zondag 31 maart 2024

Saskia Pieterse & Janneke Stegeman

Uitverkoren : hoe Nederland aan zijn zelfbeeld komt
Athenaeum, Polak & Van Gennep 2024, 254 pagina's  € 24,99

Korte bio van Saskia Pieterse (1976) & Janneke Stegeman (1980)

Korte beschrijving
Een verhandeling over de verhouding van tussen het positieve, protestantse zelfbeeld van Nederlanders tot de koloniale geschiedenis.  Saskia Pieterse en Janneke Stegeman onderzoeken het positieve zelfbeeld van Nederlanders als vrij, tolerant en verlicht sinds de zeventiende eeuw en laten zien hoe dit zelfbeeld verweven is met protestants kolonialisme. Het boek begint bij de Opstand en de oprichting van de VOC, en volgt de ontwikkeling van Nederland tot een democratische staat. De auteurs werpen een kritische blik op calvinistische leiders die zichzelf als uitverkoren zagen en besteden aandacht aan antisemitisme en racisme. In de epiloog wordt gesteld dat het huidige seculiere zelfbeeld alleen begrepen kan worden via de protestantse erfenis en dat kolonialisme en exceptionalisme nu nog steeds bestaan. Zeer intelligent geschreven. Met zwart-witafbeeldingen van oude prenten. Enkel geschikt voor een geoefende lezersgroep. Saskia Pieterse (1976) is een Nederlandse auteur en onderzoeker. Ze schrijft onder andere voor Trouw. Janneke Stegeman (1980) is een Nederlandse theoloog.

Tekst op website uitgever
Vrij, tolerant, verlicht en gematigd. Al sinds de zeventiende eeuw zien Nederlanders zichzelf bij voorkeur als ondernemend en nuchter. Vrije burgers die zichzelf en een ander niet snel op een voetstuk plaatsen. In Uitverkoren leggen Janneke Stegeman en Saskia Pieterse dit chronisch positieve zelfbeeld op de snijtafel. Waar komt het beeld vandaan en vooral: hoe valt het te rijmen met vier eeuwen koloniale overheersing?

Fragment uit (de) Epiloog
Joods-christelijke cultuur

In ons boek hebben we laten zien dat aan protestantisme universaliteit wordt gekoppeld. Uit de woorden van Paulus 'in Christus is noch jood noch Griek' wordt afgeleid dat non-discriminatie inherent christelijk zou zijn. DE liberale Bolkestein beroept zich op non-discriminatie omdat Europa is doordrenkt van de waarden van het christendom. Dat betekent ook dat het christelijke karakter van politieke partijen als het CDA en de CU niet als beperkend gezien wordt, laat staan dat christelijke politici bedreigend zouden zijn voor onze centrale waarden van vrijheid en gelijkheid. Ze worden waargenomen als vertegenwoordigers van christelijke waarden die universeel zouden zijn. Voor islamitische politici of politici met een biculturele achtergrond gelden andere regels. Zij zouden slechts namens ene beperkte groep spreken en ook alleen die beperkte groepsbelangen verdedigen, ook als ze juist discriminatie aanhangig maken.
  Er is een spanning in het verhaal van secularisme. Enerzijds moeten alle aanhangers van godsdiensten gelijk behandeld worden. Non-discriminatie is een basisbeginsel. Anderzijds zou onze samenleving gebaseerd zijn op joods-christelijke waarden die superieur zijn. Inmiddels i het idee van een 'joods-christelijke' cultuur die leidend en normatief moet zijn, gemeengoed onder bijna alle partijen. Zo spreekt sinds 2010 ook het CDA in het partijprogramma van de jood-schristelijke cultuur.

De PVV maakt gretig gebruik van het begrippenpaar. Die laatste partij stelt al sinds 2006 voor om artikel 1 uit de grondwet - waarin staat dat iedereen die zich in Nederland bevindt in gelijke gevallen gelijk moet worden behandeld , ongeacht bijvoorbeeld religieuze achtergrond - te vervangen door een artikel waarin de 'joods-christelijk-humanistische Leitkultur' van Nederland vastgelegd moet worden. Ongelijkheid tussen religies zou dan wettelijk vastgelegd worden in het eerste artikel van de grondwet, ten koste van de nu bestaande wettelijke gelijkwaardigheid. Voor liberalen van Scholten tot Schippers was het duidelijk dat onze cultuur superieur is en actief verdedigd moet worden. Scholten was er niet op uit protestanten een staatkundig bevoorrechte positie te geven, dat zag hij als een katholieke vorm van heerschappij. Ook Schippers wil de 'politieke islam' niet verbieden. Hun claim van superioriteit is er juist op gebaseerd dat zij 'andersdenkenden' vrijheid bieden. De PVV houdt die schijn niet op. Al deze partijen bouwen voort op het idee van superioriteit gekoppeld aan vrijheid dat zozeer onderdeel is van het Nederlandse zelfbeeld.

Geestelijke waarden en islamofobie
Het is volstrekt geaccepteerd om de islam buiten de Europese beschaving te plaatsen of zelfs voor te stellen als een bedreiging daarvoor. Bolkestein en Scheffer staan in een brede traditie van denkers die de westerse beschaving en islam tegenover elkaar zetten. Zee invloedrijk was bijvoorbeeld Samuel Huntingtons boek The Clash of Civilizations, dat stelde dat de westerse beschaving botste met de islamitische.
  Volgens het seculiere Nederlandse zelfbeeld staat de Nederlandse rechtsstaat garant voor gelijkwaardigheid van alle burgers. Sterker nog, Nederland is bij uitstek het land van vrijheid en gelijkheid. In dit zelfbeeld is geen ruimte voor erkenning van institutioneel racisme. Racisme wordt gereduceerd tot kwalijke incidenten, zo het al wordt onderkend. Nog lastiger, zo niet onmogelijk, is het om de structurele aanwezigheid van islamofobie te onderkennen. Radicalisering wordt niet in verband gebracht met religie, en zo kan islamofobie worden afgedaan als kritiek op de islam. Socioloog Ibtissam Abaaziz wijst erop dat islamofobie vaak wordt gebagatelliseerd: ze wordt afgedaan als een meningsverschil en niet herkend als een structureel probleem. De retoriek van Bolkestein, Scheffer en Rutte gaat over geestelijke principes op grond waarvan onze beschaving boven de islam staat, alsof het alleen een kwestie van religieuze overtuigingen is. Daarmee blijft echter de raciale dimensie van islamofobie uit beeld. We hebben in dit boek laten zien dat racisme nooit exclusief over het lichaam gaat, en dat religie juist wel steeds een rol speelde in de racialisering van lichamen. Wie inzicht heeft in die geschiedenis ziet dat 'ras' altijd óók religie, cultuur, geografie, taal en meer omvatte. (pagina 201-203)

Terug naar Overzicht alle titels

Adrienne Rich

Uit vrouwen geboren : moederschap als ervaring en instituut
Nijgh & Van Ditmar 2025, 376 pagina's € 24,99 (1e druk 1979)

Oorspronkelijke titel: Of Woman Born : Motherhood as Experience and Institution (1976)

Wikipedia: Adrienne Rich (1929-2012)

Korte beschrijving
Een diepgaande geschiedenis en analyse van moederschap en vrouw-zijn. Adrienne Rich onderzoekt in dit boek de relatie tussen moederschap als instituut en persoonlijke ervaring. Ze combineert antropologie, feministische theorie, literatuur en psychologie. Rich onderscheidt maatschappelijke verwachtingen van persoonlijke beleving en laat bovendien zien dat moederschap iedereen beïnvloedt. Met diepgang geschreven. Met enkele zwart-witillustraties. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep.  Adrienne Rich (Baltimore, 1929 - Santa Cruz, 2012) was een wereldberoemde Amerikaanse dichter, essayist en feminist. Haar werk wordt in meerdere landen uitgegeven en won verschillende literaire prijzen, zoals de Lambda Literary Award en de Shelley Memorial Award.

Tekst op website uitgever
Sinds de verschijning in 1976 heeft dit boek keer op keer voor nieuwe generaties vrouwen een revolutie betekend in hun denken over moederschap en vrijheid. Rich combineert an­tropologie, feministische theorie, literatuur en psychologie met een nietsontziend zelfonderzoek.

Fragment uit VIII - Moeder en zoon, vrouw en man
Ik herinner me nog de zomer dat ik in het huis van vrienden in Vermont woonde. Mijn man was voor zijn werk een aantal weken in het buitenland. Mijn drie zoontjes - negen, zeven en vijf jaar oud - en ik waren daar het grootste deel van die periode alleen. Zonder een volwassen man in huis werden de regels en schema's, de vaste slaapjes, het regelmatig eten of vroeg naar bed zodat de ouders konden praten, overbodig; we vervielen in een naar mijn gevoel verrukkelijk en zondig levensritme. Het was ongewoon heet en we aten altijd buiten, uit het vuistje. We liepen halfnaakt rond, we bleven op om te kijken naar de vleermuizen, de sterren en de vuurvliegjes, we lazen en vertelden verhalen en sliepen een gat in de dag. Ik zag hun tengere jongenslijfjes bruin worden en we wasten ons met het water uit de tuinslang dat warm werd van het in de zon liggen. We leefden als schipbreukelingen op een moeder-en-kindereneiland. 's Avonds vielen ze zoet in slaap en ik bleef tot vroeg in de morgen zitten lezen en schrijven, zoals ik deed toen ik studeerde. Ik weet nog hoe ik dacht: zo zou het leven met kinderen ook kunnen zijn, zonder schooltijden, vaste regels, slaapjes, zonder voor mij het conflict moeder en echtgenote te moeten zijn zodat er geen ruimte meer overblijft om gewoon mezelf te zijn. Toen ik op een keer na middernacht terugkwam van een nachtfilm en naar huis reed over een slingerende landweg in Vermont, door de stilte, met links en rechts de vochtige, glimmende weerschijn van het bos terwijl de drie kinderen sliepen op de achterbank, toen voelde ik mij klaarwakker en opgetogen. Samen hadden wij alle regels overtreden van bedtijd en nacht, regels die ik in de stad zelf in acht meende te moetennemen omdat ik anders een 'slechte moeder' zou zijn. Wij waren samenzweerders, de vogelvrij verklaarden van het instituut moederschap. Ik voelde dat ik mijn leven vast in eigen hand had. Natuurlijk kreeg het instituut ons weer in zijn greep, natuurlijk begon ik weer te denken dat ik gene 'goede moeder' was, en ik begon het archetype weer te haten. Maar zelfs toen wist ik dat ik niet wilde dat mijn zoons grote daden voor mij zouden verrichten, in de wereld, evenmin als ik wilde dat zij omwille van hun vaderland zouden sterven of mensen doden. Ik wilde zelf belangrijke dingen doen, voor mezelf leven, en hen beminnen om wie ze elk afzonderlijk waren. (pagina 237-238)

Terug naar Overzicht alle titels


Wilma de Rek


Rust, reinheid en regelmaat : wijsheid van vroeger voor het leven van nu

Nijgh & Van Ditmar 2024, 389 pagina's  - € 25,99

Korte bio van Wilma de Rek (1963)

Korte beschrijving
Een cultuurhistorisch boek over de begrippen rust, reinheid en regelmaat (de drie R’en). Het boek onderzoekt de oorsprong en betekenis van de termen uit het in 1905 door de Harlinger wijkverpleegkundige Sien van Hulst geïntroduceerde credo. Wilma de Rek onderzoekt vragen zoals waarom we de beste ideeën krijgen onder de douche, of we te schoon zijn geworden en wanneer mensen slaven van de klok werden. De auteur pleit voor een revisie van de principes van de drie R’en om in onze hectische moderne tijd een gezonder en aangenamer leven te leiden. Pakkend, informatief en puttend uit persoonlijke ervaring geschreven. Met foto’s en illustraties in kleur en zwart-wit.  Wilma de Rek (1963) studeerde Franse taal- en letterkunde en massacommunicatie aan de Universiteit Utrecht en is sinds 2013 chef Boeken bij de Volkskrant. Eerder verschenen van haar onder meer: ‘Van big bang tot burn-out’, ‘Leef als een beest’, ‘De kleine Darwin’ en ‘Canto Ostinato’.

Tekst op website uitgever
De een spreekt van de drie R’en, de ander van de drie R’s en de volgorde waarin de woorden worden gezet wil ook nog weleens variëren; maar feit is dat het credo ‘rust, reinheid en regelmaat’, in 1907 gelanceerd door wijkverpleegkundige Sien van Hulst uit Harlingen, niet kapot is te krijgen. Van de woorden alleen al gaat iets weldadigs uit, de heerlijke belofte van overzicht en controle, van orde en kalmte, van een gelukt leven. Maar waar hebben we het over als we het over reinheid, rust en regelmaat heb­ben? En wie was de vrouw die de slogan bedacht en wat kunnen we er in onze huidige, hectische tijden mee?

Fragment uit Deel 2. Hoofdstuk 2. Florence Nightingale en Sien van Hulst
Ik probeer Sien van Hulst te visualiseren zoals ze in haar zelfgebreide kousen dapper door die buurt banjert: een hoekig meidje uit een keurig milieu uit de chique Voorstraat, dat ongevraagd bij mensen in de achterbuurt naar binnen wandelt en net als Florence Nightingale verhalen begint af te steken over het belang van frisse lucht. En vervolgens door die mensen wordt uitgejouwd, schrijft haar biografe Martha van Brink-Poort; ze gooiden haar 'met stenen na'. Maar Sien zette door, sterker: ze 'ging er als een bulldozer overheen' en zei 'kort en bondig waar het op stond en wat er moest gebeuren'. Volgens Van Brink-Poort had ze graag dokter willen worden. 'Maar waarschijnlijk heeft dezelfde reden, die haar ervan weerhield het verpleegstersdiploma te halen, haar van de verwezenlijking van dit doel afgehouden. Ze wilde namelijk 's nachts thuis zijn, want ze had als oudste dochter op zich genomen om haar oudste broer, die epilepticus was, zo nodig bij te staan.'

Tien jaar na de dood van haar vader, in 1894, besloot Sien dat er in Harlingen wijkverpleging moest komen. Ze was 26 jaar oud en werd in haar plannen gesteund door haar huisarts, Pieter Hendrik van Eden. De ziekenhuizen waren niet meer de smerige plekken die ze tijdens de jeugd van Florence Nightingale nog waren, met verloederde en drankzuchtige verpleegsters, maar nog altijd was een ziekenhuis niet per definitie the place to be voor wie graag beter wilde worden.
  In Harlingen bestond er tot dat moment nog niet zoiets als wijkverpleegkunde. Elders in Nederland wel. In Amsterdam was door de eerder genoemde koopman Piet van Eeghen en arts Jan Pieter Heije de Vereeniging voor Ziekenverpleging opgericht, die pleegzusters moest opleiden om mensen aan huis te kunnen verzorgen. En in Hilversum had de arts en hygiënist Jacobus Penn in 1875 de Provinciale Noord-Hollandse Vereeniging het Witte Kruis opgericht, dat net als het tien jaar eerder opgerichte Rode Kruis, waardoor Penn zich had laten inspireren, niet bij een bepaalde geloofsrichting hoorde maar neutraal was. 
  Waar het Rode kruis oorlogsslachtoffers hielp, zocht het Witte Kruis het dichter bij huis: het was een vereniging 'ter Afwering van Epidemische Ziekten en tot Hulpbetoon tijdens Epidemieën'. In Noord-Holland kwamen verschillende vestigingen, ook werd een eigen verpleegstersopleiding opgericht. Drie jaar eerder was in Nederland de Wet Besmettelijke Ziekten aangenomen, die de gemeenten aanwees als verantwoordelijke instanties voor het bestrijden van epidemieën als cholera en tyfus. (pagina 237-238)

Lees vooral ook: Gouden jaren : hoe ons dagelijks leven in een halve eeuw onvoorstelbaar is veranderd (2014) en Het goede leven : hoe Nederland in een halve eeuw steeds welvarender werd (2018) van Annegreet van Bergen.

Terug naar Overzicht alle titels

Dick Bijl

Het pillenprobleem : waarom we zoveel medicijnen gebruiken die niet werken en niet helpen
Querido 2020, 271 pagina's  € 25,99

Biografie van Dick Bijl (1956)

Korte beschrijving
Dat er medicijnen op de markt zijn die niet afdoende getest en bewezen werkzaam zijn, is de auteur, arts en epidemioloog, een doorn in het oog. De soms gebruikte voorwaarde 'als het middel nét iets meer goed dan kwaad doet' om het in de markt te zetten, kan zeer veel mensen schade berokkenen. De auteur pleit voor beter en eerlijker wetenschappelijk onderzoek. Hij toont legio onderzoeksfouten aan en documenteert die ook. De farmaceutische industrie maakt grote winsten en de gezondheid van mensen loopt gevaar. Het boek leest vlot en voor wie zich in de achtergronden wil verdiepen, zijn er een literatuurlijst, noten per hoofdstuk achter in het boek, een lijst van aanbevolen websites, een trefwoordenregister en een medicijnenindex. Wie dit boek gelezen heeft, zal kritischer zijn bij het voorschrijven of voorgeschreven krijgen van geneesmiddelen. Deze herdruk is geheel geactualiseerd en uitgebreid met nieuwe medicijnen..

Tekst op website uitgever
Medicijnen worden in de handel gebracht als keuringsinstanties vinden dat een middel meer werking dan bijwerking heeft. Maar meestal zijn die geneesmiddelen helemaal niet goed onderzocht, of alleen bij een heel kleine patiëntengroep. Eenmaal in de handel worden ze op grote schaal gebruikt door honderdduizenden patiënten. De farmaceutische industrie vaart daar wel bij, maar geldt dat ook voor de gebruikers van deze middelen?

Epidemioloog en voormalig huisarts Dick Bijl stelt in "Het pillenprobleem" zeer kritische vragen over het gebruik van een aantal zeer veel gebruikte medicijnen. Is het wel nodig en verstandig dat zoveel mensen zoveel medicijnen gebruiken? Wat zijn eigenlijk de bewijzen voor de werkzaamheid van die middelen? En wat is werkelijk bekend over de bijwerkingen? Is minder medicijnen eigenlijk niet veel beter?

Deze herziene uitgave bevat vier extra hoofdstukken met nog meer medicijnen: over hormoontherapie voor vrouwen in de overgang, hormoontherapie voor oudere mannen, maagzuurremmers en statinen (voor cholesterol).

Fragment uit 3. De farmaceutische industrie, businessmodel en de media
In de afgelopen decennia is de invloed van multinationale ondernemingen sterk toegenomen, ook op het welzijn en welbevinden van mensen. We hoeven maar te denken aan de tabaksindustrie, voedingsmiddelenindustrie, auto-industrie maar ook aan de farmaceutische industrie. De toenemende macht van deze bedrijfstakken gaat in veel landen gepaard met een toename van chronische aandoeningen en voortijdig overlijden. Nicholas Freudenberg, hoogleraar Public Health aan de City University in New York, heeft dit uitgebreid onderzocht en erover gepubliceerd, onder meer in zijn boek Legaal maar fataal. Zorgwekkend is zijn constatering dat de toenemende macht van deze multinationals de democratie in d e westerse landen bedreigt.
  Wie denkt dat het gesjoemel van autofabrikant Volkswagen en het gerommel in het bankwezen incidenten zijn, heeft nog niet begrepen waar deze ondernemingen op uit zijn: winstmaximalisatie ten behoeven van hun aandeelhouders en zichzelf. Farmaceutische bedrijven claimen dat zij de enigen zijn die nieuwe medicijnen ontwikkelen en de gezondheid van de burger sop het oog hebben, maar wie dit goed tot zich laat doorringen, komt al snel tot andere conclusies. Nieuwe medicijnen worden namelijk zelden door de bedrijven zelf ontwikkeld, maar door wetenschappers aan universiteiten of door biotechnologiebedrijven. Als die laatste een veelbelovend middel hebben ontwikkeld, verkopen zij het aan grote farmaceutische bedrijven tegen kapitale bedragen. Deze ontwikkelen het verder en brengen het uiteindelijk op de markt.
  Fabrikanten beweren dat de grote fase III-onderzoeken die zij moeten uitvoeren om registratie te verkrijgen, vele honderden miljoenen euro's kosten. Onafhankelijke onderzoekers hebben uitgerekend dat deze gemiddeld veel minder kosten, namelijk enkele tientallen miljoenen euro's.
  Als bedrijven, zoals zij zelf claimen, werkelijk de gezondheid van burgers op het oog hebben, dan zou je verwachten dat zij hun producten pas op de markt brengen als deze bewezen werkzaam en bewezen veilig zijn. Dat is niet het geval. Vaak worden middelen met minieme werkzaamheid op de markt gebracht zonder dat ze voldoende zijn onderzocht en er verschijnen regelmatig medicijnen die een negatieve balans van werking en bijwerking hebben. Pas bij overstelpend bewijs dat er veel mensen schade hebben ondervonden of zijn overleden als gevolg van een medicijn , wordt soms een middel van de markt gehaald.
(pagina 57-58)

Lees ook: De zaak Organon : geneesmiddelen in de greep van bedrijvenpoker van Jack Burgers & Johan Heilbron (uit 2018) of  Het pijnstillerimperium : de geheime familiegeschiedenis achter de opiatencrisis van Patrick Radden Keefe (uit 2021).

Laya Liverpool

Hoe racisme ons ziek maakt : onze gezondheid en medische ongelijkheid
Atlas Contact 2024, 318 pagina's € 24,99

Oorspronkelijke titel: Systemic. How racism is making us ill (2024)

Website Laya Liverpool (19?)

Korte beschrijving
Een verhandeling over ongelijkheid en racisme binnen de medische wereld. In dit boek belicht de auteur de etnische blinde vlek in de gezondheidszorg. In de medische praktijk is de standaard proefpersoon vaak wit en mannelijk, wat vaak leidt tot raciale vooroordelen en hiaten in medisch onderzoek. Aan de hand van wetenschappelijke bevindingen toont Layal Liverpool hoe deze ongelijkheid en raciale stereotypen mensen van kleur kwetsbaarder maken voor ziekten en minder kans geven op de juiste behandeling. Het boek eindigt met concrete suggesties voor een gezondere wereld voor iedereen. Inzichtelijk geschreven, met passages vanuit het persoonlijk perspectief van de auteur. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep.  Layal Liverpool is viroloog, immunoloog en wetenschapsjournalist. Haar artikelen over ongelijkheid in wetenschap, gezondheid en geneeskunde verschenen onder andere in Nature, New Scientist, The Guardian en WIRED.

Tekst op website
Liverpool toont dat institutioneel racisme ook diep in onze gezondheidszorg zit.

Wist je dat: » De babysterfte in Nederland het hoogst is in wijken waar traditioneel veel mensen van kleur wonen, zoals de Bijlmer? » Mensen met een Zwarte of Aziatische afkomst in Engeland veel langer wachten op een kankerdiagnose dan witte mensen? En dat is nog maar het topje van de ijsberg. In Hoe racisme ons ziek maakt legt viroloog en wetenschapsjournalist Layal Liverpool de etnische blinde vlek van de medische wereld bloot. In de gezondheidszorg is de menselijke proefpersoon standaard wit (en vaak man), waardoor raciale vooroordelen en hiaten onvermijdelijk ontstaan. Aan de hand van wereldwijd wetenschappelijk onderzoek toont ze de schokkende (en vaak fatale) gevolgen van deze raciale ongelijkheid. Zo laat ze zien hoe raciale stereotypes mensen van kleur kwetsbaarder maken voor ziekten en zorgen voor minder kans op de juiste behandeling of genezing. Gelukkig is er hoop – en Liverpool geeft concrete handvatten die een gezondere wereld voor iedereen mogelijk maken.

Fragment uit 10. De illusie van inclusie
Naarmate ik meer te weten kwam over de toenemende inzet van onderzoekers om inclusie in medisch onderzoek te vergroten en over de voordelen van diversiteit voor het bevorderen van wetenschappelijke ontdekkingen, dacht ik terug aan de enorme verschillen in gezondheid tussen raciale en etnische groepen die we in dit boek hebben onderzocht. Hoewel ik van mening ben dat het bevorderen van diversiteit in medisch onderzoek een waardevol doel is met veel potentiële voordelen, denk ik dat het belangrijk is om deze voordelen in perspectief te plaatsen - en om ons af te vragen of iedereen er in gelijke mate van zal profiteren.|
  Neem bijvoorbeeld het doel om meer DNA te sequensen van traditioneel ondervertegenwoordigde bevolkingsgroepen. We weten nu dat het vergroten van de diversiteit in genoomonderzoek de kans op genetische ontdekkingen vergroot, wat kan bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe behandelingen voor ziekten. Op dezelfde manier kan het vergroten van de diversiteit in klinische onderzoeken ervoor zorgen dat behandelingen die worden goedgekeurd effectief zijn voor diverse groepen mensen. Tegelijkertijd zouden futuristische ontwikkelingen van gepersonaliseerde of precisiegeneeskunde - de we, zoals we zagen, ook baat hebben bij DNA-databanken met meer diversiteit - steeds meer handelingen mogelijk kunnen maken die zijn afgestemd op de individuele behoeften van mensen. maar deze wetenschappelijk en medische vooruitgang zal niet echt helpen om raciale en etnische ongelijkheden in gezondheid aan te pakken als we de belangrijkste oorzaak van deze ongelijkheden niet aanpakken. 
  Een chique nieuwe medische behandeling zal niet veel goeds kunnen doen voor de volksgezondheid als deze, vanwege racisme, niet toegankelijk is voor het merendeel van de meest achtergestelde mensen binnen samenlevingen en wereldwijd. Dit is een vreselijk ironische situatie, omdat racisme - zoals we hebben ontdekt - juist enorm bijdraagt aan slechte gezondheid. En hoewel het benutten van de minuscule hoeveelheid genetische variatie tussen mensen waardevol kan zijn voor het begrijpen van ziekteprocessen en het ontdekken van geneesmiddelen, is het de moeite waarde om te onthouden dat, ten eerste, veel meer van die variatie bestaat binnen bevolkingsgroepen op een bepaalde geografische locatie dan tussen bevolkingsgroepen en, ten tweede, dat er al veel eenvoudigere, niet-medische methoden bestaan om raciale en etnische ongelijkheden in gezondheid aan te pakken. (pagina 223-224)

Marijn Kruk


Opstand : de populistische revolte en de strijd om de ziel van het Westen

Prometheus 2024, 277 pagina's  € 20,99

Wikipedia: Marijn Kruk (1971)

Korte beschrijving
Een analyse van de opkomst en invloed van nationaalpopulistische bewegingen in Europa en de Verenigde Staten. Marijn Kruk belicht hoe populistische bewegingen gebruik maken van onrust over immigratie en identiteitsverlies om aan de macht te komen. Het boek onthult ook de bredere ambitie achter het populisme: een contrarevolutie gericht op het omverwerpen van een links-liberale en 'globalistische' elite. Klassieke conservatieven, rechtse christenen, duistere etnonationalisten en complotdenkers trekken hierin zij aan zij op. Daarbij doet de Hongaarse hoofdstad Boedapest dienst als intellectuele broedplaats en als model. Viktor Orbán gaat voorop in de strijd voor het ‘eigene’ te midden van een moderniteit die dit uitholt. Maakt deze opstand kans van slagen? Verdiepend en helder geschreven. Voor een brede tot geoefende lezersgroep. Marijn Kruk (1971) studeerde geschiedenis in Utrecht en politieke filosofie in Parijs. Hij was werkzaam als Frankrijkcorrespondent en deed verslag van de Arabische Lente in Noord-Afrika. Hij schrijft voor onder andere De Groene Amsterdammer en NRC.

Tekst op website uitgever
In zowel Europa als de Verenigde Staten kleuren zogeheten nationaalpopulistische bewegingen alweer enige tijd het politieke landschap. Gebruikmakend van de ontstane onrust over immigratie en verlies van identiteit, kwamen op tal van plaatsen populistische leiders aan de macht. De grote verkiezingswinst van Geert Wilders eind 2023 en de uitslag van de Europese verkiezingen laten zien dat dit moment allerminst voorbij is.

Tegelijk maskeert het populisme de bredere ambitie die achter deze beweging schuilgaat. Er is sprake van een contrarevolutie, gericht op de omverwerping van een links-liberale en ‘globalistische’ elite, die de westerse eigenheid zou ondermijnen.

Klassieke conservatieven, rechtse christenen, duistere etnonationalisten en allerhande complotdenkers trekken hierin zij aan zij op. Daarbij doet de Hongaarse hoofdstad Boedapest dienst als intellectuele broedplaats en als model. Viktor Orbán gaat voorop in de strijd voor het ‘eigene’ te midden van een moderniteit die dit uitholt. Maakt deze opstand kans van slagen, en zo ja, tegen welke prijs?

Opstand is een journalistieke verkenning van het illiberale moment en neemt de lezer mee op een reis door het Europa anno nu.

Marijn Kruk (1971) studeerde geschiedenis in Utrecht en politieke filosofie in Parijs. Hij was werkzaam als Frankrijkcorrespondent en deed verslag van de Arabische Lente in Noord-Afrika. Aansluitend was hij correspondent in Istanbul en maakte hij tal van reportagereizen door Europa. Hij schrijft voor onder andere De Groene Amsterdammer en NRC

Fragment uit (de) Epiloog - Fritz-kola in het Scruton-café
Zeker is dat de westerse samenleving sinds 1968 ingrijpend is veranderd. Traditionele opvattingen over de natie, de religie, het gezin en de vaderlijke autoriteit hebben sterk aan gezag ingeboet. Tegelijk is sprake van een vergaande individualisering en hebben allerlei minderheden met succes rechten geclaimd.
  Een veelzeggend voorbeeld daarvan is de openstelling van het huwelijk voor partners van hetzelfde geslacht - op 1 april 2001 begonnen in Nederland en sindsdien bezig aan een gestage opmars in zowel westerse als niet-westerse landen.
  Ook hier gingen veranderingen in de samenleving vooraf aan de juridische formalisering. Tegelijk zorgde de wettelijke openstelling binnen enkele jaren tot een nog bredere maatschappelijke acceptatie.
  Als er een 'natuurlijke' gang van zaken is, of er een 'organische' manier van politiek bedrijven bestaat, is het deze.

In Turkije zagen we Recep Tayyip Erdogan keer op keer zijn tanden stukbeet op de maatschappelijke werkelijkheid. Zelfs met de volle inzet van de gecentraliseerde Turkse staat slaagde hij er niet in een 'vrome generatie' te kweken en de samenleving te re-islamiseren. Wat hij ook deed, Turkije werd seculierer, en individualistischer.
  In het Hongarije van Viktor Orbán zal het uiteindelijke niet anders gaan. Ondanks het beroep op christelijke waarden blijven de kerken leeg, en is de acceptatie van lgbtq nog nooit zo hoog geweest met 60 procent van de bevolking die gelooft dat gaystellen net zulke goede ouders kunnen zijn als heterostellen. Hoogopgeleide jongeren trekken weg zodra ze er de kans toe zien.
  Zo bezien lijkt het op glamoureuze conferenties beleden 'nationaal-conservatisme' in Boedapest toch vooral een schaamlap voor autoritisme en corruptie.

Kun je het tij werkelijk keren? Ik laat mijn blik nog eens over de door de weduwe Scruton geschonken attributen gaan en vervolgens over het gelikte interieur. Als je er in een Scruton-café in Boedapest al niet in slaagde het globalistische monster buiten de deur te houden, waar dan wel?

Alles wijst erop dat de missie van de illiberale contrarevolutie gedoemd is. Zelfs Orbáns democratie blijkt bij nadere inspectie niet meer dan een kreet tegen de keer, Wie realistisch is accepteert de moderniteit en probeert - Alexis de Tocquiville indachtig - de stroom ervan in zo goed mogelijke banen te leiden.
  Waar heb ik dan naar gekeken, in Hongarije en in al die andere landen waar radicaal-rechtse partijen aan een opmars bezig zijn? Niet naar een opleving van het fascisme - dat wil er bij mij niet in.
  Wat is zag was nauwelijks regeneratief, dynamisch of toekomstgericht te noemen - eerder bangig en gericht op het verleden, op het behoud van wat er was geweest was of zou zijn geweest. Het was gedrenkt in nostalgie en draaide rond de overtuiging dat er iets was afgenomen.
  Het was niet l'Uomo nuovo die ik zag, de nieuwe mens van het fascisme, maar Ezio Mauro's l'uomo bianco: verongelijkt, geborneerd, bang om te verdwijnen.
  Als het waar is dat de conservatieven de losers van de geschiedenis zijn, zoals nota bene Thierry Baudet eens heeft opgemerkt, zou wat we zien dan niet de backlash kunnen zijn van een ongekende progressieve sprong voorwaarts die we als westerse samenleving bezig zijn te maken?
  Denk aan het homohuwelijk, maar ook aan #MeToo, en aan de aandacht die er sinds enkele jaren is voor minder zichtbare vormen van racisme en discriminatie. De manier waarop conservatieven zich in het debat over transseksualiteit - uiteindelijk toch een betrekkelijk marginaal verschijnsel - hebben vastgebeten getuigt eerder van onzekerheid dan van kracht. (pagina 255-257)

Terug naar Overzicht alle titels


Maarten Boudry 3

Het verraad aan de Verlichting : hoe progressieven de weg kwijtraakten (en kunnen terugvinden)

Prometheus 2025, 348 pagina's  € 20,99

Wikipedia: Maarten Boudry (1984)

Korte beschrijving
Een kritische verhandeling waarin filosoof Maarten Boudry onderzoekt waarom de westerse beschaving haar geloof in verlichting en vooruitgang verloor. Hij beschrijft hoe progressieven zich afkeerden van wetenschap en technologie, bijvoorbeeld door postmodernisme en de groene beweging. Volgens progressieven is de expansiedrift van de westerse moderniteit schadelijk en bron van ongelijkheid. Boudry roept op tot hernieuwd geloof in vooruitgang, met een nieuwe beweging die streeft naar onbegrensde groei, overvloed, openheid en technologische innovatie. Vaardig en gelaagd geschreven. Met zwart-witportretten, -illustraties en -foto's. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. 

Tekst op website uitgever
De westerse beschaving is haar geloof in verlichting verloren: de overtuiging dat de menselijke rede de wereld steeds kan verbeteren door wetenschap, het vrije woord en democratie. Lange tijd werd dat geloof uitgedragen door ‘progressieve’ mensen – dat was wat het woord betekende –, maar diezelfde progressieven hebben op talloze domeinen verraad gepleegd aan de waarden van de verlichting, die ongeziene ideeënrevolutie die ontstond in West-Europa.

De westerse moderniteit helpt de planeet om zeep, vinden progressieven. De zogenaamde ‘verlichting’ is slechts een schaamlapje voor suprematiedenken en kolonialisme. Kapitalisme en globalisering zijn gebaseerd op uitbuiting en leiden tot extreme ongelijkheid. Eindeloze groei is een waanbeeld. En vrije meningsuiting is een dekmantel voor racisme en onderdrukking.

Hoe heeft het zover kunnen komen? In dit vurige pleidooi zoekt filosoof Maarten Boudry naar de wortels van het moderne verraad aan de verlichting en toont hij hoe we ons geloof in vooruitgang kunnen terugwinnen. Want het progressieve verraad is verre van onschuldig. Als niemand zich nog over de verlichting ontfermt, dan zal de vlam ook uitdoven.

Fragment uit III Daders en slachtoffers
De tv-serie The Handmaid's Tale, gebaseerd op een boek van Margaret Atwood, beschrijft een dystopische toekomst in Amerika. Een totalitaire en patriarchale dictatuur, genaamd Gilead, heerst over wat overblijft van de Verenigde Staten. Door radioactieve straling en vervuiling is de vruchtbaarheid van de bevolking sterk aangetast. Alle jonge vrouwen die nog vruchtbare eierstokken hebben, worden door de christelijke overheid tot slaaf gemaakt en als broedmachines ingezet. Streng verboden zijn homoseksualiteit, seks buiten het huwelijk, en elke vorm van seksuele activiteit die niet in het teken staat van voortplanting. Een ijzingwekkend verhaal dat je thuis vanuit je knusse zetel kan bingewatchen. Gelukkig is het allemaal maar fictie - of toch niet?
  De pijnlijke waarheid is dat tienduizenden vrouwen nú al in hun eigen Gilead leven. Niet alleen in landen als Afghanistan en Iran, maar zelfs in de getto's van onze eigen westerse steden. Deze vrouwen mogen enkel hun huid verlaten als ze zich van kop tot teen sluieren en vergezeld zijn van een mannelijke begeleider. Zij worden op jonge leeftijd uitgehuwelijkt en elven altijd onder het absolute gezag van een man. Als ze zich daartegen verzetten, maken ze de familie en de gemeenschap te schande. In het ergste geval riskeren ze slachtoffer te worden van een eremoord. Deze vrouwen passen  echter niet in het binaire wereldbeeld, dus krijgen ze geen aandacht. Liever liggen westerse progressieven wakker van de vergezochte mogelijkheid dat hun eigen samenleving, zowat de liberaalste in de geschiedenis, zou afglijden naar het Gilead uit The Handmaid'sTale.
  Erger nog, vele westerse progressieven vieren religieuze accessoires zoals de hidjab als een toonbeeld van emancipatie. Gesluierde vrouwen prijken op de voorpagina's van modetijdschriften en lopen op catwalks in westerse steden. Grote merken als Nike pakken uit met kledingreeksen als 'Pro Hidjab', speciaal voor moslima-atleten. Daar krijgen ze vervolgens uitgebreid applaus voor op progressieve banken. Natuurlijk hebben vrouwen het recht om te dragen wat ze willen, als dat hun eigen vrije keuze is. Maar waarom moeten progressieven uitgereknd een religieus kuisheidssymbool vieren dat voor miljoenen vrouwen in deze wereld een instrument is van hun onderdrukking? En ondertussen maar griezelen bij The Handmaid's Tale. Kan je je voorstellen dat feministen in de jaren zestig nonnenkappen als symbool van vrijheid hadden gevierd? 
  De religieuze fundamentalisten zelf lachen ondertussen in hun vuistje. Zij maken dankbaar misbruik van onze westerse verdwazing. Dat toont het verhaal van de Britse islamdissident Maajid Nawaz aan. De voormalige jihadstrijder ronselde jarenlang voor het radicale islamisme, maar kwam tot inkeer  in de gevangenissen van de Egyptische dictator Moebarak. Toen hij daar vastzat als politieke gevangene, zette Amnesty International zich onbaatzuchtig in voor zijn mensenrechten. Dat raakte hem zo diep dat hij begon te twijfelen aan zijn haat voor die ongelovige honden;

De onvoorwaardelijke aard van Amnesty's steun maakte mij nederig: Je bent een mens, dus je verdient onze steun. Er zat iets heel krachtigs en heel puurs in die premisse, Zoals veel ideologieën ontleent het islamisme een deel van zijn kracht aan zijn ontmenselijking van 'de ander'' 

In zijn latere leven ontpopte Nawaz zich tot moslimhervormer, die pleit voor een moderne en rationele islam. In zijn autobiografie Radical beschrijft hij nauwkeurig hoe hij en andere jihadisten Britse universiteitscampussen infiltreerden, om daar zieltjes te ronselen voor de radicale groep Hizb ut-Tahrir. Doelbewust camoufleerden hij en zijn medestrijders hun sektarische haat voor het Westen achter dichte sluiers van multiculturalisme en verdraagzaamheid. Kritisch weerwerk deden ze steevast af als racisme. Wie een authentieke moslim wilde zijn, zo stelden Nawaz en zijn kompanen, moest westerse uitvindingen als liberalisme en seksuele bevrijding uitspuwen. Dat was een uitgekiende strategie, want niets boezemt een goede progressief meer angst in dan een aantijging van racisme. Zoals een virus de chemische eigenschappen van zijn gastheer imiteert om onder de radar te blijven, zo gebruiken religieuze fanatici 'cultureel respect' om binnen te dingen in progressieve bolwerken. (pagina 125-127)

Lees ook: Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat (uit 2019) en Waarom ons klimaat niet naar de knoppen gaat (als we het hoofd koel houden) (uit 2021).

Terug naar Overzicht alle titels