vrijdag 28 april 2023

James Bridle

Manieren van zijn : voorbij de menselijke intelligentie
Volt 2023, 424 pagina's € 29,90

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: Ways of Being: Animals, Plants, Machines: The Search for a Planetary Intelligence (2022)

Wikipedia: James Bridle (1980)

Korte beschrijving
Een uitgebreide filosofische beschouwing (424 p.) over niet-menselijke vormen van intelligentie, van dierlijke tot kunstmatige intelligentie. Wat kan de mens leren van andere vormen van intelligentie, en hoe kunnen we onze samenlevingen hervormen om rechtvaardiger met elkaar en de niet-menselijke wereld om te gaan? James Bridle schrijft over de bewustwording van vormen van intelligentie die niet eerder als zodanig werden (h)erkend, zoals de intelligentie van planten, dieren en ecosystemen. Het boek is een diepgaande verkenning van de complexe wereld om ons heen, en een waarschuwing voor de bedreiging die de steeds sneller voortschrijdende ontwikkeling van AI vormt voor ons bestaan.‘Manieren van zijn’ is intelligent, talig en verhalend geschreven, met ruimte voor het perspectief van de auteur. Voor een geoefende lezersgroep. Met afbeeldingen in zwart-wit.James Bridle is een Britse filosoof, technoloog en kunstenaar. Hij schrijft over kunst, politiek, cultuur en technologie voor The Guardian en Wired, en werkt voor o.a. het Victoria & Albert Museum en het Barbican Centre.

Tekst op website uitgever
‘In Manieren van zijn onderzoekt James Bridle het leven in een werkelijkheid die de mens overstijgt.’ – De Groene Amsterdammer
Wat kunnen we leren van andere vormen van intelligentie en identiteit? En hoe kunnen we onze samenlevingen hervormen om rechtvaardiger met elkaar en de niet-menselijke wereld om te gaan?

Terwijl grote vorderingen worden gemaakt op het gebied van kunstmatige intelligentie, worden we ons ook bewuster van andere intelligenties die al die tijd bij ons waren, maar niet als zodanig werden herkend of erkend. Deze andere intelligenties zijn dieren, planten en natuurlijke systemen die steeds sneller hun complexiteit en kennis aan ons onthullen. Tegelijkertijd worden we ermee geconfronteerd hoe we met onze nieuwe technologieën hun uitsterven dreigen te veroorzaken, en daarmee uiteindelijk ook de onze.

Filosoof, technoloog en kunstenaar James Bridle vertelt in Manieren van zijn een radicaal nieuw verhaal over ecologie, technologie en intelligentie. We moeten, zo stelt James, deze begrippen herdefiniëren om een betekenisvolle en vrije relatie op te bouwen met het niet-menselijke; een relatie die gebaseerd is op solidariteit en diversiteit. James boek is een diepgaande verkenning van de complexe wereld om ons heen en een waarschuwing voor de bedreiging die de steeds sneller voortschrijdende ontwikkeling van kunstmatige intelligentie vormt voor ons bestaan.

‘Bedwelmend, opwindend en verbazingwekkend.’ – The New York Times
‘Een inspirerend boek over intelligentie in de meer-dan-menselijke-wereld […] Bridle bespreekt een reeks voorbeelden uit de moderne biologie, informatica en andere disciplines [en] verweeft ze soepel in een helder en goed geschreven narratief.’ NRC Handelsblad
‘De ideeën in dit boek zijn zo groot, zo fascinerend en ja, zo anders [...] Bridle heeft een nieuwe manier van denken over onze wereld gecreëerd, over ons zijn.’ – Washington Post
‘Fascinerend, innovatief en tot nadenken stemmend: ik beveel Manieren van zijn van harte aan.’ – Jane Goodall

Fragment uit 1. Anders denken
Anderen vonden het onderzoek problematisch. In het oorspronkelijke experiment werd de spiegel op de grond geplaatst, buiten de behuizing van de olifanten. De dieren zagen hoofdzakelijk poten en tralies; niet bepaald de ideale omstandigheden voor zelfherkenning. Toen ze in de Bronx Zoo werkten met de olifanten Patty, Maxine en Happy, namen de onderzoekers Joshua Plotnik en Diana Reiss (de Diana Reiss van de dolfijnenstudie) bij minstens één van de dikhuiden zelfherkenning waar, als de spiegel maar groot genoeg was en dichtbij genoeg stond opgesteld. Ze installeerden een spiegel van tweeënhalve meter in het olifantenverblijf, die onmiddellijk de aandacht trok. De olifanten wreven ertegenaan, sloegen hun slurf over de muur en probeerden achter de spiegel te komen, vermoedelijk om te zien waar de andere olifant was. Maar na enige tijd raakten ze eraan gewend, net zoals eerder de chimpansees. Toen er een groot wit kruis werd aangebracht boven Harry's rechteroog, raakte ze het keer op keer aan. Zo trad de Aziatische olifant alsnog toe tot de club van de zelfherkenners. Het had er alle schijn van dat dit net als bij de gibbons een gevalletje was van mensen die eindelijk slim genoeg waren geworden om in te zien hoe dom ze eerder waren geweest.
  Ook de vooraanstaande primatoloog Frans de Waal denkt er zo over. Hij voert Happy ten tonele in zijn boek Are We Smart Enough to Know How Smart Animals Are? (Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn?). (Plotnik studeerde onder De Waal, en De Waal is coauteur van de genoemde paper.)  De Waal merkt op dat een aantal Aziatische olifanten in Thailand voor de test is geslaagd, maar dat er ook veel zijn 'gezakt'.  (Daarbij moet worden opgemerkt dat Gordon Gallup, de bedenker van de test, de resultaten voor olifanten en dolfijnen - en vermoedelijk ook die van eksters en andere wezens - betwistte omdat hij dacht dat alleen 'hogere' primaten zichzelf kunnen herkennen.)  Ondertussen stelt Daniel Povinelli, een van De Waals beste studenten en de schrijver van de paper over Shantji en Ambika, dat de spiegelproef ons niets kan vertellen over innerlijke gemoedstoestanden, maar alleen over het vermogen om bewegingen en beelden met elkaar in verband te brengen. De spiegel is tot op de dag van vandaag controversieel, voor alle soorten.
  Ook het wat mij betreft beste voorbeeld van dierlijke fysionomie die problemen veroorzaakt voor de spiegelproef heeft weer te maken met olifanten, Patty, Maxine, Happy en de Thaise olifanten van De Waal zijn alle Aziatische olifanten, en de experimenten lijken uit te wijzen dat ze zichzelf herkennen in een spiegel. Hun grotere, onstuimige Afrikaanse neven en nichten hebben daarvan nog geen blijk gegeven, wat uiteraard niet wil zeggen dat ze het niet kunnen. Het is alleen zo dat er nog geen spiegel is gebouwd die groot en stevig genoeg is om de slurf, slagtanden en aangeboren nieuwsgierigheid van deze dikhuiden te weerstaan, die soms wel 4500 kilo wegen. Alle experimenten zijn er tot nu toe op uitgelopen dat de olifanten de spiegel braken. (pagina 55-56)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

donderdag 6 april 2023

Susan Neiman 4

Links is niet woke
Lemniscaat 2023, 156 pagina's € 9,99

Oorspronkelijke titel: Left is not woke (2023)

Wikipedia: Susan Neiman (1955)

Korte beschrijving
Kritisch essay over hoe de woke-generatie haar eigen politieke doelen ondermijnt door het continueren van wij-zij-denken. Aan de hand van het werk van o.m. Foucault en Schmitt beargumenteert de auteur waarom mensen met progressieve idealen juist samen op zouden moeten komen voor gemeenschappelijke universele waarden, ongeacht onderlinge verschillen.

Tekst op website uitgever
Links ≠ woke is een vlammend en urgent boek. De Amerikaanse filosoof Susan Neiman, die als tiener sterk beïnvloed werd door de Burgerrechtenbeweging van Martin Luther King, behoort tot de meest geëngageerde denkers ter wereld. In dit boek roept zij mensen met progressieve idealen op om elkaar niet te bestrijden, maar samen op te komen voor gemeenschappelijke universele waarden, ongeacht verschillen in afkomst, gender en etniciteit. Zonder deze waarden zal de huidige woke-generatie haar eigen doelen ondermijnen en onbedoeld naar rechts afglijden. Op de lange termijn lopen we dan het risico te worden wat we verachten. Neiman wijst op de invloed van twee titanen van het twintigste-eeuwse denken, Michel Foucault en Carl Schmitt, die het sociale leven voorstelden als een eeuwige strijd van ‘wij’ tegen ‘zij’. Wie zich laat leiden door dit polariserende gedachtegoed, is bezig met een stammenstrijd waar niemand beter van wordt. Het is hoog tijd dat we weer gaan nadenken.

‘Links heeft afstand gedaan van precies die ideeën die we nodig hebben als we de ruk naar rechts willen tegengaan.’ – Susan Neiman

‘Met dit genuanceerde en gepassioneerde pleidooi voor universalisme bewijst Susan Neiman lezers van elke politieke snit een dienst.’ – Thomas Chatterton Williams, The Atlantic

Fragment uit 5. Conclusie
Op een warme ochtend in oktober laste ik tijdens de afronding van dit boek een pauze in, omdat ik had afgesproken met de Indiase auteur en activist Harsh Mander in een café in Berlijn. Manders onvermoeibare geweldloze strijd voor de rechten van gemarginaliseerde volkeren in zijn vaderland hebben hem een nominatie voor de Nobelprijs voor de Vrede en diverse doodsbedreigingen opgeleverd. Hij vergelijkt het zwijgen van het merendeel van het grote publiek over het lynchen van moslims in het huidige India met de Duitse onverschilligheid ten aanzien van het geweld tegen Joden in de jaren dertig van de vorige eeuw.

Toen we ontdekten hoeveel dezelfde ideeën we hadden, vroeg hij met wat voor boek ik bezig was. Ik vertelde dat ik aan het schrijven was over het feit dat de progressieven drie voor links essentiële principes hadden laten varen: geloof in het universalisme, een hard onderscheid tussen recht en macht, en de mogelijkheid van vooruitgang.

Mander was het ermee eens en stelde nog een vierde principe voor: een geloof in het belang van twijfel. Zijn marxistische collega's hadden hem vaak gevraagd waarom hij geen communist was, gezien zijn felle loyaliteit aan universele sociale en economische rechten. Zijn antwoord was simpel: hij zou nooit een beweging kunnen steunen die hem verbood om nog zaken in twijfel te trekken. 'Het hindoeïsme heeft enorme problemen', vervolgde hij. De regering-Modi heeft hem van terrorisme beschuldigd vanwege zijn pogingen om de onderdrukking va moslims door hindoes tegen te gaan. 'Maar het heeft één ding dat abrahamitische godsdiensten niet hebben: al die goden en godinnen laten ons de noodzaak van twijfel zien.'

Twijfel was natuurlijk ook fundamenteel voor de Verlichting en de Verlichtingsdenkers zouden het amusant gevonden hebben als ze gehoord hadden dat ze iets gemeen hadden met de polytheïstische hindoes. Van Gotthold Ephraim Lessing is bekend dat hij ooit zei dat hij de eindeloze zoektocht naar de waarheid verkoos boven de waarheid zelf. Geen enkele godsdienst kan een einde maken aan geweld, zoals de recente gebeurtenissen in India en het boeddhistische Myanmar wel hebben laten zien. Maar het matigen van je geloof in je diepste principes door te twijfelen aan de toepassing ervan, zou vele schade kunnen voorkomen. Op dit moment in de geschiedenis is er niets zinlozers dan wanneer één progressieve persoon een andere progressieve persoon afwijst vanwege een meningsverschil over wat als discriminatie geldt. (pagina 146-147)

Artikel: Van trots vignet tot sinister signaalwoord (De Groene Amsterdammer, 6 april 2023)

Lees ook: Je mag ook niets meer zeggen : een nieuwe taal voor een nieuwe tijd van Mounir Samuel (uit 2023), of Wie wat woke? : een cultuurkritische benadering van wat we (on)rechtvaardig vinden van Walter Weyns (uit 2021).

Andere boeken van Susan Neiman:  Waarom zou je volwassen worden? (uit 2014) en Verzet en rede : in tijden van nepnieuws (uit 2017), Wat we van de Duitsers kunnen leren (2020) of Verzet en rede : in tijden van nepnieuws (2017).

Terug naar Overzicht alle titels

Sander van der Linden

Immuun voor nepnieuws : een tegengif voor fake news en complottheorieën 
Spectrum 2023, 379 pagina's - € 22,50

Wikipedia: Sander van der Linden (19?)

Korte beschrijving
Een boek over het bestrijden van nepnieuws en complottheorieën.Sander van der Linden laat zien hoe we onszelf kunnen inenten tegen nepnieuws, hoe we ons kunnen verzetten tegen zogenaamde ‘massaoverredingswapens’ en hoe we feiten van fictie kunnen onderscheiden. Hij neemt de lezer mee in de psychologie achter complotdenken en bespreekt de elf anti-genen die nodig zijn om verspreiding van nepnieuws voor eens en altijd te stoppen. Helder, informatief en bevlogen geschreven. Met zwart-witfoto’s en -illustraties. Sander van der Linden (1976) is hoogleraar Sociale Psychologie en directeur van het Cambridge Social Decision-Making Lab aan de Universiteit van Cambridge.

Tekst op website uitgever
Iedereen is vatbaar voor fake news. Hoe komt het dat mensen in nepnieuws geloven? De Nederlandse wetenschapper Sander van der Linden laat ons kennismaken met dit wonderlijke fenomeen en benadert het waarheidsprobleem als een virus.

In Immuun voor nepnieuws kaart Sander van der Linden dit wereldwijde probleem aan en biedt hij tegelijkertijd een oplossing. Waarom zijn we zo vatbaar voor nepnieuws? Hoe en waarom verspreidt het zich? En wat kunnen we doen om fake news te bestrijden? Het resultaat is een fundamenteel en toegankelijk werk over hoe onze hersenen worstelen met het onderscheiden van feit en fictie, en hoe we dit kunnen en moeten voorkomen.

Over Immuun voor nepnieuws:
'Sander van der Linden is een van ’s werelds toonaangevende experts in het bestrijden van nepnieuws en Immuun voor nepnieuws is het ultieme handboek voor het navigeren door en terugvechten tegen de tsunami die ons dreigt te overspoelen in bullshit.' Jay van Bavel, auteur van The Power of Us

Sander van der Linden is hoogleraar Sociale Psychologie en directeur van het Cambridge Social Decision-Making Lab aan de Universiteit van Cambridge. Zijn onderzoeken stonden onder andere in Nature en Science. Hij werkte samen met de premier van het Verenigd Koninkrijk en belangrijke technologiebedrijven zoals WhatsApp, Facebook en Google.

Fragment uit (de) Proloog
Kortom: nepnieuws kan levensgevaarlijk zijn.
Ook wie optimistisch is over ons vermogen om nepnieuws door te prikken moet zich rekenschap geven van het feit dat misinformatie ook zeer invloedrijk en gevaarlijk kan zijn wanneer lang niet iedereen zich erdoor laat beetnemen. Belangrijke verkiezingen worden immers vaak beslist met relatief kleine stemverschillen en cyberpropaganda weet steeds effectiever onze democratische structuren te ondermijnen. Begin februari 2020 overstelpten Russische propagandisten de media met nepvideo's over zogenaamde Oekraïense daden van agressie en aanvallen op Russisch grondgebied, om zo een voorwendsel te creëren voor de geplande invasie van Oekraïne. Een deel van deze socialemediabeelden betrof in werkelijkheid Israëlische luchtaanvallen op Gaza; andere beelden waren schaamteloos gejat van een computergame, het schietspel Arma 3. Deze campagnes hadden niet als doel om het internationale publiek te doen geloven dat de Russische militaire invasie op de een of andere manier gerechtvaardigd was, maar alleen om het lastiger te maken voor mensen om feit van fictie te onderscheiden: de hoop was dat politieke analisten en factcheckers afgeleid zouden worden doordat een overvloed van overduidelijke nepbronnen moesten ontrafelen en debunken. (gaslighting - hd)


De zorgen over de ondermijning van de democratie door nepnieuws zijn alleszins terecht. Zo bleek uit een enquête uit 2016 van Pew, een onderzoeksbureau in Washington, dat 65 procent van de Amerikanen als gevolg van nepnieuws in de war raakte over wat de basale feiten nu precies zijn. Daarnaast ziet 83 procent van de Europeanen nepnieuws als een probleem. En ten minste de helft van de enquêtedeelnemers gaf aan dat ze wekelijks met desinformatie worden geconfronteerd. Zelfs complottheorieën zijn niet langer voorbehouden aan alleen de lunatic fringe, de radicale marges van de samenleving: meer dan 50 procent van de Amerikanen geeft aan dat ze ten minste één complottheorie onderschrijven. Deze vaststellingen werpen grote vragen op over ons vermogen om ons staande te houden binnen het ecosysteem van de media. Wat brengt mensen ertoe om in misinformatie te geloven? Hoe en waarom wordt ze verspreid? En wat kunnen we ertegen doen? (pagina 12-13)

Lees ook: Nepnieuws : een wereld van desinformatie van Han van der Horst (uit 2018) of 

Het nieuwsdieet : omgaan met de overload aan informatie van Rolf Dobelli (uit 2020) of 

Verzet en rede : in tijden van nepnieuws van Susan Neiman (uit 2017) of 

De waan van de dag : over nepnieuws enzo van Raymond Serré (uit 2017) of 

Dit is geen propaganda : de oorlog tegen de waarheid van Peter Pomerantsev (uit 2019)

Terug naar Overzicht alle titels


Marjolijn van Heemstra 2

Wat is ruimte waard
Maand van de Filosofie 2023, 90 pagina's  € 12,25 (De Correspondent)

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Wikipedia: Marjolijn van Heemstra (1981)

Korte beschrijving
Een boek over de ethiek van interplanetaire ruimtevaart en de impact van de ruimtevaart op de maan. In het heelal lonkt het nieuwe goud: er worden momenteel miljarden geïnvesteerd om in de toekomst planeten te kunnen koloniseren. De ene raket na de andere gaat de ruimte in en er zijn plannen voor een tankstation op de maan, voor wie op doorreis is naar Mars. Maar ten koste van wat? Kritisch en helder geschreven, met persoonlijke passages van de auteur. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Marjolijn van Heemstra (1981) is auteur, dichter en theatermaker en schrijft voor De Correspondent over de ruimte. Haar laatste boek 'In lichtjaren heeft niemand haast' is door NPO Radio 1 uitgeroepen tot Non-Fictie Boek van 2021.Dit boek maakt deel uit van de serie 'Vonkjes: ideeën die je aansteken’ en is geschreven in opdracht van Stichting Maand van de Filosofie.

Tekst op website uitgever
In de ruimte lonkt het nieuwe goud. Waar vroeger verre landschappen gekoloniseerd werden, zijn nu planeten aan de beurt. Miljardairs lanceren de ene raket na de andere, er zijn plannen voor mijnbouw op asteroïden en voor een tankstation op de maan voor wie op doorreis is naar Mars.

Maar ten koste van wat? In dit boek neemt Marjolijn van Heemstra je mee naar de vertes die rijk maken en toont ze de verarming die dat tegelijkertijd teweegbrengt.

Schrijver, dichter en theatermaker Marjolijn van Heemstra schrijft voor De Correspondent over ruimte en ruimtevaart. Van haar laatste boek In lichtjaren heeft niemand haast zijn 17.500 exemplaren verkocht.

Fragment
Na de instelling van CSLCA was de geest uit de fles. De vraag was niet langer of buitenaardse mijnbouw was toegestaan, maar hoe. In navolging van de VS pasten ook Luxemburg en de Verenigde Arabische Emiraten de afgelopen jaren hun wetten aan.
  In de tussentijd werd er wereldwijd getimmerd aan nieuwe verdragen. In 2016 werd de The Hague International Space Resources Governance Working Group opgericht, een werkgroep die nadacht over nieuwe wetgeving met betrekking tot het winnen van grondstoffen in de ruimte. De deelnemers - waaronder ruimtejuristen, maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van de ruimtevaartindustrie - stelden samen een aantal kaders op waarmee het gebruik van grondstoffen in de ruimte kan worden gereguleerd. Deze kaders kunnen nu worden gebruikt voor het verder ontwikkelen van internationale wetten en verdragen. Maar: die zullen altijd achterlopen op de praktijk. Wetten maken is nu eenmaal een traag proces, te traag voor de snelle NewSpace-ondernemers.
  Ik sprak erover met ruimtejurist Dimitra Stefoudi, die onderdeel was van de Haagse werkgroep. Soms, merkte ik, is een gesprek ontluisterend en geruststellend tegelijk. Stefoudi schetst een toekomst waarin ruimtemijnbouw onvermijdelijk tot een volwaardige industrie uitgroeit. 'DE ontwikkelingen gaan razendsnel, het is niet te stoppen.' Als antwoord op mijn bezorgde blik voegde ze daaraan toe dat je deze ontwikkeling ook niet moet willen stoppen. 'Dit is een prachtige kans voor de mensheid om het zonnestelsel te ontdekken. Het brengt buitenaardse werelden dichterbij'. 
  En dat daarboven nog te vaak de principes van het Wilde Westen gelden, was volgens Stefoudi een tijdelijk euvel. Ze gelooft dat er op termijn een juridisch raamwerk zal bestaan waarbinnen de mensheid op een eerlijke en duurzame manier de ruimte zal ontginnen. 
  Haar enthousiasme was bijna aanstekelijk. Maar toen ik vroeg hoe ze zelf dacht over mijnbouw op de maan viel ze even stil. 'Ik kan het niet goed uitleggen', zei ze toen. 'ik ben heel enthousiast over onze toekomst in de ruimte maar iets in mij voelt ook weerstand, het is moeilijk onder woorden te brengen.' (pagina 66-68)



Lees ook: In lichtjaren heeft niemand haast : een zoektocht naar meer ruimte in ons leven (2021)

Terug naar Overzicht alle titels


Mounir Samuel 2

Je mag ook niets meer zeggen : een nieuwe taal voor een nieuwe tijd
N'w A'dam 2023, 366 pagina's € 24,99

Wikipedia: Mounir Samuel (1989)

Korte beschrijving
Een maatschappijkritisch essay van Mounir Samuel waarin de politicoloog pleit voor een inclusieve, veilige en toegankelijke taal voor iedereen. Een nieuwe tijd vraagt om een nieuwe taal. Maar wat kun je nu wel en niet tegen wie zeggen? Samuel beschrijft op welke manieren een taal kan uitsluiten op het gebied van onder meer gender, ras of het hebben van een beperking, en wat daaraan te doen is. Een boek voor iedereen die streeft naar een inclusieve, veilige en toegankelijke omgeving — op het werk, in de klas, thuis, of waar dan ook. Geen checklist of verbodenwoordenlijst, maar een gids die ons leert hoe we waardegericht met elkaar kunnen omgaan. ‘Je mag ook niets meer zeggen’ is eigentijds en scherpzinnig geschreven en schuwt geen taboes. Geschikt voor een breed tot geoefend lezerspubliek. Met enkele illustraties. Mounir Samuel (1989) is politicoloog, auteur en journalist. Hij trainde tal van bedrijven, instellingen en maatschappelijke organisaties in Nederland en Vlaanderen in wat hij waardegerichte communicatie en het bouwen aan een diversvaardige samenleving noemt.

Tekst op website uitgever
Een nieuwe tijd vraagt om een nieuwe taal. Maar wie weet eigenlijk nog wat je wel en niet tegen wie kunt zeggen? In Je mag ook niets meer zeggen maakt Mounir Samuel met humor duidelijk op welke manieren een taal kan uitsluiten en wat we daaraan kunnen doen. Hij zet je aan het denken en schuwt geen taboe of ongemak. Dit is een boek voor iedereen die streeft naar een inclusieve, veilige en toegankelijke omgeving, op het werk, in de klas, het theater, de dokterspraktijk of thuis. Het is geen checklist of verbodenwoordenlijst, maar een heldere gids die ons leert hoe we waardegericht met elkaar kunnen omgaan. Dit is dé blauwdruk voor een Nederlandse taal van en voor iedereen.

Fragment uit Deel 5. Democratisering & eigenaarschap
Waarde 13 - Weg met de elitaire bubbel
Moderne regenten in maatpak

Nederland en België worden nog steeds geregeerd door een kleine elite. En daarbij doel ik niet alleen op die enkele politicus die al jarenlang op het pluche zit en dezelfde politieke partijen die telkens weer de dienst uitmaken. Die politieke leiders zijn in veel gevallen slechts pionnen van grote multinationals, de energieelobby, zware industrie, agrarische sector en natuurlijk: de kapitaalbezitters.
  Een relatief kleine groep bezit het geld (en vastgoed) en heeft daarmee de macht. De rijke regenten op de schilderijen van Rembrandt en Rubens, die vroeger de dienst uitmaakten, zijn niet verdwenen. Ze hebben hun zwierige hoeden en pofbroeken slechts ingeruild voor een (mantel)pak. Het zijn witte, valide, heteroseksuele, cisgender mannen (en tegenwoordig spaarzame vrouwen) die toen maar ook nu de dienst uitmaken. Zelfs de achternamen zijn in bepaalde gevallen onveranderd.
  De hedendaagse regenten borrelen erop los, schuiven elkaar de interessante bestuursfuncties toe, sluiten achterkamertjesdeals en bestieren het land naar het hun lief is.
  De voorselectie begint al vroeg: op school en op de studentenvereniging. Het old boys network leidt in veel gevallen direct terug naar de collegebanken. Let maar eens op hoeveel politici naar dezelfde universiteiten zijn gegaan en lid zijn geweest van dezelfde studentenverenigingen en hoeveel (gemeenschappelijke) vrienden zij in de top van het bedrijfsleven hebben (gemaakt).
  De elitaire bubbel is dus ook een 'diplomistische' bubbel (waarover later meer). Het zijn het diploma en de gerenommeerde naam van de opleidingsinstelling die ertoe doen. De populariteit van dure privé-instellingen en de opkomst van university colleges is daarom een zorgelijke ontwikkeling. De uitsluiting wordt door deze onderwijsdiensten extra versterkt omdat die niet alleen plaatsvindt op grond van schooladvies en opleidingsgraad, maar ook op grond van financiële middelen (en sociale connecties).
  De elitaire bubbel beperkt zich niet tot de top van de politiek en het bedrijfsleven, maar omvat ook de bestuurlijke lagen van ministeries, prestigieuze kunst- en cultuurinstellingen, de literaire wereld, ngo's, de medische wereld, vliegvelden, havens en het academisch onderwijs.
  De elitaire bubbel is geen zeepbel, maar een kasteel met slotgracht en al, waarvan alleen de bewoners de ophaalbrug kunnen bedienen. De macht wordt afgebakend en beschermd door tal van ongeschreven regels, sociale codes en de taal, zoals vakjargon, afkortingen en anglicismen.
  De nuances zijn soms erg subtiel.
Zo spreekt een persoon van adel niet van een 'toilet', maar 'wc' of zelfs 'plee' en heeft die geen 'koelkast' maar een 'ijskast'. Met een enkel woord wordt dus duidelijk wie wel en gene blauw bloed heeft.
  Het is moeilijk om van een democratie te spreken als zo veel personen geen toegang tot het systeem krijgen of tot de top kunnen doordingen en dat simpelweg omdat zij niet over de juiste kwalificaties, taal en gewoonten en het gewenste voorkomen beschikken. (pagina 300-301)

Lees ook: Jona zonder walvis : een profetie voor Nederland (2022) 

Terug naar Overzicht alle titels


donderdag 16 februari 2023

Mariana Mazzucato & Rosie Collington



De consultancy industrie : hoe consultants bedrijven verzwakken, overheden uithollen, economieën schaden

Nieuw Amsterdam 2023, 351 pagina's  € 27,99 

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: The big con : how the consulting industry weakens our businessses, infantilize our governments and warps our economies (2023)

Wikipedia: Mariana Mazzucato (1968) en Rosie Collington (19?)

Korte beschrijving
Een kritische beschouwing van de maatschappelijke impact van consultancy. Bedrijven, overheden en instellingen zijn te afhankelijk geworden van consultancybureaus zoals McKinsey, PwC, Deloitte en KPMG, stellen de auteurs. Consultancy belemmert innovatie en vertroebelt zakelijke en politieke verantwoordelijkheden. Mazzucato en Collington pleiten voor financiële en intellectuele versterking van overheden, organisaties en instellingen, en laten zien hoe de publieke sector en daarmee de democratie versterkt kan worden. Helder en met diepgang geschreven. Voor de meer geoefende lezer. Met enkele tabellen. Mariana Mazzucato (Rome, 1968) is hoogleraar Economics of Innovation and Public Value (University College London) en directeur van het Institute for Innovation & Public Purpose. Ze schreef meerdere boeken. Haar werk werd in meer dan vijftien landen uitgegeven. Rosie Collington onderzoekt voor haar promotie aan het Institute for Innovation and Public Purpose de politieke economie van klimaatbeleid. Ze schrijft onder meer voor 'The Guardian' en ‘openDemocracy’.

Tekst op website uitgever
Dit boek moet het begin van het debat zijn: hebben we al die consultants echt nodig?' Rutger Bregman

Er was een tijd dat consultants vooral bedrijven adviseerden. Tegenwoordig worden op grote schaal ook overheden, organisaties en instellingen geadviseerd. We zijn te afhankelijk geworden van consultancy's als McKinsey, PwC, Deloitte en KPMG. Ze wekken de indruk objectieve bronnen van expertise te zijn, maar oefenen grote macht uit via uitgebreide netwerken. Consultancy belemmert innovatie en vertroebelt zakelijke en politieke verantwoordelijkheid. Enorme sommen belastinggeld vloeien naar de adviesbranche. Consultancy tiert welig op de akkers van het moderne kapitalisme. Het is een gevaarlijke industrie geworden.

Mazzucato en Collington leggen machtsverschuivingen en afhankelijkheden bloot. Ze pleiten voor financiële en intellectuele versterking van overheden, organisaties en instellingen. Ze laten zien hoe de publieke sector en daarmee onze democratie weer versterkt kan worden.

Fragment uit 7. Botsende belangen: consultancybureaus en democratie
Twee heren dienen

McKinsey is een vaste partner geworden in de wereld van macro-economische hervormingen. In 2021 werd bekend dat het Italiaanse ministerie van Economie en Financiën onder de nieuwe premier Mario Draghi McKinsey had ingehuurd om het Italiaanse deel van het herstelplan van de Europese Unie van 730 miljard euro binnen te halen. Dit bedrag werd in februari 2021 ter beschikking gesteld om lidstaten te helpen 'de onmiddellijke economische en sociale schade te herstellen die is veroorzaakt door de COVID-pandemie.' Italië zou een van de belangrijkste ontvangers zijn, met ongeveer 191,5 miljard euro voor investeringen in vervoersinfrastructuur, digitalisering, het milieu en 'structurele hervormingen om de Italiaanse bureaucratie te moderniseren'.  Wat het economisch beleid op deze gebieden zou inhouden mocht de regering zelf uitwerken, hoewel het door de Europese Commissie moest worden goedgekeurd. Draghi kreeg tot april 2021 de tijd om een economische strategie ter beoordeling voor te leggen in ruil voor de fondsen.
  Draghi was in februari 2021 benoemd tot premier. Als president van de Europese Centrale Bank had hij van 2011 tot 2019 toezicht gehouden op de uitvoering van strenge bezuinigingsmaatregelen in de landen van de eurozone, waaronder Italië en Griekenland, tijdens de eerste jaren van de Europese staatsschuldencrisis. Hij verving toen de links Giuseppe Conte en de nieuwe regering achtte het noodzakelijk om het ontwikkelen van het herstelplan van mcKinsey uit te besteden, omdat zij het werk dat tijdens de ambtstermijn van Conte was verricht niet goed genoeg vond. Een onder Conte opgerichte speciale COVID-19-taskforce had ook managementconsultants van buitenaf aangetrokken.
  De waarde van het contract van McKinsey met Draghi's regering was met slechts 25.000 euro miniem in verhouding tot de omvang en de reikwijdte van het uit te voeren werk. De aanloopkosten zijn wellicht zo laag geweest omdat de regering het contract rechtstreeks aan McKinsey kon toewijzen, waardoor de normale aanbestedingsprocedure, die veel tijd in beslag zou hebben genomen, werd omzeild. Volgens de Italiaanse aanbestedingscode is het voor contracten onder de 40.000 euro niet verplicht een publieke aanbesteding af te kondigen.
  Vanuit het oogpunt van McKinsey levert zo'n contract misschien niet vele op in termen van directe verdiensten, maar met het aangaan van pro-bono-contracten of met een korting 'leidt later vaker tot lucratieve opdrachten, hetzij met de aanvankelijk gesteunde instelling of elders binnen het bewuste vakgebied.' In dit geval verschaften de contracten McKinsey op ongekende wijze toegang tot het hart van de overheid.
  Een regering kan tijdens ene crisis altijd opteren voor verschillende benaderingen, met uiteenlopende gevolgen voor de toekomstige verdeling van gelden binnen de samenleving en de economie. Na de financiële crisis van 2008 kwamen de regeringen dus met veel verschillende reacties, van het nationaliseren van banken tot geldverruiming, en van bezuinigingen op de overheidsuitgaven tot strategieën om via export de groei te stimuleren. De combinatie van beleidsmaatregelen die een regering in haar economische agenda opneemt, creëert een bepaalde matrix van 'winnaars' en 'verliezers', van mensen die er veel op vooruitgaan en mensen die nauwelijks profiteren of hun levensomstandigheden zelfs zien verslechteren. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld, bleek uit onderzoek dat 'de last van de [financiële]  crisis van 2008 onevenredig zwaar op de arbeiders en de armere delen van de samenleving drukte en dat de macht van de vakbonden verder is uitgehold, terwijl de vermogens zich over het geheel genomen snel herstelden. Bovendien konden sommige vermogenden zelfs van de situatie profiteren. Het economische beleid van de Amerikaanse regering en de Federal Reserve had tot gevolg dat rijkdom (Vermogen) veel beter werd beschermd dan het levensonderhoud van degenen die weinig of geen vermogen halen uit vermogen. Een ander economisch beleid, dat bijvoorbeeld voorrang zou hebben gegeven aan het scheppen van banen boven het redden van de investeerders van failliete banken, had waarschijnlijk een heel andere verdeling van inkomens opgeleverd. (pagina 190-191)

Lees vooral ook: De ondernemende staat : waarom de markt niet zonder overheid kan (uit 2015) De waarde van alles : onttrekken of toevoegen aan de wereldeconomie (uit 2018) en  Moonshot : grootse missies voor onze economie en samenleving (uit 2021).

Terug naar Overzicht alle titels

Tim 'S Jongers



Beledigende broccoli 2.0 : over de kloof tussen hoopvollen en hooplozen

Van Gennep 2023, 204 pagina's € 17,99

Korte bio van Tim 'S Jongers (1981)

Korte beschrijving
Een uitgebreide versie van het boek ‘Beledigende broccoli’ (2022)* over sociale ongelijkheid, waarin Tim ’S Jongers pleit voor het benutten van ervaringskennis bij het bestrijden van armoede in de samenleving. Tim ’S Jongers deelt in deze bundel zijn persoonlijke ervaringen over opgroeien in armoede en de strijd om zich daaraan te ontworstelen. Hij bespreekt de huidige maatschappelijke ongelijkheid en de noodzaak van nieuwe inzichten en ervaringskennis om deze ongelijkheid te bestrijden. Want dé kloof in de samenleving, stelt ’S Jongers, is die van de hoopvollen en de hooplozen. Deze uitgebreide editie bevat het VPRO-marathoninterview met de auteur, columns, nieuwe essays en de Participatielezing 2022. In heldere stijl en vanuit persoonlijk perspectief geschreven. Voor de meer geoefende lezer. Tim 'S Jongers (1981) is een Nederlandse politicoloog, bestuurskundige en publicist. Sinds september 2022 is hij directeur van de Wiardi Beckman Stichting..

Tekst op website uitgever
Tussen goede bedoelingen en de uitwerking van sociaal beleid gaapt een grote kloof. Neem het voorbeeld van de broccoli en de pastinaak. Kinderen in een achterstandswijk zouden op school gezonder moeten eten. Een goed idee. Maar wat als die kinderen zonder ontbijt naar school zijn gekomen? In Beledigende broccoli vraagt Tim ’S Jongers hoe deze kloof overbrugd kan worden. De wereld van het beleid is gesloten voor de ervaringen van kwetsbare mensen. Hoe kan ervaringskennis een rol gaan spelen? Op deze vraag geeft Tim ’S Jongers persoonlijke en ongemakkelijke antwoorden, waarbij het verkrijgen van articulatiemacht een belangrijke rol speelt. Tim ’S Jongers is senior adviseur bij de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) en columnist bij de Volkskrant. In dit boek zijn daarom tevens een aantal columns en een bijzonder interview met de auteur dat in deze krant verscheen opgenomen.

Fragment uit Van kloof naar brug - het belang van ervaringskennis door het verkleinen van verschillen
Exotische diersoort

De eerste ervaring die ik met jullie wil delen, is die van de eerste werkconferentie van de RVS die ik mocht bijwonen. In een grote zaal gingen we met wat ik 'hooggeleerden' noem, praten over onze werkagenda en de richtingen die we uit willen met onze adviezen. Na de plenaire sessie zat ik bij de workshop sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Kort gezegd gaat het erover dat mensen die onder aan de maatschappelijke ladder bungelen, zes jaar eerder doodgaan en twaalf jaar in minder goede gezondheid doorbrengen. Dat voelt niet alleen onrechtvaardig, maar zet natuurlijk ook een druk op het zorgstelsel en de maatschappelijke veerkracht. Dat moet dus anders.
  Na de inleiding van het thema door onze voorzitter Jet Bussemaker viel het me op dat er slechts anderhalve minuut nodig was om het thema volledig te laten gaan over 'die mensen' in 'die wijken'.  Naar mijn gevoel alsof het een exotische diersoort betrof die niets van de wereld om zich heen begrepen had. Achterstandswijken als het epicentrum van hooplozen die niet mee kunnen. Om de verschillen te verkleinen moesten zij overduidelijk veranderen, alleen maar veranderen. Zij moesten dit, zij moesten dat, zij moesten zus en zij moesten zo. Het gaf me een ongemakkelijk gevoel. Ik voelde me niet alleen persoonlijk aangesproken, want het overgrote deel van mijn leven was ik een van 'die mensen', maar ik vond het ook erg respectloos naar de mensen toe over wie het ging. De andere kant van het verhaal, en dat weet ik ondertussen wel zeker, is dat er een oprechte betrokkenheid, bezorgdheid en goedheid van uitgaat.
  Het is omdat er een collega mijn ongemakkelijke gevoel deelde, dat ik de zaal niet verliet. Bovendien was ik wel gewend aan het gevoel dat veel van wat besproken wordt met betrekking tot meer kwetsbare burgers onder ons, vanuit een zekere realiteit gebeurt die ver afstaat van de realiteit van die kwetsbare burger. Maar toch. Ik ging erover in gesprek met onze directeur. Enkele maanden daarvoor had ze mij een spannend gevoel gedeeld en dat had veel opgebracht. Dus ik waagde de gok, de veiligheid was er. Ik stelde haar de retorische vraag of we de methode het jaar daarop niet konden omdraaien: een groot aantal mensen uit achterstandswijken bij elkaar zetten en hen vragen wat moet veranderen in de wijken van de 'hooggeleerden'.  Ik zag er een goede denkoefening in. Want, hoeveel aanbevelingen denken jullie dat zullen opgevolgd worden? Inderdaad, nul. Vanwaar dan het idee dat we zonder de mensen over wie het gaat erbij te betrekken tot weloverwogen aanbevelingen komen, die ook nog eens braaf opgevolgd zullen worden? Ondanks alle goede bedoelingen waren het de hoopvollen die gingen besluiten over de hooplozen. (pagina 181-183) (en pagina 17-19 in de oorspronkelijke uitgave)

Lees o.a. ook: Pleidooi voor populisme van David Van Reybrouck (uit 2008), In ons belang van Albert Jan Kruiter & Eelke Blokker (uit 2011), De brievenbus van mevrouw De Vries van Stephan Steinmetz (uit 2013),  De onmisbaren van Ron Meyer (uit 2021), Voettocht naar het hart van het land van Jan Schuurman Hess (uit 2014),  Sander en de kloof van Sander Schimmelpenninck (uit 2023), Fantoomgroei van Sander Heijne en Hendrik Noten (uit 2020), Ze zijn ons vergeten van Peter Mertens (uit 2020), De grote verkilling van Geert Van Istendael (uit 2019), of De tirannie van verdienste van Michael Sandel (uit 2020).

Artikelen
The time is now – Elite(s) (juni 2020)
Onttrekken of toevoegen? (februari 2019)
Starry night aan het eind van de Shifttalks 2023 (november 2023)

Kijk vooral (ook) naar de Tegenlicht-uitzending De Kloofdichters (januari 2023)

Terug naar Overzicht alle titels