maandag 15 september 2025

Ap Dijksterhuis 4

Naar een nieuw samen
Prometheus 2025, 252 pagina's  - € 23,99

Wikipedia: Ap Dijksterhuis (1968)

Korte beschrijving
Een informatief en betogend boek over toenemende eenzaamheid in de samenleving, de gevolgen die dat heeft en de manieren waarop daar wat aan gedaan kan worden. Ap Dijksterhuis stelt dat sociaal gezonde mensen langer en gelukkiger leven, en dat de sociale gezondheid onder druk staat. Dat komt volgens hem vooral door overwegend digitaal contact, de toenemende schermtijd van kinderen en een groeiende kloof tussen rijk en arm. Hij pleit voor meer verbinding en samenwerking binnen de samenleving. Hij biedt inzichten uit de psychologie, medische wetenschap en neurowetenschap om oplossingen te vinden voor eenzaamheid, negatieve effecten van sociale media en het gebrek aan vertrouwen in instituties. In begrijpelijke, prettig leesbare stijl geschreven. Met enkele foto’s en illustraties in zwart-wit. 

Ap Dijksterhuis (1968) is een Nederlandse psycholoog. Hij schreef meerdere boeken, waaronder ‘Het slimme onbewuste’ en ‘Op naar geluk’.

Tekst op website uitgever
We hebben elkaar nodig. Van eenzaamheid en gebrek aan sociale steun ga je sneller dood dan van roken of obesitas. Sociaal gezonde mensen leven langer en gelukkiger, maar onze sociale gezondheid staat onder druk. Eenzaamheid neemt toe, we verruilen echt contact voor digitaal contact, onze kinderen vervangen speeltijd door schermtijd. Een groeiende groep mensen voelt zich niet meer verbonden met anderen, steeds meer mensen verliezen hun vertrouwen in de politiek en in andere instituties, de kloof tussen rijk en arm neemt toe.

Naar een nieuw samen is een pleidooi voor verbinding, voor een samenleving waarin ‘samen’ weer centraal komt te staan. Het boek is gebaseerd op inzichten uit de psychologie, de medische wetenschap en de neurowetenschap. Wat kunnen we doen om elkaar bij de samenleving te betrekken, om elkaar te vertrouwen? Wat kunnen we doen tegen eenzaamheid? Hoe kunnen we de negatieve effecten van sociale media tegengaan? Welke kansen laten we liggen in de gezondheidszorg? Hoe moeten we een eerlijker belastingstelsel vormgeven? Want net als fysieke en mentale gezondheid is sociale gezondheid van levensbelang.

Ap Dijksterhuis (1968) is schrijver en een van de invloedrijkste psychologen van Nederland. Eerder schreef hij Het slimme onbewuste, Op naar geluk, De merkwaardige psychologie van een wijndrinker, Wie (niet) reist is gek, Maakt geld gelukkig?, Inspiratie, het kinderboek Tussen je oren, het reisboek Wegwee, en de romans Bart en Vader. en je oren, het reisboek Wegwee en de romans Bart en Vader.

Fragment uit 1. En we leefden nog lang en gelukkig
Lijm voor het hart

No man or woman really knows what perfect love is until they have been married a quarter of a century. - Mark Twain

In Het Symposium van Plato wordt de dichter Aristophanes opgevoerd die een fraaie mythe vertelt. De werkelijke mythe is complexer, maar de kern is als volgt: mensen waren ooit twee keer zo groot als nu. Ze hadden twee hoofden, twee lichamen, vier armen en vier benen. Ze konden vooruit- en achteruitrennen en rond hun as spinnen, als een draaiend wiel. Hun lichaam maakte de mens zo machtig dat ze in staat waren zelfs de goden uit te dagen. Zeus, de oppergod, pikte dat niet en besloot ieder mens in twee delen te splitsen (hij dreigde zelfs de mensen opnieuw te halveren als ze zich nog steeds niet zouden gedragen; als dat was gebeurd zouden we nu rondhinkelen op slechts één been). De splitsing had ingrijpende gevolgen: ze gaf mensen het gevoel dat ze hun andere helft misten. Ze gingen zoeken, en de drang om weer 'heel' te willen worden noemde Aristophanes liefde. In onze taal gebruiken we de term 'wederhelft' nog af en toe. Overigens konden de helften bestaan uit een man en een vrouw, maar ook uit twee vrouwen of twee mannen.
  Dertig jaar geleden deed een groep wetenschappers onderzoek naar de vooruitzichten van patiënten met hartproblemen. De deelnemers aan het onderzoek waren gemiddeld ruim vijftig jaar oud, en door een gerenommeerd ziekenhuis gediagnosticeerd als patiënten met congestive heart failure. De patiënten werden op basis van hun symptomen door de specialisten ingedeeld in twee groepen. Sommige patiënten werden geclassificeerd als ernstig ziek, anderen als minder ernstig. De onderzoekers volgden de deelnemers vier jaar lang en keken wie er na vier jaar nog in leven was, Van de patiënten met lichte symptomen was dat 64 procent, van de patiënten met een ernstiger ziektebeeld leefde nog 45 procent.
  De onderzoekers deden echter nog iets. De deelnemers waren geselecteerd op een opvallend extra criterium: ze moesten getrouwd zijn, en aan het begin van het onderzoek werd de kwaliteit van hun huwelijk bepaald. Deelnemers werd gevraagd naar de tevredenheid met hun huwelijk en er werden meer specifieke vragen gestald, zoals of deelnemers het idee hadden dat ze goed met hun partner konden praten. Ook werd alle koppels gevraagd om naar het laboratorium te komen, zodat de onderzoekers zelf konden zien hoe ze met elkaar omgingen. Op basis van deze informatie kregen de onderzoekers een goed beeld van de kwaliteit van de verschillende huwelijken. De deelnemers werden ingedeeld in twee even grote groepen: die met een goed huwelijk, en die met een minder goed huwelijk. Van de patiënten met een minder goed huwelijk was na vier jaar nog maar 45 procent in leven, van de deelnemers met een goed huwelijk was dit 70 procent. Een slecht huwelijk voorspelt meer dan een negatieve diagnose. En een goed huwelijk werkt beter dan het beste medicijn. (pagina 23-24)

Lees ook:  Het slimme onbewuste : denken met gevoel (uit 2007), Op naar geluk : de psychologie van een fijn leven (uit 2015) en Inspiratie : hoe we tot grootse prestaties komen (uit 2022).

Terug naar Overzicht alle titels

Steven Pinker 3

Ik weet dat jij weet dat ik het weet : de impact van gemeenschappelijke kennis op macht, relaties en het dagelijks leven
Atlas Contact 2025, 397 pagina's  - € 32,99

Oorspronkelijke titel: When Everyone Knows That Everyone Knows...: Common Knowledge and the Mysteries of Money, Power, and Everyday Life (2025)

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Steven Pinker (1954)

Korte beschrijving
Een uiteenzetting over gemeenschappelijke kennis en de impact van het denken óver elkaars gedachten op het politieke, sociale en economische domein. Steven Pinker legt uit dat gemeenschappelijke kennis essentieel is voor gecoördineerde keuzes, zoals verkeersregels en politieke steun, en gaat dieper in op de logica die achter deze soort kennis schuilgaat. Daarnaast legt hij uit hoe dit concept levensvraagstukken kan verklaren, zoals financiële crises, revoluties, sociale media shaming, cancelcultuur en het ongemak bij een eerste date. In informatieve stijl en zeer prettig leesbaar geschreven. Met ondersteunende zwart-witillustraties. Voor geoefende lezers met verregaande interesse in het onderwerp. 

Steven Pinker (1954) is hoogleraar psychologie aan de universiteit van Havard. Hij schreef een groot aantal boeken, waaronder ‘Rationaliteit’ en ‘Verlichting nu’.

Tekst op website uitgever
Het nieuwe big idea-book van de schriujver van de bestseller Verlichting nu

Steven Pinker laat zien dat gemeenschappelijke kennis (‘common knowledge’) een grote rol speelt in ons sociale, politieke en dagelijks leven. Zonder dat we er ons bewust van zijn denken wij continu na over elkaars gedachten, tot in het oneindige. Pinker laat zien hoe de verborgen logica van gemeenschappelijke kennis veel mysteries van het leven kan verklaren: financiële bubbels en crashes, revoluties die uit het niets lijken te komen, de uitbarsting van shaming op sociale media en academische cancelcultuur en de ongemakkelijkheid van een eerste date.

Fragment uit (het) Voorwoord
Als cognitiewetenschapper heb ik mijn leven lang nagedacht over hoe mensen denken. Je zou gerust kunnen zeggen dat ik gefascineerd ben door de manier waarop mensen nadenken over wat anderen denken, over wat ze denken dat anderen denken dat zij denken, en hoe ze nadenken over wat andere denken dat zij denken, en hoe ze nadenken over wat anderen denken dat zij denken dat zij denken. Hoewel deze tamelijk duizelingwekkende bespiegeling je hoofd kan doen tollen, denken we dit elke dag, al dan niet bewust. Voor deze staat van bewustzijn bestaat een technische term: gemeenschappelijke kennis
  De theorie van gemeenschappelijke kennis, die voortkomt uit de speltheorie en filosofie, biedt inzicht in een lange reeks raadsels over het sociale verkeer van mensen. Zelfs kwam ik deze theorie voor het eerst tegen toen ik me voor De stof van het denken verdiepte in taal. Al tijden liep ik rond met de vraag waarom mensen vaak niet letterlijk zeggen wat ze bedoelen, maar hun boodschap versluieren in bedekte toespelingen en dubbelzinnigheden en er daarbij van uitgaan dat de luisteraar tussen de regels door hoort. Het antwoord, zo opperde ik, was dat onverholen uitlatingen gemeenschappelijke kennis voortbrengen, terwijl complexere eufemismen dat juist niet doen. En gemeenschappelijke kennis versterkt sociale relaties of maakt die juist kapot.
  In dit boek zal ik verder uitweiden over deze theorie en laten zien hoe gemeenschappelijke kennis ook een verklaring biedt voor fundamentele kenmerken van de maatschappelijke ordening, zoals politieke macht en financiële markten; en ook voor specifieke aspecten van de menselijke natuur, zoals lachen en huilen; evenals voor talloze op de keper beschouwd merkwaardige verschijnselen van zowel het privéleven als het openbare leven, zoals financiële zeepbellen en ongelukken, agressie in het verkeer, anonieme donaties, moeite hebben met afscheid nemen, revoluties die ineens lijken uit te breken, de digitale schandpaal op sociale media en de academische cancelcultuur. Tegen de tijd dat je dit boek uit hebt, hoop ik dat je zult zijn toegerust om ook verschijnselen te verklaren waarvoor ik hier niet de ruimte heb om ze te bespreken. Denk aan gaslighten, Kardashian celebrity (beroemd zijn omdat je beroemd bent), gespeelde verontwaardiging (à la Casablanca, waarin kapitein Renault in Ricks café zegt: 'Ik ben geschokt, geschokt om te ontdekken dat er gegokt wordt in deze zaak!'), rode lijnen in de internationale betrekkingen en het psychologische verschil tussen 'çc' en 'bcc' binnen de e-mailetiquette.
  De onmetelijke reikwijdte van dit boek is, daarvan hoop ik je te overtuigen, geen teken van megalomane uitlegdrift. Gemeenschappelijke kennis is daadwerkelijk een zeer krachtig concept. Dit bijzondere menselijke vermogen verklaart een van de meest fundamentele kenmerken van onze sociale conditie: individuen kunnen hun keuzes coördineren ten behoeve van wederzijdse belangen, waardoor onze soort in staat is om te floreren binnen collectieve verbanden variërend van een koppel tot een samenleving. Ik hoop te laten zien dat zowel onze overeenstemming als onze onenigheid vaak ontstaat uit onze inspanningen om gemeenschappelijke kennis tot stand te brengen, te behouden of juist te voorkomen. (pagina 9-10)

Lees ook: Ons betere ik : waarom de mens steeds minder geweld gebruikt (uit 2011) en Verlichting nu : een pleidooi voor rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang (uit 2018)

Terug naar Overzicht alle titels

Jeroen Siebelink

Het bedwelmingsapparaat : de staat tegen mens, natuur en dier
Uitgeverij Pluim 2025, 400 pagina's € 24,99

Website van Jeroen Siebelink (1968)

Korte beschrijving
Een actueel en kritisch boek over belangenverstrengeling tussen het ministerie van Landbouw, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de vee- en voedselindustrie. Het ministerie van Landbouw en de NVWA zijn verantwoordelijk in het waarborgen van gezond, veilig en eerlijk voedsel. De één is belast met het invoeren van wetten ter bescherming van mens en dier, de ander dient die te handhaven. In dit boek betoogt Jeroen Siebelink hoe beide instanties aan de leiband lopen van de industrie, en worden geplaagd door schandalen op het gebied van voedselveiligheid en dierenwelzijn. De auteur baseert zijn boek op gesprekken met interne bronnen en onthult hoe deze organisaties onder invloed staan van de industrie die ze zouden moeten controleren. In pakkende journalistieke stijl geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. 

Jeroen Siebelink is een Nederlandse onderzoeksjournalist en schrijver van non-­fictie. Eerder publiceerde hij onder andere de true crime­-werken ‘Onder de beesten: undercover in de bio-industrie’ en ‘De dierenbevrijders’.

Tekst op website uitgever
De overheid zegt de wet te handhaven. Maar wat als de pakkans klein is en het morele kompas stuk?

Het ministerie van Landbouw en de Nederlandse Voedselen Warenautoriteit (NVWA): de één moet wetten invoeren die mens en dier beschermen, de ander moet ze uitvoeren. Het zijn twee overheidsinstanties die ons van gezond, veilig en eerlijk voedsel moeten voorzien. Helaas is de geschiedenis van deze twee organisaties een aaneenrijging van misstanden en schandalen. Tot op de dag van vandaag lopen beide aan de leiband van een industrie waarop ze zouden moeten toezien.

Het bedwelmingsapparaat vertelt een schokkend verhaal gebaseerd op vele gesprekken met interne bronnen van hoog tot laag. Hoe heeft het zover kunnen komen? Waarom staan wij dit systeem nog met zijn allen toe? En hoe kan het anders?

Jeroen Siebelink is onderzoeksjournalist en schrijver van literaire non-fictie. Hij maakte de laatste jaren naam met zijn opzienbarende true crime-werken Onder de beesten. Undercover in de bio-industrie en De dierenbevrijders.

Fragment uit 17. De tsaar
Het land heft gekozen, Lubbers II mag het karwei van Lubbers I afmaken en Braks III mag het karwei van Braks II afmaken, een derde termijn voor hen, Lubbers wil niemand anders op Landbouw. Gezellige Brabantse peer, geen visionair licht, maar je kunt hem er goed bij hebben. Daar houdt Lubbers van. Welk karwei op Landbouw precies moet worden afgemaakt, geen idee overigens. Toen Braks Lubbers laatst in de Prinses Beatrix, het regeringsvliegtuig, toevertrouwde dat Nederland een zeer groot probleem heeft, iets wat het land miljarden en miljarden gaat kosten, keek Lubbers hem ongelovig aan.
  'Toch niet de kernbom?'
  'Mest.'
  'Mest? Wat is daarmee?'
 Het toestel won hoogte, giftige weilanden en bespoten akkers veranderden zo in een fleurige lappendeken, Braks overwoog een college. Hij zocht naar woorden, het was veel meer dan mest, het was gigantisch. Boeren rijden niet alleen massaal illegaal mest uit, ze maken ongebreideld gebruik van bestrijdingsmiddelen, sjoemelen met bosbouwsubsidies, gebruiken onwettige groeihormonen, frauderen met natuurregelingen, ontduiken elke poging om dierlijke productie en mestproductie iets in te dammen. Zwarte melk, zwarte vis, zwart vlees. Maar Lubbers keek naar de billen van de stewardess en Braks dacht: laat maar.

Braks' scharrelvleekeurmerk is bezig een trage dood te sterven. De Stichting Scharrelvleescontrole mag nog lang subsidie ontvangen, maar brengt weinig mensen aan het scharrelvlees. Het concept moet nog twintig jaar een bestaan in de marge leiden voordat de Dierenbescherming in 2007 het met het Beter Leven Keurmerk nieuw leven inblaast. Tegen die tijd zijn eisen noch inspectie opgeschroefd. Nog altijd geen ecghte vrije uitloop, wél een ster voor een varken dat op 20 vierkante centimeter meer één stapje extra heeft mogen zetten.
  Twee sterren voor 70 vierkante centimeter extra, drie hele sterren voor een vierkante meter. Inspectie vindt niet plaats. Onaangekondigde stalinspecties in 2021 door Actiegroep Ongehoord bij onder meer de agrarisch ondernemer van het jaar, tevens officier in de orde vanb Oranje-Nassau en prestigieus raadslid van de Raad voor Dierenaangelegendheden Annechien ten Have, tonen aan dat Beter Leven-sterrenvlees is gebruikt van moedervarkens die ingeklemd liggen tussen stangen, dode biggetjes en doodzieke mestvarkens.

Maar nu is het nog een prachtige wintermorgen in 1987. Vanuit het oosten stroomt een ijzige lucht door de Bezuidenhoutseweg, al weken houdt strenge vorst het land in een greep. Het gebied rond het ministerie is veranderd in een poollandschap. De schim van een vroege ambtenaar, hangend in de jachtsneeuw. In de afgrond van de snelweg A12 schemeren blauwe zwaailichten, met stil geraas  trekken strooiwagens een basterdkleurig spoor.
  Hierboven is alles maagdelijk wit, een winters sprookje. Gebogen ploetert de figuur langs de wering van het roerloze kasteel. Na klachten over het geraas van verkeer uit de tunnelbak zijn op last van een nieuwe secretaris-generaal alle vijfduizend tuimelramen dichtgekit. Een stadsburcht; over de volle breedte van de gevel hebben zich rijen ijspegels gevormd, een geschut van dolken. Het Kremlin van Nederland, zeggen mensen. Alleen de snoepige slagroomkoepels ontbreken.
  Een staat in een staat, losgezongen van de werkelijkheid. Daarbinnen ligt niemand wakker van kritiek. Niet van een vernietigend oordeel van de Rekenkamer over het mestbeleid van Braks, niet van de betrokkenheid van het departement bij de visfraude, die dit jaar aan de oppervlakte zal komen.

Elke dag dat directeur-generaal Landbouw en Voedselvoorziening Aart de Zeeuw de trap naar boven neemt, bestudeert hij de mozaïeken en muurschilderingen. Op de begane grond de Mens, hoe hij zijn bestaan  ontleent aan de natuur. Dan glijdt zijn hand over de reling, hij bereikt de eerste verdieping, dat in het teken staat van het water, waarin alle leven ontstaat. Op de tweede: de grond, de baarmoeder waarin het zaad valt, waaruit het leven ontkiemt. Op de derde weer de mens, die het land bewerkt. De vierde is voor de regen, onmisbaar voor het gewas, de vijfde is voor het licht, en dan: de personeelskantine. Op zonnige dagen reikt het uitzicht tot aan de kust. Nu hult alles nog in duisternis. (pagina 233-235)

Terug naar Overzicht alle titels


Perikles

Voor de democratie : met een essay van Bas Heijne
Prometheus 2025, 95 pagina's € 15,--

Wikipedia: Perikles (495-429 v. Chr.) en Bas Heijne (1960)

Korte beschrijving
Een toespraak uit 431 v. Chr. over democratie met een begeleidend essay van Bas Heijne. In 431 v. Chr. hield Perikles, de beroemdste staatsman van Athene, een toespraak ter ere van gesneuvelde soldaten in de oorlog tegen Sparta. Perikles verdedigde in deze toespraak democratische waarden en prees gelijkwaardigheid en gemeenschapszin. Hij benadrukte dat persoonlijke vrijheid alleen kan gedijen in een vrije samenleving en gaf Athene als voorbeeld. Bas Heijne verbindt Perikles' woorden met het heden en stelt dat democratie actieve betrokkenheid vereist, en dat geloof in democratie inspirerend en verbindend kan zijn. Vaardig geschreven, met (in het geval van de toespraak) ouderwets taalgebruik. Uitsluitend geschikt voor een geoefende lezersgroep.

 Perikles (ca. 495–429 v. Chr) was een invloedrijke staatsman en generaal in Athene. 

Bas Heijne (1960) is schrijver, vertaler, columnist, journalist en essayist en schrijft voor NRC. Hij won de Henriette Roland Holst-prijs en voor 'Angst en schoonheid'* ontving hij de tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs.

Tekst op website uitgever
Vrijheid is het zekere bezit van hen die de moed hebben haar te verdedigen

In 431 v.Chr. hield Perikles, de beroemdste staatsman van Athene, een vurige rede ter ere van gesneuvelde soldaten in de oorlog tegen aartsvijand Sparta. Tot op de dag van vandaag geldt Perikles’ grafrede als de krachtigste toespraak over democratische waarden ooit.

Zijn woorden zijn een lofzang op de democratie zélf, op het geloof in gelijkwaardigheid van de Atheense burgers, en de noodzaak van gemeenschapszin. Persoonlijke vrijheid kan alleen gedijen in een vrije samenleving. Juist daarin, stelt Perikles, is Athene een lichtend voorbeeld voor de wereld. Democratie is geen zwaktebod, het is iets om trots op te zijn – en waard om voor te vechten.

In zijn begeleidend essay trekt gelauwerd essayist Bas Heijne de woorden van Perikles door naar onze eigen verwarde tijd. Perikles leert ons dat de democratie, wil ze overleven, een werkelijke inzet van burgers nodig heeft. Maar ook, dat geloof in democratie geen bedaagde aangelegenheid hoeft te zijn, maar een meeslepende en verbindende aansporing is voor ons allemaal.

Ook nu weer is de democratie het waard om voor te vechten.

Fragment uit 8. (door Bas Heijne)
De Amerikaanse historicus Donald Kagan schreef zijn boek over Perikles begin jaren negentig, een tijd van groot democratisch optimisme. Hijzelf, een conservatief, was sceptisch. Met een nauwelijks verholen sneer naar Francis Fukuyama, die even daarvoor het einde van de geschiedenis had afgekondigd, schrijft hij: 'Optimisten kunnen wel geloven dat de democratie de onontkoombare en definitieve vorm is voor de menselijke samenleving, maar de geschiedenis leert dat het tot dusver een zeldzame uitzondering is.'
  Denken dat democratie vanzelf spreekt, met ander woorden, is op z'n zachts gezegd naïef.
  We moeten de democratie, waarschuwt Kagan, juist niet als gegeven beschouwen, niet als een natuurlijke staat van samenleven, want het gaat om 'de meest zeldzame, de meest delicate en kwetsbare bloemen in de jungle van de menselijke ervaring.' De Atheense democratie bestond uiteindelijk maar tweehonderd jaar en in een klein aantal andere Griekse stadsstaten nog korter. Moderne democratieën zijn weliswaar meer democratisch dan de Griekse, in de zin dat, afgezien van kinderen, alle burgers stemrecht hebben, maar ze zijn ook meer op afstand van de burger komen te staan, indirect, 'minder' politiek in ed klassieke betekenis van dat woord,
  Ondanks zijn statuur als historicus is Kagan wel verweten dat hij de figuur van Perikles te veel heeft herschapen naar zijn eigen beeld. En dan had men vooral het oog op het te weinig kritisch beschouwen van de imperialistische ambities van Athene onder Perikles. In zijn laatste decennia van zijn leven nam Kagan samen met zijn invloedrijke zoon, de politicoloog Robert Kagan, de afslag naar het neoconservatisme. Indirect droeg hij bij aan het politieke klimaat dat leidde tot de invasie van Afghanistan en Irak. Overigens stapte zijn zoon nog vóór de eerste verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten uit de Republikeinse Partij en heeft hij sindsdien onophoudelijke gewaarschuwd voor Trump als reële bedreiging van de Amerikaanse democratie.
  En al in zijn inleiding van zijn boek over Perikles - dus al in 1991 - legt zijn vader de vinger op de zere plek. Democratie is geen business as usual, geen bestuurlijk-technocratische aangelegenheid voor ambtenaren, maar heeft leiderschap en elan nodig. Helaas: 'De hedendaagse pleitbezorgers van de democratie lijken niet in staat de intellectuele en spirituele ondersteuning te geven die nodig is, aangezien ze de basisprincipes uit het oog zijn verloren.' Achteraf kun je hem alleen maar gelijk geven. Vijfendertig jaar na zijn zorgelijke constatering krijgen we de rekening gepresenteerd. (pagina 30-32)

Fragment uit Perikles' grafrede (zoals opgetekend door Thucydides)
In deze staat leven wij als burgers en dit is onze houding ten opzichte van het gebruikelijke onderlinge wantrouwen in het dagelijkse doen en laten: wij nemen het een ander niet kwalijk wanneer hij doet waar hij zin in heeft en vallen elkaar niet lastig met irritaties, die de ander wel geen schade doen, maar toch onaangenaam zijn om te ervaren. In de persoonlijke levenssfeer gaan we zonder ons aan elkaar te ergeren met elkaar om, in het politieke leven onthouden we ons vooral door vrees van overtreding van de wetten, omdat wij gehoorzamen aan de overheidsdienaren die op een bepaald moment in functie zijn, aan de wetten, vooral de wetten die zijn vastgelegd ter bescherming van wie onrecht lijden, en aan de ongeschreven wetten, waarvan het overtreden algemeen erkende schande oplevert.
  Maar wij hebben ook talrijke mogelijkheden geschapen voor onze geest om uit te rusten van alle inspanningen. Daartoe organiseren wij het hele jaar door wedstrijden en offerfeesten in alle seizoenen en omringen wij ons met fraaie particuliere bouw en inrichting. Het dagelijks genieten van dat alles doet ons vergeten wat ons kwelt. Ook komen als gevolg van de grootheid van onze stad alle voortbrengselen uit de hele wereld naar ons toe en kunnen wij van de producten van andere mensen evenzeer genieten als van die van onszelf. (pagina 59-60)

Lees eerder door Bas Heijne heruitgebrachte klassieke teksten met een inleiding van hem:  Het nationaal-socialisme als rancuneleer van Menno ter Braak (uit 1937/2019), Over nationalisme van George Orwell (uit 1945/2023) en Een hogere liefde : brieven aan een Duitse vriend van Albert Camus (uit 2024).

Lees vooral ook de roman Alkibiades van Ilja Leonard Pfeijffer (uit 2023), waarin Perikles in de het begin van de roman voorkomt; de substituut vader voor de hoofdpersoon van deze zeer urgente én urgente roman.
De naam Alkibiades, noch Ilja Leonard Pfeijffer valt trouwens niet in dit boek!

En klik hier voor de homepage van een tiental artikelen over deze roman

Terug naar Overzicht alle titels


Peter Scholten

De migratie-obsessie : hoe één thema het debat blijft bepalen
Boom 2025, 206 pagina's  € 24,90

Peter Scholten (1980)

Korte beschrijving
Een geëngageerde verhandeling over de alomtegenwoordigheid van het migratiedebat in media en politiek. De auteur onderzoekt waarom migratie in Nederland zo'n centraal thema is geworden. Hij analyseert de mechanismen die de migratie-fixatie versterken, zoals taalgebruik, nepnieuws, globalisering, confrontatiepolitiek en medialogica. Hij betoogt dat migratie niet als crisis moet worden benaderd, maar als een normaal maatschappelijk verschijnsel. In een bevlogen stijl geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep.

Peter Scholten (1980) is hoogleraar migratie- en diversiteitsbeleid aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Leiden. Hij schreef meerdere boeken. Zijn werk wordt in meerdere landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
Waarom raakt Nederland keer op keer in de ban van migratie? Waarom lijken feiten geen vat te krijgen op het debat? In De migratie-obsessie legt bestuurskundige Peter Scholten messcherp bloot hoe migratie in Nederland is verworden tot het brandpunt van maatschappelijke angst, politieke strijd en ophef in de media. Niet migratie zelf, maar de obsessieve manier waarop we ermee omgaan, staat centraal.

Scholten toont aan dat Nederland allang een migratiesamenleving is geworden, maar nog altijd worstelt met het accepteren daarvan. Door te analyseren hoe taalgebruik, strijd over feiten, globalisering, confrontatiepolitiek en sociale media elkaar versterken, ontrafelt hij de mechanismen achter onze collectieve fixatie. Het resultaat is een overtuigend pleidooi om migratie niet langer als crisis, maar als normaal maatschappelijk verschijnsel te benaderen.

De migratie-obsessie is geen aanklacht, maar een uitnodiging: naar meer nuchterheid, realisme en vertrouwen in een samenleving die steeds diverser en dynamischer wordt. Scholten biedt een verfrissend perspectief op hoe we kunnen ontsnappen aan de loopgraven van het debat – en eindelijk het gesprek kunnen voeren dat écht nodig is. Een onmisbaar boek voor iedereen die verder wil kijken dan de angstretoriek en wil begrijpen waar het migratie- en integratiedebat in Nederland echt over gaat.

Peter Scholten is hoogleraar migratie- en diversiteitsbeleid aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Leiden en is wetenschappelijke directeur van de Leiden-Delft-Erasmus samenwerking rond migratieonderzoek. Hij heeft nationaal en internationaal veelvuldig gepubliceerd over de manier waarop beleid, politiek en media omgaan met migratie, en zijn bijdragen verschijnen geregeld op de opiniepagina’s van Nederlandse en internationale kranten.

Fragment uit 1. De migratie-obsessie
Dwangmatige aandacht voor migratie

Nederland is in de voorbije decennia een migratiesamenleving geworden, of misschien beter gezegd, wéér een migratiesamenleving geworden.  Ook in de zeventiende en een deel van de achttiende eeuw was Nederland al een migratiesamenleving, en als men breder naar de geschiedenis kijkt, is migratie eerder een constante dan een uitzondering. Sinds de Tweede Wereldoorlog kent Nederland (opnieuw)  een gestaag stijgend aantal immigranten, vooral sinds de uitbreiding van de EU in 2004. Overigens zien we ook een sterke toename van emigratie, waar veel minder aandacht voor is. Door immigratie en emigratie is Nederland een land van mobiliteit geworden, met mensen die komen en gaan, een 'vlottende' samenleving. Door decennia, of eeuwen, van migratie is migratie gerelateerde diversiteit in de haarvaten van de samenleving komen te zitten. Het straatbeeld in Nederland is diverser geworden, en dat is niet langer een grootstedelijk fenomeen. Onze economie is ook steeds meer een migratie-economie, die drijft op het komen en gaan van arbeidskrachten. Ons onderwijssysteem is internationaal geworden. Onze steden zijn superdivers geworden, met vaak meer dan de helft van de bevolking met een eerste- of tweedegeneratieachtergrond.
  Het is duidelijk dat Nederlanders migratie steeds vaker als een van de grootste problemen of misschien wel het grootste probleem zijn gaan zien. In december 2023 noemt ruim 37 procent van de bevolking migratie en integratie het belangrijkste probleem. Daarmee was het gemiddeld genomen het 'tweede belangrijkste probleem' na 'politiek en bestuur', en kwam het voor onder meer wonen, inkomen en samenleven, en ook (ruim) voor klimaat. 
  Ook in media en politiek zien we dat thema's als migratie en integratie voortdurend onder het vergrootglas liggen. Zo zien we in de afgelopen decennia een enorme toename in het aantal krantenartikelen dat verwijst naar 'migratie', 'integratie' en aanverwante termen als 'asiel', 'arbeidsmigratie', 'gezingsmigratie' en 'studiemigratie'.  Waar begin jaren '90 deze woorden nog geen tweeduizend keer voorkwamen in de vijf grote kranten (AD, NRC, De Telegraaf, de Volkskrant, Trouw), is dat aantal verdubbeld sinds 2000 en kent het een sterke groei in 2024 naar vierduizend. Ook in de politiek is het aantal keren dat naar dergelijke termen wordt verwezen toegenomen. Migratie en integratie staan duidelijk centraal in de politieke en publiek aandacht. 
  Deze grote aandacht is niet objectief te verklaren. Nederland is een middenmoter waar het gaat om asielmigratie in Europa; omgerekend per hoofd van de bevolking is er ruim minder migratie dan bijvoorbeeld in België en Italië, en bijna de helft van Duitsland. Lastig om op basis hiervan een asielcrisis af te kondigen. Immigratiecijfers nemen momenteel weliswaar weer toe, maar dat is niet voor het eerst, en Nederland heeft historisch juist goede ervaringen met het in goede banen leiden van immigratie. Een recente rapportage van het CBS staaft dat de positie van migranten alleen maar verbeterd is. Waarom blijven deze onderwerpen dan toch zo centraal in de aandacht staan? Waarom blijft de beleving dat het om schijnbaar onoplosbare problemen gaat?
  Aandacht voor migratie lijkt gepaard te gaan met een poging alles te moeten kunnen problematiseren en 'benoemen'. Daarbij speelt taal een belangrijke rol. Er heerst in de samenleving, en niet alleen in de politiek, een sterke behoefte om zeer uiteenlopende problemen te kunnen articuleren en te kunnen verbinden met 'migratie', met 'personen met een migratieachtergrond' en met 'integratie'.  Benoemen dat er rond AZC's criminaliteit zou zijn (ongeacht of dit meer of minder is dan gemiddeld0, benoemen dat er veel asielmigratie zou plaatsvinden (ongeacht wat precies veel is), benoemen dat er een integratieprobleem zou zijn (ongeacht of dit te onderbouwen is), en benomen dat er een asielcrisis zou zijn (ongeacht of dit slechts een gevoel is). Het 'migrantiseren' van problemen zorgt voor gedramatiseerde verhalen die resoneren met medialogica, die vooral ook via de echokamers van sociale media snel uitvergroot worden, en die niet alleen onzekerheid maar ook angst verspreiden. Het is burgers niet te verwijten dat ze migratie en integratie als de belangrijkste problemen van deze tijd ervaren; ze reageren daarbij op wat media en politiek hun voortdurend voorhouden. Dan treedt wat in de sociale wetenschappen het 'thomastheorema' wordt genoemd, in werking: als men maar vaak genoeg hoort en zegt dat iets een probleem is, dan gaat men ook daadwerkelijk een probleem ervaren. (pagina 14-16)

Lees vooral ook: Hoe migratie echt werkt : het ware verhaal over migratie aan de hand van 22 mythen van Hein de Haas (uit 2023)

Terug naar Overzicht alle titels

Mark Lievisse Adriaanse

Wat iedereen aangaat : hoe de democratie wordt afgebroken en hoe we haar vernieuwen
De Bezige bij 2025, 262 pagina's  - € 22,99

Wikipedia: Mark Lievisse Adriaanse (1994)

Korte beschrijving
Een kritische verhandeling over de huidige staat van de politiek, met speciale aandacht voor de afbraak van de democratie en een pleidooi voor vernieuwing. De auteur onderzoekt de huidige crisis van de democratie, die al decennia aan de gang is en volgens hem niet alleen te wijten is aan de opkomst van radicale populisten zoals Trump. Ondanks de mogelijkheid om te stemmen, is het vertrouwen in daadwerkelijke verandering afgenomen, schrijft Adriaanse. Hij stelt dat het verdedigen van het bestaande systeem niet voldoende is om de democratie te redden. In plaats daarvan pleit Adriaanse voor een radicale democratisering van de democratie, waarbij burgers meer invloed krijgen op politiek, economie en maatschappij en waarbij de democratie haar belofte moet waarmaken door iedereen te betrekken bij beslissingen die hen aangaan. Intelligent en met diepgang geschreven. Uitsluitend geschikt voor een geoefende lezersgroep.

Mark Lievisse Adriaanse (1994) is journalist bij NRC. Hij studeerde onder meer politieke wetenschappen en filosofie in Leiden.

Tekst op website uitgever
De grootste crisis van deze tijd is de crisis van de democratie. Die is niet begonnen toen Trump en andere radicale populisten op het toneel verschenen: de democratie wordt al decennia verzwakt. We kunnen op verkiezingsdagen weliswaar naar de stembus gaan en in alle vrijheid een bolletje rood kleuren, maar we zijn het geloof verloren dat er ook echt iets zal veranderen. Mark Lievisse Adriaanse toont hoe de democratie op dit gevaarlijke moment is beland. En hij reikt een mogelijk medicijn aan. Pogingen om de democratie te ‘redden’ door vooral het bestaande systeem te verdedigen zijn volgens hem onvoldoende. Wie de democratie wil verdedigen, zal in de aanval moeten.

In dit boek dat tot nadenken aanzet, verkent Lievisse Adriaanse hoe een betere democratie eruit kan zien. Hij bepleit een radicale democratisering van de democratie, waardoor burgers meer macht krijgen over politiek, economie en maatschappij. Nu de democratie onder vuur ligt komt het erop aan haar belofte waar te gaan maken: wat iedereen aangaat, moet door iedereen besloten worden.

Fragment uit hoofdstuk 9. Wat de populistische revolutie (niet) is
Inmiddels weten we beter. En we hadden beter kunnen weten. 
  Een theorie van een oude Oostenrijkse econoom helpt te begrijpen wat er is gebeurd - en wat er volgde. Karl Polanyi schreef in 1944 met The Great Transformation een meesterwerk over de verhouding tussen staten en markten. Het verval van de wereld om hem heen was volgens hem te verklaren door een 'dubbelbeweging': als markten steeds meer delen van de samenleving gingen domineren - de 'vrije markt' moet immers zijn vrije beloop krijgen -, dan leidt dat uiteindelijk tot een tegenbeweging die eist dat de samenleving wordt beschermd tegen die markten. Net als Hayek zag hij in het falen van de markteconomie in de jaren dertig dan ook het bewijs dat dé 'zelfregulerende' markt niet bestond - en ook niet kon bestaan - en net als Keynes zag hij dat het toepassen van die marktlogica gevaarlijke gevolgen kon hebben.
  Ik zal niet zeggen dat wat we nu meemaken een-op-een hetzelfde is als wat er in de jaren dertig gebeurde. Maar de dubbelbeweging die Polanyi beschreef is wel op deze tijd toepasbaar. De verkiezing van Trump, het Brexit-referendum en al die andere opstanden van boze kiezers moete we begrijpen als de voornaamste reactie op de politiek-economische ordening die westerse democratieën decennialang domineerde en uitholde - en die kapitaal boven democratie plaatste. Tegelijkertijd herstelt die tegenreactie niet per se de soevereiniteit van de democratie boven de markten, zoals ik zal laten zien.
  Het kantelpunt is 2008, het jaar dat de Grote recessie uitbrak. Die crisis toonde namelijk dat overheden niet in staat waren om samenlevingen te beschermen tegen het falen van de markt, tegen de hebzucht van financiële instellingen en tegen het system dat ze daartoe in staat stelde - tegen de kapitalocratie. De tegenbeweging kreeg al in de jaren vóór de crisis wat vaart, maar versnelde pas echt in het anderhalve decennium erna.
  Als 2008 de bliksemflits was, dan was de verkiezing van Trump in 2016 de donderslag. Zijn herverkiezing in 2024 was de inslag: de oude politiek-economische ordening van neoliberalisme en postdemocratie is gebroken - en zal niet meer herstellen.

Hoe heeft het zover kunnen komen? Waarom is het populisme een reactie op de uitholling van de democratie, en kan het die democratische crisis zowel verergeren als pogen op te lossen? En hoe gaat het verder?

Trump en Brexit stonden niet alleen - toen niet, nu niet. Al zo'n twee decennia was in westerse democratieën een beweging in opkomst die zich tegen veel van de postdemocratische zekerheden keerde. Populisten wonnen en verloren verkiezingen; in sommige landen hadden ze geregeerd, in andere louter oppositie gevoerd. Maar overal hadden ze iets door wat het politieke midden lang niet leek te willen horen: dat de politiek voor veel burgers helemaal niet dood was.
  Populisten zijn vaak tegenover de democratie geplaatst - zéker sinds Trumps eerste verkiezing de populistische beweging in westerse democratieën een belangrijke impuls gaf. In dat verhaal wordt de liberale democratie ontwricht door de opkomst van radicale demagogen, die claimen 'het volk' te vertegenwoordigen, maar die eigenlijk naar weinig anders streven dan naar de afschaffing van de instituties en systemen die de afgelopen eeuw mensen een stem hebben gegeven, hun rechten hebben beschermd en hun vrijheden hebben gegarandeerd.
  In dat verhaal lijkt de liberale democratie bovendien vaak grotendeels vrij aardig gefunctioneerd te hebben, totdat politici als Geert Wilders, Marine Le Pen en Donald Trump op het toneel verschenen en alles overhoophaalden. In dat verhaal staat 'het populisme' tegenover 'de liberale democratie', als twee tegenpolen, is het populisme 'een ziekte' die het voortbestaan van de liberale democratie in gevaar kan brengen, zoals de veelgelezen politiek wetenschapper Yascha Mounk in 2018 betoogde.
  Maar dat verhaal is te simpel. (pagina 144-146)

Terug naar Overzicht alle titels


Eva Rovers 4

Waarom we de politiek niet alleen aan politici kunnen overlaten : pleidooi voor een Derde Kamer
De Correspondent 2025, 214 pagina's € 16,--

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Eva Rovers (1978)

Korte beschrijving
Een diepgaand boek over politiek en burgerparticipatie. De klimaatcrisis, het woningtekort, het stikstofprobleem, digitale veiligheid: onze grootste maatschappelijke vraagstukken worden maar niet opgelost. De ontevredenheid over de politiek groeit, autocraten winnen terrein en het vertrouwen in de democratie neemt af. Eva Rovers pleit voor meer democratie en introduceert een Derde Kamer, waarin gelote burgers samenwerken aan wetgeving. Dit geeft burgers een structurele rol in het democratische proces. Rovers betoogd dat democratie te belangrijk is om alleen aan politici over te laten; burgers moeten actief betrokken zijn in de besluitvorming. Helder en met diepgang geschreven. Met kaarten en illustratie in zwart-wit. Voor een brede tot geoefende lezersgroep. 

Eva Rovers (Eindhoven, 1978) is schrijver, medeoprichter van Bureau Burgerberaad en democratie-vernieuwer. Ze doet internationaal onderzoek naar manieren om de democratie van binnenuit te versterken. Ze schreef eerder onder andere ‘Nu is het aan ons’.

Tekst op website uitgever
Onze grootste maatschappelijke problemen worden maar niet opgelost. Ondertussen groeit de ontevredenheid. De oplossing? Niet minder, maar méér democratie.

De klimaatcrisis, het woningtekort, het stikstofprobleem, digitale veiligheid: onze grootste maatschappelijke vraagstukken worden maar niet opgelost. Ondertussen groeit de ontevredenheid over de politiek en winnen autocraten steeds meer terrein. Zo verdwijnt langzaam maar zeker het vertrouwen in de democratie. De oplossing? Niet minder, maar méér democratie. Meer democratie vind je in de Derde Kamer: een extra parlement bestaande uit inwoners zelf. Daar werken gelote burgers uit alle lagen van de samenleving samen aan nieuwe wetten. Zo hebben ze niet eens per vier jaar wat te zeggen, als ze een vakje rood mogen kleuren, maar structureel. Want democratie is te belangrijk om alleen aan politici over te laten. Reacties: ‘Eva Rovers toont de weg van machteloosheid naar macht.’ – Marcia Luyten ‘Prachtig pleidooi’ – Jeroen Smit ‘Scherpe vernieuwende ideeën’ – Liesbeth Staats ‘Lees het, verspreid het, predik het’ – Paul Verhaeghe

Fragment uit 3. Zorg dat niet alleen de politiek de agenda bepaalt: Marseille
Hier staat de overheid op de markt

Democratie is niet ontstaan binnen vier muren, maar op pleinen en markten - van de tempelpleinen in het oude Mesopotamië tot de Griekse agora en het Romeinse forum. Geen wonder dat ik Louise daar vind: op de zondagsmarkt in de oude haven van Marseille.
  Onder de stralend blauwe hemel en met zicht op de kabbelende boten in de haven staan kraampjes met wonderlijke zeedieren die naar water happen, felgekleurd fruit waar je meteen je tanden in wilt zetten, grote flessen olijfolie, nog grotere flessen pastis en heel veel Provençaalse kruiden. Marseillais, oud en jong, struinen langs de stallen - hoe pittoresk ook, toeristen lijken de stad nog niet volledig overgenomen te hebben, althans niet in februari.
  Te midden van al die kramen staat Louise Guillot, de jonge, levendige directeur van de afdeling participatie van de gemeente. Ze draagt haar lange, donkere haar in een staart en heeft een dikke jas aan om zich warm te houden - want voor mij mag het 14 graden in februari op lente lijken, in Marseille vinden ze dat nog winter. Voordat ik haar tussen de mensen ontdek, zie ik eerst het enorme gele bord: Le budget participatif Marseillais. Deel uw ideeën voor uw wijk: u stelt voor, u stemt, wij voeren uit. 'Vandaag sta ik hier met mijn collega's om mensen te laten weten dat ze geld van de gemeente mogen uitgeven,' lacht Louise naar me. Iedere inwoner van Marseille van 16 jaar en ouder kan meedoen aan zo'n burgerbegroting.
  Je zou verwachten dat mensen in de rij staan om naar eigen inzicht geld uit te geven aan hun wijk, maar zoals in zoveel steden, dorpen en regio's blijkt het ook in Marseille aanvankelijk moeilijk om inwoners warm te maken voor participatie. De tevredenheid van inwoners over het stadsbestuur mag de afgelopen vier jaar flink zijn toegenomen, het terugwinnen van vertrouwen na jarenlang niet gezien te zijn, gaat daarmee niet gelijk op. Vooral in de arme wijken hebben vrij weinig mensen het gevoel dat de overheid er voor hen is, laat staan hun inbreng ertoe doet. 'Het is geen gevoel van verlatenheid, het is verlatenheid,' zoals een van de inwoners uit het noorden van Marseille het omschrijft. 'De overheid is nergens te bekennen.'
  Daar probeert Louise met haar team verandering in te brengen door achter haar bureau vandaan te komen en naar inwoners toe te gaan. Zoals vandaag op de markt: 'Hier kunnen we meteen vragen beantwoorden en uitleggen dat we echt iets met hun inbreng doen - dat het zin heeft om mee te doen.' Ik vraag haar of dat ook geldt voor inwoners die zich verraden voelen door de overheid. 'Niet voor iedereen natuurlijk, maar aan de Assemblée du Futur doen veel mensen mee uit achtergestelde wijken. Dat vraagt wel om een extra inspanning, dat gaat niet vanzelf.'
  In Marseille wordt het burgerparlement ieder jaar opnieuw samengesteld. Van de 111 deelnemers worden 81 personen willekeurig uit de kiezerslijsten getrokken, waarbij een algoritme ervoor zorgt dat er ongeveer evenveel mannen als vrouwen meedoen en alle wijken vertegenwoordigd zijn.
  De overige deelnemers zijn benaderd via burgerinitiatieven en middelbare scholen. 'Jongeren zijn heel vaak ondervertegenwoordigd,' zegt Louise, 'zeker jongeren uit de achtergestelde wijken. En ze mogen nog niet stemmen, dus staan niet op de kiezerslijsten. Daarom hebben wij via scholen jongeren tussen de 16 en 18 jaar gevraagd om mee te doen.' Loting wordt hier dus aangevuld met gerichte uitnodigingen. 'Tot nu toe levert dat veel op, vooral stemmen die we anders niet horen.' Zelfs in een hyperdiverse en grote stad als Marseille lukt het dus om een goede afspiegeling van de bevolking om de tafel te krijgen. (pagina 100-103)

Lees ook:  Ik kom in opstand, dus wij zijn : Nieuw Licht op verzet (uit 2017), Practivisme : een handboek voor heimelijke rebellen (uit 2018) en Nu is het aan ons : een oproep tot echte democratie (uit 2022)

Terug naar Overzicht alle titels