zondag 31 maart 2024

Sunil Amrith

De brandende aarde : hoe de mens de aarde veranderde
Athenaeum, Polak & Van Gennep 2024, 496 pagina's  - € 29,99

Oorspronkelijke titel: (2024)

Wikipedia: Sunil Amrith (1979)

Korte beschrijving
Een diepgravende verhandeling over menselijke vrijheid en de prijs die de aarde daarvoor betaalt. De auteur belicht de impact van technologische vooruitgang en innovaties in de landbouw op de wereldbevolking en het milieu. Hij legt uit hoe de vooruitgang van de mens heeft bijgedragen aan een verhoogde levensverwachting, maar ook aan uitbuiting van de medemens en de aarde. Door de geschiedenissen van het klimaat en imperialisme, van genocide en ecocide en van menselijke vrijheid en de prijs die de aarde daarvoor betaalt te bundelen, biedt hij een nieuwe kijk op de manier waarop de mens de aarde en zichzelf hervormt. Ook verklaart hij hoe door milieuschade grootschalige migratiebewegingen zijn ontstaan. Scherpzinnig en gedetailleerd geschreven. Met zwart-witillustraties, -foto's en -kaarten. Uitsluitend geschikt voor een geoefende lezersgroep.  Sunil Amrith (Kenia, 1979) is een Keniaanse historicus en doceert aan de School of Environment aan Yale. Hij schreef een klein aantal boeken. In 2022 ontving hij de Dr. A.H. Heinekenprijs voor de Historische Wetenschap.

Tekst op website uitgever
Door grote uitvindingen in en innovatie van de landbouw is de productie van voedsel gigantisch gegroeid. Razendsnelle ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat de levensverwachting van miljarden mensen binnen een tijdsbestek van enkele decennia overal ter wereld sterk is toegenomen. Tegelijkertijd heeft technologische vooruitgang eraan bijgedragen dat de mens zowél zijn medemens als de aarde uitbuit.

In De brandende aarde brengt historicus Sunil Amrith de geschiedenissen samen van klimaat en imperialisme, van genocide en ecocide en van menselijke vrijheid en de prijs die de aarde daarvoor betaalt. Zijn benadering biedt een nieuwe manier om te begrijpen hoe de mens de aarde hervormt inclusief zichzelf. En hij verklaart hoe door milieuschade grootschalige migratiebewegingen zijn ontstaan.

In zijn magistraal geschreven epos De brandende aarde herinterpreteert Amrith een geschiedenis die tot voor kort enkel werd bezien vanuit een Euro- en antropocentrisch perspectief.


Fragment uit hoofdstuk 8. Oorlog tegen de aarde

Modern Times
(1936) was de laatste grote rolprent uit het tijdperk van de stomme film en het laatste optreden van de Vagabond, Charlie Chaplins wereldwijd geliefde elckerlijc-personage. Chaplins film is een parodie op het mensonterende lopendebandwerk in fabrieken en werd gemaakt tijdens de zwaarste economische crisis van de moderne tijd. Hoewel hij zelden wordt beschouwd als een film met een ecologisch subtext is Modern Times een onloochenbaar artistieke uitspreek over de verminkende werking van machines op de menselijke natuur en de materiële wereld in de twee decennia na de Eerste Wereldoorlog.
  Aan het begin van de film wordt een vergelijking gemaakt tussen mensen en schapen, als om aan te tonen dat de doctrine van efficiency alle levensvormen verandert in robots. Een scène waarin schapen op een industriële boerderij door een smalle doorgang worden gedreven vloeit over in een menigte gezichtsloze, petdragende mannen die uit een metro-uitgang komen. Er loopt een solitair schaap in de kudde, voorbode van hoe de Vagabond tussen de massa fabrieksarbeiders zal opvallen als personificatie van glorieuze chaos.
  De gemechaniseerde massaslachting van de Eerste Wereldoorlog gaf schrijvers ne kunstenaars in Europa, Amerika en de gekoloniseerde wereld aanleiding tot het stellen van de vraag waar het koortsachtige najagen van rijkdom en macht uiteindelijk op zou uitlopen. Hun oproep tot terughoudendheid bleef echter de opvatting van een minderheid. In de naoorlogse jaren was er geen sprake van tempovertraging, eerder van - versnelling. Door de technologische vernieuwingen uit de oorlogstijd - allereerst het sterk toegenomen gebruik an de verbrandingsmotor en uiteindelijk de nieuwe kijk op de aarde die voortkwam uit luchtopnamen in bioscoopfilms - leken er geen grenzen meer te bestaan aan hoe ver mensen konden reizen en aan waar machines toe in staat waren. In 1929 reden er meer dan zevenentwintig miljoen auto's op de Amerikaanse wegen, een voor elk huishouden: een verhouding die in geen enkel land zelfs maar werd benaderd. Tijdens een bezoek aan de fabriek van Ford in Michigan hoorde Chaplin verhalen van arbeiders die een zenuwinzinking hadden gekregen onder de niet aflatende druk om de productie steeds verder te verhogen.

  Chaplins films was een bespiegeling over de invloed van massaproductie op de menselijke autonomie. In 1931, op een moment dat de economische hausse van de jaren twintig omsloeg in massale werkloosheid, had Chaplin in Londen een ontmoeting met Mahatma Gandhi, in een 'nederig huisje in de sloppenwijk achter de East India Dock Road'. Chaplin vroeg Gandhi naar diens 'afschuw van machines'. Gandhi antwoordde: 'In het verleden hebben machines ons afhankelijk gemaakt van Engeland, en de enige manier waarop we ons van die afhankelijkheid kunnen verlossen is door alle producten te boycotten die door machines zijn vervaardigd.' Gandhi's bezorgdheid betrof zowel de levende planeet als politieke vrijheid. 'God verhoede dat India op dezelfde manier industrialiseert als het Westen.' had hij in 1928 geschreven, want 'als een volk van driehonderd miljoen zielen tot eenzelfde vorm van economische uitbuiting zou overgaan, werd de wereld kaalgevreten als door een zwerm sprinkhanen.' Slechts weinig van Gandhi's mede-nationalisten in India - onder wie Jawarhal Nehru, de protegé van de Mahatma tussen de jonge leiders - dachten er hetzelfde over. Wat India nodig had, vonden veel van hen, was dat de Britse overheersers juist hadden tegengehouden: een industrieel gedreven revolutie. Zowel zijn bezoek aan de Ford-fabrieken als zijn ontmoeting met Gandhi maakte diepe indruk op Chaplin tijdens zijn werk aan de intrige van de zwanenzang van de Vagabond.  (pagina 215-217)

Terug naar Overzicht alle titels


zaterdag 30 maart 2024

Stefano Mancuso 5

De levende stad : pleidooi voor een groene leefomgeving
Cossee 2024, 218 pagina's  - € 22,99

Oorspronkelijke titel: Fitopolis, la città vivente (2023)

Wikipedia: Stefano Mancuso (1965)

Korte beschrijving
Een pleidooi voor een groenere leefomgeving. Stefano Mancuso nodigt de lezer uit om het stadse leven te heroverwegen aan de hand van de volgende paradox: de opwarming van de aarde zal het stadse leven voorgoed veranderen, maar de stad zélf is daar de belangrijkste oorzaak van. Hij pleit ervoor om steden niet langer te bouwen met de mens als voorbeeld, maar de stad te zien als een plant: een levend, circulair en duurzaam organisme. Met behulp van diverse voorbeelden laat de auteur zien hoe dit gerealiseerd kan worden. Intelligent en bevlogen geschreven. Met zwart-witfoto’s en -illustraties. Met name geschikt voor geoefende lezers. Stefano Mancuso (Catanzaro, 1965) is hoogleraar aan de universiteit van Florence, leidt het International Laboratory for Plant Neurobiology en is medeoprichter van de International Society for Plant Signaling and Behavior. Hij schreef meerdere boeken. Voor 'Briljant groen’ ontving hij de prestigieuze Galileiprijs. Zijn werk wordt in meerdere landen uitgegeven.

Tekst op website
Eeuwenlang is de mens bezig geweest met het zoeken naar en veroveren van nieuwe leefgebieden. De laatste honderd jaar hebben we de stad als beste woonomgeving verkozen – in 2070 zal zeventig procent van de mensen in de stad wonen. Het is de plek waar we onze overlevingskansen het hoogst inschatten, waar we een goede levenskwaliteit verwachten. Maar daarmee hebben we de natuur geëlimineerd uit ons denken.

In De levende stad daagt Stefano Mancuso ons uit het stadse leven te heroverwegen aan de hand van de volgende paradox: de opwarming van de aarde zal het stadse leven voorgoed veranderen, maar de stad zélf is daar de belangrijkste oorzaak van. En dus moeten we niet alleen onze steden, maar ook ons denken vergroenen.

Hoog tijd om de stad niet meer te bouwen met de mens als voorbeeld (met een centrum als hart en woonwijken als longen), maar de stad te zien als een plant, een levend en circulair organisme: duurzaam en gedecentraliseerd. Op enthousiaste toon en met veel verrassende voorbeelden laat Mancuso zien wat ons nu te doen staat.

Fragment uit hoofdstuk 5. Het stedelijk metabolisme
We zagen dat 27 procent van de ecologische voetafdruk van een Europese hoofdstad als Rome bestemd is voor voedsel. Bijna altijd is voedsel de meest belastende factor in de meting van de ecologische voetafdruk van ene stad. In de steden met de laagste inkomens is het niet ongebruikelijk dat voedsel uiteindelijk zo'n 50 procent van de ecologische voetafdruk beslaat. Wat zegt dat over het verbruik van de hulpbronnen van onze planeet? Of beter gezegd, hoeveel aardoppervlak is, gelet op deze data, bestemd voor voedselproductie? Die cijfers zouden we moeten kennen om te begrijpen hoe ons leven in de stad rechtstreeks verbonden is met wat er op de rest van de planeet gebeurt, te beginnen bij kennis over de manier waarop het landoppervlak op dit moment voornamelijk wordt gebruikt. Met uitzondering van oppervlakken die bedekt zijn met ijs, die ongeveer 10 procent van het totale landoppervlak beslaan, en onvruchtbaar land zoals woestijnen, straten, rotsen, enzovoort, die samen 19 procent innemen, wordt 50 procent van het resterend elandoppervlak gebruikt voor de landbouw. Dat is ronduit ene gigantisch percentage. Om de omvang van dat oppervlak te visualiseren moet je denken aan een gebied van vijf keer de Verenigde Staten. Er wordt wel gedacht dat het landoppervlak dat voor voedselproductie bestemd is niet kleiner kan worden, want we moeten toch eten, en als dat de hoeveelheid land is die nodig is, dan kunnen we er verder niet veel aan doen. Maar dat is niet waar, want als we gaan kijken hoe die gigantische hoeveelheid land wordt benut, zien we dat 77 procent ervan bestemd is voor de veeteelt en slechts 23 procent voor de productie van plantaardig voedsel. Dat is zo'n onlogische aanpak dat je nauwelijks kunt geloven dat een intelligente soort die heeft bedacht: we reserveren 77 procent van het land dat voor voedsel bestemd is voor het houden van vee, dat slechts 18 procent produceert van de calorieën die bestemd zijn voor mensen! Is dat écht nodig? Is het verdedigbaar, of zelfs maar vaag voorstelbaar, dat een intelligente soort een oppervlak van vier keer de Verenigde Staten gebruikt om 18 procent van de benodigde calorieën te produceren? Ik weet zeker dat zelfs de meest overtuigde voorstander van de consumptie van dierlijke producten zich bij deze cijfers achter de oren zal krabben. Vooral omdat we om al dat land geschikt te maken voor de veeteelt een groot deel van onze bossen en wouden hebben moeten vernietigen.
  Bijna driehonderdduizend jaar sinds het verschijnen van Homo sapiens is de aarde bedekt geweest met bossen. Naar schatting werd nog maar duizend jaar geleden slechts 4 procent van al het land dat niet met ijs bedekt en geen woestijn was, vooral ontbost om ruimte te maken voor akkers ten behoeve van de voedselproductie. De gematigde wouden, die in de achttiende eeuw wereldwijd, nog meer dan vierhonderd miljoen hectare besloegen, zijn helemaal verdwenen, en ook de tropische wouden nemen in omvang sterk af. Waar het op neerkomt is dat we sinds het jaar 1700 tot nu toe 1,8 miljard hectare woud hebben gekapt om ruimte te maken voor onze behoefte; iets minder dan twee keer het totale oppervlak van de Verenigde Staten, om die vergelijking nog maar eens te maken. Binnen een tijdsbestek van een paar jaar hebben we het oppervlak dat bestemd was voor bossen gereduceerd tot een magere 37 procent van al het bewoonbare landoppervlak om ruimte te maken voor ongelimiteerde landbouwgrond, die we in werkelijkheid helemaal niet nodig hebben. (pagina 121-123)

Lees ook:  Reizend groen : de wonderbaarlijke migratie van planten (uit 2019), De universele rechten van de plant (uit 2020) en Plantenrevolutie : hoe planten onze toekomst bepalen (uit 2018) en Bomen van de wereld (2022).

Terug naar Overzicht alle titels

Teun van de Keuken

De mens is een plofkip : hoe de voedingsindustrie ons ziek maakt
Thomas Rap 2024, 139 pagina's  -  € 18,99

Wikipedia: Teun van de Keuken (1971)

Korte beschrijving
Een bespreking van de maatschappelijke gevolgen van onverantwoordelijke voedselproductie en -marketing. Het boek analyseert hoe de voedingsindustrie ervoor zorgt dat mensen zwaar bewerkt fabrieksvoedsel eten zonder voedingswaarde. Dit leidt tot gezondheidsproblemen en hoge maatschappelijke kosten. De industrie beweert dat consumenten zelf verantwoordelijk zijn voor hun eetgedrag, maar de auteur betwist dit. Het boek biedt ook een perspectief op de juiste maatregelen voor een gezondere toekomst. Leerzaam en onderhoudend geschreven. Teun van de Keuken (Amsterdam, 1971) is een bekende Nederlandse televisieproducent, columnist, presentator en journalist. 

Tekst op website uitgever

Echt voedsel met herkenbare ingrediënten heeft de afgelopen decennia grotendeels plaatsgemaakt voor zwaar bewerkt fabrieksvoer zonder enige voedingswaarde, dat zo aangenaam is van structuur en smaak dat we er geen genoeg van krijgen. Via uitgekiende receptuur, slimme marketing en agressieve reclame mest de voedingsindustrie ons vet als plofkippen, met ziekte en hoge maatschappelijke kosten tot gevolg. De fabrikanten zeggen dat wij zelf verantwoordelijk zijn voor ons gedrag. Maar is dat wel zo?

In De mens is een plofkip legt Teun van de Keuken de voedingsindustrie onder de loep en laat hij feilloos zien wat er misgaat. Maar hij biedt ook perspectief: met de juiste maatregelen is er een mooiere, lekkerdere en gezondere toekomst mogelijk.

Fragment uit Weerloos
Wilskracht

Is wilskracht nu het eenvoudige antwoord op alle problemen van overgewicht en de daaruit voortvloeiende gezondheidsproblemen? Kun je met een beetje ruggengraat de verleidingen van de obesogene samenleving weerstaan? De helft van de bevolking is te zwaar, maar de andere helft is dus op gezond gewicht. Betekent dit dat dunne mensen wilskracht hebben en dikke niet?
Hanno Pijl: 'Natuurlijk beslist iemand uiteindelijk zelf wat hij in zijn of haar mond stopt, maar die keuze wordt voornamelijk gemaakt op basis van biologische drive. We zijn in veel opzichten niet anders dan andere dieren en drift is uiteindelijk altijd sterker dan ratio. Bij de ene mens is de biologische drive om zoet, vet en zout te eten veel sterker ontwikkeld dan bij de ander. Die hebben dus veel meer moeite om ongezond en lekker voedsel te weerstaan. Het is echt niet zo dat mensen met een normaal gewicht de hele dag oppassen en op wilskracht een heleboel dingen laten liggen! Zij voelen die aandrang gewoon minder.' Dit doet me denken aan een jongetje dat ik ooit volgde voor de televisie. Hij had constant behoefte aan eten . De hamster in zijn brein, om met kinderarts Felix Kreier te spreken, stond bij hem nooit stil. Zodra hij eten zag, en dat is tegenwoordig altijd en overal, wilde hij weer eten. Als een verslaafde. Uiteraard probeerde hij dat constant te onderdrukken, maar dat lukt niemand de hele dag door.
  Zoals al eerder verteld, nemen we tweehonderd voedselbeslissingen per dag. Daarvan nemen we er 90% onbewust en 10% bewust. Die 10% wordt zwaar gemanipuleerd, door een omgeving die het laatste restje wilskracht bij ons wil wegnemen. Volgens Jaap Seidell wordt daarom, zeker ook bij onze voedselkeuzes, de rol en kracht van wilskracht schromelijk overschat: ' Het is sowieso al heel moeilijk voortdurend wilskrachtig te zijn als er zoveel verleidingen in de omgeving zijn, maar voor mensen die er door persoonlijke omstandigheden gevoelig voor zijn is het extra zwaar. Je kunt gezond gedrag zien als het duwen van een bal tegen ene helling op. Hoe steil die helling is, wordt onder andere bepaald door de buurt waarin je woont, je inkomen en je opleiding. Hogeropgeleiden hebben meer kans op een goede baan met een goed inkomen en hebben meer tijd en rust om na te denken over gezond eten. Ze kunnen zelfs af en toe een gezonde maaltijd voor zich laten klaarmaken. Lageropgeleiden hebben juist meer kans op een lager inkomen, hebben minder vaardigheden en tijd voor het kopen en bereiden van gezond voedsel en hebben meer stress, die het moeilijker maakt de juiste keuzes te maken. Hierdoor is hun kans op overgewicht groter, wat de kansen op de arbeidsmarkt weer verkleint/ Ze krijgen minder betaald, maar hebben meer zorgkosten. Daardoor blijven ze in dezelfde slechte wijk wonen en krijgen ze partners uit die omgeving. Zo ontstaat een vicieuze cirkel. Hoe steil die helling is, wordt bepaald door de maatschappij. Pas als hij voor iedereen gelijk is, is er sprake van een vrije wil.'
  Het grote probleem is dat we gevangenzitten in het marktdenken van de neoliberale samenleving. Wat rendabel is en winst oplevert is per definitie goed. In zo'n systeem wordt wel beweerd dat bedrijven doen wat consumenten willen, maar in werkelijkheid is het omgekeerd. Wij worden verslingerd gemaakt aan producten die zij willen verkopen. Hanno Pijl: 'De voedingsindustrie weet heel goed wat wij lekker vinden en buit dat maximaal uit ter maximalisatie van de winst. We zijn echter helemaal niet gemaakt om zoet, vet en zout in grote hoeveelheden naar binnen te werken.' De voedselproducenten zijn als drugsdealers die ons verslaafd maken en wij als de verslaafden die met onze "vrije wil" hun producten willen en kopen. Alles wat niet goed gaat hebben we aan onszelf te danken. In feite ondermijnt de industrie onze vrije wil met de vrije wil als argument. Zo kunnen we marketing en marktwerking ongebreideld hun gang laten gaan. (pagina 120-123)

Lees bijvoorbeeld ook: Zout, suiker, vet : hoe de voedselindustrie ons in zijn greep houdt van Michael Moss (uit 2013), of 
Gewoontedieren : waarom we altijd meer willen en wat we daartegen kunnen doen van Nicklas Brenborg (uit 2024), of
Schaarste : hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen van Sendhil Mullainathan & Eldar Shafir (uit 2013), of
Wilskracht : de herontdekking van de grootste kracht van de mens van Roy Baumeister & John Tierney (uit 2012).

Michiko Kakutani 2

De grote golf : het tijdperk van ontwrichting en de opkomst van de buitenstaander
Spectrum 2024, 269 pagina's -  € 22,50

Oorspronkelijke titel: The Great Wave: The Era of Radical Disruption and the Rise of the Outsider (2024)

Wikipedia: Michiko Kakutani (1955)

Korte beschrijving
Een diepgaand boek over machtsverhoudingen en de groeiende invloed van buitenstaanders in de 21e eeuw, in een tijdperk van financiële crises, sociale ongelijkheid en oorlogen. Het onderzoekt hoe mensen, die het vertrouwen in traditionele instituties en elites hebben verloren, bijdragen aan de opkomst van nieuwe, vaak radicale stemmen. Het boek belicht hoe economische ongelijkheden populistische woede aanwakkeren, democratische idealen ondermijnen en desinformatie verspreiden. Het plaatst de huidige crises in de context van eerdere historische scharniermomenten en wijst op de noodzakelijke veranderingen voor een duurzame toekomst. Intelligent, essayistisch en helder geschreven. Met klassieke Hokusai prenten in zwart-wit. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. Michiko Kakutani (New Haven, 1955) is een Amerikaanse journalist, literatuurcriticus en schrijver. Ze heeft gewerkt voor The Washington Post en Time. Ze schreef een klein aantal boeken, waaronder ‘Ex libris’ en ‘Het einde van de waarheid’. Haar werk wordt in meerdere landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
Financiële crises, sociale ongelijkheid, oorlogen: we leven in een tijd van chaos en onzekerheid, waarin steeds meer mensen het vertrouwen in instituties en elites zijn verloren. Zij gaan via niet-traditionele kanalen op zoek naar informatie en dragen zo bij aan de opkomst van een nieuwe generatie stemmen die voorheen als radicaal, onorthodox of marginaal werden beschouwd. Ondertussen wakkeren economische ongelijkheden populistische woede aan, worden democratische idealen verder ondermijnd en wordt steeds vaker desinformatie verspreid via internet en AI.

In De grote golf gaat Pulitzerprijswinnaar Michiko Kakutani in op de gevolgen van deze nieuwe machtsverhoudingen. Ze toont hoe ideeën van de marge naar de mainstream verschuiven en onderzoekt de groeiende invloed van buitenstaanders. Tegelijkertijd plaatst ze de crises van vandaag in de context van crises die eerdere scharniermomenten in de geschiedenis bepaalden. Haar conclusie: de huidige instabiliteit toont niet alleen de kwetsbaarheid van onze wereld, maar wijst ons ook op de veranderingen die nodig zijn om dit tumultueuze tijdperk te overleven en een duurzame toekomst op te bouwen.

Michiko Kakutani is voormalig hoofdredacteur boekrecensies bij The New York Times. Ze staat bekend om haar scherpe recensies, waarvoor ze in 1998 de prestigieuze Pulitzerprijs ontving. Kakutani studeerde Engelse literatuur aan Yale en heeft gewerkt voor The Washington Post en Time. Eerder verschenen bij Spectrum Ex libris en Het einde van de waarheid.

Fragment uit 9. Veerkracht in Vufa
De snelheid waarmee de gemeenschappen en complete landen opkrabbelen na een catastrofe blijft verbijsterend. In de Tweede Wereldoorlog waren er 53 miljoen doden gevallen en alleen al in Europa waren 60 miljoen mensen ontheemd geraakt. Hele steden waren veranderd in puinhopen, wegen waren kapot en lagen vol puin. bruggen en spoorwegen waren vernield. In Warschau was 90 procent van de huizen verwoest en in Duitsland 40 procent.
  In Hiroshima verloren naar schatting 140.000 mensen (ongeveer 40 procent van de populatie van de stad) het leven als gevolg van de nucleaire explosie of van de langetermijneffecten van de straling; in Nagasaki stierven ongeveer 74.000 mensen. Tientallen andere Japanse steden werden getroffen door brandbommen, die de voornamelijk houten huizen in de as legden, waardoor minstens vijf miljoen mensen dakloos werden. Het Amerikaanse bombardement op Tokio van 10 maart 1945 doodde naar schatting honderdduizend mensen en vernietigde een miljoen huizen; er kwam zoveel as naar beneden dat die datum later de geschiedenisboeken in ging als de Night of Black Snow.
  De verwoesting in Europa en delen van Azië waren zo immens dat 1945 Year Zero werd genoemd; landen stonden voor de gigantische taak hun economie en infrastructuur te herstellen en tegelijkertijd langetermijnplannen te maken voor sociale en politieke hervormingen. 
  Na de oorlog ontwikkelden Duitsland en Japan zich tot democratieën en belangrijke bondgenoten van de Verenigde Staten, beide landen maakten een enorme economische opleving door. In 1986 werd Japan de op een na grootste economie ter wereld (na de Verenigde Staten) en in 1989, na de val van de Berlijnse Muur, werd Duitsland de derde economie ter wereld.
  Door middel van het Marshallplan schonken de Verenigde Staten ongeveer dertien miljard dollar aan West-Europa met verschillende doelen: het bouwen van een verdedigingslinie tegen het communisme, het creëren van betrouwbare handelspartners, en het voorkomen van de economische malaise en politiek vernedering die de regio zo vatbaar had gemaakt voor de verlokkingen van het fascisme. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog concentreerde Europa zich op het opbouwen van een toekomst 'waarin de oude demonen, zoals werkloosheid, fascisme, Duist militarisme, oorlog en revolutie zouden zijn onthoofd', aldus historicus Tony Judt. Het huidige, 'verenigde, welvarende, coöperatieve, pacifistische Europa is niet het resultaat van de optimistische, ambitieuze, vooruitziende plannen waar Euro-idealisten het zo graag voor houden', aldus Judt. 'Het is het onzekere kind van angst. In de schaduw van zijn geschiedenis voerden de leiders sociale hervormingen door en bouwden nieuwe instellingen als profylactisch middel om het verleden op afstand te houden.'
   Het hart van de naoorlogse veranderingen werd gevormd door de hoop dat nieuwe internationale instituties (zoals de Verenigde Staten en de Wereldbank) voor economische groei en politieke stabiliteit zouden zorgen. Veel overheden besloten meer verantwoordelijkheid op zich te nemen en creëerden sociale vangnetten zoals gratis gezondheidszorg, werkloosheidsuitkeringen en AOW. In de nasleep van de financiële crisis van 2008 bezuinigden veel Europese landen op dergelijke publieke dienstverlening. Dit leidde niet alleen tot meer ongelijkheid en werkloosheid, maar voedde ook de woede waar het rechtse populisme later de vruchten van plukte. (pagina 195-197)

Lees ook: Het einde van de waarheid : over leugens in het tijdperk van Trump (uit 2018).

Terug naar Overzicht alle titels


Rob de Wijk 5

Het nieuwe IJzeren gordijn : hoe de machtspolitiek terugkeert in Europa
Balans 2024, 366 pagina's - € 23,99

Wikipedia: Rob de Wijk (1954)

Korte beschrijving
Een analyse van Europese politiek. Rob de Wijk beschouwt hoe Europa's zelfoverschatting en idealistisch buitenlandbeleid van de afgelopen dertig jaar, met verminderde defensie, heeft geleid tot een hernieuwde confrontatie met Rusland, vergelijkbaar met de Koude Oorlog. De auteur stelt dat de invasie van Oekraïne door Rusland in 2022 een wake-up call was voor Europa, dat zich nu moet aanpassen aan een nieuwe realiteit van machtspolitiek. Ondanks de hoge prijs van deze militaire verwaarlozing en zelfoverschatting ziet de auteur kansen om de welvaart en veiligheid van Europa beter te verankeren in deze nieuwe tijd. Beschouwend en met diepgang geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. Rob de Wijk (Dordrecht, 1954) is hoogleraar internationale betrekkingen aan de Universiteit Leiden en oprichter van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). Hij is commentator voor radio en tv, columnist voor Trouw en maakt de podcast 'Boekestijn en De Wijk' van BNR. Hij publiceerde talloze boeken waaronder ‘De nieuwe wereldorde’ en ‘De slag om Europa’.

Tekst op website uitgever
Europa lijdt al meer dan dertig jaar aan zelfoverschatting, stelt Rob de Wijk in dit urgente en hoogst actuele nieuwe boek. Een pijnlijke realiteit, waarmee wij door de oorlog in Oekraïne hardhandig zijn geconfronteerd.

Als winnaar van de Koude Oorlog vond Europa zijn economische systeem en democratische en humanitaire waarden superieur aan die van andere landen. Eeuwen van machtspolitiek maakten daarom plaats voor een idealistisch buitenlandbeleid, waarbij defensie steeds werd uitgekleed. De rekening van dit denken kregen wij gepresenteerd op 24 februari 2022, toen Rusland Oekraïne binnenviel. Machtspolitiek bleek toch niet verdwenen. De militaire dreiging voor Europa evenmin, maar dat kon zichzelf intussen allang niet meer verdedigen.

De prijs van dertig jaar militaire verwaarlozing, morele politiek en zelfoverschatting is hoog. We stevenen af op een permanente confrontatie met Rusland, op een nieuwe Koude Oorlog en een nieuw IJzeren Gordijn. Maar niet alles is verloren, concludeert De Wijk in dit fascinerende nieuwe boek. De Oekraïne-oorlog heeft Europa gedwongen zich aan te passen aan een nieuwe tijd. En paradoxaal genoeg liggen daarin juist kansen om onze welvaart en veiligheid beter te verankeren.

Fragment uit 10. Slot: speler of speelbal
1. Werk aan weerbaarheid

De weerbaarheid moet worden vergroot. Dat geldt zowel voor de maatschappelijke als voor de technische weerbaarheid. De maatschappelijke weerbaarheid wordt vergroot als mensen ervan doordrongen raken dat door de opkomst van China de wereld verandert, dat Rusland een dreiging voor onze veiligheid en welvaart vormt en dat een gezamenlijke inspanning nodig is om onze veiligheid en welvaart te beschermen. Dit vereist, naast meer kennis en discussie, ook politici, journalisten en commentatoren die weten waarover ze praten. Bij weerbaarheid hoort ook dat de bevolking bereid moet zijn om de nadelen van de versterking van de defensie te accepteren. Wat dat betreft is er een lange weg te gaan. Begin 2024 ontstonden er al protesten tegen mogelijke plannen om een oude vliegbasis weer in gebruik te nemen en het aantal vluchten van gevechtsvliegtuigen te vergroten.
  Technische weerbaarheid gaat over de bescherming van de vitale infrastructuur, zoals de elektriciteits- en watervoorziening, en de financiële infrastructuur. Vitale infrastructuur kan fysiek worden aangevallen. Ook zijn alle computersystemen en verbindingen kwetsbaar voor digitale aanvallen.
  Weerbaarheid is allereerst een nationale verantwoordelijkheid. Daarnaast werken EU en de NAVO samen om haar te vergroten. Een gezamenlijke taakgroep kwam in 2023 tot de conclusie dat er te veel kwetsbaarheden zijn. Daarom stelde de groep voor om nauw samen te werken op het gebied van energievoorziening, transport, digitale infrastructuur en satellietsystemen in de ruimte. Worden die aangetast, dan valt de maatschappij deels stil en worden militaire operaties vrijwel onmogelijk. (pagina 332)

Lees ook: 5 over 12 : hoe Nederland toch sterker uit de crisis kan komen (2012),
De nieuwe revolutionaire golf : waarom burgers zich van hun leiders afkeren (2016),
De nieuwe wereldorde : Hoe China sluipenderwijs de macht overneemt (2019)en
De slag om Europa : hoe China en Rusland ons continent uit elkaar spelen (2021)

Terug naar Overzicht alle titels

Rik Peels

De extremist en de wetenschapper : hoe we radicalisering beter kunnen begrijpen
Balans 2024, 127 pagina's € 19,25

Wikipedia: Rik Peels (1983)

Korte beschrijving
Een diepgaande beschouwing over filosofie, theologie, radicalisme en extremisme. Extremisme en radicalisering zijn momenteel hete hangijzers, of het nu gaat om extreemrechts, anti-institutioneel radicalisme of complotdenken. Rik Peels onderzoekt in dit boek verschillende manieren om hedendaagse radicalisering beter te begrijpen. Hij bevraagt de aard van extremisten en de rol van wetenschap en overheid in de omgang met radicale stemmen. Daarbij onderzoekt hij of de oudste wetenschappen, de filosofie en de theologie, ons iets leren over extremisme dat we tot nu toe gemist hebben. Bevlogen en met diepgang geschreven. Met een enkele illustratie. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep.  Rik Peels (Zoetermeer, 1983) is houder van een University Research Chair, hoogleraar religie en theologie en hoogleraar filosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij publiceerde meerdere boeken. Zijn werk wordt in meerdere landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
Rik Peels onderzoekt in dit boek verschillende manieren om hedendaagse radicalisering beter te begrijpen. Zijn extremisten gek of zijn ze in feite gezonde, rationele mensen?

‘Eindelijk! Een filosoof annex theoloog die een deel van het antwoord geeft waar we al decennia naar zoeken: hoe moeten we radicalisering begrijpen? Peels levert een uiterst waardevolle en unieke, nieuwe bijdrage aan de explosieve radicaliseringspuzzel.’ – Beatrice de Graaf Het icoon van gewelddadig extremisme is nog altijd de aanslag op de Twin Towers van 11 september 2001. Maar er is de afgelopen jaren veel veranderd. Extremisme komt vandaag de dag van verschillende kanten. Niet alleen is extreemrechts flink gegroeid, er is ook steeds meer anti-institutioneel radicalisme, dat zicht richt tegen overheid, wetenschap, media en rechtspraak. Ook zijn extremisme en radicaal complotdenken sterker verweven geraakt, onder meer door de coronacrisis. Rik Peels onderzoekt verschillende manieren om hedendaagse radicalisering beter te begrijpen. Zijn extremisten gek of zijn ze in feite gezonde, rationele mensen? Moeten wetenschap en overheid luisteren naar extremisten, en hoe dan? Kunnen de oudste wetenschappen, de filosofie en de theologie, ons iets leren over extremisme dat we tot nu toe gemist hebben?

Fragment uit 3. Luisteren naar de extremist
Soorten verklaringen van extremisme
Als de extremist vaak een gezonde persoon zonder psychopathologie is en relatief rationeel, zoals we in het vorige hoofdstuk zagen, dan heeft dat gevolgen voor hoe we radicalisering beter kunnen begrijpen. Want waarom zouden we dan de extremist niet gewoon vragen wat hem of haar bezielt? Met andere woorden: waarom zouden onderzoekers en beleidsmakers de extremist niet serieus nemen door naar de extremist te luisteren? En wat levert het precies op als de extremist serieus genomen wordt?
  Om te zien in hoeverre dit al dan niet gebeurt en wat de aarzelingen zijn die sommigen hebben bij het luisteren naar de extremist, is het behulpzaam om iets van het wetenschappelijk debat te weten. Het is in de radicaliseringsliteratuur gebruikelijk om drie soorten verklaringen te onderscheiden: macro-, meso- en microverklaringen. Ik schets ze hier kort.
  Macroverklaringen betreffen het hoogste niveau, dat van de maatschappij als geheel of in enkele gevallen zelfs mondiale ontwikkelingen. Zulke verklaringen doen een beroep op zaken als de onveilige situatie in een land, massale werkloosheid, een falende overheid, armoede en ongelijkheid tussen maatschappelijke groepen, en sociale marginalisering. Maar ook politiek uitsluiting van bepaalde groepen, het gebrek aan goed onderwijs of juist de aanwezigheid van misleidend en indoctrinerend onderwijs, het gebrek aan toegang tot voorzieningen als schoon drinkwater, en grootschalige migratie. Een laatste die de afgelopen jaren steeds belangrijker is geworden, is klimaatverandering, bijvoorbeeld in de vorm van ontbossing, overstromingen, bosbranden en verlies van biodiversiteit. Deze factor wordt ook wel een threat multiplier genoemd, omdat hij allerlei andere macrofactoren, zoals migratie, in de hand werkt en versterkt. 
  Mesoverklaringen zijn verklaringen op het middelste niveau, dat van de groep. Dat kan een relatief strak georganiseerde groep zijn, zoals de Ku Klux Klan, die ook nu nog zo'n 3000 tot 6000 leden heeft. Maar het kan ook een hele minderheid of zelfs een meerderheid in een land zijn, zoals de witte arbeidersklasse in de VS of de Hutu's in Rwanda in de jaren negentig. Mesoverklaringen zoomen dan ook in op dynamieken die op groepsniveau spelen. Dan kunnen we denken aan de ervaring van onrecht, in het heden of het verleden, wanhoop, hopeloosheid, of het gevoel achtergelaten te zijn (dit zijn grievances, iets waarover men bedroefd of verbolgen is). Maar ook aan collectieve identiteit en het gevoel ergens bij te horen. Verder vallen binnen deze categorie etnische spanningen tussen bevolkingsgroepen, wij-zijdynamiek, vooroordelen van groepen, en echokamers waarin dezelfde meningen rondzingen en alles van daarbuiten wordt gediskwalificeerd. En dan is er nog alles wat met het koloniale verleden te maken heeft: een vermeend glorieus verleden, de vernedering van de kolonisatieperiode, een gedeeld narratief, het trauma dat van generatie op generatie wordt overgedragen,
  Microverklaringen, tot slot, zijn verklaringen op het niveau van het geradicaliseerde individu of een heel kleine groep, zoals de Nederlandse Hofstadgroep die uit veertien geradicaliseerde moslims bestond en in 2004 door de AIVD werd opgerold. De psychopathologie kan dit op microniveau verklaren, maar we zagen al dat dat vaak niet opgaat. Andere factoren zijn religiositeit of toewijding aan seculaire waarden, het verlangen naar gevaar en avontuur, de zoektocht naar erkenning en de zucht om status. Maar ook een persoonlijk narratief, bijvoorbeeld een verhaal in termen van radicale verlossing door een heilige strijd, cognitieve ondeugden zoals zwart-witdenken en dogmatisme. En, niet te vergeten, simpelweg liefde voor een zaak of groep mensen. (pagina 43-45)

Terug naar Overzicht alle titels

Maarten van Rossem 3

Maarten van Rossem over populisme en onze democratie
Nieuw Amsterdam 2024, 111 pagina's   € 17,50
Een geactualiseeerde editie van Waarom is de burger boos? (uit 2010)

Wikipedia: Maarten van Rossem (1943)

Korte beschrijving
Een kritische verhandeling over ruim twintig jaar populisme in de Nederlandse politiek. Maarten van Rossem onderzoekt hoe partijen zoals de PVV, NSC en BBB populair konden worden en hoe een deel van het electoraat de overheid en de maatschappelijke elite als vijanden is gaan zien. Hij analyseert hierin de rol van politieke figuren als Pim Fortuyn, Rita Verdonk en Geert Wilders. Het boek belicht de kloof tussen de belofte en de werkelijkheid van de democratie, waarin het populisme gedijt. In verdiepende en essayistische stijl geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. Maarten van Rossem (Zeist, 1943) is een bekende Nederlandse schrijver, historicus, televisiepresentator en academisch docent. Hij schreef vele boeken.  Dit boek is een geactualiseerde uitgave van ‘Waarom is de burger boos?’ (2010).

Tekst op website uitgever
De PVV leek in een politiek isolement langzaam te verkommeren. Tot ieders verrassing is die partij wakker gekust door de VVD, een dominante partij die bij de verkiezingen van 2023 een soort politieke zelfmoord heeft gepleegd. Wat gaat dit betekenen voor de Nederlandse politiek?

In deze geactualiseerde uitgave van de bestseller Waarom is de burger boos? blikt Maarten van Rossem terug op ruim twintig jaar populisme in Nederland: van Pim Fortuyn, Rita Verdonk en Thierry Baudet tot Caroline van der Plas, Pieter Omtzigt en Geert Wilders. Van Rossem laat zien hoe PVV, NSC en BBB zo populair konden geworden. Hij maakt duidelijk dat een deel van het electoraat de overheid, het politieke systeem en de maatschappelijke elite als vijanden zijn gaan zien. Deze ontevreden kiezers hebben sinds het begin van de eeuw steeds op nieuwe, veelbelovende ‘verlossers’ gestemd. Tragisch genoeg hebben die nooit de indruk gewekt de gesignaleerde problemen op te kunnen lossen. Het populisme is het onkruid dat groeit in de kloof tussen de belofte en de werkelijkheid van de democratie.

Fragment uit Louter de Tegenpartij?
Zo zijn we weer terug bij de PVV, nu Nederland sterkste politieke partij, die in vrijwel alle denkbare opzichten een programmatische boodschap heeft die zowel in strijd met de werkelijkheid is als met de werkelijke belangen van de natie. Vrijwel sinds de oprichting beweert de PVV dat Nederland wordt bedreigd door 'islamisering'.  Daarbij gaat het niet om de problemen in sommige wijken van onze grote steden, nee, het gaat om de dreigende islamisering van heel Nederland. Die dreiging is niet een zaak van de lange termijn, of één mogelijkheid onder vele; die dreiging is nu, die dreiging is urgent. Er moeten nu maatregelen genomen worden. Wat in Nederland dreigt, dreigt in heel Europa, Eurabië is een reel perspectief, in samenhang met de georganiseerde 'omvolking'.  Vandaar ook de noodzakelijke criminalisering van alle uitingen van de islam in Nederland. Om de rechtsstaat te redden moet de rechtsstaat voorlopig opgedoekt worden. Vanzelfsprekend moeten we ook zo snel mogelijk uit de EU, en terug naar de gulden. Onze grenzen moeten dicht en vervolgens streng worden bewaakt. Maar van die islamisering is geen sprake, de moslims vormen nog steeds een kleine, machteloze minderheid, laat staan dat Eurabië een serieuze propositie is.

Ach, zullen veel kiezers van de PVV daarom zeggen: het loopt zo'n vaart dus niet en Wilders is toch milder geworden? Data zit toch iets heel geks in. De PVV heeft twintig jaar lang een even luguber als vals sprookje tot zijn centrale boodschap gemaakt, en nu, nu de macht lonkt, telt dat ineens niet. Hoe zeker weten we dat? Is het niet vreemd dat de PVV alleen kan meeregeren als zij de kern van haar politieke bestaan plotseling moet ontkennen? Hoeven we de hele PVV eigenlijk niet serieus te nemen? Zijn die 37 zetels dan eigenlijk niet meer dan de opgestoken vinger van de boze kiezer? Is de PVV slechts louter de fameuze Tegenpartij van F. Jacobse en Tedje van Es?

Uitvoering van het programma van de PVV is niet alleen in strijd met de Grondwet, maar ook in strijd met onze normale wetgeving, met de regelgeving van de EU, met de internationale verdragen die wij hebben getekend en ten slotte fundamenteel in strijd met de beginselen van de democratische rechtsstaat in het algemeen. De formatie van een eventueel kabinet is nog in de verkennende fase op het moment dat ik dit schrijf. Ik heb dus geen idee hoe dit gaat aflopen. Het lijkt mij echter essentieel dat de mogelijk deelnemende partijen kraakhelder en zwart op wit de verzekering van de PVV krijgen dat de partij afziet van vrijwel haar gehele gedachtegoed. (pagina 106-107)

Lees ook: Kapitalisme zonder remmen : opkomst en ondergang van het marktfundamentalisme (2011)  en  De 21ste eeuw die in de jaren zeventig begon (2024?)