rode draad die door al deze crises heen loopt, is dat onze omgang met de natuur drastisch is veranderd. De natuur is niet langer iets waar we deel van uitmaken, maar iets om te beheersen.

Vuyk laat in dit boek zien hoe ons idee van de natuur in de afgelopen eeuwen uit koers is geraakt, toont wat dit nu voor ons betekent, en opent een hoopvolle weg waarin de mens weer onderdeel wordt van de natuur.

Fragment uit 6. Het centrum van de media of de netwerksamenleving
De werkelijkheid van de digitale technologie

Wanneer een technologie zoveel invloed krijgt op het denken en doen van mensen als dat met de digitale technologie het geval is, dan is dat een teken dat zij voorziet in een diepgevoelde - maar niet per se bewuste - behoefte. Anders gezegd: de populariteit van de digitale technologie verraadt dat zij aansluit op reële, maar niet altijd herkende tekortkomingen van de menselijke natuur en mensen helpt om met die tekortkomingen te leven. De digitale technologie mag geleid hebben tot een postmodern wegkijken van de werkelijkheid, ergens haakt zij perfect in op die werkelijkheid, anders zou zij slechts illusies voortbrengen en dat is niet het geval.
 Allereerst is daar de behoefte aan samenzijn, communicatie. Alle media is daartoe te herleiden. Een mens alleen staat niet sterk. Het postmodernisme heeft een punt als het aan het (modernistische) subject echte scheppingskracht ontzegt. Wij mensen moeten met elkaar optrekken om iets tot stand te brengen. Maar eenvoudig is dat niet. Want we hebben een sterk ontwikkeld sociaal instinct. In hoofdstuk 2 ben ik hier al op ingegaan. Echte sociale dieren hebben geen kunstgrepen nodig om samen te kunnen leven. Mensen wel. En nog - of misschien juist daarom - is het menselijk samenleven kwetsbaar. Wij houden ons niet vanzelf aan de sociale orde, ook al maken we die zelf. Geregeld vliegt er iemand uit de band en dreigt de orde te exploderen. Want naast de behoefte aan samenzijn hebben we ook een behoefte aan autonomie. Het sterke subject van het modernisme komt ook ergens vandaan. Mensen moeten leven in een verband, maar willen zich tegelijk niet door anderen laten voorschrijven hoe ze leven moeten. In moderne samenlevingen is de spanning tussen beide behoeften sterk toegenomen. De nieuwe sociale media voegen zich naadloos in deze ontwikkeling. Het zijn massamedia, maar geïndividualiseerd. Ze maken je deelgenoot van allerlei groepen, maar je bepaalt (schijnbaar?) zelf welke groepen dat zijn en wat je ervan al dan niet aanneemt. Ze leveren zwakke sociale verbanden en dat is juist wat postmoderne mensen in laatkapitalistische consumptiesamenlevingen zoeken.
  Er is nog een tweede tekortkoming in de menselijke aard waaraan de sociale media tegemoetkomen. In hoofdstuk 2 zagen we hoe in he mensbeeld van de antropologie mensen door hun zelfbewustzijn een precaire verhouding tot hun omgeving hebben gekregen. Menigeen heeft geregeld het gevoel gene echt contact te hebben met de werkelijkheid waarin hij leeft. Dat er een soort sluier hangt tussen hemzelf en de omgeving. Het is een ervaring die eenzaam kan maken en gevoelens van vervreemding kan oproepen.
  Het is een thema van de filosofie door de eeuwen heen: de wereld waarin we leven is niet de echte, maar een schaduwwereld, de werkelijkheid is schijn. Van oudsher vervullen religies in samenlevingen de functie dat zij ons voorbij die alledaagse werkelijkheid in contact brengen met wat echt is. Met rituelen, gebeden, offers- en de hup van tussenpersoenen als priesters - kunnen we een weg zoeken uit het dal van schaduwen naar het volle leven.
  In de moderne tijd, als mensen hu autonomie gaan benadrukken, verliezen de religieuze oplossingen hun aantrekkingskracht. Wetenschap en techniek worden de bevoorrechte manieren om de werkelijkheid te leren kennen en te manipuleren. De werkelijkheid wordt een mechanisch systeem. Maar wat is de plaats van de mens daarin?  Zijn mensen een soort machines, is hun levenslot gedetermineerd door natuurwetten? Voor die conclusies schrikken we meestal terug. Sommigen zoeken een andere weg naar de werkelijkheid, en wel in zichzelf, in het sterke subject van het modernisme. Echtheid en authenticiteit worden voor hen de idealen. Daarmee halen ze zich echter wel een zware last op de schouders. Ze moeten de hele wereld torsen, terwijl ze niet het gevoel hebben er deel van uit te maken. Zij bouwen aan werelden, die hun slechts een voorlopig thuis bieden.
  De nieuwe media brengen hier wederom uitkomst. (pagina 137-139)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Lees ook: Oude en nieuwe ongelijkheid : over het failliet van het verheffingsideaal (uit 2017) en De feilbare mens : waarom ongelijkheid zo slecht nog niet is (uit 2019)

Marietje Schaake

De tech coup : hoe tech is gaan regeren en we de macht weer terugwinnen

Atlas Contact 2024, 383 pagina's € 27,99

Korte bio van Marietje Schaake (1978) en Wikipedia-lemma.

Korte beschrijving
Een maatschappijkritisch boek over de macht van softwarebedrijven. Het boek analyseert de toenemende invloed van technologiebedrijven op onze wereld, waarbij de belangen van aandeelhouders vaak niet overeenkomen met die van de samenleving. Marietje Schaake deelt haar ervaringen in het Europarlement en belicht hoe softwarebedrijven de wereld zijn komen te besturen. Ze bekritiseert het marktdenken en benadrukt de noodzaak van nieuwe oplossingen, met name in het licht van toenemende machtsconcentratie door doorbraken in kunstmatige intelligentie. Het boek biedt ook een visie op hoe men de controle over 'big tech' kan herwinnen om de democratie te redden. Het boek is herzien en geactualiseerd voor de Nederlandse editie. Verdiepend en in bevlogen stijl geschreven. Voor lezers met verregaande interesse in het onderwerp.  Marietje Schaake (Leiden, 1978) is technologiebeleidsexpert en directeur internationaal beleid bij het Cyber Policy Center van Stanford University en was van 2009 tot 2019 Europarlementariër. Ze schrijft over technologie en politiek in haar column voor Financial Times.

Tekst op website uitgever
Technologie en het internet beheersen in grote mate ons leven, maar er is amper democratische controle op de bedrijven die deze wereld vormgeven.

Of het nu gaat om de toeslagenaffaire of de oorlog in Oekraïne, techbedrijven spelen een steeds dominantere rol in onze wereld. Helaas is wat goed is voor de aandeelhouders niet automatisch goed voor de samenleving. Te lang hebben politici ruimte gegeven aan het marktdenken; het is nu dringend tijd dat de democratie weer de overhand krijgt.

In De tech coup deelt technologiebeleidsexpert Marietje Schaake uit de eerste hand en op basis van haar eigen ervaringen in het Europarlement hoe grote en kleine technologiebedrijven de wereld regeren. De huidige situatie vereist nieuwe oplossingen, vooral omdat doorbraken in kunstmatige intelligentie de machtsconcentratie van een handvol technische elites verder intensiveren. 

De tech coup is een bij vlagen bloedstollende beschrijving van hoe we de controle over ‘big tech’ verloren – en een noodzakelijke visie op hoe we de macht terug kunnen winnen.


Fragment uit 4. Het einde van het publieke belang

Uit de paragraaf De nieuwe kleren van de keizer
Bitcoin heeft echter we duidelijke en tastbare nadelen. Zo heeft bitcoin ondanks het virtuele gebruik van deze munteenheid in de echte wereld ernstige gevolgen voor het milieu. Door de grote afhankelijkheid van datacenters en servers kost mining van bitcoin 0.55 procent van het wereldwijde energiegebruik. Om transacties op een blockchain te verifiëren moeten computers een complex wiskundig probleem oplossen. In ruil voor het als eerste oplossen van dat probleem wordt een bescheiden bitcoinbetaling gedaan. De beloning stimuleert deelname en snelheid. Dit proof-of-work-systeem is inherent verspillend, omdat '99,99% van alle computers die werk hebben geleverd het resultaat gewoon weggooien omdat ze de race niet hebben gewonnen', zegt Paul Brody, de global blockchain leader bij Ernst & Young.
  Anders dan sommige crypto-enthousiastelingen op Necker Island dachten, is er weinig dat overheden ervan weerhoudt om deze nieuwe technologie te reguleren. China, het eerste land dat hard optrad tegen de handel in cryptovaluta, heeft ze in september 2021 allemaal verboden. Vanwege het gebrek aan transparantie van de CCP blijven de precieze redenen voor deze drastische stap onduidelijk, maar er zijn er meer dan genoeg om uit te kiezen. Veel landen zijn het Chinese voorbeeld gevolgd met rechtstreekse of indirecte verboden, zoals een verbod op cryptovalutabeurzen of beperkingen op banken om daar gebruik van te maken. Sommige politici in de VS en de EU dringen bovendien aan op nieuwe regelgeving. Zo streeft de Europese verordening voor markten in cryptoactiva (MiCA) die in december 2024 van kracht wordt, naar meer transparantie en consumentenbescherming. 
  Een wellicht onverwachte reactie, en mogelijk niet erg welkom bij de Cypherpunks en crypto-evangelisten, was de omarming van digitale valuta door centrale banken, de zogenaamde Central Bank Digital Coins (CBDC). Deze gecentraliseerde munten zijn gekoppeld aan fiatvaluta zoals de euro, de dollar of de yen, maar centrale banken willen op hun digitale tegoeden dezelfde regels toepassen als op reguliere activa, In plaats van centrale banken omver te werpen, zou de door cryptovaluta-magnaten aangerichte disruptie hen weleens op het idee gebracht kunnen hebben om CBDC's uit te geven. meer dan honderd centrale banken onderzoeken en testen de CBDC'sen een handvol heeft ze al geïntroduceerd. Als deze projecten slagen, heeft de bitcoinbubbel geleid tot een sterkere inzet voor digitale betaalmiddelen door financiële instellingen. 
  Misschien nog teleurstellender voor blockchainliefhebbers is dat, acht jaar na mijn verblijf op Richard Bransons tropische eiland, bijna niets van het gedroomde revolutionaire potentieel ervan werkelijkheid is geworden. Na een onderzoek naar het daadwerkelijke gebruik van blockchain (naast bitcoin) voor De Correspondent, concludeerde journalist Jesse Frederik dat zijn relaas een 'bizarre reis zonder bestemming' was en dat blockchain een 'oplossing voor bijna niets' blijft. Simpel gezegd: de maan is nog lang niet bereikt. (pagina 127-128)


Dit boek werd aangekondigd onder de titel: De stille coup. 

Terug naar Overzicht alle titels