zondag 3 april 2022

Donella Meadows

Denken in systemen : een handleiding
Ten Have 2022, 293 pagina's € 22,99

Oorspronkelijke titel: Thinking in systems : a primer (2008)

Wikipedia: Donella Meadows (1941-2001)

Korte beschrijving
Een handleiding voor systeemdenken. Dit boek leert de lezer denken in complexe systemen en helpt begrijpen welke ingreep in het systeem de meeste kans van slagen heeft. Verschillende wetenschappers, docenten en journalisten zien dit boek als een van de belangrijkste boeken om onze samenleving te begrijpen. Relatief toegankelijk geschreven voor de complexiteit van het onderwerp. Voor een brede lezersgroep met maatschappelijke interesse.Donella Meadows (Elgin, 1941 - Hanover, 2001) was een wereldberoemde Amerikaanse schrijver, onderwijzer, scheikundige en milieu-wetenschapper. Haar werk werd in meer dan vijftien landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
Dit is het toegankelijke en cruciale basisboek voor systeemdenken, dat door wetenschappers, docenten en journalisten gezien wordt als een van de belangrijkste boeken om onze samenleving te begrijpen.

‘Het boek ‘Denken in systemen’ leert je in complexe systemen denken en helpt je vervolgens te begrijpen waar in een systeem een ingreep de meeste kans van slagen heeft.’ – De Correspondent

De problemen van onze tijd, zoals ziekte, oorlog, armoede en het klimaat, zijn in essentie systeemfouten. Ze kunnen niet opgelost worden door aan één geïsoleerd knopje te draaien, omdat de effecten op het geheel voor ons niet te overzien zijn. Denken vanuit het grotere systeem biedt een uitweg.


Fragment - Voorwoord van Kate Raworth

Dit is een boek dat mijn leven heeft veranderd - 'echt - en ik hoop dat het dat ook, op de een of andere manier, voor jou zal doen.

Toen ik in de jaren negentig economie studeerde aan de universiteit, raakte ik gefrustreerd over de theorieën die we aangeboden kregen. Ze gingen allemaal uit van een vaststaand evenwicht en verdrongen de echte wereld naar de randen van hun modellen. Twee decennia later ging ik op zoek naar nieuwe economische denkwijzen. Ik zoog alle ideeën in me op die ik op de uni nooit had geleerd, en algauw tipte iemand me dit boek. Zodra ik begon met lezen, was ik verkocht. Al op de eerste paar pagina's liet Dana Meadows mij - en vele anderen - kennismaken met een manier van denken die me voorkwam als het ontbrekende puzzelstukje. Deze denkwijze was intuïtief, uitnodigend en enorm bruikbaar. De ideeën in dit boek werden algauw een essentieel uitgangspunt in mijn nieuwe benadering van de economie, en ze hebben mijn manier van denken ingrijpend veranderd.
 Je hoort het: ik ben fan. Ik ben ervan overtuigd dat denken in systemen een onontbeerlijke 21e-eeuwse skill is die iedereen zou moeten leren, ongeacht je studie of werkveld. Denk alleen al aan de opeenvolgende crisissen waar onze eeuw mee begon: van de financiële crisis in 2008, tot de steeds dringender wordende klimaatcrisis, tot bijna twee jaar aan corona-lockdowns. Deze crisissen mogen dan wel als afzonderlijke kwesties worden besproken in het nieuws - als iets economisch, klimaatwetenschappelijk of epidemiologisch - maar je kunt ze het meest zinvol interpreteren, denk ik persoonlijk, als je ze bekijkt door de gemeenschappelijke bril van systeemdenken. Zodra je eenmaal hebt geleerd de wereld door deze bril te bekijken, wordt het steeds moeilijker om niet meer zo te kijken. De patronen en dynamieken zijn overal - van de zwerm spreeuwen in de lucht tot de schommelende aandelenkoersen tot de smeltende ijskappen.

Toen ik zelf aan mijn boek Donuteconomie werkte, waarin ik zeven stappen bespreek om tot een 21e-eeuwse economie te komen, werd 'Snap de systemen' een opzichzelfstaand hoofdstuk. In mijn pleidooi voor nieuwe economische denkwijzen raakte ik vaak verzeild in discussies met mainstream-economen. Een hoogleraar aan een Nederlandse universiteit (ik vermoed dat ze Lans Bovenberg bedoelt - artikel: “dat afbraak van werknemersrechten en het uitkeren van zo veel mogelijk middelen aan de kapitaalbezitters economisch gezien het beste beleid zou zijn” - januari 2018 - hd) maakte mijn pleidooi voor systeemdenken belachelijk, en noemde het veel te hoog gegrepen voor bachelor studenten. Deze visie verbaasde mij nogal, dus ik besloot de proef op de som te nemen.
 Tijdens de lockdown in het Verenigd Koninkrijk had ik mijn elfjarige tweeling de hele dag thuis. Ik besloot dat hun eerste thuisonderwijs zou bestaan uit een introductie in systeemdenken (jong geleerd is oud gedaan!). Ik hing een whiteboard op, haalde at stiften tevoorschijn en tekende de basisconcepten voor ze uit: versterkende feedbackloops (hoe meer je ergens van hebt, des te meer je zult krijgen) en balancerende feedbackloops (hoe meer je hebt, des te minder je ervan terugkrijgt). We bedachten er allemaal een paar voorbeelden uit de speeltuin bij: het geduw en getrek dat vaak tot een serieuze vechtpartij leidt, en de bemiddelaars die dan altijd tevoorschijn komen om vrede te stichten. Toen gaf ik mijn kinderen een stift en stelde voor dat ze zelf hun interpretatie van de coronacrisis zouden tekenen, met alleen die twee feedbackloops. Ze kwamen meteen in actie, tekenden ingewikkelde lussen en pijlen in alle richtingen, totdat mijn dochter op en neer begon te springen en vrolijk uitriep: 'Eindelijk kan ik laten zie wat ik bedoel!'
  Wanneer ik nieuwe masterstudenten voor het eerst laat kennismaken met systeemdenken, vertonen ze ook vaak tekenen van deze intellectuele verrukking. Ze hebben eindelijk de middelen waarmee ze de complexe systemen tot uitdrukking kunnen brengen die, tot op dat moment, alleen in hun hoofd zaten of in woorden op papier waren gezet. Veel van hen gebruiken Dana Meadows' beroemde essay over knoppen en hendels (hoofdstuk 6) hun leven lang als richtlijn. Anderen worden verliefd op haar poëtische instructie som te leren dansen met systemen (hoofdstuk 7) - rake, wijze woorden waar ik steeds opnieuw weer naar terugkeer, die me het gevoel geven alsof ze naast me staat, als een mentor, een gids die over mijn schouder meekijkt precies wanneer ik haar nodig heb. Hoewel ik haar beschouw als een mentor heb ik Dana nooit zelf ontmoet, en dat zal ik mijn leven lang jammer blijven vinden. Je kent vast dat speeltje met de vraag: met wie, dood of levend, zou je graag eens willen dineren? Nou, Dana zou bovenaan mijn gastenlijst staan. En we zouden zoveel te bespreken hebben dat ik er een zevengangendiner van zou maken.
  Hunter Lovins, een vriendin van me, was ook jarenlang een goede vriend en bondgenoot van Dana. Samen met haar studenten maakte Hunter deel uit van de werkgroep die dit boek heeft samengesteld en geredigeerd, na Dana's plotse, tragische overlijden in 2001 - aan het begin van een eeuw waarin haar wijsheid, onbevreesdheid en briljante communicatie zo vreselijk welkom waren geweest. Ik heb Hunter gevraagd wat zij dacht dat Dana zou doen als ze vandaag de dag nog leefde. Haar antwoord was duidelijk. 

'Ze zou haar tijd verdelen tussen Cobb Hill enerzijds, de woongroep in New Hampshire die ze heeft opgericht, waar ze de tuin zou doen, haar schapen zou helpen bevallen en de lammetjes zou verzorgen - en de rest van de wereld anderzijds. Ze zou de wereld rondreizen, spreken, schrijven, lesgeven, pleiten voor het klimaat en mensenrechten, en ondertussen zou ze de meest geavanceerde systemische modellen ontwikkelen en die vervolgens in gewone-mensentaal uitleggen aan politici, zakenlui en andere mensen door wie de mensheid aan de rand van de afgrond is beland.'

Dana kan die dingen zelf niet meer doen, maar met dit boek heeft ze velen geïnspireerd om 'systeemslim' te worden, van haar inzichten te leren en ze in de praktijk te brengen in de wereld van vandaag. Ik hoop dat ook jij, nu je je ook in de wereld van het systeemdenken gaat verdiepen, de middelen zult vinden om je eigen pad vorm te geven. - Kate Raworth, februari 2021

Terug naar Overzicht alle titels


Jonathan Haidt & Greg Lukianoff

De betutteling van de Amerikaanse geest : hoe goede bedoelingen en slechte ideeën een generatie verpesten
Ten Have 2022, 413 pagina's € 29,99

Oorspronkelijke titel: The coddling of the American mind : how good intentions and bad ideas are setting up a generation for failure (2018)

Wikipedia: Jonathan Haidt (1963) en Greg Lukianoff (1974)

Korte beschrijving
‘De betutteling van de Amerikaanse geest’ is een onderzoekend werk over veranderingen in de universiteitscultuur. De auteurs zien dat het ontstaan van ’safe spaces’ en politieke correctheid een negatieve invloed heeft op het vermogen om kritisch na te denken. De vrijheid van meningsuiting komt hierdoor in het gedrang, ook buiten de universiteiten om. Het boek analyseert ook de bedoelingen en ideeën achter deze trends. Het boek zal vooral geoefende lezers aanspreken.Jonathan Haidt (New York, 1963) is schrijver, psycholoog en academisch docent. Zijn werk werd in meerdere landen uitgegeven. Greg Lukianoff (New York, 1974) is jurist en gespecialiseerd in vrijheid van meningsuiting.

Tekst op website uitgever
Provocatief boek over wat politieke correctheid doet met onze geest en het einde van het kritisch denken

‘Haidt en Lukianoff, belangrijke voorvechters van de vrijheid van meningsuiting, laten diepgaand zien wat er mis is op Amerikaanse universiteiten en hoe we academische idealen weer kunnen herstellen’ – Steven Pinker, auteur van Verlichting NU

‘De betutteling van de Amerikaanse geest’ laat zien wat de cultuur van safe spaces aan Amerikaanse universiteiten doet met de geest van studenten. Het sterk doorvoeren van politieke correctheid brengt ons vermogen kritisch na te denken in gevaar. Volgens Haidt en Lukianoff zijn deze universiteiten exemplarisch voor het maatschappelijke debat. Veel dingen mogen niet meer gezegd worden en gaan ondergronds. Het boek analyseert de bedoelingen en ideeën achter deze trend en laat onderbouwd zien wat de effecten hiervan zijn.

Fragment uit (de) Inleiding - De zoektocht naar wijsheid
Dit is een boek over wijsheid en haar tegenpool. Het boek is voortgekomen uit een reis naar Griekenland die wij (Greg en Jon) maakten in augustus 2016. We hadden samen een artikel geschreven over een aantal ideeën die zich via universiteiten verspreidden. Ideeën waarvan we vonden dat ze schadelijk zijn voor studenten en hun kans om een bevredigend bestaan op te bouwen. Goed beschouwd maken deze ideeën studenten niet wijzer maar minder wijs. Daarom besloten we een boek te schrijven om mensen te waarschuwen voor deze verschrikkelijke ideeën. Om te beginnen leek het ons goed om zelf op zoek te gaan naar wijsheid. We zijn allebei werkzaam op de universiteit en in de afgelopen jaren hadden we herhaaldelijk gehoord over de wijsheid van Misoponos, een hedendaags orakel dat woont in een grot op de noordelijke helling van de berg Olympos, waar hij de oude riten van de cultus van Koalemos voortzet.


We vlogen naar Athene en namen de trein naar Litochoro, een stad aan de voet van de berg. Een reis van vijf uur. De volgende dag bij zonsopgang kozen we een pad dat de Grieken al duizenden jaren volgen om gemeenschap met hun goden te zoeken. We wandelden zes uur over een steil en kronkelend weggetje. Tegen de middag kwamen we bij een kruising. Daar vonden we een bord met de naam MISOPONOS en een pijl die naar rechts wees. Het pad dat afboog naar links zag er onheilspellend uit: het liep omhoog door een smalle ravijn, waar rots verschuivingen een voortdurend gevaar vormden.

Het pad dat naar Misoponos leidde, was echter heel goed te lopen. Het was vlak en zonder hindernissen - een hele opluchting na de moeizame klim. Het voerde ons via een aangenaam bos vol sparren en dennenbomen naar een sterke houten voetgangersbrug over een diep ravijn. Het pad kwam uit bij de opening van een enorme grot.

In de grot wachtte ons een vreemd tafereel. Misoponos en zijn assistenten hadden een automaat met volgnummers neergezet zoals je soms ziet bij de bakker of de slager. Er stond een hele rij zoekers voor ons. We trokken een nummertje en betaalden 1000 euro voor een privé-audiëntie bij de grote wijze man. Daarna voerden we een aantal verplichte reinigingsrituelen uit en wachtten.

Toen we aan de beurt waren, werden we naar een slecht verlichte ruimte achter in de grot geleid, waar een kleine waterbron uit een rotswand borrelde. Het water spatte naar beneden in een grote witmarmeren kom, die enigszins deed denken aan een vogelbadje. Naast de schaal zat Misoponos in een comfortabele stoel die leek op een Barcaloungerfauteuil uit de jaren zeventig. We hadden gehoord dat het orakel Engels sprak, maar toch waren we verrast toen hij ons in perfect Amerikaans Engels begroette met een vleugje van het Long Island-accent: 'Kom binnen, jongens. Vertel me maar waar jullie naar op zoek zijn?' (pagina 13-14)

Artikel: ‘Er groeit een jonge generatie op die bovenal niet gekwetst wil worden’ (interview in NRC, 11 februari 2021) en ‘We verkeren in een grote culturele verwarring’ (NRC, 31 maart 2022)

Lees ook: Het einde van de waarheid : over leugens in het tijdperk van Trump van Michiko Kakutani (uit 2018)

Terug naar Overzicht alle titels

Frank Meester

Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen : pleidooi voor inconsequentie
Ten Have 2021, 206 pagina's  € 20,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Frank Meester (1970)

Korte beschrijving
Frank Meester pleit in dit boek voor wat hij noemt het nonconsequentialisme. De term staat voor de claim dat een consistent verhaal vertellen over het leven niet mogelijk is. In het eerste deel legt hij uit waar zijn 'vermoeden' precies voor staat. Waarna Meester probeert het nonconsequentialisme te bewijzen. In eerste instantie gebruikt hij daarvoor het onvolledigheidspostulaat van de wiskundige Kurt Gödel om het nonconsequentialisme te verifiëren. Voor meer zekerheid probeert hij daarna zijn vermoeden met de theoretische natuurkunde van relativiteittheorie en kwantummechanica te falsifiëren. Ter afsluiting geeft hij kort aan wat het nonconsequentialisme betekent voor het praktische leven. Bij dit alles vergeet Meester uit te leggen hoe uit deze abstracte wiskunde en natuurwetenschappelijke inzichten interessante (meta)filosofische conclusies kunnen worden getrokken. Is het de werkelijkheid die niet-consequent is of zijn het onze theorieën  – op die brandende vraag blijft Meester een bevredigend antwoord schuldig. Geschreven voor de algemene lezer met belangstelling voor filosofie.

Tekst op website uitgever
Publieksfilosoof Frank Meester schreef een pleidooi voor een lichter leven waarin we niet altijd consequent hoeven te zijn

'Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen' van Frank Meester is een filosofisch zelfhulpboek dat je helpt om met meer lichtheid in het leven te staan. Iedereen kent de situatie waarin je probeert consequent te zijn, maar tevergeefs. Frank Meester laat zien waarom dat ook niet anders kan. Er is altijd iets wat aan onze principes ontsnapt, hoe we ons best ook doen. Dat zullen we moeten accepteren. Het boek is bedoeld voor iedereen die het leven serieus neemt, maar niet te serieus.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

Paul Steenhuis

Veroordeeld tot succes : op zoek naar een geslaagd leven
Ten Have 2022, 319 pagina's  € 22,99

Korte bio Paul Steenhuis (1958)

Korte beschrijving
In ‘Veroordeeld tot succes’ onderzoekt Peter Henk Steenhuis waarom mensen elkaar de hele dag ’succes!’ wensen. Hij gaat in op begrippen die samenhangen met succes — zoals prestatie, stress en carrière —, bespreekt de eenzijdige interpretatie van succes als beter, hoger en meer, en laat zien dat het anders kan. Nuchter en toegankelijk geschreven. Voor een brede lezersgroep. Peter Henk Steenhuis (1969) is schrijver en journalist.

Tekst op website uitgever
Wat zegt het over ons dat we succes zo belangrijk vinden? Trouw-journalist Henk Steenhuis onderzoekt hoe we ook anders naar ons leven kunnen kijken.

In ‘Veroordeeld tot succes’ onderzoekt Peter Henk Steenhuis waarom wij elkaar de hele dag ‘succes!’ wensen. Wat zegt dat over ons? Over ons als ouder, collega, vriend, concurrent? Dragen we met ons streven naar succes onbewust niet ook bij aan sociale ongelijkheid? Steenhuis verdiept zich in de begrippen die samenhangen met succes, zoals prestatie, selectie, stress en carrière. We blijken succes eenzijdig te interpreteren als beter, hoger, meer.

‘Veroordeeld tot succes’ laat zien dat het anders kan, als we gesprekken leren voeren over wat we willen, waarin we willen slagen. Nu, morgen, maar ook als we met pensioen gaan.


Fragment uit 11. Dan maak je maar zin - over zinnelijk, zintuigrijk, zinrijk en zinvol

'Met religie, sport, kunst en filosofie maken we de wereld tot wat zij moeten zijn,' zei René Gude. 'Misschien wordt het nog leuk ook.' Filosofie is een ander trainingsgebied om je succesvol staande te houden in het leven. Filosofen zijn vaak degenen die een probleem waarover je al een tijd loopt te dubben, in zuiverste vorm onder woorden weten te brengen. Doordat ze zo scherp formuleren, zijn ze in staat jou op de juiste gedachten te brengen. Dat heb ik zelf ervaren door mijn gesprekken met René Gude. Sindsdien besef ik sterk: wie wil slagen in dit leven, moet zich er in ieder geval staande in weten te houden, en om dat te kunnen moet je zin leren maken. Elke dag opnieuw.

'Ik maak zin door te werken,' zei Gude, toen ik hem voor het eerst ontmoette. Als filosofieredacteur van Trouw was ik nauw betrokken bij de Denker des Vaderlands, in de jaren ervoor werkte ik wekelijks met de filosoof Hans Achterhuis, Gudes voorganger. 
  Ik kende Gude niet en zag enigszins op tegen onze eerste ontmoeting: een week daarvoor had Gude namelijk te horen gekregen dat zijn botkanker was teruggekeerd en dat genezing uitgesloten was. Goed mogelijk dat hij nog tijdens zijn benoemingstermijn als Denker zou komen te overleven.
  Op de pont naar zijn woonboot aan de noordzijde van het IJ vroeg ik me af of deze exercitie zin zou hebben. Zou ík ervoor voelen om me wekelijks in een dagkrant ergens over uit te spreken als ik me op mijn sterven zou moeten voorbereiden? Zou ik me niet liever met vrienden en familie terugtrekken? Ik nam me voor dit maar gewoon te vragen, hoe zou je anders moeten gaan samenwerken?
  'ik wil hoe dan ook blijven werken,' zei Gude, 'want ik maak zin door te werken.' Het woord 'zin' viel me onmiddellijk op. In de jaren dat ik eindredacteur was van de bijlage Letter & Geest kreeg ik veel artikelen opgestuurd over zingeving. Ik vond het vaak vage stukken vol goede bedoelingen, ethisch slijm. Maar ooit ben ik juist bij Trouw gaan werken omdat ik zingeving zo belangrijk vind.
  Zin was volgens Gude vroeger vooral voorbehouden aan religie. Die vorm van zingeving zou je strikt genomen 'zin-krijging' moeten noemen, want wij kregen de zin van ons bestaan vroeger van boven aangereikt. In onze geseculariseerde samenleving is zin voor velen van ons iets geworden dat je zelf moet maken. Zingeving is zinmaking geworden. (pagina 128-129)

Lees aanvullend: Het agoramodel : de wereld is eenvoudiger dan je denkt van René Gude (voor een deel geschreven door Peter Henk Steenhuis).

Terug naar Overzicht alle titels

Barbara Baarsma 2

Groene groei : over de (on)zin van economische groei
Uitgeverij Pluim 2022, 255 pagina's 

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Wikipedia: Barbara Baarsma (1969)

Korte beschrijving
Een onderzoek naar de zin en onzin van economische groei voor de toekomst van Nederland. Econome Barbara Baarsma stelt dat een economische groei van drie procent per jaar nodig is om te garanderen dat toekomstige generaties op hetzelfde welvaartsniveau kunnen leven als de Nederlander van nu. Deze groei is nodig om zaken als de vergrijzing en de herverdeling van rijkdom aan te pakken en instituties als onderwijs, zorg en rechtspraak te onderhouden. Maar hoe kunnen we in Nederland zinnige groei creëren die niet alleen gericht is op financiële welvaart, maar ook kijkt naar ecologische grenzen en gelijke kansen? In ‘Groene groei’ schetst Baarsme op scherpe en onderbouwde wijze haar antwoord op de vraag of economische groei zinvol dan wel onzinnig is, en hoe zinvolle economische groei eruit zou kunnen zien. Voor lezers met verregaande interesse in de staat van de Nederlandse economie. Met schema’s. Barbara Baarsma (1969) is CEO van Rabo Carbon Bank, die als doel heeft de landbouw te verduurzamen, en hoogleraar toegepaste economie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is voorzitter van de Bankraad van De Nederlandsche Bank (DNB), lid van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code en het Nederlands Comité voor Ondernemerschap.

Tekst op website uitgever
Zowel de corona- als de klimaatcrisis heeft de roep om consuminderen versterkt en economische groei in een kwaad daglicht gezet. Maar hoe wenselijk is dat? Als we willen dat onze kinderen en kleinkinderen kunnenleven op hetzelfde welvaartsniveau als wij, dan hebben we een voor inflatie gecorrigeerde economische groei van een paar procent per jaar nodig. Waarom? Onder andere om de kosten van de vergrijzing op te vangen en de herverdeling van rijk naar arm te betalen. Zeker zolang we zaken als onderwijs, zorg en rechtspraak uit collectieve middelen betalen, is economische groei nodig. Maar dan wel groene groei, dus groei die rekening houdt met kansenongelijkheid en klimaatverandering. Baarsma geeft antwoord op de vraag of economische groei zinvol dan wel onzinnig is. Ze legt uit waarom economische groei niet zaligmakend is. Ook laat ze zien hoe een zinvolle economische groei eruit kan zien en wat daarvoor nodig is.

Fragment uit 5 redenen waarom we economische groei nodig hebben
1.3 De ziekte van Baumol

In 1965 schreef de Amerikaanse econoom William Baumol samen met zijn collega William Bowen, het artikel 'On the Performing Arts: the Anatomy of Their Economic Problems'.  De ziekte van Baumol is dus ontdekt in de uitvoerende kunsten. Omdat de loonvorming in de podiumkunsten de rest van de economie volgt, is het prijskaartje voor ene klassiek concert, opera of ballet relatief hoog geworden. De ziekte van Baumol is echter verspreid in alle arbeidsintensieve dienstensectoren. Daar blijft de arbeidsproductiviteit achter op die in de rest van de economie. De arbeidsproductiviteit is de toegevoegde waarde per gewerkt uur, en die kan door het ontbreken van mogelijkheden voor automatisering en robotisering in arbeidsintensieve dienstensectoren maar moeizaam verhoogd worden. Dat geldt vooral voor arbeidsintensieve publieke diensten, waar concurrentieprikkels vaak zijn uitgeschakeld. 

Economieën die een grote dienstensector hebben kunnen maar moeilijk groeien. Dat komt doordat het bij de productie van arbeidsintensieve diensten veel moeilijker is om kostenbesparingen door te voeren. Zorg is zo'n arbeidsintensieve sector, waarin de lonen een belangrijke kostenpost zijn en het niet goed mogelijk is om arbeidsbesparende technologie in te zetten. Zo moeten alzheimerpatiënten 24 uur per dag, 7 dagen per week worden verzorgd, en het lijkt niet goed mogelijk die zorg te automatiseren. De output van een verpleegkundige blijft zo jaar in jaar uit ongeveer hetzelfde, en daardoor blijft de groei van de arbeidsproductiviteit in de zorg achter bij die in de rest van de economie. 

Stel dat de productiviteit in een bepaald jaar in een fabriek met 3 procent toeneemt doordat een deel van het productieproces wordt gerobotiseerd. Dan kan de fabrikant de lonen met 3 procent verhogen zonder dat dat ten koste gaat van zijn winst. Stel dat de fabrikant de lonen inderdaad met 3 procent verhoogt en dat in dat jaar de lonen in de zorg, hoewel er geen productiviteitswinst is, wel meestijgen met die van de fabrikant, dan wordt de zorg relatief steeds duurder. Deze loonkloof heet de ziekte van Baumol. (pagina 44-45)

Lees ook: Nederland voedselparadijs : kansen voor korte ketens (2020)

Terug naar Overzicht alle titels

Jaap Goudsmit

Een gezonde toekomst : vijf lessen van corona
Uitgeverij Pluim 2022, 240 pagina's € 21,99  
Vitale ideeën voor de wereld van morgen

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Jaap Goudsmit (1951)

Korte beschrijving
Een boek over virussen, de coronacrisis en volksgezondheid. Het boek behandelt de coronacrisis en hoe er door virologen en beleidsmakers mee werd omgegaan. Het boek is ingedeeld aan de hand van vijf lessen die auteur en viroloog Jaap Goudsmit beschrijft als noodzakelijk voor een toekomst waarin de maatschappij voorbereid is op een nieuwe virale crisis. Aan bod komt het op waarde schatten van wetenschappelijkheid van kennis, leefstijlen en leefbaarheid, preventiebeleid voor kinderen en ouderen, testen van ouderen en het ondervangen van virale verrassingen. Informatief, nuchter en relatief toegankelijk geschreven voor de complexiteit van het onderwerp. Voor lezers met speciale interesse in het onderwerp. Jaap Goudsmit (Amsterdam, 1951) is arts en academisch docent.

Tekst op website uitgever
Beseffen we wel wat voor wonder er is verricht in 2020? Een pandemie is voor het eerst door mensenhand tot staan gebracht. Nog nooit in de geschiedenis zijn er in zo'n tempo wereldwijd zoveel vaccinaties gedaan. En dat is gelukt dankzij tientallen jaren van wetenschappelijk onderzoek aan universiteiten en in de biofarmaceutische industrie met enorme steun van overheden en knappe koppen wereldwijd van China tot India, van Australië tot Europa, van Engeland tot de Verenigde Staten. Er is geen garantie dat we er de volgende keer weer zo goed vanaf komen. Het is absoluut niet ondenkbaar dat de volgende epidemie uit Brabant komt. Om ons te beschermen moeten we de lucht schoon houden moet ons eten veilig zijn en ons water drinkbaar want via die wegen vinden virussen hun weg naar ons allemaal. Er ligt de overheid dus een flinke taak te wachten om nieuwe pandemieën te vermijden. Jaap Goudsmit heeft vijf lessen geleerd door de pandemie op de voet te volgen en zelf onderzoek te doen naar technologische oplossingen om onze oplettendheid en alertheid te bevorderen. Lering uit die lessen wijst de weg naar een gezondere toekomst: Les 1. Om welk virus dan ook niet je leven te laten vergallen moet je wetenschappelijke kennis op waarde leren schatten Les 2. Om niet door een virusinfectie op de intensive care te belanden moet je ver voordat het virus in zicht is een gezonde leefstijl hebben Les 3. Het voortvarend aanpakken van de klimaatcrisis kan een volgende virusuitbraak voorkomen Les 4. Vaccins die overal ter wereld voor iedereen bereikbaar zijn redden ons allemaal Les 5. We moeten de werking van ons immuunsysteem goed in de gaten houden en zo nodig onze afweer een handje helpen voordat een virus de kans krijgt om toe te slaan.

Fragment uit Wat hebben we geleerd van de vijf lessen van corona? Bij wijze van richtingaanwijzer
Les 5 - We moeten zorgen dat de komst van een nieuw virus of virusvariant ons en onze overheid niet overvalt en in een hinderlaag lokt:

1. We moeten niet in paniek raken als ergens in de wereld een nieuw virus opduikt want meestal dooft het uit en blijft de epidemie plaatselijk. Maar zodra het in ons land gebeurt, moeten de alarmbellen afgaan. Als het over griepvirussen gaat, moeten we vooral op onze hoede zijn voor de H5-virusfamilie bij kippen en eenden, het H3N8-virus bij paarden en de koeienvirussen. Het is in zo'n situatie van belang dat het eerste geval wordt opgespoord waarbij zo'n diervirus van mens op mens wordt overgedragen.
2. De onikronvariant zal ons blijven verrassen. We mogen ervan uitgaan dat besmettingen van ongevaccineerden blijven plaatsvinden en dat daarmee deze hele groep (ongeveer 1,5 miljoen mensen) binnen een jaar is geïnfecteerd. Zij zijn dan net zo lang beschermd als gevaccineerden tegen ziekte door de omikron- of deltavariant. Onze besmettelijkheid bij herinfectie zal drastisch afnemen. Daarbij verwacht ik twee gevolgen van het feit dat grote groepen gevaccineerden, geïnfecteerden en infectieuzen met elkaar in nauw contact komen. Ten eerste zal er een omikronvariant worden overgedragen die voor een groot deel ongevoelig is voor de antistoffen die ons tot nu toe hebben beschermd. Deze kans is groot omdat we maar beschermd worden door één enkele soort antistof. Het is dus niet ondenkbaar dat het virus totaal ongevoelig wordt voor de huidige vaccins. We weten dat een coronavirus door enkele mutaties gebruik kan gaan maken van bijvoorbeeld de MERS-receptor in plaats van de ACE2-receptor. Virussen zullen hier bij elke opgespoorde infectie getest moeetn worden op het opprikken van nieuwe eigenschappen door co-infecties.
3. Om ons beter te beschermen, moet de overheid investeren in het ontdekken en ontwikkelen van vaccins die niet alleen tegen SARS-CoV-2 beschermen, maar tegen het hele scala van coronavirussen die mogelijk een bedreiging vormen. Dit geldt ook voor de griep. Er is dringende behoefte aan een universeel griepvaccin tegen alle soorten influenza A-, B-, C- en D-virussen. Ten slotte doet de overheid er goed aan als zij investeert in makkelijk in te nemen geneesmiddelen die veel sneller beschermen. Deze breedspectrum vaccins- en geneesmiddelen zijn essentieel om de volgende keer niet met lege handen te staan. (pagina 191-192)

Terug naar Overzicht alle titels


Marli Huijer 4

De toekomst van het sterven
Uitgeverij Pluim 2022, 150 pagina's  - € 16,99 
Reeks: Vitale ideeën voor de wereld van morgen

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Marli Huijer (1955)

Korte beschrijving
Een boek over de omgang met ouder worden en de dood op persoonlijk, maatschappelijk en politiek gebied. Er wordt ingegaan op vragen zoals: bereiden ziektes en aftakeling ons voor op de dood? Is de zorglast van de laatste levensfase nog op te brengen als de hele samenleving ouder wordt? Zijn er grenzen aan de groei van de levensduur? En bestaat er zoiets als een juist moment van sterven? Het boek is voornamelijk informatief, maar ook onderhoudend geschreven en relatief toegankelijk voor de complexiteit van het onderwerp. Marli Huijer (Amsterdam, 1955) is arts, academisch docent, filosoof en vrouwenrechtenactivist. Ze is emeritus hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en was van 2015 tot 2017 Denker des Vaderlands. Van haar hand verschenen onder andere 'Beminnen. Nieuw licht op seksuele vrijheid'** (2018), ‘Discipline' (2013) en 'Ritme' (herziene editie, 2015). Het boek maakt deel uit van de reeks: ‘Vitale ideeën voor de wereld van morgen’.

Tekst op website uitgever
Duizenden jaren was onsterfelijkheid alleen weggelegd voor de goden. Tegenwoordig willen verouderingsdeskundigen en transhumanisten dat mensen minstens honderd jaar in gezondheid kunnen leven om vervolgens snel en pijnloos de wereld te verlaten. In werkelijkheid begint de aftakeling kort na ons pensioen en duurt dan zo’n vijftien jaar. Hoe verhouden we ons tot de laatste levensfase? Bereiden ziektes en aftakeling ons voor op de dood? Is de zorglast van de laatste levensfase nog op te brengen als de hele samenleving ouder wordt? Zijn er grenzen aan de groei van de levensduur? Bestaat er zoiets als een juist moment van sterven? In De toekomst van het sterven onderzoekt Huijer onze omgang met veroudering en de dood, zowel op persoonlijk als maatschappelijk en politiek vlak. Dit boek is het achtste deel in de serie ‘Vitale ideeën voor de wereld van morgen’. Deze serie behandelt levensnoodzakelijke vraagstukken en onderwerpen, telkens met het uitgangspunt: hoe willen we dat de wereld er morgen uitziet, en wat moeten we daarvoor doen? Eerder verscheen o.a. Een land van kleine buffers van Dirk Bezemer, Nederland voedselparadijs van Barbara Baarsma en Wij zijn de stad van Floor Milikowski.

Fragment uit 1. Het huis van de sterfelijkheid
Nooit genoeg

Toch stemt die extra levenstijd niet tot tevredenheid. Integendeel. De zucht om langer te leven wordt heviger naarmate we daadwerkelijk langer leven. Nog geen eeuw geleden werd sterven op zeventigjarige leeftijd als een dood op een gezegende leeftijd gezien. Nu ervaren we dat als 'vroegtijdig sterven' en geeft het reden tot ongenoegen. Het zou met de huidige levensverwachting onverteerbaar zijn als overheden niet alles op alles zouden zetten om het leven van zeventigplussers te beschermen tegen COVID-19. Alleen al de gedachte dat de levensverwachting deze eeuw zou kunnen teruglopen, is onverdraaglijk. De overtuiging dat deze alleen maar zal stijgen is zo groot, dat burgers menen recht te hebben op een lang leven en dus van de overheid en de geneeskunde eisen dat zij daar garant voor staan. Met minder genoegen nemen is onmogelijk, het mag alleen maar meer zijn.

De paradox dat we langer willen leven naarmate we langer leven, doet denken aan de paradox die in onderzoeken naar de omgang met tijd naar voren komt: hoe meer tijd we winnen, des te meer we een gebrek aan tijd ervaren. De socioloog Hartmut Rosa vat deze paradox samen als: 'We hebben geen tijd, hoewel we haar in overvloed winnen.' In Beschleunigung, zijn studie naar versnelling, laat hij zien dat het tempo van productie, communicatie en trasport ooit eerder zo hoog is geweest als in deze tijd. Toch klagen we meer dan voorheen over hoe druk we het hebben. De verklaring voor deze paradox is dat ieder oprekken van de tijd, in de breedte dan wel in de lengte, de begeerte oproept naar nog meer tijd. Wat meer wordt kan nog meer worden. In plaats van eens in de drie weken één brief te ontvangen willen we iedere dag meerdere brieven - mails - te krijgen. In plaats van tevreden te zijn met een leeftijd van zestig tot tachtig jaar, willen we nu tachtig tot honderd jaar. We zij rupsjes-nooit-genoeg die door het vooruitzicht op het groeien van de tijd worden geprikkeld om steeds meer te willen. Het punt van verzadiging wordt nooit bereikt. Pas als een burn-out of een virus de tijd stilzet, ervaren we dat er grenzen zijn aan het oprekken van de tijd. 

Die onverzadigbare zucht naar meer tijd doet ons de tragische otologie van het niet-goddelijke bestaan vergeten. Het menselijke zijn (onto-) is oor en door sterfelijk, we weten dat (logia), maar proberen het tragische besef daarvan verre van ons te houden. Waarom ons bezighouden met het sterven als we onderweg zijn naar de sterfelijkheid? 

Het huis van de sterfelijkheid raakt door die achteloosheid over de dood steeds meer in verval. Dat huis is de door mensen en andere organismen bevolkte wereld waarin steeds weer nieuwe generaties worden geboren en sterven. Mensen kunnen erin verschijnen en eruit verdwijnen zonder dat de wereld met haar bergen, rivieren, gebouwen, geschiedenissen, culturen en talen ten onder gaat. Dat huis heeft onderhoud nodig, sterfelijkheid vergt aandacht, maar daar hebben we steeds minder zin in. (pagina 14-16)

Lees ook:  Ritme : op zoek naar een terugkerende tijd (2011), Discipline : overleven in overvloed (2013), Beminnen : Nieuw Licht op de seksuele vrijheid (2018) en samen met Menno Hurenkamp: En nou mag ik even! : burgerschap - wat is het en wat kun je ermee? (uit 2021).

Terug naar Overzicht alle titels