zondag 25 april 2021

Michiel Korthals 2

Eetbare natuur : de essentie van landbouw en voeding
Noordboek 2021, 143 pagina's -   € 14,90

Wikipedia: Michiel Korthals (1949)

Korte beschrijving
Dit boek gaat over het ideaal van gevarieerde natuur, goede zorg voor dieren, een respectvol bestaan voor boeren en gezonde consumenten. Het huidige voedselsysteem schiet ernstig tekort. Het belicht hoe landbouw- en voedingsinnovaties gemeengoed kunnen worden. Het betekent dat de consument zich moet ontwikkelen en voedselvaardigheden moet leren. Conclusie is dat er veel moet veranderen om een goed leven te kunnen leiden. De schrijver (1949), filosoof, schrijft redelijk helder, maar de structuur laat te wensen over. Sympathiek is hoe hij zoekt naar een voedselsysteem dat zo dicht mogelijk bij consumenten, boeren en natuur staat. Het boek is bedoeld voor vernieuwers en pioniers die het Nederlandse landbouw- en voedselwereldje door elkaar willen schudden. Geschikt voor wie het ter harte gaat dat wat we eten en drinken bepalend is voor de landschappen, de dieren en de boeren bepaalt. Hier en ver weg.

Tekst op website uitgever
De Nederlandse landbouw- en voedingssector verkeert in zwaar water. Van alles is teveel: landbouwhuisdieren, chemie, vervuiling, uitputting en grootspraak (‘Nederland voedt de wereld!’). Er is ook te weinig: variatie van landschap, natuur en smaak. De auteur geeft scherp inzicht in deze problemen en laat zien dat samenwerken met de aarde, de bodem, de dieren, het landschap, radicale veranderingen nodig maakt.

Landbouw en voeding staan niet voor marginale activiteiten, waar je je beter niet mee kunt bemoeien, maar voor levensvraagstukken. Korthals toont overtuigend aan dat samenwerken van mensen met natuur essentieel is. Soms schuurt het, soms moet je omwegen bewandelen, maar het loont altijd met levenskwaliteit.


Fragment uit hoofdstuk 6. Eetbare natuur in stad en landschap, staat en Europa
Markten en marktpartijen: duurzaam en sociaal

In het donutmodel heeft het ideaal van de vrije markt geen plaats. Het is een onbereikbaar en inconsistent ideaal, omdat het nooit realiseerbaar is; het is inconsistent omdat er altijd juridische, culturele en legale grenzen, motivaties en voorwaarden voor vrije markten zijn. Maar de vrije markt heeft ook andere beperkingen. Deze wordt gestuurd door een ingebouwde contradictie: competitie leidt uiteindelijk bij zwakke regie tot monopolies. Het leidt tot steeds grotere ongelijkheid (Milanonovic, 20017). Op dit moment worden, ondanks alle retoriek van de vrije markt, de grote voedingsstromen van bijvoorbeeld graan en suiker bepaald door enkele grote multinationals, zoals Cargill, JSB en Archer Daniels Midland (hoofdstuk 2). De inkomsten die deze ondernemingen opstrijken zijn enorm vergeleken bij de bedragen die de primaire producenten, de boeren, krijgen (ongeveer 40 versus 6 procent).

Maar in het donutmodel zijn de dictaten van de multinationale monopolie-ondernemingen niet langer acceptabel. Het donutmodel pakt economische activiteiten anders aan: markten ontstaan door afspraken over de basis  en de bovenlaag van de donut. Dit lijkt een vergaande inperking van het economische leven, maar dat is het niet. Ook voor de consumenten betekent het donutmodel niet een inperking van vrijheid, maar verruiming naar werkelijk gezonde en goede keuzen. Op dit moment is de vrije keuze zeer ingeperkt. Hebben consumenten ooit ingestemd met meer zout en suiker en ver, en voor vermindering van nutriënten in groente en fruit? Zeer wrang wordt het voor consumenten wanneer duidelijk wordt dat de gezondheidskosten (vanwege obesitas en daarmee verbonden gezondheidsproblemen zoals diabetes 2) en die voor een minimale reiniging van lucht en water de pan uitrijzen; te betalen door de burgers. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) schat de toegevoegde waarde die de Nederlandse land- en tuinbouw jaarlijks produceert op 10 miljard euro en de directe kosten die dat oplevert voor de samenleving, vooral door de milieuvervuiling, op 6,5 miljard euro per jaar. Die kosten worden niet doorberekend aan de consument, maar aan de belastingbetaler. Voor het Verenigd Koninkrijk kan eenzelfde verhouding tussen waarde en kosten worden gemaakt (). 

Mensen hebben met die zaken niet ingestemd. Ze zijn dergelijke systemen ingeduwd, zoals in een fuik. Dit 'duwen' door de omgeving is opnieuw een bewijs dat mensen nooit volledig rationeel berekenend zijn. De omgeving betekent te veel voor ons. Ook als die omgeving nadelige effecten heeft, houden we eraan vast, vragen we ernaar, denken we dat het wel goed komt. Mensen lopen niet rond in een voor hen betekenisloos landschap, een neutrale omgeving bestaat niet. Altijd zijn er codes, triggers die de aandacht opeisen, natuurlijk afhankelijk van cultuur, opvoeding en ervaringen. In die zin is er altijd sturing van (consumenten)gedrag. Die sturing noemen Thaler en Sunstein (2009) 'nudging', en zij vullen dat begrip aan met het begrip keuze-architectuur, waarmee ze bedoelen dat de sociale werkelijkheid zo ingericht zou moeten worden dat die in het voordeel is van de gestuurde mensen die het betreft. Belangrijke vraag is niet hoe van die sturing af te komen, maar hoe die zo te organiseren dat die in het belang van de betreffende mensen is. De ethische vraag rond sturing, nudging, is dus waarheen en wie stuurt en met welke middelen. (pagina 86-88)

Lees ook: Goed eten : filosofie van voeding en landbouw van Michiel Korthals (uit 2018)


Klik hier voor meer titels over ons voedselsysteem.

Terug naar Overzicht alle titels




zaterdag 24 april 2021

Maja Göpel


Onze wereld nieuw denken

Pluim 2021, 187 pagina's € 21,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Oorspronkelijke titel: Unsere Welt neu denken: Eine Einladung (2020)

Wikipedia: Maja Göpel (1976)

Korte beschrijving
De auteur is een politiek econome, waarbij ze zich heeft gespecialiseerd in de maatschappelijke (economische) effecten met betrekking tot een continu aan verandering onderhevige samenleving. Elke samenleving moet rekening houden met de neveneffecten van een snel groeiende economie. Klimaatveranderingen, technologische vernieuwingen, de snel groeiende wereldbevolking, uitputting van natuurlijke hulpbronnen en een dalend niveau van productiefactoren zorgen voor een onleefbare en vergiftigde wereld. De uitdagingen voor onze politici en wereldleiders is dan ook om een radicaal nieuwe manier van denken te adopteren die op globaal niveau moet worden omarmd. In plaats van een hoger bruto binnenlands product, moet men uitgaan van het verhogen van het welzijn en geluk van de burgers. Hoe kun je deze nieuwe visie integreren in het denken van de beleidsbepalers? Hoe kan bijvoorbeeld Ecuador in plaats van oerwoudkap zijn economie op andere wijze juist uitbreiden? Deze en overige wetenswaardigheden worden op een wetenschappelijk  wijze besproken. Nu is het moment dat we moeten veranderen voordat het te laat is. Het boek bevat een overzicht van literatuur om verder te lezen, eindnoten en een bronnenoverzicht.

Tekst op website uitgever
De wereld staat op een kantelpunt. We zijn nog nooit zo welvarend geweest, maar er is crisis waar we ook kijken. Het is tijd om onze waarden en principes te herzien, nieuwe doelen te stellen en een manier van leven te vinden die ook voor de planeet houdbaar is. Maja Göpel nodigt je uit om de wereld opnieuw te bezien. In zeven stappen toont ze de grootste uitdagingen van deze generatie: overbevolking, uitputting van natuurlijke hulpbronnen, ongebreideld consumentisme, technologische ontwikkelingen die alleen maar tot meer productie leiden en het ontstaan van ‘oligopolisten’ zoals Amazon. Met sterke voorbeelden laat ze zien hoe we slimmer kunnen omgaan met natuurlijke bronnen en menselijke arbeidskracht en hoe we de huidige omstandigheden kunnen omzetten naar een houdbare situatie. Haar uitgangspunten: blijf vriendelijk en geduldig, zoek medestanders en laat je niet ontmoedigen.

Fragment uit Consumptie
Zoals we in het hoofdstuk over natuur hebben gezien, is de schade die aan het milieu wordt toegebracht bij het vervaardigen van een product in geen enkele economische balans opgenomen. Dat wat wij voor een product betalen weerspiegelt dus niet wat het in werkelijkheid kost. Dat is in principe een boekhoudkundige kwestie en wordt ook altijd weer als zodanig aangemerkt als er kritiek is op het bnp. Toch blijft deze rekenmethode een geëigende manier om de prijs van producten kunstmatig te verlagen. Je schuift de lasten, die door de productie of consumptie van iets ontstaan, af op anderen die zich niet kunnen verweren, simpelweg omdat ze geen stem of macht hebben.

Neem bijvoorbeeld een retourtje Frankfurt-New York. Afhankelijk van het seizoen is dat al voor minder dan driehonderd euro verkrijgbaar. In die prijs is, naast allerlei andere kosten, uiteraard ook die van kerosine opgenomen. Wat het kost om het koolstofdioxide die bij die vlucht vrijkomt weer uit de atmosfeer te krijgen, is niet bij de prijs inbegrepen. De vliegtuigmaatschappij brengt die kosten niet in rekening, evenmin als het bedrijf dat die kerosine aanlevert. Evenals de passagiers gaan zij ervan uit dat de aarde de drieënhalve ton koolstofdioxide die op die vlucht per passagier wordt uitgestoten, ook nog wel zal opnemen.

'Externe kosten' is eigenlijk een idioot begrip. Extern van wat eigenlijk?

Kennelijk extern van datgene waar wij ons verantwoordelijk voor voelen. We hebben het milieu weliswaar als vuilnisbelt gebruikt en op allerlei manieren onze broeikasgassen erin opgeslagen, maar de verantwoordelijkheid om ze ook weer te verwijderen leggen we naast ons neer. De prijs wordt betaald door de eilandstaten, die steeds sneller wegzinken. Of door arme mensen die zich aanpassing aan de klimaatverandering niet kunnen veroorloven: die niet in staat zijn hun akkers en huizen na stormen te herstellen en zich ook geen verhuizing kunnen veroorloven naar streken waar geen overstromingen plaatsvinden. Ook onze kinderen en kleinkinderen treffen we ermee. Zij zullen moeten leven in de wereld zoals wij die achterlaten.

Die weigering om verantwoordelijkheid te nemen wordt externalisatie genoemd. (pagina 105-106)


Recensie: Groei is de fatale logica van onze samenleving (NRC, vrijdag 23 april 2021)

Lees hier voor meer titels: Economie - boeken én e-books voor onze post-corona-times (mei 2020)

Terug naar Overzicht alle titels


maandag 19 april 2021

Over eten

Over eten : het voedselsysteem in woelige tijden
Uitgeverij Van Gennep 2020, 108 pagina's  - € 9,99

Met bijdragen van o.a. Michael Pollan en Annia Ciezadlo; onder redactie van Janno Lanjouw

Korte beschrijving
In 2050 zijn er 10 miljard mensen op aarde die allemaal gevoed moeten worden. Daarnaast is er de ambitie van de Verenigde Naties om in 2030 de honger de wereld uit te hebben. Om maar een beetje in de buurt te komen van het waarmaken van deze ambitie zal er veel moeten veranderen aan ons voedselsysteem. Daarbij komt dat ook de pandemie van 2020 en daarna de nodige gevolgen had en heeft voor de voedselproducerende en verkopende sector. Onder de redactie van Janno Lanjouw, een journalist die zich al jaren verdiept in de toekomst van ons voedsel, werden de essays en briefwisselingen van een aantal journalisten en denkers gebundeld. We lezen over hoogtechnologische voedselproductie dicht bij huis, over de boeren en over de wereldmarkt. Het is de bedoeling dat we gaan nadenken over de zegeningen van de korte voedselketen en de bekende Michael Pollan schrijft over de zieke Amerikaanse voedselketen. De lezer wordt geprikkeld om zelf na te denken over oplossingen en mogelijkheden. Een klein maar heel belangrijk boekje dat vlot wegleest. Wie meer wil lezen treft een literatuurlijst aan. Ook maken we nader kennis met de auteurs. ‘Over eten’ verdient veel aandacht omdat het om ons aller toekomst gaat..

Tekst op website uitgever
De nieuwe Flevo Campus essaybundel is uit!
Over eten. Het voedselsysteem in woelige tijden is het eerste boek waarin de balans wordt opgemaakt van ons voedselsysteem in tijden van corona.

In 2050 zijn er tien miljard mensen op de wereld – misschien iets meer, misschien iets minder – en ondanks dat de 21ste eeuw alweer twintig jaar oud is, is het nog altijd niet duidelijk hoe al die mensen duurzaam, gezond en genoeg te eten gaan krijgen. Ondertussen krijgt het huidige systeem het flink te verduren: terwijl het nog bijkomt van de maatregelen tegen corona die begin 2020 werden ingesteld, demonstreert een steeds grimmiger contingent agrariërs tegen een overheid die met bokkensprongen probeert te voldoen aan de Europese regels voor stikstofuitstoot.

Annia Ciezadlo, Michael Pollan, Janno Lanjouw, Martine Kamsma, Joris Lohman, Hidde Boersma en Marcel aan de Brugh schreven mee aan de bundel.

Fragment uit De zieke Amerikaanse voedselketen - Michael Pollan
'Pas wanneer het eb wordt', merkte Warren Buffett ooit op, 'zie je wie er al die tijd naaktzwom.' In onze samenleving staat de Covid-19-pandemie voor een laagtij van historische proporties, een die de zwakte en ongelijkheid onthult die in normale tijden onopgemerkt blijven. Nergens is dat zo duidelijk als in het Amerikaanse voedselsysteem. Een paar flinke opdoffers hebben de zwakke schakels in de voedselketen blootgelegd, zodat Amerikaanse supermarkten nu soms dezelfde aanblik bieden als ooit die van het voormalig Oostblok. Juist datgene wat die supermarkten altijd zo rijkelijk van voedsel voorzag - de veelgeprezen efficiëntie en het idee dat 'veel voor weinig' is ineens niet zo geweldig meer, om niet te zeggen fout. Maar de problemen die het coronavirus met zich meebrengt beperken zich niet tot onze voedselproductie en -distributie. Ze liggen letterlijk op ons bord, want het voedingspatroon dat het gevolg is van de industriële voedselketen houdt rechtstreeks verband met chronische ziekten die ons bevattelijk maken voor het virus.
  Achter de tegenstelling tussen beelden van boeren die hun oogst vernietigen en melk lozen aan de ene kant en lege schappen en hongerige Amerikanen die uren in de rij staan voor de voedselbank aan de andere, gaat een verhaal schuil over dolgedraaide economische efficiëntie. De VS kent in feite twee afzonderlijke voedselketens, die ongeveer de helft van de markt bedienen. In de ene, de retailketen, leveren boeren aan supermarkten, in de andere leveren andere boeren aan institutionele afnemers, zoals restaurants, scholen en bedrijfskantines. Nu de economie grotendeels platligt, doordat de Amerikanen thuisblijven, is die tweede keten min of meer ingestort. Maar door de manier waarop de industrie zich de afgelopen decennia heeft ontwikkeld, is bijna onmogelijk om voedsel dat gewoonlijk in bulkhoeveelheden aan instituties wordt verkocht de retailketen in te krijgen, hoewel die erom staat te springen. Amerikaanse boerderijen produceren nog altijd ruim voldoende voedsel, maar het is niet zo eenvoudig om het daar te krijgen waar het nodig is.
  Hoe is het zover gekomen? (pagina 13-14)

Klik hier voor meer titels over 'ons voedsel' 

Terug naar Overzicht alle titels


zondag 18 april 2021

Caroline de Gruyter

Beter wordt het niet : een reis door de Europese Unie en het Habsburgse rijk
De Geus 2021, 243 pagina's  - € 22, 50

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Wikipedia: Caroline de Gruyter (1963)

Korte beschrijving
Columniste en correspondente Caroline de Gruyter onderzoekt op journalistieke wijze parallellen tussen het verloren gegane Habsburgse Rijk en de Europese Unie. Bevat de ontmanteling van het Habsburgse Rijk na de Eerste Wereldoorlog aanwijzingen voor de Europese Unie? Ze kan putten uit een breed arsenaal aan persoonlijke ervaringen en indrukken. Ze stelt vast dat het voorzichtige aftastende bestuur van de Habsburgers in staat is geweest een meer nationaliteiten omvattend rijk lang bijeen te houden. Groot verschil met de Europese Unie was wel dat in het Habsburgse Rijk staat en natie samenvielen. Dat is in de Europese Unie wel heel anders. Het Habsburgse Rijk was, in haar woorden, een 'soft bestuur', niet gericht op territoriale uitbreiding door oorlog. De intentie was voornamelijk verdediging van het bestaande. De keizers (koningen voor het Hongaarse deel) rommelden zich een beetje door de tijd en de problemen heen. Het was vaak halfslachtig wat ze aan oplossingen presenteerden. Uitstel en vertraging waren gebruikelijke tactieken. Maar misschien was dat nog niet zo verkeerd. Een les voor de Europese Unie? De auteur doet persoonlijk en met veel inzicht verslag van haar ervaringen in de EU en legt een vlot verband met het Habsburgse Rijk. Het boek bevat een aantal zwart-witfoto's.

Tekst op website uitgever
Europeanen klagen graag dat de Europese Unie zo verdeeld is, zo traag en zo zwak. Maar geloof het of niet, het Habsburgse Rijk was net zo. Tijdrekken, conflicten vermijden, permanent hervormen en lelijke compromissen sluiten waren hoekstenen van het Habsburgse bestuur. Met fortwursteln, doormodderen, gaven de keizers vele volkeren, talen en culturen een dak boven het hoofd – en dat maar liefst zeshonderd jaar lang. Daar kan de EU, die al even multinationaal is, nog iets van leren. Kan het zijn dat de grootste Europese zwaktes tegelijkertijd een kracht zijn? En dat Europa per definitie alles half doet, en nooit af is?

Fragment uit hoofdstuk 9
Is de Europese Unie een imperium? Lange tijd was dat een absurde vraag. Een imperium, dat was iets negatiefs. Imperia doen aan landjepik. Ze lijven anderen in, tegen hun zin, en houden onderdanen onder de duim. 'Imperium' associeerden wij met machtsvertoon en wapengekletter. Met doorgeslagen kapitalisme, uitbuiting en geopolitiek schaakspelletjes.
  Maar dit verandert. Ineens zeggen mensen: misschien is de Europese Unie toch een soort imperium. Ze bedoelen dat niet negatief, eerder als een neutrale constatering. Dit is een fascinerende ontwikkeling. Het betekent namelijk dat wij anders over onszelf en Europa gaan denken.
  Hoe komt dat? Vooral door externe factoren. Door de desintegratie van het westerse bondgenootschap. Door brexit. Doordat we niet meer door louter vriendelijke en welwillende landen worden omringd, maar door een 'ring van vuur'. 
  Europa moet steeds meer zijn eigen bonen doppen in de wereld. Zonder machtige beschermheren. In een steeds vijandiger omgeving.
  De consequentie van al deze parallelle ontwikkelingen is dat Europa voor het eerst sinds tijden aan machtspolitiek moet doen. Er zit weinig anders op. Vroeger deden de Amerikanen het voor ons. Tijdens de Koude Oorlog, onder Amerikaanse paraplu, hadden we daardoor de luxe dat we op onszelf konden focussen. In die geopolitieke luwte bouwden we onze verzorgingsstaten en ontwikkelden we onze multilaterale, softe wereldbeeld gestoeld op principes - democratie, rechtsstaat, mensenrechten. 'Macht' was, na de excessen van twee wereldoorlogen, een vies woord geworden in Europa.
  Daardoor zagen maar weinig mensen in Europa dat de EU langzaamaan wél machtig werd. We waren, vanwege dat machtstrauma, gefixeerd op de EU als vredesproject of als 'methode' om elkaar niet in de haren te vliegen. We waren altijd bang dat het weer uit de hand zou lopen. We zagen elke crisis als 'existentiële crisis' - eurocrisis, bankencrisis, vluchtelingencrisis. Hoe vaak is de EU afgelopen jaren wel niet doodverklaard? (pagina 176-177)

Terug naar Overzicht alle titels

Marc van Dijk 2

Het wonder van betekenis : op zoek naar geluk en wijsheid met Paul van Tongeren
Boom 2021, 159 pagina's  - € 15,--

Wikipedia: Paul van Tongeren (1950)

Korte beschrijving
Sinds april 2021 is Paul van Tongeren de nieuwe ‘Denker des Vaderlands’. Journalist, schrijver en kunstenaar Marc van Dijk reisde in augustus 2020 met Van Tongeren mee naar Kreta, waar Van Tongeren een achtdaagse cursus over Aristoteles zou gaan verzorgen. Tijdens die acht dagen interviewde Van Dijk de hoogleraar, luisterde naar diens colleges, en introduceert zo de lezer in de denkwereld van deze interessante denker. Het gaat over het wonder van betekenis, dus het wonderlijke feit dat de mens zich vindt in een wereld die als betekenisvol wordt ervaren. Daarbij gaat het ook over Aristoteles, Nietzsche, nihilisme, moraal, geluk, levenskunst, de hegemonie van het wetenschappelijke perspectief, over autonomie en heteronomie. En het gaat over de persoon van Van Tongeren die bewogen is met het lot en lijden van de medemens en worstelt om de consequenties van zowel Aristoteles’ als Nietzsches denken bij elkaar te brengen. Met dit boeiende portret in boekvorm wordt de Denker des Vaderlands voor een breed publiek geïntroduceerd. En dat smaakt naar meer.

Tekst op website uitgever
Denker des Vaderlands Paul van Tongeren is iemand aan wie je eindeloos vragen wilt blijven stellen. Zijn antwoorden zetten je onbevangen aan het denken. Van Tongeren is een ideale gespreksgenoot: uitdagend, meeslepend en altijd goed te volgen. 

Journalist Marc van Dijk reisde met hem mee naar Kreta, waar de filosoof een cursus gaf over geluk bij Aristoteles. Hij interviewde Van Tongeren over filosofie, geloof, verwondering en dankbaarheid. Hoe kan de 21ste-eeuwse mens leven, verdeeld tussen de orde van Aristoteles en de chaos van Nietzsche? Een reisverslag gewijd aan het geluk, de leegte en het wonder.

'Ons denken wordt uitgedaagd door het grootste wonder dat er is: dat er betekenis bestaat. Dat wij niet anders kunnen dan betekenis zien, horen, voelen, ruiken, kennen. Die betekenis is er niet zonder ons. Wat zou er überhaupt kunnen zijn zonder ons?' – Paul van Tongeren

Paul van Tongeren (1950) was hoogleraar wijsgerige ethiek in Nijmegen, Leiden en Leuven. Zijn boeken over levenskunst en over Nietzsche zijn in meerdere talen vertaald. Voor de periode 2021-2023 is Van Tongeren benoemd tot Denker des Vaderlands.

Marc van Dijk (1979) is journalist, kinderboekenschrijver en kunstenaar. Hij schrijft over filosofie voor Trouw en Filosofie Magazine. 

Fragment uit Wat voorafging
Daar zitten we dan, op het dakterras. Het eerste moment voor een interview; ik leg mijn audiorecorder op tafel. Wat moet de openingsvraag zijn? Journalisten zullen hem vragen wat hij als Denker des Vaderlands wil agenderen. Wat gaat hij dan antwoorden? Weet hij dat zelf al?
  Ik hoef niets te zeggen, Van Tongeren neemt het woord. Zoekend, maar gedecideerd: 'Ik zou het willen hebben over iets wat zolang als ik bezig ben geweest in de filosofie voor mij leidend is geweest, maar lange tijd zonder dat ik het me zelf realiseerde. Het is een gedachte die evenzeer filosofisch als religieus is volgens mij. De kortste formulering daarvan is: het wonder van betekenis. Het wordt voor mij steeds belangrijker dat het in leven en denken daarom gaat, of beter nog: dat alles daardoor gedragen wordt, alles wat bij menselijk leven hoort en alles wat er überhaupt te denken valt. Het is eigenlijk iets heel elementairs, maar ik merk soms tot mijn schrik dat het niet eenvoudig is om dat te laten zien. Vanaf het moment dat ik ging nadenken over wat ik als Denker des Vaderlands ter sprake zou kunnen brengen, bedacht ik dat ik dít aan de orde moest stellen.' (pagina 17)

Lees ook: Wij zijn de politiek : het denken van Daan Roovers van Marc van Dijk (uit 2019)

Terug naar Overzicht alle titels

Erik Kaptein

Rechtsgelijkheid voor de natuur : waarom niet-menselijk leven rechten verdient
ISVW 2021, 96 pagina's  € 14, 95

Erik Kaptein (1956)

Korte beschrijving
De Franse Revolutie brak in 1789 uit na een periode van kou, misoogsten en hongersnood. Nu zitten we midden in een klimaatcrisis die o.a. zal leiden tot minder voedsel voor een groeiende wereldbevolking. Koersen we weer af op een revolutie? Aan het slot van een boekje vol zeilbeeldspraak staat een 'Gids voor een ‘zachte revolutie’', twintig suggesties om de samenleving, vooral via voedselproductie en -consumptie, ten goede te veranderen. Het niet-menselijk leven (de natuur) verdient rechten, omdat het zo belangrijk voor ons is – ook als voedsel. Duurzaam werkende boeren zouden in politiek en beleid voor de natuur moeten spreken. Landschapsarchitect Erik Kaptein (1967) heeft allerlei filosofische, juridische en technologische aanzetten tot een intrigerende theorie verknoopt, maar diept geen enkel punt echt uit. Wat voor rechten bedoelt hij precies, moeten we dit internationaal aanpakken, Europees, via de Grondwet? Van min of meer verwante initiatieven noemt hij alleen Stop Ecocide, dat in termen van strafrecht denkt. De lezer krijgt geen praktische tips en een onevenwichtige lijst ‘Verder lezen’. Moeilijk vanwege de gedachtesprongen. Storend slordige tekst en/of redactie. Bevat zwart-witafbeeldingen.

Tekst op website uitgever
De klimaatcrisis is even verwarrend als urgent. De situatie waarin onze samenleving zich bevindt, vertoont duidelijke parallellen met die van 1789. Toen moesten tijdens de Franse Revolutie de monarchie en landadel hun rechten delen met de boeren, burgers en buitenlui. Vandaag de dag heeft de levende natuur net zo weinig rechten als de horigen en lijfeigenen van toen. Er lijkt opnieuw een revolutie nodig om ook deze rechten af te dwingen.

Willen we voorkomen dat de natuur haar rechten opeist met uitstervende ecosystemen en daaraan verbonden voedseltekorten en migratiestromen, dan zullen we ook het niet-menselijk leven moeten integreren in ons rechtssysteem en staatsbestel. De levende natuur is letterlijk en figuurlijk de brandstof van onze cultuur, en zij verdient gelijke bestaansrechten. In Rechtsgelijkheid voor de natuur vertelt Erik Kaptein waarom en hoe.

Fragment uit Als het tij keert, verzet men de bakens - stellingname tegen behoudzucht
Tijden veranderen. Het liberalisme probeert zich krampachtig te vernieuwen (neo-) en he kapitalisme doet er nog een schepje bovenop (hyper-). Maar geen van beide ideologieën hebben nog afdoende antwoord op de grote maatschappelijke vraagstukken van vandaag, de klimaatcrisis en de sterk verminderde biodiversiteit op aarde. Om dit te kunnen begrijpen moet men misschien wel terug naar de tijd waarin dit gedachtegoed is ontstaan, zo'n 230 jaar geleden. Toen tijdens de Franse Revolutie de Verklaring van de Rechten van de Mens werd opgesteld. Een verklaring die gebaseerd is op de ideeën van de Engelse Verlichtingsfilosoof John Locke en de moraalfilosoof Adam Smith aan het eind van de achttiende eeuw.
 Het is ook niet verwonderlijk dat problemen niet opgelost kunnen worden door de ideologieën die ze zelf veroorzaakt hebben. Deze zijn immers verouderd en grotendeels uitgewerkt. De samenleving van vandaag valt in geen enkel opzicht meer te vergelijken met die van de achttiende eeuw. Onze sociaaldemocratie zoals die is gebaseerd op het liberalisme en hat kapitalistische systeem, reageert niet adequaat meer op de snel opeenvolgende veranderingen van vandaag. Daarmee wordt niet gedoeld op de opmars van het internet, de sociale media of technologische algoritmen, maar op het thema dat centraal staat in dit essay: het uitsterven van het natuurlijk leven op aarde. Met als gevolg een sterk verminderde biodiversiteit en het uiteenvallen van levensgemeenschappen in nauwelijks een eeuw tijd. (pagina 9-10)

Lees bijvoorbeeld ook:  De soldaat was een dolfijn : over politieke dieren (uit 2017) en Vuurduin : aantekeningen bij een wereld die verdwijnt (2021) van Eva Meijer én De universele rechten van de plant van Stefano Mancuso (uit 2020). 

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

Stefano Mancuso



De universele rechten van de plant

Cossee 2020, 133 pagina's € 17,50

Oorspronkelijke titel: La nazione delle plante (2019)

Wikipedia: Stefano Mancuso (1965)

Korte beschrijving
De Italiaanse hoogleraar Stefano Mancuso, expert op het gebied van plantengedrag en de intelligentie van planten, past op indringende wijze de Verklaring van de Universele Rechten van de Mens toe op het plantenrijk. In een achttal leesbare en informatieve artikelen verhaalt hij hoe de mens kan leven dankzij de planten en hoe alle dierlijk leven op aarde afhankelijk is en was van de schepping. Hij heeft de grondrechten van de plant opgesteld en in een aantal artikelen uitvoerig toegelicht en pleit voor een bewustere samenwerking tussen mens en natuur. Met noten. De auteur schreef eerder 'Briljant groen : de intelligentie van planten' (2017, samen met Allessandra Viola)*, 'Plantenrevolutie : hoe planten onze toekomst bepalen' (2018)** en 'Reizend groen : de wonderbaarlijke migratie van planten' (2019)***.

Tekst op website uitgever
De Natie der Planten, zo stelt Stefano Mancuso, was en is de unieke en eeuwige macht op aarde. Zonder planten zou al het leven op aarde waarschijnlijk nooit bestaan hebben.

Planten zijn al lang geleden een samenwerkingsverband met ons aangegaan, ook al merken wij daar niets van. Zo heeft de mens bijvoorbeeld door de domesticatie van granen zijn voedselproblemen grotendeels opgelost. Maar in ruil hebben graan, rijst en mais de kans gekregen om zich naar alle uithoeken van de wereld te verspreiden.

Op toegankelijke en inspirerende wijze past Mancuso de Verklaring van de Universele Rechten van de Mens (1948) toe op het plantenrijk. Hij heeft de grondrechten van de plant opgesteld en in acht uitvoerig toegelichte artikelen beschreven. Bevlogen pleit hij, goed onderbouwd met nieuwe ontdekkingen en gegevens, voor de kracht van de plant en een bewustere manier van samenwerking tussen mens en natuur. Je hoeft geen bioloog of klimaatexpert te zijn om te begrijpen dat Mancuso’s De universele rechten van de plant ons nog lang zal bezighouden.

Fragment uit Artikel 5 - De Natie van de Planten waarborgt het recht op schoon water, een schone bodem en schone lucht
Ieder levend wezen moet uit de een of andere energiebron de hoeveelheid energie ophalen die nodig is om te overleven. De energie die op aarde aanwezig is, is afkomstig van de drie belangrijkste natuurlijke hulpbronnen: ten eerste de zon, ten tweede de 'oerwarmte' die een gevolg is van het nog altijd afkoelen van de aarde sinds haar ontstaan, en ten derde de warmte die afkomstig is van het radioactieve verval van sommige materialen waaruit de aardkorst en aardkern zijn samengesteld. Om praktische redenen richten we ons hier niet op de geothermische energie, maar concentreren we ons op de energie van de zon, de ware energiebron van het leven op aarde. Ook de energie die we verkrijgen door verbranding van kolen of olie is namelijk niets anders dan zonne-energie die oorspronkelijk is vastgelegd door planten (waarbij ik 'planten' bedoel in de heel brede zin van fotosynthetische organismen), net als de energie die wind, oceaanstromingen of golven genereren altijd oorspronkelijk afkomstig is van de zon. In de hoop dat de natuurkundigen en geologen ons welwillend zijn zouden we hier dus grofweg kunnen stellen dat alle energie op aarde, enkele verwaarloosbare uitzonderingen daargelaten, afkomstig is van de zon.

Nu we dit probleem hebben gereduceerd tot zijn belangrijkste termen keren we terug naar de planten en de centrale rol die zij spelen bij het waarborgen van het overleven van organismen en naar wat Timirjazev in zijn boek heeft gezegd. Volgens hem is de ware verbindingsschakel tussen de aarde en de zon niet zozeer de plant zelf, als wel een specifiek organel in plantencellen: de chloroplast (of bladgroenkorrel). In de chloroplasten voltrekt zich het wonder van de fotosynthese. Zonder deze organellen, zo stelt Timirjazev, zou er geen omzetting van zonne-energie in suikers (chemische energie) plaatsvinden. Misschien zou er dan op aarde alsnog een minimale vorm van leven kunnen bestaan, maar dat zou waarschijnlijk geen complex en talrijk leven zijn zoals wij dat nu kennen. (pagina 77-78)



Lees ook: Plantenrevolutie : hoe planten onze toekomst bepalen (uit 2018) en Reizend groen : de wonderbaarlijke migratie van planten (2019)

Lees o.a. ook: De soldaat was een dolfijn : over politieke dieren (uit 2017) en Vuurduin : aantekeningen bij een wereld die verdwijnt (2021) van Eva Meijer én Rechtsgelijkheid voor de natuur: waarom niet-menselijk leven rechten verdient van Erik Kaptein (uit 2021).

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels