zaterdag 18 april 2026

Eva Meijer 5

Een woord voor : roman
Cossee 2026, 313 pagina's € 23,99

Wikipedia: Eva Meijer (1980)

Korte beschrijving
Een literaire roman over taal en het verlies van woorden. Eén voor één verdwijnen verschillende woorden uit de Nederlandse taal. De samenleving raakt verdeeld over verloren betekenissen en de regering overweegt over te stappen op het Engels. Denkers en dichters verzetten zich, omdat de verdwenen woorden uniek zijn voor communicatie; maar ze worstelen met het verdedigen van de taal als ze de juiste woorden daarvoor niet kunnen vinden. In lichtvoetige stijl geschreven. Met name geschikt voor een literaire lezersgroep. 

Tekst op website uitgever
Achteloos is het eerste woord dat verdwijnt, achteloos, en niemand heeft het door. Ekster en geld worden meer gemist. Maar pas bij het verlies van geel ontstaat er echt onrust, als de zonzeggers en kaaszeggers tegenover elkaar komen te staan. Woordenziekte? Taalsabotage? Betekeniscomplot? Niemand weet waar de woorden zijn gebleven of hoe ze moeten worden bewaard. De regering stelt een tijdelijke taal change voor naar het Engels, dat is ook goed voor het bedrijfsleven. Een groepje denkers en dichters legt zich er niet bij neer. De verdwenen woorden drukken iets uit wat niet anders gezegd kan worden, iets wat we nodig hebben om elkaar te bereiken. Maar hoe kun je je verzetten als je de woorden mist om je gedachten vorm te geven? Hoe red je de taal, als het woord taal verdwenen is? En wie heeft er baat bij als mensen voortdurend naar woorden moeten zoeken? In Een woord voor laat Eva Meijer zien wat er gebeurt als we de taal kwijtraken waarin we met elkaar kunnen praten.

Fragment uit 10
Vier letters, denkt de directeur van DNB, opgericht door Willem I der Nederlanden in 1814, ook een koningshuis komt ergens vandaan, komt niet uit de lucht vallen. Vier letters en het lijkt op de verdwenen kleur. Ik weet het zeker. Eddo is doel op puzzels, hij maakt elk weekend het cryptogram op de achterkant van de krant en eind december de AIVD-kerstpuzzel, hij doet ook lk jaar mee aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal; mensen realiseren zich het niet, maar in de financiële sector is creativiteit een vereiste, je moet jezelf scherp houden. Hij begint te neuriën. Poen, poen, poen. De een zegt..., de ander money, daar is het al.
  'Tanya?"
 'Yes?' Ze staat op van haar bureau in de aangrenzende kamer en loopt naar de deuropening zodat ze haar baas kan zien.
  'Heb je nog iets gevonden over dat woord?'
  Tanja schudt haar hoofd. 'Misschien moeten we een taalkundige inschakelen.'
  'Misschien.' Eddo voelt zich verantwoordelijk. Hij denkt aan de gulden. Dat was een mooi betaalmiddel. Transparanter dan de euro, eerlijker. Zijn vader rekent nog om. Een brood voor zeven gulden. Een voor vierenvijftig gulden. Er huist een niet erg verholen verwijt in het omrekenen, dat Eddo de transitie niet heeft kunnen tegenhouden. En, oké, dat ook niet wilde. Hij was in eerste instantie heel enthousiast geweest over de euro. Samen staan we sterk, dat idee. De Duitsers, de Fransen. Dat de Zwitsers niet meededen gaf hem een onbehaaglijk gevoel, want die hadden verstand van duiten. maar toch. Het leek hem zelf ook handig, met het reizen, hoewel er in die tijd overal al makkelijk gepind kon worden.
  Gulden, euro, woorden van vier letters, altijd al gebruikt.
  'Heb je verder nog iets nodig?'
 'Het is een goed idee, die taalkundige. Zoek er maar eentje. Hou me op de hoogte.'
  Ze verdwijnt weer. Eddo denkt aan de mannen van boven de vijftig in zijn omgeving die relaties begonnen met hun secretaresse. Hij kon zich er nooit iets bij voorstellen, niet omdat hij per se tegen buitenechtelijke relaties was, in goed overleg kan dat prima werken, maar omdat de vrouwen met wie hij werkte altijd iets vlaks hadden. Tot nu. Hij begrijpt het inmiddels helemaal. Niet dat Tanja ooit op hem zou vallen. Ze heeft iets wilds, iets zelfverzekerds, ze heeft helemaal geen man nodig. Misschien valt ze niet een sop mannen. Toch doet het hem goed dat ze er is en dat hij deze gedachten nu heeft, het is alsof er ineens een raam in de muur zit waardoor hij naar buiten kan kijken en de wereld vanuit een andere hoek zien. Geen mogelijkheid, gene belofte, zo groot is het niet, maar toch iets in die richting.

Het woord sjezen verdwijnt, in de betekenis van hard rennen of rijden. Over gesjeesde studenten wordt nog gesproken, maar niemand weet meer waar die vreemde uitdrukking vandaan komt.
  Het woord bemiddelingspoging verdwijnt ook. 'Mediation', zeggen de mensen.
Het woord bovenop verdwijnt en wordt geruisloos vervangen door op.
(pagina 37-39)

Lees ook: De soldaat was een dolfijn : over politieke dieren (uit 2017), De grenzen van mijn taal : een klein filosofisch onderzoek naar depressie (uit 2019), De stem van de Noordzee : een pleidooi voor vloeibaar denken (uit 2020, dat ze samen schreef met Laura Burgers en Evanne Nowak), Zee Nu (een roman uit 2022) en Misschien is een ander woord voor hoop : een pleidooi voor meerstemmigheid in het politieke en publieke debat (uit 2022)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 8 april 2026

Catherine de Vries

De symfonie van onvrede : de opmars van radicaal-rechts in Europa
Querido Facto 2026, 224 pagina's  € 21,99

Wikipedia: Catherine de Vries (19?)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Catherine de Vries groeide op op een boerderij in Overijssel die al generaties in de familie was. Eind jaren tachtig veranderde dat leven ingrijpend: dalende prijzen, Europese regels en terughoudende banken maakten het boerenbedrijf onhoudbaar. Haar vader verloor niet alleen zijn werk, maar ook zijn land en zijn vertrouwen in de politiek.

Tegelijk verdwenen steeds meer publieke voorzieningen: fuserende ziekenhuizen, gesloten politiebureaus, verdwijnende postkantoren, minder streekvervoer, samengevoegde scholen. De overheid die ooit nabij was, raakte steeds verder weg. Zoals veel dorpsgenoten schoof haar vader van het politieke midden richting radicaal-rechts. Hij was niet de enige: zijn ervaringen blijken onderdeel van een breder Europees patroon.

In De symfonie van onvrede beschrijft politicoloog Catherine de Vries hoe de opkomst van radicaal-rechts samenhangt met de afbraak van publieke voorzieningen. Gebaseerd op eigen onderzoek in het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Italië, Frankrijk en Duitsland laat ze zien wat er gebeurt als de staat zijn belofte van nabijheid niet waarmaakt, en wat nodig is om vertrouwen te herstellen. Niet alleen economisch, maar ook moreel.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

Hanno Sauer

Klasse : het ontstaan van boven en onder
De Bezige bij 2026, 359 pagina's  € 29,99

Wikipedia: Hanno Sauer (1983)

Korte beschrijving
Een scherpzinnige filosofische analyse van het fenomeen klasse. Hanno Sauer onderzoekt de diepgewortelde mechanismen achter status, prestige en sociale hiërarchie. Hij beschrijft klassenverschillen als krachtige structuren die cultuur, waarden en keuzes in een samenleving vormgeven. Het boek analyseert waarom groepen specifieke voorkeuren hebben, en bespreekt hoe sociale signalen overtuigingen, smaak en koopgedrag beïnvloeden. Sauer laat zien waarom het van belang is de verborgen krachten van klasse te begrijpen om maatschappelijke verandering teweeg te kunnen brengen, en biedt een kritische blik op waarom mensen doen wat zij doen — en hoe dit anders kan. Zeer intelligent en met stilistische flair geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep met bijzondere interesse in het onderwerp. Hanno Sauer (1983) is universitair hoofddocent filosofie en hij doceert ethiek aan de Universiteit Utrecht. Eerder verscheen van zijn hand ‘Moraal. Goed en kwaad van prehistorie tot polarisatie’ (2023).

Tekst op website uitgever
Waarom rijden rijkaards in protserige Lamborghini’s en dragen ze merkkleding, maar prefereren écht rijke mensen juist bescheiden auto’s en onopvallende outfits? Waarom is kunst elitair, en geldt Marcel Proust als hoge literatuur en Dan Brown als cultureel wegwerpproduct? Zijn de hogere klassen progressief en ethisch verheven, of juist gewetenloze sociopaten? In Klasse ontrafelt filosoof Hanno Sauer de diepgewortelde mechanismen achter status, prestige en hiërarchie. Hij laat zien hoe sociale signalen ons leven beïnvloeden – van onze overtuigingen tot onze smaak en koopgedrag. Klassenverschillen zijn geen oppervlakkige kenmerken, maar krachtige structuren die onze cultuur, waarden en keuzes vormen. Met scherpe inzichten en in een prikkelende stijl toont Sauer waarom het begrijpen van deze verborgen krachten essentieel is voor wie onze samenleving wil veranderen. Klasse is een urgent en briljant betoog over wie we zijn, waarom we doen wat we doen – en hoe we het anders kunnen doen.

Fragment uit Genoeg
Dromen

Waarom is het eigenlijk belangrijk om politieke concepten en sociale idealen op de proef te stellen met het oog op uitvoerbaarheid? Waarom je door lelijke feiten te laten belemmeren? Waarom niet naar de maan reiken?
  De reden daarvoor is dat de poging om hopeloze idealen na te jagen politieke invloed heeft: wanneer de representanten van een politiek bestel voortdurend doelen verkondigen die nooit bereikt worden, ondermijnt dat op de lange termijn het vertrouwen in de legitimiteit van het politieke bestel. Op een gegeven moment ontstaat onder de geregeerde bevolking de verdenking dat er iets niet in de haak is, dat men bedonderd wordt, dat er duistere machten aan het werk zijn. Worden we voorgelogen, en willen die daarboven die doelen helemaal niet echt? Of willen ze die wel, maar worden ze door nog machtigere, voor 'ons' onzichtbare, clandestiene en in schaduwen opererende éminences grises gemanipuleerd? Ik pleit niet voor een fantasieloos-cynische ultra realistische politiek die wensen alleen op het haalbare afstemt, die de normatieve kracht alleen nog in het feitelijke denkt te vinden, maar alleen voor de waarschuwing dat gefrustreerde dromen en idealen politiek gevaarlijk kunne zijn - een zekere miniumgerichtheid op wat sociaal, politiek en institutioneel bereikbaar is, is een waardevol correctief.
  Klasse is alles, alles is klasse, Maar we willen ook niet voorbarig opgeven, niet berusten en de droom van een betere wereld gewoon ongedroomd laten, want uiteindelijk kunnen we overal over dromen!
  Of in elk geval bijna. De droom van rechtvaardigheid en gemeenschap zal nooit verdwijnen, en dat is maar goed ook. het is belangrijk dat die verdergedroomd wordt, dat die steeds opnieuw ontwaakt in de hoofden van alle nieuwe kinderen, en dan met elke nieuwe generatie steeds een beetje minder stukloopt op de werkelijkheid.
  Maar sommige dromen zijn beter dan andere. Je mag vooral niet te onrustig dromen, anders begin je spoken te zien in plaats van knapenmorgenboesem, of je ontwaakt misschien als ongedierte of als zwarte weduwe. De Heer geeft het zijn lieveling in de slaap, heet het, maar daarom hoeft niet elke slapende tot de lievelingen geteld te worden. Want er is een slaap die dromen maar geen rust brengt, geen frisheid en klaarheid, een die duister stemt en moet en steeds vermoeider maakt, een slaap die monsters voortbrengt, dat is de slaap van de 


{Hier stopt het manuscript.} 

Terug naar Overzicht alle titels

Geertrui Mieke De Ketelaere 2

Loop niet in de val van de chatbot : hoe digitale vrienden levensgevaarlijk kunnen worden
Borgerhoff & Lamberigts 2026, 206 pagina € 24,99

Wikipedia: Geertrui Mieke De Ketelaere (1970)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Chatbots zijn overal. En handig. Maar wat als ze je leven overnemen? Als ze je advies beginnen geven, slecht advies? Het klinkt als het begin van een scififilm, maar intussen is het al lang werkelijkheid geworden. Dit boek bevat tal van voorbeelden uit binnen- en buitenland waarbij chatbots menselijke schade aanrichtten, inclusief aanzetten tot zelfmoord. In dit boek legt ingenieur en AI-experte Geertrui Mieke De Ketelaere aan de hand van concrete voorbeelden uit hoe chatbots zo ontwikkeld worden dat ze mensen in de val kunnen lokken.

Fragment uit

Lees ook: Mens versus machine : artificiële intelligentie ontrafeld (uit 2020)

Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 4 april 2026

Ton Lemaire 6

Op weg naar het heden : filosoferen over tijd en leven
Atlas Contact 2026, 294 pagina's € 24,99

Wikipedia: Ton Lemaire (1941)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Het meest persoonlijke boek tot nu toe van Ton Lemaire, winnaar van onder andere de prijs voor het Beste Spirituele Boek (‘Bomen en bossen’) en de Groeneveld-prijs.

In zijn nieuwe boek toont Lemaire zich persoonlijker dan ooit. Hij vertelt over zijn kennismaking met filosofie en welke stromingen hem beïnvloed hebben. Fenomenologie, levensfilosofie en existentiële thema’s hebben hem altijd beziggehouden, naast kunst en literatuur.

In ‘Op weg naar het heden’ behandelt Lemaire een grote verscheidenheid aan onderwerpen, soms ook die buiten zijn vakgebied. Hij snijdt eveneens actuele problemen aan, zoals de oorlog in Oekraïne en Gaza. Hoewel hij pessimistisch is gestemd vanwege de verontrustende toestand van de wereld en het laatste hoofdstuk over de dood handelt, is zijn boek alles bij elkaar toch een ode aan het leven.

‘Op weg naar het heden’ is het meest persoonlijke boek tot nu toe van deze winnaar van de prijs voor het Beste Spirituele Boek en de Groeneveld-prijs.

Fragment uit I. Waarom ik schrijf, bij wijze van inleiding
Door te lezen leefde ik tijdelijk 'ver van de dagelijksheid vandaan', zoals de versregels formuleert. Ja, ik wilde groots en meeslepend leven, het alledaagse leven en zeker dat op school was weinig boeiend, saai, oninteressant vergeleken met wat ik in de boeken las. Achteraf gezien was het maar goed dat ik rond mijn vijftiende drie passies kreeg die mijn leeshonger doorbraken: de sport, de natuur en de archeologie. Ik ontwikkelde mijn eigen lijfelijkheid, ik ontdekte de zintuiglijke rijkdom van de wereld, ik werd gefascineerd door de diepte van de tijd. Alle drie bleken een goed tegenwicht te vormen tegen de werelden in woorden waarin ik geneigd was te leven. Het gevaar van een eenzijdige nadruk op lezen en schrijven is dat je onvoldoende je zintuigen ontwikkelt en de densiteit van de dingen daarbuiten verkent, dat je je laat meeslepen door een op hol geslagen fantasie, dat je wereldvreemd, bijna mensenschuw en onhandig kunt worden. De taal, althans de geschreven taal, wordt dan een valkuil waar je moeilijk meer uit kunt komen. Het leven en de wereld zijn méér en anders dan de taal waarin ze kunnen worden uitgedrukt. Maar mijn vroege onderdompeling in woorden heeft zich niet verloochend, want ik ben blijven lezen en doorgegaan met schrijven, zoekend naar een evenwicht tussen taal en leven.

Wanner je zoals ikzelf gemotiveerd bent om te schrijven en te publiceren, ligt het voor de hand dat je geboeid wordt door taal in het algemeen en in het bijzonder door woorden. Een elementaire vereiste is dat je een rijk vocabulaire hebt dat, in ieder geval bij mij, sterk is bevorderd door de boeken die ik heb gelezen. Al jong was ik gretig om nieuwe woorden te leren, om te stuiten op ouderwetse of buitenissige woorden, om met te verdiepen in de etymologie ervan, dus de historische dimensie van de taal. Dit alles draagt op den duur bij tot een rijker taalgevoel, een moeilijk te definiëren vermogen van feeling voor taal, gesproken of geschreven, dat je alleen maar krijgt door veel en aandachtig te lezen en te luisteren. Daarin past uiteraard dat je je voelt aangetrokken tot literatuur, tot de taaluitingen die van diegene  die het ver gebracht hebben in hun omgang met taal en die proza en poëzie schrijven die in mijn eigen taalgevoel enorm hebben verrijkt. Schrijven is een voortdurende inspanning om het juiste woord op de juiste plaats te zetten en om zinnen te vormen die goed lopen, helder zijn en liefst ook welluidend.

Het geeft een goed gevoel wanneer je een zin hebt geschreven of een hele alinea waarmee je tevreden kunt zijn, dat wil zeggen: die kan standhouden als je hem overleest, ook weken later. Overigens begint voor mij het plezier van het schrijven al eerder, namelijk als ik de eerste woorden van een nieuwe essay of boek op papier zet. Hoewel ik al jaren werk op een pc, begin ik toch altijd nog met de pen de eerste zinnen en pagina's te schrijven en liefst ook al de grote lijn te schetsen in telegramstijl. Ik ervaar het als een ambachtelijk en esthetische genoegen om mijn pen op een nog maagdelijk vel papier te zetten, en niet met toetsen maar met de hand de letters van het alfabet te vormen. Ik ben veeleisend wat betreft de pen. Het is een gewone balpen maar wel een die heel dun en toch soepel schrijft, en die is niet zo gemakkelijk te vinden. Schrijven lijkt voor mij op tekenen en alleen al het vormen van de lettertekens met de hand geeft een zekere voldoening. Op de lagere school moest mijn generatie nog schrijven met de kroontjespen, die je steeds in een inktpot moest dopen en die vaak vlekken gaf. Op de middelbare school kreeg ik een vulpen en toen ik ging studeren schakelde ik over op een balpen (hoewel die toen nog enigszins 'ordinair' werd gevonden) - en daar ben ik bij gebleven. (pagina 20-22)

Fragment uit XIII Na verloop van tijd
Waarschijnlijk is het signaleren van de kortstondigheid van het leven van alle tijden. Maar we moeten wel beseffen dat hoe kort een menselijk leven ook mag zijn, het niettemin in één beslissend opzicht iets eeuwigs bezit. Ik zeg het filosoof Vladimir Jankélévitch na: 'Het eeuwige leven, dat wil zeggen het onuitwisbare feit geweest te zijn, is een geschenk dat de dood geeft aan de levende persoon. Het feit geleefd te hebben is dus een eeuwig ogenblik, en men kan vermoeden waarom eeuwigheid en ogenblik niet meer elkaars tegendeel zijn.' 'Diegene die geleefd heeft, kan voortaan niet meer niet hebben geleefd. Dit mysterieuze feit er geweest te zijn is zijn leeftocht voor de eeuwigheid.' Wat bijna niet had bestaan zal voor altijd bestaan. Want het leven mag gratuit en kortstondig zijn, het feit een kortstondig leven te hebben geleefd duurt voor altijd. (pagina 273)

Lees ook:  De val van Prometheus : over de keerzijden van de vooruitgang (2010) en Onder dieren : voor een diervriendelijker wereld (2017), Bomen en bossen : bondgenoten voor een leefbare aarde (uit 2023), Verre velden : essays en en excursies 1995-2012 (uit 2013) en Tegen de tijd : kanttekeningen bij onze wereld (uit 2022)

Terug naar Overzicht alle titels

Roxane van Iperen 4

Ik zie wat ik geloof : big tech als architect van de nieuwe werkelijkheid
Maand van de Filosofie 2026, 93 pagina's   - € 8,--

Wikipedia: Roxane van Iperen (1976)

Korte beschrijving
Wie of wat zijn wij? Kennen wij onszelf? In de geschiedenis van de mensheid heeft het wij vrijwel altijd tegenover een zij gestaan. De metafoor voor het wij was de gesloten kring of de begrensde gemeenschap. Die tweedeling tussen wij en zij gaf veelvuldig aanleiding tot vijandschap en in- en uitsluitingen. Nu het moeilijker is om mensen in één gemeenschappelijk verhaal op te nemen, is er behoefte aan nieuwe metaforen voor ons. Nieuwe beelden, woorden en daden om het wij weer betekenis te geven. Is er een wij mogelijk dat alle menselijke en niet-menselijke wezens insluit?

Tekst op website uitgever
We leven in een tijd waarin de werkelijkheid niet langer is gebaseerd op een gedeelde ervaring, maar een product is dat per individu op maat wordt gemaakt. Wie controle heeft over het verhaal, heeft de macht om mensen een bepaalde richting in te sturen. In dit indringende essay laat Roxane van Iperen zien hoe Big Tech ons met minimale inspanningen gevangenhoudt en brengt in kaart wat mogelijke vluchtroutes zijn. Hoe kunnen we opnieuw een gezamenlijk fundament creëren, een gedeelde werkelijkheid? 'De subjectieve ervaring wordt feit. Niet: ik geloof wat ik zie, maar: ik zie wat ik geloof. De Verlichting eindigt dan, letterlijk, in het licht van een scherm: niet langer het symbool van kennis, maar van beïnvloeding. De rede is niet gestorven, ze is vermarkt. En zo begint een nieuw tijdperk, waarin wie de gevoelde realiteit bezit, de mens bezit.'

Fragment uit Van mens naar markt
Ik zie wat ik geloof

Toch blijf ik twijfelen aan deze optelsom, die uiteraard ook weer een platgeslagen versie is van een veel complexer werkelijkheid. Eén vraag keert steeds bij me terug: had deze technologische machtsgreep niet ook kunnen plaatsvinden zonder globalisering?  Is het er een voortvloeisel van, of slechts een toevallig neveneffect? Ik kom tot de conclusie dat het één dan toch tenminste een noodzakelijke springplank was voor het ander: hyperglobalisering - de extreme verwevenheid van economieën, kapitaal en informatie, het wegvallen van grenzen - creëerde een wereld waarin efficiëntie en schaal heilig zijn. Zie het als een wereldwijde lopende band, waarin alles aan elkaar verbonden is en elke schakel van de keten mee moet in hetzelfde tempo. Om dat gigantische stelsel te kunnen coordineren was technologie noodzakelijk: algoritmen die markten kunnen lezen, mensen kunnen sturen, gedrag kunnen voorspellen. Het verdwijnen van geografische en culturele ankers bereidde de mensheid voor om vervolgens de sprong te maken naar een virtuele wereld. In die zin zou je kunnen zeggen dat globalisering de vraag naar totale beheersing heeft doen ontstaan; technologie heeft het middel geleverd. Maar ik denk dat er iets diepers achter zit: ook zonder globalisering had de westerse moderniteit zélf al de kiemen in zich van deze controle maatschappij. De drang om te meten, te optimaliseren en rationaliseren ten koste van onze vrijheid - wat Max Weber de 'ijzeren kooi van de rationaliteit' noemde - is veel ouder dan de cloud. Weber beschreef al in 1905 hoe in een gerationaliseerde samenleving, die strak wordt vormgegeven door bureaucratische systemen en efficiëntie, iedere vorm van toeval of verbeelding langzaam verstikt en sterft. De wens om orde te scheppen uit chaos, om het onzekere te berekenen en te beheersen, zat al in de moderniteit zelf. Met andere woorden: zonder globalisering hadden we misschien een andere vorm van technologische controle gekend - meer lokaal, trager, minder totalitair van schaal. Maar de neiging tot digitaliseringen beheersing zat al ingebakken in de westerse idee van vooruitgang. Hyperglobalisering maakte er slechts een mondiaal systeem van, waarin elke menselijke afwijking werd opgeslokt door één en hetzelfde netwerk.
  De moderne mens leeft daardoor in een wonderlijke paradox: we geloven dat we meer vrijheden hebben dan ooit, terwijl tegelijkertijd de drang naar controle alomvattend is. Bedrijven meten, voorspellen en beheersen iedere stap in hun bedrijfsketen, van overheden verwachten we dat ze elk risico of iedere abnormaliteit in kaart brengen en corrigeren, en individuen houden angstvallig alle aspecten van hun 'vrije' leven in de gaten: hun stappen, hartslag, slaap, (mentale) gezondheid, productie, identiteit en persoonlijk ontwikkeltraject. Die metingen en voorspellingen worden bijna volledig gestuurd door een digitale infrastructuur in private handen, die niet het welzijn van de mensheid als doel heeft, maar de verrijking van een selecte groep ultravermogenden. Wat we ervaren als autonomie is in feite procesoptimalisatie: we bewegen vrij binnen een raster dat door anderen wordt ontworpen en gemanipuleerd. De vraag is alleen niet meer of technologie ons leven helpt en vergemakkelijkt, maar wie er heerst over de voorwaarden waaronder wij denken, spreken, voelen en handelen. Dáár begint het verhaal van Big Tech en de soevereine mens. (pagina 33-35)

Lees ook:  De genocidefax : wat doe jij als het erop aankomt? (2021), Eigen welzijn eerst : hoe de middenklasse haar liberale waarden verloor (2022) en Eigen planeet eerst : waarom onze democratie geen antwoord heeft op het grootste vraagstuk van deze tijd (uit 2025).

Terug naar Overzicht alle titels

Doortje Smithuijsen 3

Ik zou uw dochter kunnen zijn
CPNB 2026, 62 pagina's  € 8,--

Wikipedia: Doortje Smithuijsen (1992-)

Korte beschrijving
Zoals gebruikelijk verschijnt er behalve het Boekenweekgeschenk ook een Boekenweekessay tijdens de Boekenweek die plaats zal vinden van 11 tot en met 22 maart. Het thema van de Boekenweek is: ‘Mijn generatie'. Een maand voor de Boekenweek, wordt de auteur bekendgemaakt.

Tekst op website uitgever
Dit essay gaat niet over alle babyboomers, ook niet over alle millennials.

Het gaat over een grote groep welvarende Nederlanders die elkaar beconcurreren vanwege hun verschillende vormen van welvaart.
Het gaat over intergenerationele jaloezie tussen twee generaties die beide op hun eigen manier uitblinken in onuitstaanbaarheid.

Fragment uit Hoe entitlement eruitziet
Wie wil weten hoe entitlement eruitziet, kan het best op een regenachtige zaterdagmiddag rond een uur of half vier naar een arthousebioscoop in de Randstad. Handig als er net een film is uitgekomen die vier sterren heeft gekregen in een krant met een links intellectueel signatuur. Vervolgens hoef je alleen maar bij de ingang te gaan zitten - het schouwspel begint vanzelf.
  Een kwartier voor aanvang van de film die vier sterren heeft gekregen in een krant met een links intellectueel signatuur beginnen ze binnen te druppelen: de zestigplussers, de zeventigers, een enkele tachtiger die zich nog harstikke eind vijftig voelt. Aangezwengeld door de positieve recensie in hun dagblad hebben ze de benenwagen  genomen richting hun buurtbioscoop - een filmhuis waar ze al sinds hun studententijd komen, maar die even tussen hen gezegd niet meer helemaal hetzelfde is sinds de laatste verbouwing. Niet alleen is men opgehouden met het opnemen van bestellingen aan tafels en moet je nu zelf je cappuccino halen aan de bar, ze hebben ook een digitaal scansysteem ingevoerd waarmee online kaartjes zonder enige vorm van menselijk contact kunnen worden verzilverd.
  De gevolgen van die moderniseringsslag worden op deze zaterdagmiddag om kwart voor de aanvang van de viersterrenfilm pijnlijk voelbaar. Lang verhaal kort en om maar meteen met de deur in huis te vallen: de film is uitverkocht. De film is uitverkocht, maar de zestigplussers, zeventigers en tachtigers die zich nog hartstikke eind vijftig voelen hebben nog geen kaartje.
  Er is kortom sprake van een probleem.
  Beter gezegd: er is sprake van een misverstand.
  'Uitverkocht?' klinkt het uit de rij gevuld met lezers van kranten met links intellectueel signatuur. 'Uitverkocht? Maar, hè?'
  Onvaste blikken door het bioscoopinterieur. Waar zijn ze dan? Die massa's, die volslagen obsessieve filmofielen die voor de neus van deze trouwe bioscoopbezoekers, die hier al sinds hun studententijd komen - sinds de jaren zeventig, mind you - een kaartje hebben weten te bemachtigen?
  Fase één: ontkenning.
  'Maar het is kwart voor,' begint één lid van de organisch ontstane pensionadorij als eerste tegen de baliemedewerker.
  'Dit is toch een enorme zaal?' probeert een ander.
  Telefoons worden uit jaszakken gepakt, hoesjes klappen open.
  'Jan Paul, dit geloof je niet... Uitverkocht... Ja, dat zeg ik ook net!'
  Vriendinnen beginnen aan het generationeel beproefde strijdmiddel van een situatie onderling hardop evalueren met als doel deze naar eigen hand te zetten. 'Je zou toch denken dat er een plaatsje vrij wordt gehouden voor vaste gasten?' begint de een tegen de ander. Kaatst die terug: 'Nou, en zeker als je hier netjes een kwartier vooraf bent.' Als reactie uitblijft, iets harder: 'Door de regen.'
  De baliemedewerker hanteert een stoïcijnse blik richting het computerscherm met daarop de digitaal gevulde zaal. Hij weet wat hem te wachten staat.

U ziet mij niet een zitten. Dat is het grote voordeel van uw generatie: u leeft nog in de luxueuze veronderstelling dat in de regel niemand naar u kijkt. U bent niet doordrongen van constante zichtbaarheid, zoals de leden van de mijne - groot geworden op Hyves en MSN, voor het oog van de webcam, gevolgd door de lens van de Motorola, daarna die van de alsmaar beter wordende iPhonecamera - inmiddels zo scherp dat we er spontaan rimpels van lijken te krijgen. U durft nog met uw ogen te rollen ten overstaan van een baliemedewerker, hoofdschuddend weg te lopen van een loket, zonder constant te denken: wie staat er achter me, voor me, naast me; word ik gefilmd, word ik gedeeld; is dit dan toch het moment dat ik gecanceld ga worden?
  Dat laatste denkt u ook nooit, vermoedelijk, omdat uw generatie in de regel volledig immuun blijkt voor elke poging van cancelling, opvolging of anderszins reorganisatie. Omdat u wonderbaarlijk lang vast blijkt te kunnen houden aan uw privileges.|
  Precies daar wringt het nu, in de rij voor de film die recent vier sterren heeft gekregen in uw krant. U bent dit soort tegenwerking niet gewend; kan moeilijk omgaan  met het idee dat iets wat u wil niet gewoon werkelijkheid wordt. (pagina 7-10)

()

  Dit essay gaat over teleurstelling.
  Dit essay gaat over de historische, sociologische en maatschappelijke dynamiek die ervoor gezorgd heeft dat twee relatief zeer welvarende en zorgeloze generaties in de relatief zeer welvarende en zorgeloze regionen van een relatief zeer welvarend en zorgeloos land de afgelopen tijd tegenover elkaar zijn komen te staan in een ideologisch onduidelijke maar onderhuids zeer voelbare concurrentiestrijd. een concurrentiestrijd waarin vooral duidelijk wordt hoezeer beide generaties op hun eigen manier uitblinken in tomeloze onuitstaanbaarheid. (pagina 16-17)

Lees ook: Iedereen verslaafd? : een analyse van ons digitale gedrag (uit 2022), Kapitalisme is seksisme : een pamflet (uit 2014) en Wat mocht, wat mag, what's next?  : reclame als spiegel van onze tijd (met Wilbert Schreurs, uit 2024).

Terug naar Overzicht alle titels