maandag 16 januari 2023

Chantal Schinkels


Het koopinfuus : hoe we verslaafd worden gemaakt aan online bestellen

Atlas Contact 2023, 270 pagina's € 20,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Website van Chantal Schinkels (19?)

Korte beschrijving
Een verhandeling over moderne e-commerce, misleiding van de consument en de manipulatie van online koopgedrag. Tegenwoordig kun je een gesprek voeren over een specifiek onderwerp of product om even later een advertentie te ontvangen voor precies dat waar je het met je vriend of vriendin over had. Dit is geen toeval, want online retailers verzamelen op grote schaal data over consumenten, die ze vervolgens weer inzetten om ons nóg meer te laten kopen. Uit onderzoek blijkt dat 97 procent van de meest gebruikte webshops een vorm van misleiding bevat. Niet alleen Google en Amazon maken zich hier schuldig aan; ook in Nederland worden we op grote schaal aan het koopinfuus gelegd. De auteur laat zien welke grenzen hierbij worden overschreden en pleit voor (zelf)regulering. Informatief, maar ook onderhoudend geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Met zwart-witdiagrammen. Chantal Schinkels heeft meer dan tien jaar ervaring in de e-commerce. Ze is spreker en social tech- en e-commerce-expert. Eerder schreef ze het boek 'De IT girl'.

Tekst op website uitgever
Je hebt het in een gesprek over een bepaald type sneakers en even later zie je van precies die sneakers online een advertentie. Toeval? Natuurlijk niet. Adverteerders en online retailers verzamelen op grote schaal data over consumenten die ze vervolgens weer inzetten om ons nóg meer te laten kopen. Ze gaan steeds verder in hun drang naar meer data en meer conversie – zonder zich de vraag te stellen of hun werkwijze wel ethisch verantwoord is. Online shoppen is een casino geworden waarbij alles erop is gericht om je door te laten spelen. Uit onderzoek blijkt dat 97 procent van de meest gebruikte webshops een vorm van misleiding bevat, van artikelen die ongevraagd worden toegevoegd aan je winkelmandje tot accounts die bijna onmogelijk zijn te verwijderen. Er zit dataverzameling op hoog niveau achter, die heel bewust wordt ingezet om ons koopverslaafd te maken. En dat geldt niet alleen voor de bekende big tech-bedrijven zoals Google en Amazon: ook in Nederland worden we op grote schaal aan het koopinfuus gelegd. In dit boek onderzoekt Chantal Schinkels welke grenzen we precies overgaan en laat ze zien waarom (zelf)regulering keihard nodig is. Daarbij biedt ze bedrijven die wél ethisch verantwoord willen gaan werken een heldere blauwdruk en geeft ze een aanzet voor een nieuwe ethische code voor de hele sector.

Fragment uit 3. Heb ik nog een keuze?
De alligator en de rechter

Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman liet ons voor het eerst kennismaken met twee denkbeeldige personages in ons brein: systeem 1 en systeem 2. Systeem 1 staat voor het onbewust denkende brein dat razendsnel intuïtieve beslissingen neemt; systeem 2 is het bewust denkende en rationele brein.
  Als je vaker een boek hebt gelezen over psychologie en marketing, ben je vast bekend met de twee systemen van Kahneman, Een goede manier om de werking van de twee systemen uit te leggen is van Zoe Chance, professor aan de Yale School of Management en auteur van het boek Invloed is je superkracht. Daarin schrijft ze over de alligator en de rechter. Waar de alligator aangestuurd wordt op instincten en gewoonten en altijd klaarstaat om onmiddellijk in actie te komen, is de rechter bewust en rationeel. De mens heeft zowel een alligator als een rechter in zich. 
  Je zou het misschien niet verwachten, maar de alligator is verantwoordelijk voor ongeveer 95 tot 99 procent van onze beslissingen en is dus enorm bepalend voor hoe we als mens reageren, Chance schrijft dat haar studenten altijd enorm tegenstribbelen als ze horen dat het meeste gedrag door de alligator bepaald wordt. Natuurlijk neem je weleens een beslissing op de rationale manier, maar dat wil niet zeggen dat je niet door de alligator beïnvloed wordt. Dat is trouwens geen kwestie van intelligentie; ook de meest intelligente mensen nemen op deze manier beslissingen. Als we elke beslissing zouden nemen op basis van ratio, zou dat ons brein zoveel energie kosten dat normaal functioneren onmogelijk wordt.
  Ook onze lichamelijke gesteldheid kan invloed hebben op de beslissingen die we nemen. Wist je dat je naarmate je vermoeid raakt automatisch steeds meer neigt naar de gemakkelijke keuze? Een studie naar beslissingen over borgtocht bracht een bizar patroon aan het licht. Het bleek namelijk dat gevangenen die aan het begin van een sessie werden voorgeleid aan een rechter, een kans hadden van 65 procent om op borgtocht vrijgelaten te worden. Aan het einde van de sessie was deze kans bijna nul. De onderzoekers concludeerden dat de rechters naarmate ze vermoeider werden ten prooi vielen aan beslissingsmoeheid en honger. Aan het begin van een sessie hadden ze nog oog voor bepaalde details en wogen ze het beschikbare materiaal zorgvuldig af. Maar toen de alligator het overnam door vermoeidheid, bleek het onderbuikgevoel te winnen. Want wat zegt onze onderbuik over gevangenen? Dat ze niet voor niets in een gevangenis zitten. Borgtochtverzoek afgewezen! Hetzelfde gebeurt als je een stapel cv's moet doorploegen of als je met honger een supermarkt in stapt. Ineens blijkt je boodschappentas vol te zitten met producten die je helemaal niet nodig had. (pagina 72-73)

Artikel uit 2020 tjokvol boeken die aansluiten bij dit boek: The time is now – Hersenen en gedrag. Én Kahneman zit er ook bij.

Terug naar Overzicht alle titels

Amitav Ghosh


De vloek van de nootmuskaat : boodschap aan een planeet in crisis

Atlas Contact 2023, 367 pagina's  € 29,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Oorspronkelijke titel: The Nutmeg's Curse: Parables for a Planet in Crisis (2021)

Wikipedia: Amitav Ghosh (1956)

Korte beschrijving
Een actueel essayistisch boek over het verband tussen de westerse koloniale geschiedenis en de huidige klimaatcrisis. Amitav Ghosh maakt van de geschiedenis van de nootmuskaat een parabel voor de hedendaagse milieucrisis, die onthult hoe de westerse welvaart altijd afhankelijk is geweest van aardse materialen zoals specerijen, opium en fossiele brandstoffen. De huidige mondiale problemen, stelt Ghosh, zijn het resultaat van een mechanistische kijk op de aarde. Door discussies over de VOC en het kolonialisme te verweven met de klimaatcrisis en de spiritualiteit van oorspronkelijke gemeenschappen vandaag de dag, biedt het boek een scherpe kritiek op de dominante ideologie in het Westen.‘De vloek van de nootmuskaat’ is erudiet en scherpzinnig geschreven. Vooral geschikt voor geoefende lezers. Met historische kaarten, illustraties en foto’s in zwart-wit.Amitav Ghosh (1956) is een Indiase schrijver van zowel fictie als non-fictie. Hij ontving diverse prijzen over de hele wereld en zijn werk verscheen o.a. in The New Yorker, The New Republic en The New York Times.

Tekst op website uitgever
Wat heeft de strijd om het monopolie op de handel in de muskaatnoot te maken met de hedendaagse klimaatverandering? Amitav Ghosh’ boek leidt onze hedendaagse planetaire crisis terug naar de ontdekking van de Nieuwe Wereld en de zeeroute naar de Indische Oceaan. Centraal staat de nu alomtegenwoordige nootmuskaat. In de handen van Ghosh wordt het verhaal van de nootmuskaat een parabel voor onze milieucrisis, die onthult hoe onze welvaart altijd afhankelijk is geweest van aardse materialen zoals specerijen, thee, suikerriet, opium en fossiele brandstoffen. De huidige mondiale problemen zijn uiteindelijk het resultaat van een mechanistische kijk op de aarde, waar de natuur alleen bestaat als een grondstof die mensen voor hun eigen doeleinden kunnen gebruiken, in plaats van een eigen kracht. Door discussies over de geschiedenis van de VOC en het kolonialisme te verweven met de klimaatcrisis en de spiritualiteit van oorspronkelijke gemeenschappen vandaag de dag, biedt dit boek een scherpe kritiek op de dominante ideologie in het Westen.

Fragment uit 14. 'De goddelijke engel van de ontevredenheid'
Wanneer de machtigen en de superrijken zeggen dat ze van plan zijn Mars te koloniseren om het voortbestaan van het menselijk ras te garanderen, of dat ze ondergrondse bunkers bouwen in Nieuw-Zeeland, wat bedoelen ze dan eigenlijk? Op welke onuitgesproken veronderstellingen zijn dergelijke projecties gebaseerd?
  Het is duidelijk dat de noodzaak om het voortbestaan van het menselijk ras te verzekeren alleen zou ontstaan als de Aarde onbewoonbaar zou worden - misschien als gevolg van een 'verre goddelijke gebeurtenis' die een nieuwe Grote Sterfte zou hebben veroorzaakt, op een veel grotere schaal dan die welke volgde op de Europese verovering van de Amerika's. Dit ligt zó voor de hand dat het niet eens gezegd hoeft te worden; de dreiging van deze apocalyps wordt stilzwijgend aangenomen, net zoals het massale uitsterven van de 'kleine rassen' ooit als vanzelfsprekend werd beschouwd door de westerse elites. In het verleden, net als nu, werd het niet beleefd gevonden om in het openbaar te pleiten voor uitroeiing; in het verleden, net als nu, werd het niet fatsoenlijk gevonden, of noodzakelijk, om massale sterfgevallen te vermelden. Ze verdwenen slechts naar de achtergrond als onuitgesproken veronderstellingen.
  Maar natuurlijk was niet iedereen altijd beleefd; er waren velen die gene blad voor de mond namen als ze over uitroeiing spraken. Generaal William T. Sherman, bijvoorbeeld, schreef in 1873: 'We moeten met wraakzuchtige ernst optreden tegen de Sioux, zelfs tot hun uitroeiing aan toe, mannen, vrouwen en kinderen [...] tijdens een aanval moeten de soldaten geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen, of zelfs maar onderscheid naar leeftijd.' Soldaten waren ook niet de enige voorstanders van dit beleid L. Frank Baum, schrijver van The Wonderful Wizard of Oz, schreef eens: 'De blanken zijn, door de wet van de verovering, door het recht van de beschaving, de meesters van het Amerikaanse continent, en de beste veiligheid van de nederzettingen aan de frontier zal worden verzekerd door de totale vernietiging van de weinige overgebleven indianen. Waarom geen vernietiging?  Hun glorie is vervlogen, hun geest is gebroken, hun mannelijkheid is uitgewist beter dat ze sterven als de ellendige stakkers die ze zijn. 
  Ook vandaag is niet iedereen zo beleefd om de veronderstelde apocalyps te negeren. (pagina 195-196)

Terug naar Overzicht alle titels


Milio van de Kamp


Misschien moet je iets lager mikken : een verhaal over armoede en kansenongelijkheid

Atlas Contact 2023, 214 pagina's  € 20,--

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Korte bio van Milio van de Kamp (1991)

Korte beschrijving
Een persoonlijk verslag over de impact van armoede en kansenongelijkheid. Milio van de Kamp beschrijft zijn kansarme jeugd en hoe hij uiteindelijk uit de armoede is ontsnapt. In het huis waarin hij opgroeide was regelmatig geen licht of warm water en in de buurt waar hij woonde was criminaliteit aan de orde van de dag. Van de Kamp bespreekt de gevolgen van armoede — vervreemding van de familie, je nergens volledig thuis voelen, hoge schulden, depressie — en de stigma’s waar hij tegenaan liep. Het boek legt de complexiteit van maatschappelijke ongelijkheid bloot en is tegelijkertijd een erkenning van de onvoorstelbare veerkracht van mensen die van jongs af aan geconfronteerd worden met hun ongelijke startpositie in het leven. In persoonlijke, engagerende stijl geschreven. Voor een brede tot geoefende lezersgroep.  Milio van de Kamp (1991) is socioloog en werkzaam als universitair docent aan de UvA. In 2022 werd hij verkozen tot FMG Docent van het Jaar. Eerder schreef hij over kansenongelijkheid en armoede in onder andere de Volkskrant en Het Parool..

Tekst op website uitgever
In het huis waarin Milio van de Kamp opgroeit is regelmatig geen licht of warm water en in de buurt waar hij woont is criminaliteit aan de orde van de dag. Toch lukt hem uiteindelijk wat zovelen niet lukt: ontsnappen uit armoede. Hoewel zijn docent hem adviseert ‘iets lager te mikken’, slaagt hij erin vanuit het vmbo de universiteit te bereiken. Maar de sociale stijging komt niet zonder offers. In Misschien moet je iets lager mikken vertelt Milio aan de hand van zijn eigen ervaringen over de impact van armoede en kansenongelijkheid. Vervreemding van je familie, je nergens volledig thuis voelen, hoge schulden, depressie. Steeds weer loopt hij tegen de stigma’s rondom armoede aan. Dit boek legt glashelder de complexiteit van maatschappelijke ongelijkheid bloot. Het is geen lofzang op het idee dat je alles kunt bereiken, mits je hard genoeg je best doet. Wél is het een erkenning van de onvoorstelbare veerkracht van mensen die van jongs af aan geconfronteerd worden met hun ongelijke startpositie in het leven

Fragment uit Ontwaking
Het tweede jaar aan de universiteit kun je gerust een ontwaking noemen. In mijn eerste jaar was ik vooral bezig mijn weg te vinden in alle informatie en de nieuwe wereld waar ik me ineens in bevond. In mijn tweede jaar had ik wat meer inzicht in de manier waarop de universiteit werkte en kon ik me tegelijkertijd gaan specialiseren. Ik begon steeds meer te lezen van en over klassieke denkers als Karl Marx. Zijn ideeën over het proletariaat, de lagere en arbeidersklasse, die onderdrukt worden door de heersende klassen, ook wel de elite of de bourgeoisie genoemd, gaven me een eerste, kleine verklaring voor mijn eigen ervaring. Tot dat moment kon ik namelijk niet goed plaatsen waarom ik me niet thuis voelde op de universiteit. De gevoelens van ongelijkheid waren er van het begin af aan geweest, maar de woorden om het te begrijpen ontbraken me. Klasse is tegenwoordig immers geen bewust onderdeel meer van onze identiteit, we classificeren ons bijvoorbeeld niet meer als onderdeel van de arbeidersklasse maar eerder in termen van bijvoorbeeld ras, etniciteit, religie, gender en seksualiteit. Je zou kunnen zeggen dat Marx mij de eerste lettergrepen bood om mijn eigen identiteit, mijn klassenidentiteit, te begrijpen.


Terwijl ik een paper schreef kwam ik bij toeval op een andere denker uit, een die ook schreef over ongelijkheid maar daarvoor een andere invalshoek had gekozen dan Marx: Pierre Bourdieu. Hij richtte zich meer op manieren waarop de heersende klasse zichzelf in stand houdt en de afstand tot de lagere en arbeidersklasse bewaakt (of zelfs vergroot). Hij gaf mij de spelling en grammatica om het leven van mezelf en anderen zoals ik vanuit een wetenschappelijk onderbouwd standpunt te beschrijven en begrijpen. Het lezen van zijn werk, en het werk dat op zijn gedachtegoed is gebaseerd, was de grootste openbaring in mijn prille academische carrière. Tot aan dat moment schreef ik alles toe aan individueel falen, ik was bijvoorbeeld boos op mevrouw Pinas, die had gezegd dat ik iets lager moest mikken, op mijn mbo-docent die me door zijn fout onnodig in de luidsprekerwinkel liet werken en de psychologiedocent die riep dat 'het hier geen mbo was'. Bourdieu leerde me de structuren te zien die onder al die individuele handelingen lagen, alsof ik de tralies van het klassensysteem waarin mijn omgeving gevangen zat ineens zo helder kon zien dat ik de ijzeren tralies bijna kon vastpakken.

Zo schreef Bourdieu over de onzichtbaarheid van klassenongelijkheid in het onderwijs vanuit het idee dat hij 'cultureel kapitaal' noemt, het gevoel en de kennis die je hebt van de cultuur, de mores, de gebruiken en de normen in een bepaalbepaalde omgeving, zoals bijvoorbeeld de universiteit. Het gaat om een feel for the game, om aanvoelen hoe je regens hoort te praten, bewegen en je gedragen. Hij liet zien hoe de middenklasse en elite het onderwijs domineren en vormgeven. Zij bepalen de normen en waarden die er gelden en beschermen, reproduceren en bestendigen zo de cultuur van de heersende klassen en daarmee de middenklasse en elite zelf. (pagina 185-186)

Lees bijvoorbeeld ook De onmisbaren : een ode aan mijn sociale klasse van Ron Meyer (uit 2021).

Artikel: Starry night aan het eind van de Shifttalks 2023 (november 2023); met een aanvulling over het boek van Milio van de Kamp (december 2023).

Terug naar Overzicht alle titels

Michael J. Sandel 4


Het onbehagen in de democratie : denken in tijden van crisis

Ten Have 2023, 478 pagina's € 24,99

Oorspronkelijke titel: Democracy's discontent : a new edition for our perilous times (2022)

Wikipedia: Michael J. Sandel (1953)

Korte beschrijving
Herziene editie* van het invloedrijke boek van Michael J. Sandel uit 1996. Sandel constateerde destijds al een diepe ontevredenheid in het democratisch bestel en de ongelijkheid tussen rijk en arm. In deze geactualiseerde editie laat hij zien hoe de geglobaliseerde economie een samenleving van winnaars en verliezers creëerde, die de voedingsbodem bleek van de giftige politiek van deze tijd. Met diepgang geschreven. Uitsluitend geschikt voor een geoefende lezersgroep.  Michael J. Sandel (Minneapolis, 1953) is een wereldberoemde schrijver, pedagoog, academisch docent en politiek filosoof. Hij schreef meerdere boeken. Zijn werk werd in meer dan vijftien landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
Het onbehagen in de democratie is een compleet herziene editie van het invloedrijke boek van Michael J. Sandel. Hij constateerde in de jaren 90 al een diepe ontevredenheid in het democratisch bestel en de ongelijkheid tussen rijk en arm.

Een kwart eeuw later heeft Sandel zijn visionaire werk geactualiseerd. Hij laat zien hoe de geglobaliseerde economie een samenleving van winnaars en verliezers creëerde, die de voedingsbodem bleek van de giftige politiek van onze tijd.

Over De tirannie van verdienste:
'De problemen die filosoof Michael J. Sandel aansnijdt in zijn boek zijn complex, maar de boodschap is helder: de elite moet ophouden zich verheven te voelen boven de rest. Want succes is niet altijd een kwestie van verdienste.' - De Volkskrant

'Zonder op zijn hurken te gaan zitten, analyseert Sandel haarscherp de enorme kloven in westerse samenlevingen.' - Trouw (vijf sterren)

Fragment uit (de) Inleiding tot de nieuwe editie
Democratie in gevaar

Het gaat niet goed met onze samenleving. Een verslagen president zet een woedende menigte aan om het Amerikaanse Capitool te bestormen, in een gewelddadige poging om te voorkomen dat het Congres het verkiezingsresultaat vaststelt. Meer dan een jaar a het begin van het presidentschap van Joe Biden blijven de meeste Republikeinen geloven dat de verkiezingen zijn gestolen van Donald Trump. En ondanks een pandemie die meer dan een miljoen Amerikaanse levens eist, onthullen heftige debatten over mondmaskers en vaccins hoe gepolariseerd we zijn. Publieke verontwaardiging over de moord op ongewapende zwarte mannen door de politie leidt tot een nationale afrekening met raciale onrechtvaardigheid, maar in heel Amerika vaardigen staten wetten uit die het moeilijker maken om te gaan stemmen.
  Het presidentschap van Donald Trump en de rancuneuze nasleep ervan werpen een donkere schaduw over de toekomst van de Amerikaanse democratie. Maar onze maatschappelijke problemen zijn niet begonnen met Trump en zijn ook niet afgelopen met zijn nederlaag. Zijn verkiezing was een symptoom van gehavende sociale verbanden en de geschonden staat van onze democratie.
  Al decennialang wordt de kloof tussen winnaars en verliezers steeds dieper - een kloof die onze politiek vergiftigt en ons uiteendrijft. Sinds de jaren 1980 en 1990 hebben regerende elites een neoliberaal globaliseringsproject uitgevoerd dat enorme winsten opleverde voor mensen aan de top, maar voor veel werkende mensen tot banenverlies en stagnerende lonen leidde. De voorstanders betoogden dat de winsten die de winnaars maakten, konden worden gebruikt om de verliezers van de globalisering te compenseren. Maar die compensatie is er nooit gekomen. De winnaars gebruikten hun bonussen om invloed te verwerven op hoge posities en hun winst te consolideren. De overheid was niet langer een tegenwicht voor geconcentreerde economische macht. Zowel Democraten als Republikeinen sloten zich aan bij de deregulering van Wall Street en oogstten riante bijdragen aan hun verkiezingscampagnes. Toen de financiële crisis van 2008 het systeem aan de rand van de afgrond bracht, gaven ze miljarden uit om de banken te redden, maar gewone huiseigenaren lieten ze aan hun lot over.
  De woede over de financiële reddingsoperatie en het verplaatsen van banen naar lagelonenlanden voedde het populistisch protest over het hele politieke spectrum: aan de linkerzijde de Occupy-beweging en Bernie Sanders als verrassend sterke uitdager van Hillary Clinton in 2016; aan de rechterzijde de Tea Party-beweging en de verkiezing van Trump.
  Sommige aanhangers van Trump voelden zich sterk aangetrokken tot zijn racistische uitlatingen. Maar hij profiteerde ook van woede die voortkwam uit legitieme onvrede. Vier decennia van neoliberaal beleid leidden tot een ongelijkheid in inkomen en welvaart die sinds de jaren 1920 niet meer is voortgekomen. De sociale mobiliteit stagneerde. Onder de niet-aflatende druk van bedrijven en hun politieke bondgenoten verloren de vakbonden hun macht. De productiviteit steeg, maar werknemers kregen een steeds kleiner deel van wat ze produceerden. De financiële wereld eiste een groeiend deel van de bedrijfswinsten op, maar investeerde minder in nieuwe productieve ondernemingen dan in speculatieve activiteiten die de reële economie nauwelijks hielpen. In plaats van direct iets te doen aan de sociale ongelijkheid en de stagnerende lonen, raadden de gevestigde partijen werknemers aan om zichzelf te ontwikkelen door een universitair diploma te behalen. (pagina 15-17)

Andere boeken van Michael SandelPleidooi tegen volmaaktheid : een ethiek voor gentechnologie (2012), Niet alles is te koop : de morele grenzen van markt werking (ook 2012), Politiek en moraal : filosofie voor het publieke debat (uit 2016) en De tirannie van verdienste : over de toekomst van de democratie (uit 2020).

Terug naar Overzicht alle titels

Lisa Doeland


Apocalypsofie : essays over recycling, groene groei en andere gevaarlijke fantasieën

Ten Have 2023, 174 pagina's € 21,98

Korte bio van Lisa Doeland (1982)

Korte beschrijving
Een filosofische verhandeling over het vooruitzicht dat de mensheid zal uitsterven. De auteur confronteert de lezer met het illusoire karakter van de ‘groene droom’: duurzaam willen leven zonder vervuiling en soortgelijke visies die volgens haar niet realistisch zijn en gedreven worden door consumptiekapitalisme. Haar filosofie is er niet één die geruststelt, maar biedt wel handvatten voor leven in tijden van uitsterving. Intelligent en verdiepend geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep.  Lisa Doeland (1982) is filosoof. Ze werkt aan de Radboud Universiteit en de UvA en doet promotieonderzoek naar afval. Samen met Naomi Jacobs en Elize de Mul schreef ze 'Onszelf voorbij: Kijken naar wat we liever niet zien' (2018). Haar essays verschenen onder meer in De Groene Amsterdammer, Wijsgerig Perspectief en de Nederlandse Boekengids.

Tekst op website uitgever
Hoe moet je leven in een wereld waarin het einde nadert, maar waarin we hardnekkig doen alsof er niets aan de hand is. We dromen van een wereld waarin dat wat wij weggooien ook echt weg is, waarin alles zich laat opruimen en oplossen. Doeland confronteert ons met het illusoire karakter van dit gedrag. Onze manier van leven creëert monsters die ons blijven besproken. Apocalypsofie stelt niet gerust, maar biedt wel handvatten voor leven in tijden van klimaatcatastrofe.

Leven gaat onvermijdelijk gepaard met verlies, met verval en met afval - wie leeft maakt vuile handen en laat een ecologische voetafdruk achter. Toch dromen we liever van recycling zonder restjes binnen een circulaire economie, van een wereld waarin alles zich laat opruimen en oplossen. Lisa Doeland confronteert ons met het illusoire karakter van deze 'Groene droom'. Apocalypsofie stelt niet gerust, maar biedt wel handvatten voor leven in tijden van uitsterving. Waar het op aankomt, is jezelf steeds de vraag stellen hoe je dat zo goed mogelijk kunt doen.


Fragment uit 9. De tovenaar, de profeet en de voddenraper
De voddenraper

Tussen die mensen op de vuilnisbelt scharrelt ook de voddenraper rond. Benjamin beschrijft hem als een provocatieve figuur van menselijk lijden. Hij is niet alleen gekleed in vodden, maar richt zich er ook op, en hij raapt bijeen wat de stad van zich afschudt. En hoewel het onmiskenbaar een figuur is die bestaat bij de gratie van het consumptiekapitalisme - als er niets wordt weggegooid valt er voor hem niets te halen, of zoals Benjamin het formuleert: 'het loon van de voddenraper, net als dat van de arbeider, is onlosmakelijk verbonden met het bloeien van de industrie' - is het óók een figuur dier ermee op gespannen voet staat. Volgens Benjamin heeft de voddenraper namelijk toegang tot de verborgen geschiedenis van hen die onderdrukt worden, van hen die gene plek hebben. Benjamin roept niet alleen de droomwerelden van het negentiende-eeuwse consumptie-kapitalisme op, maar maakt ook ruimte voor de 'vodden' en het 'afval' van de geschiedenis. Zoals Frederik Le Roy dat mooi samenvat, belichaamt de voddenraper het schrijven van de geschiedenis als een performatieve praktijk, die gestoeld is op het idee dat wanneer we de restjes van het historische afvalmateriaal verzamelen en deze in een collage-achtig geheel samenbrengen, de mogelijkheid ontstaat om het ongeziene en het onverwachte alsnog zichtbaar te maken. Er schuilt, kortom, een revolutionair potentieel in 'weggegooide' geschiedenissen.
  Bovendien is de voddenraper een verwaarloosde figuur, ook letterlijk, die niet past binnen het narratief van de vooruitgang. Zodoende biedt de voddenraper, vanuit het perspectief van het afval, de ruïne, het afgedankte artefact, een unieke kijk op de moderniteit. De voddenraper bevindt zich in een soort sociaal dodenrijk en heeft van daaruit toegang tot de verborgen geschiedenis van de onderdrukten. De voddenraper stelt ons volgens Benjamin in staat om 'de geschiedenis te grijpen in een moment van gevaar'. Kortom: door het afval van de geschiedenis te doorzoeken en te zien hoe het anders had kunnen gaan, en hoe het dus ook nu anders zou kunnen lopen, wordt een ander verleden en daarmee ook een ander heden en een andere toekomst mogelijk. (pagina 157-158)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Lees ook: Onszelf voorbij : kijken naar wat we liever niet zien dat zij samen schreef met Naomi Jacobs & Elize de Mul (in 2018).

Onderstaande titels worden in het boek aangestipt, en staan in de Bronnen én staan op dít blog

René ten Bos

Extinctie

2019

160

René ten Bos

Het geniale dier

2008

302

Melanie Challenger

Het dier in ons

2021

302

Amitav Ghosh

De vloek van de nootmuskaat

2023

367

Clive Hamilton

De provocerende aarde

2018

176

Bruno Latour

Oog in oog met Gaia

2017

432

Anna Lowenhaupt Tsing

De paddenstoel aan het einde van de wereld

2021

429

Charles Mann

De tovenaar en de profeet

2018

688

Timothy D. Morton

Ecologisch wezen

2018

256

David Wallace-Wells

De onbewoonbare aarde

2019

363

 Terug naar Overzicht alle titels

Olúfemi Taíwò


Tegen dekolonisatie : hoe we Afrikaanse soevereiniteit wél serieus kunnen nemen

Prometheus 2023, 315 pagina's   € 24,99

Oorspronkelijke titel: Reconsidering reparations (2022) 

Wikipedia: Olúfemi Taíwò (1990)

Korte beschrijving
Een scherpe analyse over de betekenis van het woord ‘dekolonisatie’. Waar het woord oorspronkelijk het ontsnappen aan westerse politiek en economische controle behelsde, wordt het volgens de auteur tegenwoordig vaak gebruikt om iemands eigen ‘morele zuiverheid’ of ‘authenticiteit’ mee aan te duiden, waarmee het Afrikaans gedachtegoed onderdrukt en Afrikaanse soevereiniteit ontkent. De auteur keert zich tegen de toepassing van de term en stelt dat de ‘dekolonisatie-industrie’ haar eigen doel ondermijnt: de ‘dekoloniseerders’ zouden de huidige Afrikaanse denkers negeren en infantiliseren. Intelligent, gedreven en grondig geschreven. Uitsluitend geschikt voor geoefende lezers. Olúfẹ́mi Táíwò (Ibadan, 1956) is een Amerikaans-Nigeriaanse academisch docent en filosoof. Hij schreef een klein aantal boeken. Zijn werk werd in meerdere landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
Dekolonisatie betekent niet meer wat het ooit betekende. Waar oorspronkelijk het ontsnappen aan westerse politieke en economische controle werd bedoeld, is de betekenis van de term tegenwoordig een stuk minder eenduidig. Vaak wordt het woord slechts gebruikt om iemands eigen ‘morele zuiverheid’ of ‘authenticiteit’ mee aan te duiden; het onderdrukt Afrikaans gedachtegoed en ontkent Afrikaanse soevereiniteit. Olúfẹ́mi Táíwò keert zich tegen de haast willekeurige toepassing van de term ‘dekolonisatie’, niet alleen in literatuur, taal en filosofie, maar ook in sociologie, psychologie en de zorg. Hij stelt dat de ‘dekolonisatie-industrie’ een serieuze bedreiging vormt voor Afrikaanse denkers en wetenschappers. Culturele dekolonisatie is een ongegrond en onrealistisch concept dat er blind voor pleit de gevestigde orde omver te stoten zonder een alternatief te bieden. Bovenal ondermijnt de beweging uiteindelijk haar eigen doel: de ‘dekoloniseerders’ negeren en infantiliseren de huidige Afrikaanse denkers, en leggen hun hun eigen waarden op. Tegen dekolonisatie is een fel maar gedegen pleidooi voor een modern, open en competent Afrika, tegen de heersende starre, antiwesterse sentimenten. Olúfémi Táíwò (1956) is een Nigeriaanse filosoof en doceert Afrikaanse politieke filosofie aan Cornell University. Over Tegen dekolonisatie: ‘We hebben meer doordachte analyses nodig over het verband tussen Afrikaans en westers gedachtegoed. Táíwò’s boek voorziet in deze behoefte.’ Financial Times ‘Een sensationeel boek.’ The Wall Street Journal ‘Een adembenemende afrekening.’ Prospect

Fragment uit (de) Inleiding
Het was in 1984 of 1985. Een mededoctoraalstudent aan de Universiteit van Toronto, geen Afrikaan, had gevraagd of ik bij 'het concert' was geweest. 'Welk concert?' vroeg ik. 'Het optreden van King Sunny Ade and his New African beats,' antwoordde hij. Ik was er niet bij geweest, maar ik weet nu zeker dat hij noch ik had kunnen bevroeden wat het gevolg van zijn uitbundige lof voor het optreden van de maestro voor mij zou zijn. Ik was al voordat ik tiener was een fan van Sunny Ade, toen hij net opkwam in de Nigeriaanse muziekscene, en ik had hem al een paar keer zien optreden, zowel live als op televisie. Maar in die tijd in Canada was ik er niet altijd zo happig op om naar optredens te gaan van groepen die ik al kende. Vervolgens begon mijn vriend mij uitgebreid te onthalen op alles wat hem zo had geïmponeerd bij het concert van Sunny Ade.

Dat liep ongeveer als volgt. Sunny Ade had een band van zo'n dertig man die allemaal tegelijk muziek speelden, dansten en zongen, waarbij de arrangementen dermate strak en gedisciplineerd speelden dat er absoluut niets misging. Op dat moment trof het mij dat als mensen in Noord-Amerika een dergelijke complexe, multidisciplinaire voorstelling willen zien, ze meestal naar een concertzaal, naar de opera of naar een koor moeten. Bij al die optredens zou er waarschijnlijk een dirigent en bladmuziek voor de spelers zijn. Toen besefte ik hoe weinig we de prestaties van onze Sunny Ades en Ebenezer Obeys (die andere maestro) waardeerden, terwijl ze samen een halve eeuw lang de Nigeriaanse muziekscene hebben gedomineerd. Zonder formele opleiding en autodidact op het instrument dat ze beiden als bandleider speelden (gitaar), hebben ze complex muziekstukken gecomponeerd met een creatieve mix van inheemse instrumenten en andere die vreemd waren in hun eigen cultuur, van elektrische gitaren tot accordeons, pedaaldrums, Hawaï gitaar, orgel en blaasinstrumenten. Sinds dat moment bekeek ik Sunny Ade met andere ogen.

Jùjú, het genre waarin Sunny Ade uitblinkt, heeft zijn wortels in de Yorùbá-beschaving, maar het kwam op in de moderne subcultuur van optredens die begon met de verspreiding van het christendom in West-Afrika, vanaf het begin van de negentiende eeuw. Anders dan andere genres in Yorùbá-muziek, die dichter bij hun oorsprong blijven, wordt Jùjú in principe met instrumenten van buitenlandse komaf gespeeld. Zoals we in de komende hoofdstukken zullen zien wordt de niet-Afrikaanse herkomst van die instrumenten vaak aangeduid als iets van het kolonialisme, wat problematisch en misschien zelfs onjuist is. In die zin is Jùjú anders dan genres als Sákárà, Àpàlà, Etíyerí, Dùndún, Sèkèrè en Lúkòrígí, allemaal leden van de Yorùbá-muziekfamilie en bijna allemaal bevatten ze niets van wat in de verste verte maar gerelateerd is aan de voormalige koloniale machthebbers (behalve dan het elektronisch opnemen en versterken). 

Voordat we de vraag beantwoorden in hoeverre Jùjú-muziek met 'dekolonisatie' te maken heeft, wil ik in de discussie nog een ander muzikaal element inbrengen waarvan ik denk dat het de relevantie van dekolonisatie bij het optuigen van theorieën en verklaringsmodellen op de proef stelt. Om onverklaarbare redenen zijn de voorstanders van dekolonisatie, die ervan genieten Léopold Sédar Senghor en Chinua Achebe af te kraken (waarbij Chinweizu en zijn medewerkers de meest notoire uitzondering vormen) omdat ze in koloniale talen schreven, nooit zo enthousiast geweest om toneelschrijver Wole Soyinka te hekelen omdat hij zijn vak in het Engels uitoefende. Bij de officiële presentatie van zijn Nobelprijs in Stockholm in december 1986 was de muziek die Soyinka wilde horen getiteld 'Akinla' van Fela Sowande, een Nigeriaanse componist in de Euro-Amerikaanse traditie, uit diens African Suite voor strijkorkest. (pagina 23-24)



Terug naar Overzicht alle titels


Herman Tjeenk Willink 3

Het tij tegen : de democratische rechtsorde als fundament
Prometheus 2023, 206 pagina's  € 20,00

Wikipedia: Herman Tjeenk Willink (1942)

Korte beschrijving
Een boek over de democratische rechtsorde als fundament. Tjeenk Willink wijst erop dat de overheid in haar beleid én functioneren moet voldoen aan de eisen van democratie en recht. Die bieden burgers zekerheid. Door de dominantie van het geld als ijkpunt voor beleid en het managementdenken zijn die zekerheden gestaag uitgehold. Tjeenk Willink wijst aan waar het probleem van vandaag ligt en wat er nodig is om het tij te keren. Intelligent en analytisch geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep.  Herman Diederik Tjeenk Willink (Amsterdam, 1942) is een Nederlands voormalig politicus voor de Partij van de Arbeid en oud-topambtenaar. Van 1991 tot 1997 was hij voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Van 1997 tot 2012 was hij vicepresident van de Raad van State. Sinds december 2012 is Tjeenk Willink minister van Staat. Hij was vijf keer informateur bij Nederlandse kabinetsformaties.

Tekst op website uitgever
Meer dan een halve eeuw was Herman Tjeenk Willink direct betrokken bij ontwikkelingen in en rond de overheid: als publieke ambtsdrager, als maatschappelijk bestuurder, als kritische beschouwer. Hij werd niet moe erop te wijzen dat de overheid in haar beleid én functioneren moet voldoen aan de eisen van democratie en recht. Die bieden burgers zekerheid: de zekerheid dat ieder zijn zegje kan doen en wordt gehoord, de zekerheid dat ieder gelijk is voor de wet en rechtsbescherming geniet, de zekerheid dat de overheid zegt wat zij doet en doet wat zij moet doen.

Door de dominantie van het geld als ijkpunt voor beleid en het managementdenken zijn die zekerheden gestaag uitgehold. Dáártegen komen burgers – terecht, en niet voor het eerst – in opstand. Juist nu ingrijpende veranderingen nodig zijn, ontbreken vertrouwen en draagvlak. In Het tij tegen gaat de auteur na hoe het zover kon komen, en vooral wat eraan te doen valt, en door wie.

Minister van staat Herman Tjeenk Willink (1942) was onder meer voorzitter van de Eerste Kamer, vicepresident van de Raad van State en meermalen kabinetsinformateur. Hij publiceerde recentelijk de boeken Groter denken, kleiner doen (PrinsjesBoekenPrijs 2019) en Kan de overheid crises aan?. In 2022 ontving hij de PrinsjesPrijs vanwege zijn bijzondere betekenis voor het parlement en de democratie in Nederland.

Fragment uit het tij keren
Het managementdenken holt de democratische rechtsorde uit. In de publieke dienstverlening is het aantal managers - in vaste dienst of ingehuurd - groter dan ooit. Tegelijkertijd voelen de professionals op de werkvloer zich steeds meer klemgezet en daalt het vertrouwen van de burger in zijn overheid. Dat verandert alleen als het denken over de overheid fundamenteel verandert. 'problemen kunnen nu eenmaal niet worden opgelost met het denken dat die problemen heeft veroorzaakt' (Einstein). Die verandering van denken lukt alleen door een andere samenstelling van de 'spraakmakende elite'. Daarvoor is onder meer nodig: het afschaffen van de huidige Algemene Bestuursdienst (ABD) en de mobilisatie van alle beschikbare inhoudelijke kennis in en rond de overheid voor de oplossing van de grote maatschappelijke vraagstukken. Maar ook: een drastische beperking van het aantal externe consultants, waarvan - in de woorden van econoom Mariana Mazzucato - 'uitgeholde, risicoaversie en geïnfantiliseerde overheden' zich afhankelijk hebben gemaakt. 

Twee beelden van de werkelijkheid
Mijn afwijkende invalshoek bij het functioneren van de overheid, het staatsbestel als geheel en de verbindingen daarbinnen, blijkt ene nadeel te hebben. Waar in een afgerond betoog zonder veel 'open einden' wordt geanalyseerd dat eenieder medeverantwoordelijk is, voelt niemand zich in het bijzonder aangesproken. Ook dat kan verklaren waarom mijn analyses meestal welwillend worden ontvangen, maar zelden tot nooit tot daden leidden. Ze schoten tekort, omdat ze niet prikkelden tot tegenspraak of uitlokten tot het nemen van eigen initiatief. De verwachting dat politici zich als eersten aangesproken moeten voelen en bij verbeteringen de eerste stap zullen zetten ('primaat van de politiek') blijkt onjuist. Die stap wordt door hen niet gezet; niet uit onwil, maar uit onmacht. De politiek zit in haar eigen werkelijkheid gevangen en is zelf een belangrijk probleem in het functioneren van de overheid geworden. Ook hier geen kwestie van 'schuld', maar een gebrekkig tegenwicht.

Toch is en blijft de politieke functie essentieel in een democratische rechtsorde. Zij mag dus niet worden afgeschreven. Meer dan ooit komt het daarom nu aan op het tegenwicht van andere instituties en functionarissen die zich voor de democratische rechtsorde in de praktijk verantwoordelijk weten. Van Raad van State tot planbureaus, van rechters tot professionals op de werkvloer, van burgers die zich inzetten voor het algemeen belang tot wetenschappers. (p 28-29)

Lees ook: Groter denken, kleiner doen (uit 2018) en Kan de overheid crises aan? : waarom het belangrijk is groter te denken en kleiner te doen (uit 2021).

Opmerkelijk
In 2019 verscheen Het tij keren : met Rosa Luxemburg en Hannah Arendt van Joke Hermsen, én twee jaar later De Fundamenten van Ramsey Nasr. 

Terug naar Overzicht alle titels