maandag 28 november 2022

Larry Siedentop

De uitvinding van het individu
Ten Have 2022, 477 pagina's  € 39,99

Oorspronkelijke titel: Inventing the Individual: The Origins of Western Liberalism (2014)

Wikipedia: Larry Siedentop (1936)

Korte beschrijving
Een beschouwing van de oorsprong van het individu. Larry Siedentop laat zien hoe in de westerse samenleving het vrije individu belangrijker werd dan de groep, de stam en de familie. Mensen zijn allemaal zichzelf en daarin allemaal gelijk. Dit proces, dat het fundament vormt van liberale democratieën, begon niet in de Renaissance, zoals vaak wordt gedacht, maar vond zijn aanvang bijna 2000 jaar geleden, in het vroege christendom. Het boek volgt de ontwikkeling van het individu vanuit deze periode naar het Karolingische tijdperk tot het einde van de Renaissance. Het boek gaat diep en vanuit algemeen perspectief op de materie in. Intelligent geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep.Larry Siedentop (Chicago, 1936) is een Amerikaans-Britse auteur en filosoof. Hij schreef meerdere boeken. Zijn werk werd in meerdere landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
Het boek ‘De uitvinding van het individu’ is een moderne klassieker die ons op andere manier laat kijken naar onszelf en onze geschiedenis.

‘De uitvinding van het individu’ van Larry Siedentop laat zien hoe in de westerse samenleving het vrije individu belangrijker werd dan de groep, de stam en de familie. Wij zijn allemaal onszelf en daarin allemaal gelijk. Dit proces, dat het fundament vormt van onze liberale democratieën, begon niet in de Renaissance, zoals vaak wordt gedacht, maar vond zijn aanvang bijna 2000 jaar geleden, in het vroege christendom.

Siedentops inmiddels klassieke boek verandert de manier waarop we naar onszelf en de wereld waarin wij leven, kijken radicaal.

‘Een opmerkelijk boek dat de manier waarop we naar onszelf kijken zal veranderen’ – The Guardian

Fragment uit Proloog: Waar gaat het om in het Westen?
Heeft het nog zin te spreken over 'het Westen'? Mensen die leven in de landen die ooit werden gezien als deel van de christelijke wereld - wat velen nu de postchristelijke wereld zouden noemen - lijken hun morele houvast kwijt te zijn. We beschikken niet langer over een overtuigend verhaal over onze oorsprong en ontwikkeling. Onze kijk op de dingen is nauwelijks nog gebaseerd op een narratief. De dingen zijn ons - ten goede of ten kwade - gewoon overkomen.
  Sommigen zullen die situatie toejuichen en het zien als een bevrijding van historische mythen, zoals het Bijbelse verhaal over zonde en verlossing van de mensheid of een geloof in vooruitgang dat wordt 'gegarandeerd' door de ontwikkeling van de wetenschap. Anderen zullen aanvoeren dat alles wat riekt naar een westers narratief is achterhaald door een meer inclusief verhaal over globalisering, en ook moreel dubieus is geworden.
  Ik kan het daar niet mee eens zijn. Als we het Westen tegen een mondiale achtergrond bekijken, is wat opvalt aan onze situatie dat we in een competitie van overtuigingen verkeren, of ons dat nu bevalt of niet. 
  De ontwikkeling van het islamitische fundamentalisme - en de terroristische bewegingen die er soms door worden geïnspireerd - is het duidelijkste voorbeeld. Een wereldbeeld waarin de religieuze wet een seculiere sfeer uitsluit en waarin de ondergeschiktheid van de vrouw het geloof in menselijke gelijkheid op het spel zet, is onverenigbaar met de morele intuïties die wijdverbreid zijn in het Westen. En dat is slechts één voorbeeld. De overgang van marxistisch socialisme naar quasikapitalisme in China, het grootste land ter wereld, is een ander voorbeeld. In China is een grove vorm van utilitarisme de heersende ideologie geworden, waarbij men de belangen van de meerderheid vooropstelt, zelfs ten koste van rechtvaardigheid of menselijke vrijheid. Ook dat is in strijd met sommige van onze diepste intuïties.
  Maar impliceren deze intuïties dat we in het Westen nog steeds kunnen definiëren in termen van gedeelde overtuigingen? Het kan overtuigingen bieden die gewoonlijk worden omschreven als 'liberaal', Maar hier stuiten we onmiddellijk op een probleem. Want in de ogen van islamitische fundamentalisten, en ook in de ogen van niet weinigen in het Westen zelf, staat het liberalisme voor 'nergens in geloven' - voor onverschilligheid en toegeeflijkheid, zo niet voor decadentie. Waarom si dat zo? En is die beschuldiging terecht?
  Dit boek is een poging om daarachter te komen. Mijn betoog gaat uit van twee veronderstellingen. De eerste is dat we de relatie tussen overtuigingen en sociale instituties willen begrijpen - dat wil zeggen: onszelf willen begrijpen - we moeten kiezen voor een haal lang perspectief. Diepgaande morele veranderingen, veranderingen op het gebied van overtuigingen, hebben vaak eeuwen de tijd nodig, voordat sociale instellingen zich beginnen aan te passen. Het is dwaasheid te verwachten dat de gewoonten en attitudes van een cultuur van de ene dag op de andere veranderen.
  De tweede veronderstelling is dat overtuigingen niettemin van fundamenteel belang zijn. Deze veronderstelling was vroeger veel gangbaarder dan nu. (pagina 9-10)

Terug naar Overzicht alle titels


Bert Blase

De burger is niet gek : waarom de politieke elite het tegengeluid moet omarmen
Vesper 2022, 80 pagina's €14,95

Wikipedia: Bert Blase (1959)

Korte beschrijving
Een boek over burgerschap, polarisatie en Nederlandse politiek. Het boek betoogt dat de politieke elite een onhoudbare, neerbuigende houding hanteert. De auteur stelt voor dat het tijd is voor een nieuwe fase in het Nederlandse politieke bestuur met meer oog voor de menselijke maat en waardering van verschillen. In heldere, aanjagende stijl geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Bert Blase (Eindhoven, 1959) is een Nederlandse schrijver en politicus. Hij was burgemeester van Alblasserdam, Vlaardingen, Hardinxveld-Giessendam en Heerhugowaard. Hij is voorzitter van de beweging voor democratische vernieuwing Code Oranje. Eerder schreef hij o.a. 'Burgemeester van beroep' en 'Opstand in de polder'.

Tekst op website uitgever
Burgemeester Bert Blase betoogt in dit pamflet dat de politieke elite haar minachting richting de burger moet loslaten, en alleen zo een botsing tussen de gevestigde orde en het volk kan voorkomen.

Lange tijd ging het ons land voor de wind, maar inmiddels is de rek eruit. Er heerst onvrede onder de bevolking en het tegengeluid klinkt met de dag luider. Dit daagt de gevestigde orde uit, die zich op alle mogelijke manieren verzet.

Als de politieke elite haar neerbuigende houding niet weet los te laten, koersen we af op een harde botsing. Lukt dit wel, dan opent het de deur naar een nieuwe fase voor het politiek bestuur. Met meer oog voor de menselijke maat, de democratie van onderop en de waardering van verschil.

Bert Blase spant zich als ervaren burgemeester al jarenlang voor dit doel in. De ingesleten patronen van de overheid zijn taai, maar hij toont in het pamflet 'De burger is niet gek' aan hoezeer het loslaten van het beter weten de moeite loont.

“Bert Blase laat zien dat de grote kwesties van deze tijd alleen worden opgelost door verrassende verbinding en echte dialoog.”- Kim Putters, voorzitter SER

Fragment uit 10. Wat kun jij doen?
Nu je dit alles hebt gelezen, vraag je je misschien af wat je concreet kunt doen als je niet Marc Rutte, Sigrid Kaag of Caroline van der Plas bent. Je hebt waarschijnlijk je eigen voorbeelden waar het beter kan. Maar wat doe je eraan? Zeker in je eentje? Toch: veranderingen beginnen bij eenlingen. Eenlingen op zoek naar bondgenoten, naar mensen die herkennen dat het vastloopt en van goede wil zijn. Wat kun je vanuit je positie als eenling doen? Veel.
  Ter geruststelling: er zijn meer eenlingen dan je denkt. Er is een enorme beweging van mensen die ziet dat het anders kan.
  Tweede geruststelling: de ratio hoeft niet weg en het intellect hoeft niet te worden uitgeschakeld. Zeker niet! Maar ieder van ons kan eraan bijdragen dat binnen je eigen kring van invloed de houding van 'wij weten het beter' wordt afgelegd. We weten dat die houding hardnekkig is, dus het begint altijd bij jezelf: 'Ik weet het beter', dat gevoel mag de deur uit. Je hebt het niet nodig en ook de politiek kan het missen als kiespijn.
  Dit is het begin van een olievlek, want de eenling vindt bondgenoten. Vele kleine olievlekken maken één grote, en voor je het weet is het de nieuwe norm en gaan we elkaar aanspreken. "Hé, dat zouden we niet meer doen." Niet jezelf boven de nader plaatsen, niet jij-bakken, niet de bal terugkaatsen, niet het 'ik heb gelijk'- spelletje tot in de puntjes beheersen. We hebben gezien hoe dit werkt. Hoe het niet werkt. Oud gedrag. Geef er een draai aan, toon interesse in degene die anders is.
  Natuurlijk, die opstelling moet van twee kanten komen. Maar iemand moet beginnen, dus waarom zou jij dat niet zijn? En ja, als die ander stug blijft volharden in het oude gedrag en je hebt diegene aangemoedigd en aangespoord, dan houdt het na verloop van tijd natuurlijk op. Maar mijn ervaring is dat het meestal zover niet komt. Want wie gehoord wordt, wie serieus genomen wordt, gaat zich redelijker gedragen. Dat geldt voor de meeste mensen, dus waarom zou dat niet gelden voor degene die jij nu het hardst bestrijdt.

De beweging van onderop daagt de gevestigde orde uit en groeit door. Dat kan stapsgewijs, zoals de afgelopen twintig jaar het geval is geweest, maar de kans is groot dat dit in de versnelling komt. Het is daarom belangrijk dat deze beweging veelkleurig is en blijft, zodat er plek is voor vogels van ieder pluimage. Het is hélemaal goed als binnen deze beweging alternatieve oplossingen worden uitgedacht en door ontwikkeld. Dat er ruimte wordt gegeven aan de enorme rijkdom van ideeën die ons land kenmerkt. 'Nee' roepen is soms nodig, maar het is niet genoeg.
  Willen we de overgangsfase bereiken zonder verder verdeeld te raken, of zelfs verscheurd te worden door conflict, dan zijn er vooral stappen nodig van de gevestigde orde. Tenslotte zit die in de posities van de macht. Dus, leden van de gevestigde orde: kijk om je heen, zet die stap en reik je hand. Probeer het eens anders te doen dan je gewend bent. Je zult merken dat je niet de enige bent.
  Als je dat wilt, kom ik graag een handje helpen. Samen weten we meer dan alleen. Mijn broer dacht destijds dat ik er moe van zou worden, maar als je ziet dat het verschil maakt, geeft dit een enorme energie. (pagina 75-77)

Terug naar Overzicht alle titels


Sue Donaldson & Will Kymlicka

Zoöpolis : een politieke theorie over dierenrechten
Noordboek 2022, 542 pagina's  €29,90
Reeks: Dierenrechtenbibliotheek 

Oorspronkelijke titel: Zoopolis: A Political Theory of Animal Rights (with Will Kymlicka) (2011)

Wikipedia: Sue Donaldson (1962) en Will Kymlicka (1962).

Korte beschrijving
Een lijvig politiek-filosofisch onderzoek (542 p.) naar verschillende vormen van dierenrechten. Ieder dier verdient grondrechten, stellen de Canadese wetenschappers Sue Donaldson en Will Kymlicka. Maar ook de gemeenschappen waarin dieren leven moeten wettelijk worden beschermd. In dit boek laten zij zien welke rechten bij verschillende dierengemeenschappen passen. Dieren in de wildernis vormen hun eigen soevereine gemeenschappen, terwijl we gedomesticeerde dieren kunnen zien als volwaardige leden van onze gemeenschap. Donaldson en Kymlicka geven een omvattend beeld van de theorie en toepassing van dierenrechten. ‘Zoöpolis’ is zeer intelligent, helder onderbouwd en overtuigend geschreven. Voor geoefende lezers met verregaande interesse in het onderwerp. Met een nawoord van dierenbeschermer Michel Vandenbosch.Sue Donaldson is filosofe en essayist. Ze publiceerde eerder 'Foods That Don't Bite Back’. Will Kymlicka is hoogleraar politieke filosofie aan Queen’s University en schreef meerdere boeken.‘Zoöpolis’ maakt deel uit van de dierenrechtenbibliotheek van uitgeverij Noordboek.

Tekst op website uitgever
Natuurlijk verdient elk dier grondrechten. Maar ook de gemeenschappen waarin zij leven horen we wettelijk te beschermen. In dit zeer invloedrijke boek laten de Canadese politieke wetenschappers Sue Donaldson en Will Kymlicka zien welke rechten bij de verschillende dierengemeenschappen passen. Dieren in de wildernis vormen hun eigen soevereine gemeenschappen, die recht hebben op bescherming tegen kolonisatie, invasie, overheersing en andere bedreigingen van hun zelfbeschikking. Gedomesticeerde dieren kunnen we zien als volwaardige leden van de gemeenschap met bijpassende rechten. Liminale dieren zijn wild, maar leven tussen de mens. Zij dienen rechten te krijgen die passen bij hun tussenpositie. Met een nawoord van dierenbeschermer Michel Vandenbosch "Overtuigend, zowel qua kritiek op bestaande dierenrechtentheorieën, als qua schets van een politieke theorie [...]. Een belangrijke en originele bijdrage aan het debat rond dierenrechten." - Eva Meijer in Krisis Sue Donaldson is essayist. Ze publiceerde ook Foods That Don't Bite Back. Will Kymlicka publiceerde zes boeken bij Oxford University Press. Zijn Contemporary Political Philosophy: An Introduction en Multicultural Citizenship gelden als standaardwerken in de politieke filosofie. Hij is hoogleraar politieke filosofie aan Queen’s University. Het nawoord bij dit boek is van dierenbeschermer Michel Vandenbosch.

Fragment uit 7. Dieren als liminale ingezetenen
in zekere zin kunnen we liminale dieren (dieren die in de nabijheid van mensen leven; en het gaat om meer dan honden en katten - hvd) zien als een succesverhaal. Terwijl de aantallen wilde dieren in de vrije natuur steeds meer afnemen, nemen de aantallen van veel liminale diersoorten toe. Ze hebben zich opmerkelijk succesvol weten aan te passen aan menselijke bewoning. Niet dat alles oké is in de relatie tussen mensen en liminale dieren, althans vanuit het oogpunt van dierenrechten. Integendeel, liminale dieren zijn het slachtoffer van allerlei vormen van mishandeling en onrecht, en van het feit dat mensen weigeren hun specifieke relationele verplichtingen jegens hen te erkennen.
  Een van de problemen is dat liminale dieren in ons alledaagse wereldbeeld onzichtbaar zijn. Omdat mensen in de wereld een tweedeling aanbrengen tussen wilde natuur en menselijke beschaving, definiëren ze de stedelijke ruimte als tegengesteld aan alles wat wild en natuurlijk is. Daarom onttrekken liminale dieren zich aan ons blikveld, in elke geval wanneer we denken en praten over hoe we onze gemeenschappen moeten inrichten en besturen. Stedenbouwkundigen bijvoorbeeld besteden zelden of nooit aandacht aan wat voor impact menselijke beslissingen hebben op liminale dieren en planologen zijn zelden opgeleid om met zulke thema's rekening te houden. Gevolg is dat liminale dieren vaak onopzettelijke schade ondervinden van onze gebouwen, wegen, elektriciteitsdraden, hekwerken, vervuiling, loslopende huisdieren, enzovoort. Op het niveau van de soort mogen liminale dieren zich hebben aangepast aan de gevaren van hun leven met mensen, maar veel individuele dieren sterven een gruwelijke en onnodige dood.
  De onzichtbaarheid van liminale dieren leidt er niet alleen toe dat mensen zich onverschillig of nalatig tegenover hen opstellen, maar - veel erger - dat ze hun aanwezigheid op zichzelf onrechtmatig vinden. Wie vindt dat wilde dieren ver weg in de wildernis behoren te leven, kan geneigd zijn liminale dieren te stigmatiseren als vreemdelingen, die menselijk grondgebied illegaal zijn binnengedrongen en die niet het recht hebben om daar te zijn. Wanneer zich dan conflicten met mensen voordoen, menen we het recht te hebben ons van liminale dieren te ontdoen: door hen massaal te vangen en te deporteren, of door grootschalige uitroeiingscampagnes (doodschieten, vergiftigen). Omdat liminale dieren niet in onze leefruimte thuishoren, denken we - als ze zogenaamd een 'plaag' vormen - hen te mogen elimineren door middel van het dierlijke equivalent van etnische zuivering. (pagina 378-380)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels


Jaffe Vink

De uitvinding van patatfriet, en 49 andere uitvindingen die ons leven hebben veranderd
W Books 2022, 160 pagina's € 24,95

Wikipedia: Jaffe Vink (1951)

Korte beschrijving
Verzameling van vijftig verhalen over uitvindingen die het dagelijks leven van de mens ingrijpend hebben veranderd. Met verhalen over onder andere de uitvinding van de lucifer, het strijkijzer, de draaideur, de rits en Monopoly. De columns verschenen eerder in de rubriek ‘De vooruitgang’ in Trouw. Informatief maar onderhoudend geschreven. Voor een brede tot geoefende lezersgroep. Met foto’s en illustraties in kleur en zwart-wit. Jaffe Vink (Scheemda, 1951) is schrijver, filosoof en redacteur. Hij studeerde filosofie in Amsterdam. Hij werkte voor het Studium Generale van de Universiteit van Amsterdam, was bedenker en chef van de bijlage Letter & Geest van dagblad Trouw en oprichter en hoofdredacteur van het weekblad Opinio.

Tekst op website uitgever
Een keuze uit de veelgelezen columns van Jaffe Vink in Trouw. De grote ‘life hacks’uit de geschiedenis.

De uitvinding van de trapfiets met pedalen, kettingaandrijving en luchtbanden was een grote verandering. Je kon nu zelf bepalen wanneer je weg wilde en waar je heen wilde. Je kon het dorp verlaten. De fiets gaf vrijheid. En dan de uitvinding van de lift met valbeveiliging – dat was een sensatie. Elk warenhuis, hotel en appartementencomplex wilde een lift. De lift heeft de moderne stad mogelijk gemaakt. De aardappeleters van Van Gogh hadden in 1885 geen benul van wat er gaande was, laat staan van wat er nog zou komen: van de naaimachine tot de zonnebril, van de container tot het koffiefilterzakje,van chocola tot stortbeton, van schroevendraaier tot lippenstift. Dit boek, vol schitterende illustraties, bevat vijftig verhalen over uitvindingen die ons leven op een onvoorstelbare manier hebben veranderd. Wie is de uitvinder van de lucifer, van het strijkijzer, van de draaideur, van de rits, van Monopoly? Wie van de BH? En wie is de uitvinder van patatfriet?

Fragment uit De container
Hoe gewoon zo'n ding er ook uitziet, ooit heeft iemand jaren en jaren lopen piekeren, papiertjes vol gekrabbeld, nachten wakker gelegen - en toen kwam het idee voor zo'n grote metalen kist die vervoerd kan worden door vrachtauto's, schepen en treinen: de uitvinding van de container.
  Het was Malcom McLean die na zijn middelbare school was gaan werken bij een benzinestation in het stadje Winston-Salem in de Amerikaanse staat North Carolina. Toen hij 21 was had hij genoeg gespaard om een tweedehands vrachtauto te kopen voor 120 dollar. Samen met een broer en zus richtte hij McLean Trucking Co. op. Het was 1934.
  Malcom kwam vaak in de havens. Dan zat hij in zijn truck te wachten tot hij aan de beurt was. En hij zag hoe traag het laden en lossen van de schepen verliep. Alle kratten werden een voor een gelost van de vrachtwagen, in een strop gehaakt en in het ruim gehesen. Wachten. Volgende krat. Wachten. Het laden van een schip kostte dagen. Het lossen van een schip kostte dagen.
  Zou de oplegger van de vrachtwagen niet gewoon op het schip kunnen? Roll-on. Roll-off. Nee, de oplegger nam te veel ruimte in beslag. Malcom tekende een rechthoekige metalen kist. Standaardmaten voor een vrachtauto, schip en trein. De container

Het zou nog zo'n twintig jaar duren voordat zijn idee werkelijkheid werd. McLean Trucking Co. was uitgegroeid tot een bedrijf met 1770 vrachtwagens. Omdat de Amerikaanse regelgeving niet toestond dat de eigenaar van een transportbedrijf tegelijk ook reder werd, verkocht hij zijn vrachtagens en kocht twee tankers uit de Tweede Wereldoorlog, die hij liet ombouwen voor containervervoer.
  Op 26 april 1956 laadde McLean een schip met 58 containers in de haven van Newark en zette koers naar Houston. En toen duurde het nog tien jaar voor een containerschip de oceaan overstak: in 1966 arriveerde de Fairland met 226 containers in de Prinses Beatrixhaven in Rotterdam. Het was het begin van de globalisering van het transport. 

Alles gaat nu over de hele wereld en negentig procent van deze wereldhandel gaat per schip. Elektronica, huisraad, voedsel, machines, kleding, metaalfabrikaten, de onderdelen van een iPhone. En het is goedkoop. Het vervoer van een fles wijn van Australië naar Rotterdam kost twaalf cent. En het gaat ingenieus. Een bepaalde container uit Sjanghai komt, te midden van miljoenen containers, via de robotterminal op de tweede Maasvlakte precies op de uitgerekende plek in Duisberg terecht.

Enkele jaren na de komst van het eerste containerschip kwam de Club van Rome met een rapport vol sombere voorspellingen: Grenzen aan de groei. Maar de groei ging op een onvoorstelbare manier door. 
  Het grootste containerschip is nu 400 meter lang en 60 meter breed. Capaciteit: 24.004 containers. Toen de Fairland er met zijn 226 containers aankwam, was Rotterdam de grootste haven ter wereld. Rotterdam is nu niet meer de grootste, maar wel vier keer zo groot geworden. Op de top 10 is geen Amerikaanse of Russische haven te vinden, wel zeven Chinese, waaronder Guangzhou, Qingdao en Shenzhen. Eén Zuid-Koreaanse. Rotterdam op 10. De lijst wordt aangevoerd door Shanghai. Op 2: Singapore. Op 3: Ningbo & Zhoushan, twee havens aan dezelfde baai, die gezamenlijk regeren over de zee. We weten veel, amar wie kent Ningbo & Zhoushan? (pagina 93-94)

Lees als aanvulling bijvoorbeeld Gouden jaren : hoe ons dagelijks leven in een halve eeuw onvoorstelbaar is veranderd van Annegreet van Bergen (uit 2014)

Lees (aanvullend): Fanta Voogd. Futurama : een kroniek van de toekomst (ook uit 2022)

Terug naar Overzicht alle titels


Frans de Waal 4

Anders : gender door de ogen van een paleontoloog
Atlas Contact 2022, 423 pagina's € 24,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Wikipedia: Frans de Waal (1948)

Korte beschrijving
In ‘Anders’ vertelt Frans de Waal over de verschillen tussen gender en sekse bij mensen en primaten. Hoe fungeert de matriarchale samenleving van bonobo’s? En waarom zijn bij chimpansees de mannen dominant en sterk territoriaal? Het boek onderschrijft het verschil tussen biologische sekse en sociaal gevormde gender, maar toont ook aan dat biologie en cultuur met elkaar verbonden blijven. Daarbij rechtvaardigt de biologie genderongelijkheid echter niet, omdat mensen en andere primaten niet alle gedragsverschillen tussen de genders delen. De Waal gaat ook in op seksualiteit, gendergerelateerd geweld en vriendschap, om zo een genuanceerd beeld van gender te scheppen. Informatief en onderhoudend geschreven, met persoonlijke passages. Met illustraties en foto’s. Voor lezers met interesse in evolutiebiologie en de maatschappelijke discussie rondom genderidentiteit. Frans de Waal ('s-Hertogenbosch, 1948) is een wereldberoemde Nederlands-Amerikaans-Italiaanse academisch docent, primatoloog en etholoog. Zijn werk werd in meerdere landen uitgegeven en won verschillende literaire prijzen, zoals de Ariëns Kappers Medal, de Arthur W. Staats Award en de Los Angeles Times Book Prize.

Tekst op website uitgever
In Anders buigt bioloog Frans de Waal zich over gender en sekse bij mensen en andere primaten. Hij wijst op universele geslachtsverschillen, maar ziet geen biologische reden voor genderongelijkheid.

In 'Anders' buigt de wereldberoemde primatoloog Frans de Waal zich over verschillen in sekse en gender bij de mens en andere dieren. Hij maakt hierbij gebruik van zijn grote kennis van onze naaste verwanten: chimpansees en bonobo’s. Wat is het geheim van de door vrouwen geleide vreedzame samenleving van bonobo’s? En wat kunnen wij mensen leren van mannelijke dominantie en territorialiteit bij chimpansees? Tegenwoordig wordt vaak beweerd dat genderverschillen het resultaat zijn van sociale vorming, maar De Waal toont aan dat het een biologische basis heeft. Hij behandelt onderwerpen als genderidentiteit, seksualiteit, gendergerelateerd geweld, vriendschap en zorgzaamheid, en laat overtuigend zien dat de evolutionaire biologie bijdraagt aan een genuanceerder cultureel begrip van gender.

Fragment uit (de) Inleiding
In de jungle van Thailand was de grootste vrees van de fandi's - jagers die vroeger wilde olifanten vingen voor het zware werk in de bosbouw - niet dat er een olifant met grote slagtanden in hun val zou zitten. Een grote olifantenstier was minder gevaarlijk dan een kalfje dat gevangenzat terwijl zijn moeder binnen gehoorafstand rondliep. Heel wat fandi's hebben het leven verloren door in razernij ontstoken olifantkoeien.

Bij onze eigen soort is de verdediging door een moeder van haar kinderen zo onvoorspelbaar dat koning Salomon er volgens de Hebreeuwse Bijbel volledig op vertrouwde. Toen hij werd geconfronteerd met twee vrouwen die allebei beweerden de moeder van een baby te zijn, vroeg hij om een zwaard. Hij stelde voor de baby in tweeën te splijten zodat de vrouwen ieder een helft mee konden nemen. De ene vrouw accepteerde de uitspraak, maar de ander protesteerde en verzocht de baby dan maar liever aan de andere vrouw te geven. Zo wist de koning wie de echte moeder was. De Britse detectiveschrijver Agatha Christie stelde: 'Zoals de liefde van een moeder voor haar kind is er niets anders op de wereld. Deze liefde kent geen wet, geen medelijden, verzet zich overal tegen en verplettert alles wat op haar pad komt meedogenloos.'

Terwijl we bewondering hebben voor moeders die het voor hun kinderen opnemen, hebben we weinig op met de vechtlust van menselijke mannen. Jongens en vaders veroorzaken vaak confrontaties, doen stoer, verbergen hun zwakheden en zoeken het gevaar op. Niet iedereen vindt dit een aantrekkelijke kant van mannen, en sommige deskundigen keuren dit soort gedrag af. Ze spreken van een 'traditionele ideologie van masculiniteit', wat niet echt als een compliment is bedoeld. In een document uit 2018 definieerde de American Psychological Association (APA) deze ideologie als een denkwijze die was gericht op 'antivrouwelijkheid, prestatie, vermijding van tekenen van zwakte, avontuur, risico en geweld'.  het streven van de APA was om mannen van deze ideologie te redden blies nieuw leven in de discussie over 'toxische masculiniteit', maar leidde ook tot verzet tegen de algehele afkeuring van typisch mannelijk gedrag.

Het is gemakkelijk te begrijpen waarom de mannelijke en vrouwelijke patronen van agressie zo verschillend worden beoordeeld: alleen de eerste zorgen voor problemen in de maatschappij. Met mijn afschuw voor de dood van Luit wil ik hier mannelijke rivaliteit niet als onschuldig vermaak neerzetten. Maar wie zegt dat die rivaliteit het product van ideologie is? Dat is wel een heel forse aanname, waarbij ervan uit wordt gegaan dat we macht hebben over ons eigen gedrag en dat zelfs kunnen vormgeven. Als dat zo zou zijn, zou het dan niet volkomen anders moeten zijn dan dat van de meeste andere soorten? Maar dat is nauwelijks het geval. Bij de meeste zoogdieren streven de mannen naar status of een territorium, terwijl de vrouwen hun kinderen fel verdedigen. Of we dit gedrag nu goedkeuren of afkeuren, het is voor beide geslachten altijd de weg geweest naar een genetische nalatenschap.

Ideologie heeft er weinig mee te maken. (pagina 10-11)

Lees ook: Lees ook: De bonobo en de tien geboden : moraal is ouder dan de mens (2013), Een tijd voor empathie : wat de natuur ons leert over een betere samenleving (uit 2009) en Mama's laatste omhelzing : over emoties bij dieren en wat ze ons zeggen over onszelf (uit 2019).

Terug naar Overzicht alle titels


Thomas Halliday

Oerland : een reis door de werelden die achter ons liggen
Thomas Rap 2022, 414 pagina's - 

Oorspronkelijke titel: Otherlands : a world in the making (2022)

Thomas Halliday (1989)

Korte beschrijving
Een informatief en onderhoudend boek over de aarde zoals die ooit was, en de werelden die bestonden voor de komst van de mens. Terugreizend in de tijd naar het begin van complex leven dompelt Thomas Halliday de lezer onder in oeroude landschappen. Van de mammoetsteppe in de ijstijd naar de weelderige regenwouden van het Antarctica in ecoceen met zijn kolonies reuzenpinguïns. Deze verdwenen werelden lijken verzonnen, maar elke beschrijving ervan – of het nu de kleur is van het schild van een kever of het ritme van een pterosaurus in vlucht – is terug te vinden in de fossielen die Halliday bestudeert. ‘Oerland’ is in een heldere stijl geschreven, met ruimte voor het persoonlijke perspectief en de professionele praktijk van de auteur. Het boek bevat kaarten en gedetailleerde illustraties van uitgestorven plant- en diersoorten in zwart-wit. Voor geoefende lezers met verregaande interesse in het onderwerp. Thomas Halliday is paleontoloog, evolutiebioloog en wetenschappelijk medewerker van het Natural History Museum.

Tekst op website uitgever
Terugreizend in de tijd naar het begin van complex leven, dwars door alle zeven continenten, dompelt Thomas Halliday ons onder in oeroude landschappen. Van de mammoetsteppe in de ijstijd naar de weelderige regenwouden van het Antarctica in het eoceen met zijn kolonies reuzenpinguïns, naar het Australië van het ediacarium waar de maan veel meer roze was dan onze huidige maan. Deze verdwenen werelden lijken verzonnen, maar elke beschrijving ervan – of het nu de kleur is van het schild van een kever of het ritme van een pterosaurus in volle vlucht – is terug te vinden in fossielen.

Oerland is een epische, adembenemende reis naar het verre verleden en laat de aarde zien zoals die ooit was, en de werelden die er voor ons waren.


Fragment uit (het) Nawoord: Een dorpje met de naam Hoop

De stabiliteit van het systeem van atmosferische stromingen wordt in stand gehouden door de verschillen in temperaturen tussen de hoge en de lage breedtegraden. Als op het noordelijke halfrond de poollucht naar het zuiden en de warmere lucht naar het noorden beweegt, komen ze samen in één stroming - de straalstroom - die dankzij de draaiing van de aarde naar het oosten trekt. Een zware luchtmassa mengt zich moeilijk met een lichtere luchtmassa, zodat in het algemeen de zware poollucht en de warmere, lichtere lucht uit het zuiden niet versmelten. Daardoor ontstaat er op het vlak waar ze elkaar treffen een sterke stroming. Als de aarde opwarmt en de temperatuurverschillen tussen de poolstreken en de gematigde streken kleiner worden, raken luchtmassa's met elkaar vermengd. Daarbij wekken ze kleine wervelwinden op en wordt de stroom turbulenter, waardoor de cohesie van de polaire vortex vermindert. De grens tussen de polaire en gematigde cellen vervaagt en wordt instabiel, zodat het pad van de straalstroom veel verder naar het noorden en het zuiden reikt, vooral in de winter. Door de relatieve temperatuurverschillen boven continenten heeft bijvoorbeeld de straalstroom boven Noord-Amerika de neiging om in de winter ver naar het zuiden te zakken en koude poollucht over een groot deel van het continent te blazen. Als gevolg daarvan heeft Noord-Amerika de afgelopen jaren regelmatig te maken gehad met regionale koudegolven, die veroorzaakt zijn door de wereldwijde temperatuurstijging en de temperatuurnivellering. Op 9 februari 2020 meldde een weerstation op Seymour Island ene nieuw warmterecord  voor Antarctica in de moderne tijden: 20,75 graden Celsius; en de gemiddelde temperatuur gaat al decennialang jaar na jaar gestaag omhoog.

Dit mag geen verrassing zijn. Door onze atmosfeer te vergelijken met die in het verleden kunnen we voorspellen hoe wereldwijde klimaten eruit zouden moeten zien. De huidige atmosfeer lijkt qua samenstelling op die van het oligoceen, de overgangsfase tussen broeikas en sneeuwbal. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) verwacht dat we - als we de huidige plannen uitvoeren - nog binnen de levensduur van onze jongste kinderen een CO2-niveau in onze atmosfeer bereiken dat sinds het eoceen niet meer zo hoog is geweest. En mocht dat gebeuren, dan zullen we uiteindelijk ook de temperaturen uit het eoceen bereiken. De onzekerheid ligt niet in de hoogte van de uiteindelijke temperatuur, maar uitsluitend in de hoeveelheid tijd die het de atmosfeer kost om zich aan te passen, aangezien de terugkoppelingssystemen van het milieu van de aarde zorgen voor een vertraging tussen het bereiken van atmosferische stabiliteit en een uiteindelijk temperatuurniveau. Er is maar één manier om deze concentraties - en daarmee deze temperaturen - te voorkomen: de zuurkoolemissie sneller verminderen dan momenteel is gepland.

Het merendeel van de koolstofemissies is afkomstig van fossiele brandstoffen: olie die is ontstaan uit de lichamen van plankton, en steenkool die is ontstaan in de lycopodenmoerassen. Tot dusverre zijn er drie biljoen ton aan koolstof in fossiele brandstoffen ontdekt, waarvan slechts zo'n half biljoen ton is verbrand; en toch voelen we de effecten al. Het fossielenarchief toont ons de omstandigheden die tot de vorming van deze voorraden hebben geleid, en de uitgestrekte tropische moerassen van het carboon zullen vandaag de dag niet meer terugkeren. De wereld verkeert simpelweg niet in de positie om de koolstofreserves op een natuurlijke wijze op te slaan in de hoeveelheid die vereist is om klimaatverandering tegen te gaan. Planten zijn nog steeds het grootste koolstofriool in de moderne tijd, en verhoogde CO2-niveaus zullen fotosynthese enigszins stimuleren. Maar we hebben nog niet de bosrijke ecosystemen en uitgestrekt emoerassen die nodig zijn voor de vorming van genoeg steenkool om ons verbruik te compenseren. (pagina 338-340)

Terug naar Overzicht alle titels


Emma Marris

Waarom wilde natuur niet meer bestaat : een nieuwe kijk op de relatie tussen mens en dier
Nieuw Amsterdam 2022, 368 pagina's € 27,99

Oorspronkelijke titel: Wild souls : freedom and flourishing in the non-human world (2021)

Wikipedia: Emma Marris (1979)

Korte beschrijving
Een boeiend boek over de relatie tussen mens, dier en natuur. Maris vertelt ontroerende verhalen over Peruviaanse apen, de Australische buideldas, zeldzame vogels op Hawaii en majestueuze wolven in Oregon. Daarbij confronteert ze de lezer met vragen over wat wildernis nog betekent en hoe onze relatie met en verantwoordelijkheid voor dieren in het wild zouden moeten zijn. Informatief, maar ook onderhoudend. In prettige, heldere stijl geschreven. Emma Marris (1979) is een bekroonde journalist en milieuactivist. Ze publiceert regelmatig in onder meer The New York Times, The Atlantic en National Geographic. Eerder publiceerde ze 'Rambunctious Garden'.

Tekst op website uitgever
Bepaalt de mens welke dieren in het wild wel of niet beschermd moeten worden? Kan jagen ecologisch verantwoord zijn? Bestaan er nog wel wilde dieren op een planeet die wordt gedomineerd door de mens? Wat als er in Nederland niet slechts een paar, maar honderd wolven rondlopen?

Emma Marris neemt de lezer mee de wereld over en vertelt ontroerende en inspirerende verhalen over Peruviaanse apen, de Australische buideldas, zeldzame vogels op Hawaii en majestueuze wolven in Oregon. Daarbij confronteert ze de lezer met vragen over wat wildernis nog betekent en hoe onze relatie met en verantwoordelijkheid voor dieren in het wild zouden moeten zijn. Waarom wilde natuur niet meer bestaat vormt een belangrijke bijdrage aan de discussie over de natuur en de plaats van de mens daarin.

'In tegenstelling tot de meesten van ons, denkt Emma Marris goed na over wat woorden als "wild" en "natuur" betekenen. Ze formuleert antwoorden die even fascinerend als onverwacht zijn.' Charles C. Mann, auteur van o.a. De tovenaar en de profeet

'Hoe denken we over onze relatie met andere levende wezens op aarde? Wilde dieren is een uitdagende visie voor de komende decennia.' Neil Shubin, auteur van o.a. De vis in ons

'Een heel belangrijk boek, dat de ene interessante pijl na de andere op de kern van de zaak richt.' Andrew Solomon, auteur van o.a. Ver van de boom


Fragment uit 3. Filosoferen over het niet-menselijke

De mens is altijd een diersoort tussen andere geweest. Zo beschouwt men in veel culturen zichzelf nog steeds. Maar de cultuur waarin ik opgroeide gaf mij een heel ander beeld, waarin mensen zichzelf helemaal niet zien als dieren en waarin dieren simpele wezens zijn die worden geleid door hun instinct. Elke verplichting om ze goed te behandelen kwam neer op een vorm van liefdadigheid jegens mindere wezens. Beide ideeën, die van dieren als verwanten of als mindere wezens zonder bewustzijn, kennen we al heel lang.
  Het idee van dieren als verwanten is vrijwel zeker ouder. Tijdens het grootste deel van onze evolutionaire geschiedenis waren andere dieren zowel een existentiële bedreiging voor ons als een bron van levensonderhoud. In onze begintijd waren we waarschijnlijk vaker prooi dan roofdier. Ook nu nog worden primaten, van dwergmuismaki's tot reusachtige gorilla's, belaagd door allerlei dieren, van uilen tot luipaarden en tijgers. En fossiele resten van onze voorouders en hun familie tonen aan dat het voor ons vermoedelijk niet anders  was. Een kleuterschedel van een Australopithecus africanus, 2,8 miljoen jaar oud, vertoont krassen die er precies zo uitzien als de krassen die adelaars vandaag de dag op apenschedels maken, en het schedeltje werd gevonden in een hoop botten die typerend is voor roofvogels. In de ongeveer twee miljoen oude schedel van een voorouder die Paranthropus wordt genoemd zitten twee kleine gaten, met exact de omvang en de afstand tot elkaar als past bij een hedendaagse tijgersoort. Fossiele mensachtigen van zo'n 1,8 miljoen jaar oud, gevonden in wat nu Georgië is, vertonen knaagsporen van grote katten of hyena's. 
  Prooi zijn heeft ons gevormd. Onze sociale aard kan deels zijn veroorzaakt door het gegeven dat het veilig was om in grote groepen te leven in ene tijd dat luipaarden gevaarlijker voor ons waren dan virussen. Onze vele talen kunnen zijn ontstaan als alarmkreten om elkaar te attenderen op naderende roofdieren. Sommige onderzoekers denken dat we rechtop zijn gaan lopen omdat we zo in het grasland beter konden uitkijken naar roofdieren zoals grote meerkatten of prairiehonden. Rechtopstaand leken we ook groter, waardoor bepaalde aspirant-aanvallers wellicht werden afgeschrikt. Rondlopen op twee benen betekende ook dat we relatief makkelijk onze baby's konden optillen om weg te rennen als er gevaar dreigde. Zulke details blijven speculatief, maar het zou wel heel eigenaardig zijn als het miljoenen jaren opgejaagd worden door andere dieren onze evolutionaire richting niet had beïnvloed. 

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels