maandag 13 april 2020

David Quammen

Zoönose : hoe dodelijke ziekten van dier naar mens overspringen
Atlas Contact 2020, 562 pagina's € 20,--

Oorspronkelijke titel: Spillover : animal infections and the next pandemic (2012/2020)

Wikipedia: David Quammen (1948)

Korte beschrijving
In 2013 verscheen onder de titel 'Van dier naar mens' de Nederlandse vertaling van een boek van de Amerikaanse wetenschapsjournalist David Quammen. Deze publicatie handelde over zoönosen, dierlijke infectieziekten die overdraagbaar zijn op mensen. Deze overdracht gebeurt meestal door bacteriën, parasieten of virussen. Voorbeelden van dergelijke ziekten zijn aids, ebola en Q-koorts. In zijn boek voorspelde Quammen de uitbraak van een pandemie, wat in 2020 het geval is met het coronavirus. Reden om het boek opnieuw uit te geven met een nieuwe titel en kort nawoord over het virus: een artikel van Quammen over de corona-epidemie dat op 28 januari 2020 verscheen in The New York Times. Naast een uitgebreide bespreking van enkele zoönosen komen onderwerpen aan bod zoals virussen en de rol die dieren (meestal vleermuizen) spelen als reservoir van zoönotische virussen. Quammen hanteert een bonte mengeling van reisverslagen, reportages, interviews en anekdotes. De uitleg is heel helder en zeer boeiend, maar het boek verzandt soms in uitgebreide beschrijvingen, details en zijwegen. Niet geïllustreerd. Noten, bibliografie en zeer goed register.

Korte tekst op website uitgever
In Zoönose neemt David Quammen je mee op een adembenemende speurtocht naar ziekten waarbij sprake is van zoönose, oftewel soortoverschrijdende overdracht. Hij laat overtuigend zien dat het niet de eerste keer is dat er gevaar dreigt.De wereld houdt zijn adem in. Het nieuwe coronavirus (sars-CoV-2), dat de ziekte Covid-19 veroorzaakt, heeft zich in korte tijd over alle continenten verspreid. Een wereldwijde pandemie is een feit. Maar dit is niet de eerste keer dat er gevaar dreigt. De epidemieën van sars en de Mexicaanse griep konden nog net in de kiem gesmoord worden. Ziekten als vogelgriep, ebola, hiv, en in ons eigen land q-koorts, hebben één ding gemeen: ze zijn afkomstig van in het wild levende dieren en worden op mensen overgebracht via een proces dat zoönose of spillover wordt genoemd: ‘soortoverschrijdende overdracht’ (in het geval van het huidige coronavirus waarschijnlijk via vleermuizen). Maar bij veel ziekten blijft de bron onvindbaar – en dus onbeheersbaar. In Zoönose neemt David Quammen de lezer mee op een adembenemende speurtocht naar de verwekkers van deze ziekten. Hij doet verslag van avontuurlijke onderzoeken in het veld – vleermuizen vangen in China, gorilla’s op de voet volgen in Congo – met de voornaamste deskundigen op het gebied van infectieziekten. Dit boek is onmisbaar voor wie meer wil snappen over de wetenschappelijke en ecologische achtergronden van de huidige coronacrisis.

Fragment uit Wij hebben corona tot een epidemie gemaakt
We staan nu voor twee levensgevaarlijke uitdagingen, één op de korte en één op de lange termijn. Op de korte termijn moeten we alles doen wat in onze macht ligt - rustig en beheerst, op intelligente wijze en met alle middelen die ons ten dienste staan - om deze uitbraak van COVID-19 de kop in te drukken voordat die zich ontwikkelt tot een verwoestende wereldwijde pandemie. Op de lange termijn dienen we, als het stof eenmaal is neergedaald, niet te vergeten dat het virus dat COVID-19 veroorzaakt niets nieuws was, en ook geen noodlottig toeval. Het maakte - en maakt - deel uit van een patroon van beslissingen die wij mensen nemen. (pagina 501)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 12 april 2020

Abhijit V. Banerjee & Esther Duflo

Hoe economie de wereld kan redden
Thomas Rap 2020, 464 pagina's € 27,50

Oorspronkelijke titel: Good Economics for Hard Times: Better Answers to Our Biggest Problems (2019)

Wikipedia: Abhijit Vinanyak Banerjee (1961) en Esther Duflo (1972)

Korte beschrijving
In dit boek gaan de auteurs in op belangrijke aspecten gericht op de wereldeconomie. In het boek wordt er op gewezen dat het steeds minder gaat om individuele landen en steeds meer om de gehele wereld. Betoogd wordt dat economie uiteraard geen wetenschap is en dat economen, ook de auteurs zelf, het vaak mis hebben. En: er bestaat politiek wantrouwen, tevens wantrouwen ten aanzien van migranten. Gesproken wordt onder andere over de (afnemende) afhankelijkheid van olie, het mogelijke einde van de groei, milieurampen in China en India, sociaal beleid en overheidsregelingen. Werken als deze zijn nodig om de stand van zaken te bepalen: waar staan we nu, wat zit er 'fout' en waar willen we naartoe? Het positieve aan dit boek is dat zowel macro- als micro-economische aspecten de revue passeren. Natuurlijk is het duidelijk dat het vrijwel uitsluitend gaat om beschouwingen en voorspellingen. Dat is niet hinderlijk; ook op economisch terrein dient vooruit te worden gekeken. Daarbij kan er van de visies veel geleerd worden. Het lijvige boek is toegankelijk geschreven. Voorzien van literatuurverwijzingen in eindnoten en een register. Gericht op lezers met enige achtergrondkennis van economie.

Korte tekst op website uitgever
Immigratie en ongelijkheid, globalisering en ingrijpende technologische veranderingen, de afnemende economische groei en het steeds sneller opwarmende klimaat: over de hele wereld maakt men zich er grote zorgen om. De technologische middelen om deze uitdagingen te lijf te gaan bestaan al, wat nog ontbreekt zijn de ideeën waarmee we deze middelen gezamenlijk kunnen inzetten Als ons dat lukt, zal de geschiedenis met dankbaarheid aan onze tijd terugdenken; als ons dat niet lukt, is de schade niet te overzien.
In dit revolutionaire boek pakken de gerenommeerde economen Abhijit Banerjee en Esther Duflo de handschoen op. Hoe economie de wereld kan redden is een origineel en glashelder boek. De Nobelprijswinnaars laten zien dat hun vak een belangrijke rol kan spelen bij het oplossen van de grootste en moeilijkste maatschappelijke en politieke problemen.

Fragment uit Conclusie: goede en slechte economie
Als ontwikkelingseconomen zijn we ons echter ook zeer bewust van de opmerkelijkste ontwikkeling van de afgelopen veertig jaar, namelijk hoe snel veranderingen plaatsvinden, goede ontwikkelingen én slechte. De val van het communisme, de opkomst van China, de halvering van armoede in de wereld, die vervolgens nog eens gehalveerd is, de explosieve toename van de ongelijkheid, de opkomst en het terugdringen van hiv, de spectaculaire daling van de zuigelingensterfte, de bliksemsnelle verspreiding van de pc en de mobiele telefoon, Amazon, Alibaba, Facebook en Twitter, de Arabische lente, de opkomst van het autoritaire nationalisme en allerlei dreigende milieurampen, dat alles is in de laatste veertig jaar aan de horizon verschenen. In de late jaren zeventig, toen Ahbijit de eerste stappen zette in zijn carrière als econoom, boezemde de Sovjet-Unie nog ontzag in, probeerde India nog op dat land te lijken, werd China aanbeden door extreemlinks en Mao door de Chinezen, zetten Thatcher en Reagan hun aanval op de welvaartsstaat in en leefde 40 procent van de wereldbevolking in extreme armoede. Sindsdien is veel veranderd. Veel ervan ten goede.
  Niet alle veranderingen waren doelbewust. Sommige ideeën, ook heel slechte, werden min of meer toevallig opgepikt. Sommige veranderingen berustten op louter toeval, andere waren het onverwachte gevolg van iets anders. De toename van ongelijkheid was bijvoorbeeld het gevolg van de starre economie. waar mensen die toevallig op het juiste moment op de juiste plaats waren, financieel enorm van profiteerden. En door de toenemende ongelijkheid kwamen de middelen vrij voor een gigantische bouwwoede. Die zorgde voor een afname van de armoede, doordat in de steden van ontwikkelingslanden banen werden geschapen voor ongeschoolden.


  Maar het zou onjuist zijn om te onderschatten hoeveel van deze veranderingen wel het resultaat van beleid waren: zo openden China en India hun markten voor private ondernemingen en handel; in het VK, de VS en de landen die hen imiteerden werden belastingverlagingen voor de rijken doorgevoerd; wereldwijd werd samengewerkt om de vermijdbare sterfte te verminderen; economische groei kreeg prioriteit boven het milieu; binnenlandse migratie werd bevorderd door betere verbindingen, of juist ontmoedigd door het uitblijven van investeringen in leefbare steden; de welvaartsstaat werd afgebroken, terwijl herverdeling van inkomen in ontwikkelingslanden de laatste tijd weer opgang doet. Beleid is machtig. Overheden zijn in staat om heel veel goeds te doen, maar ook om grote schade aan te richten, en hetzelfde geldt voor grote private en bilaterale donors. (pagina 391-392)

Terug naar Overzicht alle titels

Christiana Figueres & Tom Rivett-Carnac

Wij bepalen de toekomst : de klimaatcrisis overleven

Unieboek Spectrum 2020, 240 pagina's € 18,99

Oorspronkelijke titel: The Future We Choose: Surviving the Climate Crisis (2020)

Wikipedia: Christiana Figueres (1956) en Tom Rivett-Carnac (1977)

Korte beschrijving
Beide auteurs waren (resp. als secretaris-generaal van de Verenigde Naties en politiek strateeg) nauw betrokken bij de totstandkoming van het klimaatakkoord van Parijs in 2015 en roepen in dit boek de lezer op om actief bij te dragen aan de totstandkoming van een CO2-neutrale wereld. Afhankelijk van of we erin slagen om de temperatuurstijging onder de anderhalve graad Celsius te houden, zien zij twee toekomstscenario’s, waarvan er uiteraard maar één op de lange termijn een leefbare wereld garandeert. Om dat te realiseren, zo stelt het tweetal, zal onze mindset gericht moeten zijn op koppig optimisme en radicaal herstel. Ten slotte formuleren ze tien actiepunten die wellicht niet allemaal even effectief zijn om het doel te bereiken. Niemand kan het nut betwisten van herbebossing, afstand doen van fossiele brandstoffen en investeren in een schone economie, maar de oproep om de politiek in te gaan of te werken aan gendergelijkheid zijn minder voor de hand liggend. De bedoelingen zijn weliswaar goed, maar te veel gericht aan het adres van een goed opgeleide maatschappelijke bovenlaag die zich toch al bovengemiddeld manifesteert op dit terrein. Geschreven met dezelfde bevlogenheid als de klimaatprotestbewegingen. Met noten, literatuuropgave en websites.

Korte tekst op website uitgever
Christiana Figueres is een van de belangrijkste stemmen in het internationale debat over klimaatverandering.

Van 2010 tot 2016 was ze secretaris-generaal van het UNFCCC, het klimaatverdrag van de Verenigde Naties. In deze rol was ze onder andere verantwoordelijk voor historische klimaattop in Parijs. Momenteel is ze de voorzitter van Mission 2020, een wereldwijd initiatief met als doel het broeikaseffect een halt toe te roepen.
Een urgente maar hoopvolle boodschap van klimaatexpert Christiana Figueres

Ze is de grootste voorloper, voorstander en initiator als het gaat om het klimaat: Christiana Figueres. Ze was verantwoordelijk voor de historische klimaattop in Parijs en het sluiten van het Akkoord van Parijs, dat op 22 april 2016, op de Dag van de Aarde in New York door 174 landen is ondertekend. En nu richt ze zich tot een breder publiek: het klimaat bepaalt onze toekomst.

In dit heldere, persoonlijke en urgente verhaal laat Figueres haar mening horen over de huidige stand van zaken wat betreft het klimaat en de toekomst van de aarde. Aan de hand van haar jarenlange ervaring in de internationale politiek en haar ontmoetingen met inspirerende personen over de hele wereld schetst ze een krachtig beeld van de uitdagingen waartegenover we nu staan, zowel op macro- als op microniveau. We bevinden ons op een belangrijk punt in de geschiedenis en het is aan ons om het heft in handen te nemen en de klimaatcrisis gezamenlijk te lijf te gaan. Ze is positief gestemd, maar alleen als we NU in actie komen. Alleen dan kan de aarde ook voor toekomstige generaties behouden blijven en gaan we een optimistische toekomst tegemoet.

Fragment uit (de) Conclusie
Wanneer het verhaal verandert, verandert alles.
  In oktober 1957 keken Amerikanen naar boven en zagen daar hoe de Spoetnik I, de kunstmaan van de Sovjet-Unie, over het land vloog. Het was de eerste kunstmaan in de ruimte en hun 'vijand' was eerder dan zij. Van Pennsylvania via Kansas tot Colorado, iedereen besefte dat de vijand hen kon zien, hen in de gaten hield.
  Hoe reageerde het land? Een paar jaar later gaf president John F. Kennedy zijn beroemde speech in het Amerikaanse Congres over het 'binnen tien jaar' mensen naar de maan brengen; dat was een veel grotere uitdaging dan een kunstmaan. Hij zei dat zonder te weten of het wel mogelijk was en zonder een gedetailleerd budget, plan of tijdspad. Dit ging over het terughalen van het narratief en de Amerikanen een plaats geven in dat verhaal, dat hoopvol en helder was en waarin ze konden schitteren.

  De NASA schrok van de toespraak, maar zij stimuleerde haar ook. Binnen een paar maanden was de organisatie compleet gereorganiseerd om dit nieuwe doel te verwezenlijken. Teams werkten harder dan ooit om bestaande technieken te vernieuwen en nieuwe dingen uit te vinden. Dit was vooral voor jonge mensen stimulerend en opwindend; de gemiddelde leeftijd van de teamleden die aan het Apollo-programma werkten was 28 jaar. Iedereen werkte aan een gedeelde onderneming die hun leven betekenisvol maakte.
  Toen Kennedy voor het eerst een bezoek aan NASA Mission Control bracht, kwam hij er een schoonmaker tegen die zijn werk deed in het vluchtleidingscentrum. 'En wat is jouw tol hier precies?' vroeg de president.
  'Mr. President, sir',  antwoordde de man. 'Ik zet een man op de maan.' (pagina 188-189)

Terug naar Overzicht alle titels

Abdelkader Benali

Prometheus 2020, 110 pagina's € 16,99
Reeks Nieuw Licht

Wikipedia: Abdelkader Benali (1975)

Korte beschrijving
Dit is de 23ste publicatie in de serie 'Nieuw licht', een project van de filosofen Frank Meester en Coen Simon, die telkens iemand uitnodigen om zijn licht te laten schijnen op een klassieke tekst. Dit keer hebben zij schrijver Abdelkader Benali gevraagd zich te engageren met 'Het menselijk gelaat' van de Frans-joodse filosoof Emmanuel Levinas. Benali herkent diens ideeën over de 'maskers' die mensen dragen en gaat in op die duizenden keren (zijn 'inwendig dossier') dat andere Nederlanders hem door hun taalgebruik confronteren met hun pijnlijke vooroordelen en lapidaire meningen over Marokkanen, hun onbedoelde en bedoelde racisme. Hij kwam op zijn vierde naar Nederland, is totaal ingeburgerd, maar lijdt door de status van vreemdeling die hij in andermans ogen blijft houden: op een Marokkaans strand kan hij anoniem genieten, hij valt niet op, in Nederland is hij de Ander. Hij raakt aan verwante thema's zoals de opmars van westerse schoonheidsidealen, onzichtbaarheid in de publieke ruimte, gastvrijheid en nare blanke mannen in voetbalstadions. Pocketuitgave; normale druk.


Korte tekst op website uitgever
In De vreemdeling. Racisme uitgelegd aan onszelf laat Abdelkader Benali zien hoe racisme en tolerantie de afgelopen veertig jaar zijn veranderd.
Met de Franse denker Emmanuel Levinas in het achterhoofd vraagt hij of we gevoelig kunnen blijven voor het vreemde dat steeds weer andere vormen aanneemt, maar er toch altijd al is. Op meeslepende wijze vertelt Benali over zijn persoonlijke ervaringen met vreemdelingenhaat en discriminatie.

Abdelkader Benali (Marokko, 1975) is een van de bekendste Nederlandse schrijvers. Hij schreef romans, verhalen, poëzie, toneel en journalistieke teksten. Bruiloft aan zee is zijn bejubelde en bekroonde debuut uit 1996. In september 2015 werd Benali vader van een dochter, voor wie hij het boek Brief aan mijn dochter (2016) schreef. In 2020 werd Benali de Gouden Ganzenveer toegekend voor zijn verdiensten voor de Nederlandse literatuur.

Fragment uit Het pamflet
We worden vervoersmiddelen.
  Dat zijn we al hard op weg te worden. We sluiten ons auditief af door met oortjes rond te lopen. We turen naar onze mobiele telefoon. We bestellen ons eten online en rekenen online af. In de supermarkt rekenen we bij scanners af. We bestellen seks en liefde, naargelang het humeur, op Tinder. We omzeilen contact met de ander. We komen op afstand tot elkaar te staan. De technologie neemt onze contactmomenten voor haar rekening en doordat technologie ons zo veel instrumenten tot openheid lijkt te geven neemt ook ons verlangen om onze aanwezigheid te controleren toe. We willen zelf bepalen wanneer iemand ons ziet, we willen niet dat de ander weet dat we kijken. Iedereen voyeur maakt en hermetisch gesloten op een en hetzelfde moment. Nikaabdragers zonder nikaab.
  De westerse filosofie is gebouwd op de onderdrukking van de ander, schrijft Levinas en omdat we die ander niet meer in de gaten hebben begrijpen we onszelf niet. Het onderzoekend, snuffelend, becommentariërend, opiniërend subject moet en mag alles en iedereen onderwerpen aan zijn ontologische onderzoekingsdrang. Niets blijft de ander bespaard. Hij wordt ontdaan van betekenis, bekleed met betekenis, gevuld met lading, verlost van zijn lading, hij wordt geattaqueerd, gedood, tot zombie gemaakt en weer tot leven gewekt. Waar ik is is jij ver te zoeken. De westerse filosofie heeft vergeten ons te vertellen hoe we met de ander moeten omgaan want de ander is een appendix van de blindedarm van het ego. (pagina 71-72)

Fragment uit een recensie
'De vreemdeling' is geschreven van binnenuit, wat de aandacht vestigt op de beleving van racisme. De schrijver slaagt erin alle aspecten daarvan aan te boren, van de terloopse opmerking tot de meest grove scheldpartij. Hij brengt ook in kaart hoe mensen reageren als ze worden blootgesteld aan racisme. Soms worden ze boos, maar veelal proberen ze het te negeren of te verdringen. Dat het zoveel pijn doet, verbergen ze. Het is Benali's grote verdienste dat hij hardop zegt hoe pijnlijk racisme altijd is. (Wie met racisme te maken krijgt, verbergt de pijn daarover, Trouw 8 april 2020)

Startpagina Nieuw Licht

Terug naar Overzicht alle titels


woensdag 8 april 2020

De elite - boeken én e-books voor onze post-corona-times


Inleiding
De elite ligt onder vuur. Dat is inmiddels geen mening meer. Dagelijks komt er iemand voorbij die hen verantwoordelijk houdt voor uiteenlopende dingen die niet deugen. Problemen die zij niet zien, niet herkennen, waar ‘zij’ omheen lopen. En die critici constateren ook dat de elite het goed voor zichzelf geregeld heeft. Zo heeft historicus Coos Huijsen het in de ondertitel van zijn onlangs verschenen boek Ode aan het klootjesvolk over 'een falende elite'. 

Elite(s) worden in die verhalen weggezet als een in zichzelf opgesloten kaste. Leden van de elite hebben geen idee (meer) hoe ‘normale’ mensen leven; waar zij zich zorgen over maken. Elites zetten zich volgens hen niet, of onvoldoende in voor hun problemen. Sterker: niet alleen dat, zij denken vooral aan hun eigen hachje en zak. En door dat alles heen wordt ook om de haverklap beweerd dat ons democratisch systeem niet meer optimaal functioneert; dan wel onder vuur ligt.

Dé elite heeft 'hét' kortom gedaan. Politici, natuurlijk voorop. Ook directeuren van grote bedrijven. En andere mensen die leidinggeven aan grote organisaties, bedrijven en instellingen. Instellingen die groot zijn (geworden), en amper meer in de gaten hebben hoe zij een negatieve invloed uitoefenen op levens van gewone mensen. Ook worden relatief vaak journalisten, kunstenaars, rechters en wetenschappers genoemd.

Begin april bracht ik in een ander artikel (en begeleidend filmpje) een tiental boeken naar voren waarin schrijvers zich uitspreken over de (haperende) staat van onze democratie.

In dit zeer lange artikel zal ik enkele eerdere genoemde boeken nog eens naar voren halen; en aanvullen met andere boeken. Het heeft uiteindelijk allemaal te maken met ons democratisch systeem, en hoe het bijna ongezien en onbedoeld onderuit wordt gehaald. Hier, en in veel buitenlanden. Het is – spoiler alert – geen optimistisch verhaal. 

Toeval?
Het toeval wil dat tijdens het schrijven van dit artikel een boek van oud-minister Bert de Vries verscheen: Ontspoord kapitalisme : hoe het kapitalisme ontspoorde en na de coronacrisis kan worden hervormd.

De omslagtekening is een prima illustratie van waar dit artikel over gaat. 

Bert de Vries heeft overduidelijk deel uitgemaakt van de elite. In de jaren tachtig en negentig zat hij in het centrum van de politiek. Was minister van Economische Zaken en fractieleider van het CDA. 

Met dit boek schaart hij zich aan de zijde van leeftijdsgenoten die zich (een beetje beginnen te) schamen voor maatregelen die zij tijdens hun werkzame leven als lid van de toenmalige elite hebben genomen. Nu constateren ze dat zaken heel anders uitpakten dan zij hadden gehoopt. En pleiten nu voor andere wegen. Juist nu. Op 'het' kruispunt van Charles Eisenstein. Nu we om grote problemen te kunnen gaan oplossen waarschijnlijk heel andere wegen in zullen moeten gaan slaan. 

In Nederland zijn de bekendste leden van deze 'club' Dries van Agt en Jan Terlouw

In zijn dikke, maar zeer leesbare (geschiedenis- en ideeën)boek bezigt hij regelmatig woorden die in dit artikel nader zullen worden belicht. Denk aan meritocratie, plutocratie, aristocratie, kleptocratie of ochlocratie. 

Hij richt zich met dit boek nadrukkelijk tot leden van de huidige elite. Aan de andere kant is het ook leerzaam voor het gros van de burgers die daartoe niet behoren, maar wel willen begrijpen waarom we de problemen hebben die we nu ervaren. En waarom het waarschijnlijk voor een deel terecht is dat veel burgers hun vertrouwen in de elite ietwat zijn verloren.

Ter illustratie kopjes van enkele paragrafen:
De opkomst van lobbyisten
Heeft crony capitalism het systeem gecorrumpeerd?
Superrijken herwinnen terrein
Van democratisch naar plutocratisch kapitalisme

Een moeilijk woord: meritocratie

De aanleiding voor dit artikel was een moment dat ik tijdens een interne bibliotheek-bijeenkomst achteloos het woord meritocratie liet vallen, en de meeste aanwezigen niet wisten wat daarmee bedoeld werd. 
Opmerkelijk. Ik kom dit woord (en varianten daarvan) bijna dagelijks tegen. In kranten, tijdschriften, blogs, op Twitter. Aan de andere kant denk ik dat mijn collega’s niet uniek zijn; veel burgers kennen het woord waarschijnlijk ook niet. 

Ik schreef er in februari 2019 een artikel over: Onttrekken of toevoegen.

Een haperende democratie
De kern van het probleem is dat het er sterk op lijkt dat veel burgers zich niet meer vertegenwoordigd voelen door onze vertegenwoordigers in gemeenteraad, Provinciale Staten of nationale parlement. Dit speelt zowel in binnen- als buitenland. In landen die als democratisch te boek staan; waar grosso modo de drie machten gescheiden zijn. Iedere stem er op papier toe doet; even belangrijk is.

Overal staan echter zogenaamde populistische partijen op, wantrouwen mensen media en wetenschap, ligt de elite onder vuur et cetera. En dit gevoel hebben mensen ook over leidinggevenden buiten ‘de politiek’. Die mensen hebben vaak ook geen idee (meer) waar hun ondergeschikten of ‘klanten’ mee zitten. 

Dat een woord als meritocratie zo vaak gebezigd wordt heeft daar onder andere mee te maken. En ook met andere (vaak) moeilijke woorden. Woorden die in een gemiddelde talkshow of 'het journaal' niet worden gebezigd. 

Woorden die samenhangen met een elite die in mindere of meerdere mate niet meer opkomt voor de belangen van de gehele gemeenschap. Een elite die daardoor het gros van de burgers er al dan niet met voorbedachte rade onder houdt, manipuleert.

Ik zal niet alleen verwijzen naar non-fictie boeken, maar bewust ook naar romans. 

“Ze luisteren niet meer naar ons!”
Het basisidee van een democratisch systeem is dat 'het volk' vertegenwoordigd wordt door mensen die zij in vrije verkiezingen kunnen kiezen. Daar is in ons land en de ons omringende landen niet zo veel mis mee. Om de vier à vijf jaar kunnen we tijdens verkiezingen op mensen stemmen die ons willen gaan vertegenwoordigen. Maar het grote probleem is dat veel burgers zich niet langer vertegenwoordigd voelen. De goede verstaander hoort, of leest vaak onderstaande zinnen, of varianten daarop:

“Ze luisteren niet meer naar ons!” 
“En of ik nu op partij A of partij B stem, doet er niet (meer) toe.” 
“'Ze' (die partijen, in Den Haag) zijn het meestal toch met elkaar eens, en voor mij wordt het er alleen maar slechter op!”

Dat leidt tot burgers die (daarom) niet meer gaan stemmen, een proteststem uitbrengen of hun stem aan partijen geven die (door veel media, wetenschappers) weggezet worden als populistische partijen. De afgelopen jaren zijn er verschillende boeken verschenen waarin auteurs een poging doen dit sentiment (wie weet: ressentiment?) te beschrijven. 

Het toeval wil dat dinsdag 2 juni bekend werd dat Europarlementariër Toine Manders vanuit 50Plus overstapt naar het CDA. Jaren daarvoor zat hij namens de VVD in het Europees Parlement. Eén pot nat?

Enkele boeken

Ik noemde eerder al Voettocht naar het hart van het land : hoe sociaal en democratisch zijn we nog? van Jan Schuurman Hess en De grote verkilling van Geert Van Istendael

Albert Jan Kruiter, directeur van het Instituut voor Publieke Waarden, schreef er ook over: De dag dat Peter de deur dichttimmerde: waarom mensen die onze hulp het hardst nodig hebben niet geholpen worden (uit 2012). 

Of Stephan Steinmetz, die in De brievenbus van Mevrouw De Vries : gekmakende post van onze (semi)overheid (uit 2013) een ontluisterend beeld schetst van 'de bureaucratie'. 

Schrijvers die ervaringen van ‘de kleine man’ met complexe organisaties en systemen beschrijven. Instellingen die in naam voor hen opkomen, maar in de praktijk juist alles – en waarschijnlijk met de beste bedoelingen! - doen om kwetsbare mensen juist niet te helpen. 


Herman Tjeenk Willink, een oude rot uit het Haagse, realiseerde zich dat in 2018 ook en hield leden van ‘zijn’ elite voor anders te gaan handelen. Sorry, vooral eerst meer te gaan nadenken. En dán pas te gaan handelen. Een teken aan de wand is dat zijn Groter denken, kleiner doen : een oproep door de elite bijna volstrekt is genegeerd.  

Alhoewel: zondag 31 mei werd hij in Buitenhof uitvoerig aan het woord gelaten. In een programma dat waarschijnlijk door veel leden van die verfoeide elite wordt bekeken. Maar luisteren is niet genoeg.

Groter denken, kleiner doen is in mijn ogen een hyper urgent boekje – in wezen een manifest of pamflet. Zeker nu we aan de vooravond staan van een tijd waarin we als samenleving héél andere wegen in zullen moeten gaan slaan. Dan helpt het als we eerst een idee hebben waar we over pakweg dertig jaar willen staan. En op basis daarvan ‘dingen’ gaan doen. En dat leden uit de elite gaan begrijpen dat zij dit niet over de hoofden van de normale burgers moeten gaan uitrollen. Dat zij wellicht deel van 'het' probleem zijn.

Meritocratie
Teleurgestelde burgers - die niet meer gaan stemmen, een proteststem uitbrengen of voor populistische partijen gaan - hebben echter wel degelijk een punt. Niet alleen in Nederland. 

In veel democratische landen zie je dezelfde trend. Steeds meer partijen lijken op elkaar. Niet alleen qua beleid dat zij nastreven, maar vooral ook omdat de leden van de meeste (regerings-)partijen ogenschijnlijk allemaal uit dezelfde vijver worden gevist. Bijna iedereen in ‘de politiek’ en de top van het bedrijfsleven is tegenwoordig hoogopgeleid, heeft een redelijk inkomen, is vaak blank én van het mannelijke geslacht. 

In een meritocratie worden we geregeerd door degenen die het verdiend hebben (merit). Mensen die met de hen gegeven talenten gewoekerd hebben, succesvol zijn geworden. In onze samenleving helpt het vooral als je gestudeerd hebt. 

Op zich is daar nog niet zo veel mis mee, want waarom zou je ‘domme’ mensen een land of bedrijf laten regeren. Problematisch wordt het als bijna iedereen die het voor het zeggen heeft, uit deze groep gerekruteerd wordt. Zonder dat die vaak hoogopgeleide en succesvolle mensen het weten, lijken ze allemaal op elkaar.  Delen ze vaak eenzelfde visie op de wereld. En – nog belangrijker – denken ze dat hun kijk op de wereld alleenzaligmakend is (TINA - There Is No Alternative). Zij kunnen zich amper meer voorstellen dat andere burgers er misschien een andere kijk op kunnen hebben. 

Kees Vuyk, een psycholoog en filosoof die in 2018 de Socrates wisselbeker voor het beste filosofieboek van 2018 won, stelt dat hoog- en laagopgeleiden steeds meer in bijna volstrekt van elkaar gescheiden werelden leven. 

Hoogopgeleiden leven gemiddeld jaren langer, en in betere gezondheid. Ook zijn er grote verschillen in hoe zij hun levens leiden. Deze trend wordt verstevigd doordat hoogopgeleide mensen omgaan met andere hoogopgeleide mensen, waardoor er binnen de soort getrouwd wordt; en nieuwe kinderen geboren. 

Kees Vuyk betoogt in Oude en nieuwe ongelijkheid: over het failliet van het verheffingsideaal dat het onderwijs voor een groot deel verantwoordelijk is voor dit probleem. Daar wordt om allerlei redenen té veel geselecteerd op intelligentie. Een bepaald soort intelligentie! Dat wordt met de beste bedoelingen gedaan, maar het gevolg is dat mensen die op dat soort intelligentie minder scoren als het ware weggezet worden als minder waardevolle burgers en op termijn ook geen deel uitmaken van de elite. Er stroomt kortom onvoldoende vers bloed door. Het wordt één pot nat.

Enkele jaren later schreef hij een tweede boek over dit onderwerp: De feilbare mens : waarom ongelijkheid zo slecht nog niet is (2019)

Zij constateert dat binnen het onderwijs té veel op dingen wordt getest die (a) meetbaar zijn en dat (b) daardoor kinderen bevoordeeld worden die domweg dat meetbare goed kunnen leren. Die dat soort testen doorhebben. Waardoor die kinderen naar een ander schooltype gaan dan klasgenootjes die op andere terreinen wellicht wél ‘goed’ zijn; maar daar testen we niet of veel minder op. 

De manier waarop het schoolsysteem momenteel functioneert is een van de belangrijkste redenen dat ‘onze’ meritocratische elite in stand blijft en amper openstaat voor ‘buitenstaanders’. En als hen dat wel lukt dan worden ze ‘ingepalmd’ door degenen die (onderling) weten hoe het hoort. Hoe de wereld in elkaar steekt. En op basis van dat wereldbeeld gaan ‘ze’ regeren, dingen regelen, mensen aansturen, problemen oplossen. 

Kees Vuyk pleit voor een onderwijssysteem waarin minder de nadruk gelegd wordt op ‘het verstand’, en meer op de kwaliteiten van ‘de hand en het hart’.  Dat sluit toevallig nauw aan bij wat tijdens de corona-crisis een dingetje is geworden. Veel burgers hebben de laatste maanden veel meer respect gekregen voor beroepen waar vaak ietwat op neer werd gekeken. 

Maar dat is niet genoeg. Inmiddels is de toegang van slimme kinderen van arme ouders tot het hoger onderwijs een stuk lastiger geworden. Opeenvolgende kabinetten - van ogenschijnlijk verschillende politieke kleur - hebben financiële drempels opgeworpen; en dat verergert de trend dat succesvolle (en daardoor vaak rijke) ouders als het ware hun kinderen een voorsprong op andere (minder rijke) kinderen geven. Een meritocratie houdt zich daardoor in stand en dat kan op den duur tot inteelt leiden. Wellicht is het al zo ver.

Paul Verhaeghe, een Belgische psycholoog, stelt in zijn in 2012 verschenen Identiteit dat het onderwijs niet langer in staat is kinderen uit minder rijke gezinnen als het ware bij te spijkeren en hen een gelijkwaardige uitgangspositie als kinderen van rijke en hoogopgeleide ouders te geven. Het verheffingsideaal bestaat als ideaal nog steeds, maar praktisch al lang niet meer.
Bij een economische meritocratie is het al helemaal onmogelijk om gelijke startkansen te installeren – geboren worden in een kapitaalkrachtig milieu is nu eenmaal een uitzondering. Bovendien komen de twee startsituaties dikwijls samen voor: een kapitaalkrachtig milieu betekent meestal een goede scholing. Al met al is de vrije keuze minder groot dan verwacht, en Ad Verbrugge (een Nederlandse filosoof, auteur van Tijd van onbehagen uit 2004 - hd) merkt terecht op dat het idee van het zogenaamde ‘vrije’ individu met onbeperkte keuzemogelijkheden dankzij eigen inspanning een van de grootste waandenkbeelden van onze tijd is. (pagina 121 )
Anders gezegd. Ben je eenmaal geboren in een rijk milieu dan moet je veel moeite doen om níet goed terecht te komen. En – helaas omgekeerd – staat je bedje in een minder rijk en ontwikkeld milieu, dan is het erg moeilijk om je daaraan te ontworstelen. En blijf je meestal hangen in de wereld waarin je werd geboren. Is de weg naar ‘boven’ - die een tijdje (via het onderwijs wél) open stond voor dit soort jongens en meisjes - als het ware weer afgesloten.

Tot slot, een coronacrisis conclusie
Verplegers, kassières, vuilnismannen, schoonmakers, onderwijzers; zij hebben géén bullshit jobs. Échte bullshit jobs zijn volgens de Amerikaanse socioloog David Graeber banen, waarvan de mensen die ze uitoefenen zelf zeggen dat ze ‘best’ gemist kunnen worden. Ik vermoed dat veel mensen uit ‘de meritocratie’ moeten toegeven dat zij een bullshit baan hebben, maar omdat ze daarvoor vaak prima betaald worden zullen ze alles doen om de illusie in stand te houden dat hun werk onmisbaar is.

Intermezzo
Tijdens het nadenken over en het schrijven van dit artikel maakte collega Meike me attent op een medio mei 2020 verschenen roman. Dat leek haar wel iets voor mij. Ik pakte de uitdaging op, en – verhip – het is een verhaal dat zich bijna naadloos laat inpassen in dit artikel. En aansluit bij tientallen artikelen die ik laatste jaren heb geschreven. En tientallen non-fictie boeken die de laatste jaren zijn verschenen over de uitdagingen waar we als mensheid voor staan. 

De onvolmaakten van historicus Ewoud Kieft is een vlot geschreven roman over pakweg de jaren zestig van deze eeuw. 

Veertig jaar ná vandaag leven de mensen ogenschijnlijk een comfortabel leventje. Er hoeft amper meer voor een salaris gewerkt te worden. De hele dag door kunnen mensen doen waar ze zin in hebben. Op het oog zijn ze vrij. Maar De onvolmaakten is (natuurlijk) een dystopische roman. 

Vanaf een afstandje lijkt alles in orde, maar langzaamaan ontdek je als lezer dat de meeste mensen in wezen ‘gehouden’ worden. Geleefd worden door slimme systemen, die altijd aanwezig zijn en hen sturen. 

Mensen als hoofdpersoon Cas hebben wel – nog steeds – het recht om de ‘aanbevelingen’ van hun Gena (zo heet hun ‘gadget’) te negeren. Of ermee in gesprek te gaan. Te onderhandelen. 

De Gena’s van de jaren zestig zijn zeer slim, zelflerend én ze lopen gedurende het hele leven mee met een aan hen toegewezen persoon. Ze kennen de mensen daardoor vaak beter dan zij zichzelf kennen. 

Die Gena’s laten zich niet ‘verblinden’ door wat Daniel Kahneman - een Israëlische psycholoog en winnaar van de Nobelprijs voor Economie - Systeem 1 (ons gevoel) noemt.

Gena’s denken altijd na. Wikken dingen rationeel af, en nemen op basis daarvan beslissingen. Beter: gaan met dat superieure en zelflerende ‘brein’ in gesprek met de mens die ze geacht worden te ‘begeleiden’. 

In de roman komen meer controlemechanismen langs. Het is echter geen extreme roman, met geweld, Big Brothers et cetera. 

De onvolmaakten is wat mij betreft een mix van: 
* (dé) soma uit Aldous Huxley's Heerlijke nieuwe wereld,
* Samantha, de sprekende gadget uit de speelfilm Her,
* inzichten over hoe onze hersenen werken (denk aan: Ons feilbare denken van Daniel Kahneman) en
* verschrikkingen die ons door Yuval Noah Harari (in zijn Homo deus) en
* Shoshana Zuboff (in The age of surveillance capitalism) worden voorgehouden. 

Ik vermoed dat schrijver Ewoud Kieft ook boeken heeft gelezen van bijvoorbeeld Jan Kuitenbrouwer (Datadictatuur : hoe de mens het internet de baas blijft), Andrew Keen (Internet is niet het antwoord),
Jaron Lanier (Nee, je bent geen gadget en Tien argumenten om je sociale media-accounts nu meteen te verwijderen) of Nicholas Carr (De glazen kooi : wat automatisering met ons doet). 

En natuurlijk past de roman De cirkel van Dave Eggers ook in dit rijtje. Een wereld waar het op zich goed toeven is. Maar zeven jaar na verschijning lijkt onze wereld nog meer op deze Cirkel-wereld. Ai!

In wezen leeft Cas in een dictatuur. Hij wordt zoet gehouden in een lekker leventje, maar vrij is t’ie absoluut niet. Wat mij betreft staat de cruciale zin van deze vlot geschreven roman op pagina 284. 

Op dat moment overleggen de slimme mensen die aan de knoppen draaien met de Gena van Cas. Ze proberen te achterhalen waarom Cas is ontspoord, en als een Truman Burbank uit The Truman show op zoek ging naar een mogelijke uitgang. Gena constateert, alles overziend:

Hij had de mythe die hem goed beviel nog niet gevonden.

Een filosofische zin, waar je een leesavontuur of een leesgroep wekenlang over zou kunnen laten nadenken, napraten. Mensen hebben altijd (altijd!) een verhaal nodig waarin ze kunnen of willen geloven. Ook als het volstrekte onzin. Cas weet eigenlijk niet meer waarom of waarvoor hij leeft.

Verhalen houden samenlevingen in stand. Verhalen als ‘verklaring’ waarom we dingen wel of niet doen, vinden. In de zeer rationele jaren zestig van deze eeuw ‘regeren’ de slimme, altijd nadenkende ‘systemen’. En die systemen doen alles to keep the people happy. Zijn wars van dwarse, ‘ouderwetse’ gevoelens van de twintigste eeuw en ver daarvoor. Wij (beter: zij, die systemen) weten wat goed voor ons is. Waarschijnlijk is dat niet genoeg.

Algocratie
Pas onlangs kwam ik dit prachtige woord tegen. Er bestaat nog geen Wikipedia-lemma voor. Het staat wel in de Franse Wiktionary. Waarschijnlijk is het woord in Frankrijk in 2017 ‘uitgevonden’. Wat mij betreft is het spot on

Een woord dat het in zich heeft groot te worden. Het heeft helaas een negatieve connotatie. In een algocratie regeren de algoritmes. Algoritmes zijn er altijd geweest, maar als mensheid staan we op het punt om algoritmes te creëren die zichzelf doorlopend ‘beter’ kunnen maken. Dat kan omdat kunstmatige intelligentie steeds krachtiger wordt. Wij (zij?) over meer rekenkracht én meer (big) data beschikken. 

Yuval Noah Harari houdt ons in Homo deus : een kleine geschiedenis van de toekomst twee toekomstvisies voor. In het zwarte scenario gaan slimme, zelflerende systemen ons ‘houden’ zoals wij nu beesten in de bio-industrie houden. Die dieren hebben niets meer over hun eigen leven te zeggen en de ‘bazen’ kunnen alles met hen doen wat ze willen. In de praktijk: opeten. 

Het ‘positieve’ scenario van Harari zit in wezen ook in de roman van Ewoud Kieft. Mensen leven in die zonnige toekomst in de jaren zestig van de eenentwintigste eeuw langer, gezonder, hoeven amper meer te werken en kunnen zich onledig houden met alles wat ze maar kunnen bedenken. 

‘Genieten!’ Als een Homo deus. Maar niet heus. Hoofdpersoon Cas ontdekt de schaduwkanten van zo’n in wezen onvrij leven. Zonder ontberingen en altijd leve de lol. 

Als u gelooft dat het niet zo’n vaart loopt, dan zou u ‘de bijbel’ van Shoshana Zuboff (The Age of Surveillance Capitalism: The Fight for a Human Future at the New Frontier of Power) kunnen gaan lezen. Helaas is dit boek nog niet vertaald. 

Gelukkig kreeg ze van de Tegenlicht-redactie drie kwartier de tijd om de kern van haar boek toe te lichten. 

Zij stelt in De grote dataroof (oktober 2019) dat alle grote techbedrijven én overheden doorlopend op zoek zijn naar (onze) data. Niet omdat ze willen weten wat wij in onze (vrije) tijd uitspoken. Dat interesseert hen hoegenaamd niet, maar ze stellen wel alles in het werk om ons gedrag in te delen in vakjes. Niet een, twee, drie of tientallen. 

Nee, als ik Shoshana Zuboff goed begrijp willen de Facebooks, Googles en Big Chinese Brothers van de wereld ons onderbrengen in een van de duizenden categorieën die zij hebben bedacht. Waarschijnlijk zijn die ‘bubbels’ mede ‘bedacht’ door die slimme, zelflerende systemen. En dan blijk ik plotseling – zonder dat ik het weet en er direct nadeel van heb – ondergebracht in een groep mensen die ongeveer (beter: specifiek) hetzelfde gedrag vertonen als ik. En dat is handig, want dan kun je nog gerichter advertentieruimte aan bedrijven verkopen die mij offers willen aanbieden die ik niet kan refusen. Niet alleen producten en diensten, maar ook: meningen. 

Dit alles opent de weg tot manipuleren op een giga, niet eerder gekende schaal. Dit speelt op dit moment alom. En zal, tenzij er ingegrepen wordt, alleen maar doorgaan. En zal het manipuleren van de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november 2016 verre gaan overtreffen. Dat lijkt me geen goede zaak. 

Alhoewel, als je De onvolmaakten van Ewoud Kieft leest, dan … Tja. Over deze algocratische tendensen móet nagedacht en gesproken worden. Maar zo’n gesprek begint met jezelf informeren. Gelukkig zijn er al verschillende kritische boeken over de komst van zelflerende, slimme algoritmes. 

Een verhaal: hoe elites ontstonden

In Sapiens : een kleine geschiedenis van de mensheid stelt Yuval Noah Harari dat de mens zich het gros van de tijd als jager/verzamelaar over de aarde heeft bewogen. In kleine groepjes trokken mensen rond; scharrelden hun kostje bij elkaar. Op zoek naar bessen, vruchten, doorlopend op jacht. Ruim tienduizend jaar geleden 'vond' de mensheid het samenwonen in kleine gehuchtjes uit. Voortaan bleef men op een vaste plek wonen. Daar begonnen we met (huis)dieren houden, het telen van gewassen. 

In die lange periode daarvoor was er amper sprake van hiërarchie. Wellicht was er een leider van zo'n rondtrekkende 'bende', maar volgens Yuval Noah Harari (en vele andere historici, antropologen, sociologen et cetera) ontstond de eerste elite pas nadat we in kleine dorpjes gingen samenwonen. 

Toen traden hoofdmannen, koningen, keizers naar voren. Bijna altijd mannen. Die de indruk wisten te wekken dat zij bijzonderder waren dan de rest van de gemeenschap. De crux is dat leden van die aankomende elite met een verhaal kwamen waarin iedereen (dat wil zeggen: hun aankomende onderdanen) ging geloven. 

Dat was ook de tijd dat god of de goden ontstonden. Die bestonden daarvoor niet, maar door de verhalen, die leden van de elite en de tegelijkertijd opkomende geestelijkheid over hen vertelden werd er niet alleen geloofd ("God bestaat!"), maar ook geluisterd naar wat leden van de elite voorschreven. Beter: luisteren naar wat deze of gene god wilde. En als er niet goed genoeg werd geluisterd? Dan werd dat met geweld afgedwongen.

Ruim vijfhonderd jaar geleden begon dat verhaal te wankelen. Wetenschappers haalden bijna alle verhalen onderuit ("Donar is niet verantwoordelijk voor de donder!"). 

Deze wetenschappelijke revolutie heeft ons gebracht tot waar we nu staan. Slimme mensen draaien bijna overal aan de knoppen. De rol en macht van koningen en geestelijken is in onze contreien sterk afgenomen. 'De macht' is overgenomen door  de 'slimme koppen'.  Wellicht zijn zij ietwat te overmoedig geworden. "Wij weten hoe het hoort!" En: "Luistert u maar naar ons, dan komt het goed!"

Intermezzo 2
Meritocratische en algocratische tendensen kun je voor het gemak wegzetten als milde vormen van overheersing. 

Leden van 'de meritocratie' hebben bijna altijd het beste voor met de samenleving en de mensen aan wie zij leiding geven. Dat dit desondanks toch verkeerd uitpakt ligt aan het feit dat zij net als alle mensen behept zijn met gevoelens. Zelfs zij, die hoogopgeleiden, leven in de waan dat zij de waarheid in pacht hebben ("Wij zijn toch slim!"). 

Die slimme mensen staan ook aan de basis van 'alle' algocratische tendensen. Zij zijn in staat dit soort systemen te maken. Maar ook hier overschatten zij zichzelf. Ik lees bijna dagelijks dat in algoritmes vooroordelen van de makers worden 'ingebouwd'. Wederom met de beste bedoelingen, maar het resultaat is hetzelfde. Mensen die te maken krijgen met algoritmes worden vaak bevooroordeeld tegemoet getreden. Waardoor het wantrouwen tegen de elite in stand wordt gehouden, dan wel gevoed.

In Nederland is Maxim Februari een van de grootste criticasters. In 2017 schreef hij daarover een roman: Klont.

In de tweede helft van dit (inderdaad) lange artikel wil ik andere woorden naar voren halen. Vaak moeilijke en onbekende woorden die een andere kant van elites laten zien. Elites die moedwillig alles doen om de rest van een samenleving eronder te houden, ze te knechten, hen uit te persen. Nogmaals: moedwillig. Er wordt over nagedacht. 

Leden van zo'n losgeslagen elite zijn actief op zoek naar handlangers. Dat wil zeggen: mensen die hen willen helpen hun doel te bereiken. En dat zijn - wederom - bijna altijd ook slimme mensen. Die verleid worden met geld, aanzien en het gevoel dat zij tot 'de macht' en de elite behoren. En bijna altijd worden zij omringd met bullebakken, die als er geweld uitgeoefend moet worden kunnen ingrijpen. Ik had u al gewaarschuwd: dit is geen vrolijk verhaal. Op dit moment - woensdag 3 juni - spatten de voorbeelden van het scherm; waar de politie in de Verenigde Staten inhakt op burgers die opkomen voor gelijke rechten voor zwarten en gebrek aan een gelijk speelveld voor iedereen.

Vormen van een dictatuur

Het vervelendste boek dat ik de afgelopen jaren las is door een Turkse journaliste en (literaire) schrijver geschreven. In Verloren land : de zeven stappen van democratie naar dictatuur beschrijft Ece Temelkuran hoe democratische landen via zeven stappen tot een dictatuur kunnen vervallen. 

Zij zag het in haar eigen land gebeuren. Maar helaas voor ons: eenzelfde trend ziet zij in meerdere of mindere mate in landen waar wij dit tot voor kort niet voor mogelijk hielden. In een dictatuur heerst een dictator. Maar daar zijn veel varianten van. Soms is het een absoluut heerser, zoals in Noord Korea. 

Maar vaak is er niet één man (en zelden vrouw) die er bovenuit steekt. Integendeel. In veel 'verdachte' landen is er een kleine, vaak onbekende groep mensen die aan de touwtjes trekken. Dat is niet uniek. Door de millennia dat de mensheid op aarde rondliep bestonden zij ook. Het wrange is dat we anno 2020 - nu we als mensheid zó ver zijn gekomen - dit soort oude tendensen weer zien terugkomen en in kracht en macht toenemen. Onvoorstelbaar, maar het gebeurt wel. L'histoire se répète? 

Plutocratie

In een plutocratie hebben de rijkste mensen het globaal voor het zeggen. Niet dat zij zelf in regering of parlement (hoeven te) zitten, maar zij hebben 'geregeld' dat ministers en parlementsleden beleid voeren dat hen welgevallig is. 

Alexandria Ocasio-Cortez (AOC) toont in een filmpje aan dat plutocraten in de Verenigde Staten bijna ongestoord hun gang kunnen gaan. Dat wil zeggen: dat je daar politici als het ware kunt 'opkopen' en hen beleid laten voeren dat goed is voor 1% van de 1% rijkste Amerikanen. Ze noemt bedrijven uit de fossiele energiehoek (kolen, gas en olie), ziektekostenverzekeringsbranche, big pharma (bedrijven die 'pillen' maken').

Jan Kuitenbrouwer noemt in zijn recent verschenen boek Datadictatuur : hoe de mens het internet de baas blijft the Frightful Five. Vijf grote Amerikaanse bedrijven (Amazon, Apple, Facebook, Google & Microsoft) die bijna ongestoord hun gang kunnen gaan op het internet. Regeringen staan ogenschijnlijk machteloos. Ze zijn zo machtig dat een enkel land amper wetgeving kan implementeren die hun macht ietwat inperkt. 

Plutocraten zijn natuurlijk mensen, denk aan Bill Gates, Jeff Bezos, Mark Zuckerberg of Carlos Slim. Ze werden natuurlijk zo rijk en machtig door de bedrijven die ze voor een groot deel in bezit hebben en aansturen. Maar ze hebben medewerkers nodig die hen zogezegd helpen om ministers en parlementsleden te laten doen wat zij willen: lobbyisten.

Plutocraten en lobbyisten hebben elkaar nodig. Die in de spreekwoordelijke achterkamertjes voor hen proberen aankomende wetgeving bij te sturen, dan wel bestaande wetgeving af te zwakken of te laten verdwijnen.

Burgers hebben er amper zicht op, maar in alle grote machtscentra ter wereld (van Den Haag tot Washington, Berlijn tot Beijng) lopen lobbyisten rond. Het is een erkend beroep. En waarschijnlijk zijn ze voor een groot deel ook nodig. De bibliotheeksector heeft - vermoed ik - ook iemand in Den Haag rondlopen. 

Voor 'het grote geld' zijn waarschijnlijk duizenden lobbyisten bezig. Zelden krijgen burgers echter zicht op wat zich achter de schermen afspeelt. Een recente uitzondering was het voorstel van het huidige kabinet om de dividendbelasting af te schaffen. Zonder enige twijfel op aandringen van enkele grote multinationals; en de politici lieten zich als loopjongen gebruiken. 

Crysthia Freeland schreef er in 2013 over: Plutocraten; de opkomst van de superrijken en het achterblijven van de rest. De Belgische politicus Peter Mertens had het er in 2016 in zijn Graailand : het leven boven onze stand ook over. 

Oligarchie

In een oligarchie regeert een klein clubje bevoorrechte personen een land. En die hebben natuurlijk in eerste instantie alleen oog voor hun eigen belangen. Leden van dit bevoorrechte gezelschap hoeven (in het begin) niet per definitie heel rijk of heel machtig te zijn, maar door deel uit te maken van dit besloten gezelschap krijgen ze wel veel macht en (op termijn) verwerven ze veel inkomen en vermogen.

Het verschil tussen plutocratie en oligarchie is dun. Maar in beide systemen komt het op hetzelfde neer: zij strijken het gros van de revenuen op die een samenleving voorbrengt. Voor de 'normale' burgers resteren de spreekwoordelijke kruimels. Het huidige Rusland wordt door veel deskundigen als een oligarchie gezien; of Saoedi Arabië. De Verenigde Staten krijgen ook steeds meer oligarchische trekken. 

Michail Chodorkovski (1963), een Russisch ondernemer, maakte een tijdje deel uit van de Russische oligarchie. Op zeker moment viel hij, om nog steeds onopgeloste redenen uit de gratie, werd veroordeeld en vluchtte op zeker moment naar Londen. In Bajesvolk uit 2014 doet hij zijn relaas. Journalist Timothy Snyder beschrijft dit soort tendensen in zijn in 2018 verschenen De weg naar onvrijheid : Rusland, Europa, Amerika.

Intermezzo 3

De afgelopen jaren verschenen er twee boeken waarin de schrijvers proberen uit te leggen hoe de mechanismes achter deze losgeslagen elite(s) werken. Hoe is een relatief kleine, maar wél extreem rijke elite in staat zo veel macht naar zich toe te trekken. 

Het meest verontrustende en informatieve boek verscheen in 2019 en is geschreven door journalist Oliver Bullough. Hij beschrijft in Moneyland : een zoektocht naar het verborgen geld van de superrijken en de multinationals inwoners en handlangers van 'Moneyland'. 

Moneyland is een niet bestaand land, waar desondanks toch enkele mensen wonen. Superrijke mensen die zich met hulp van hun handlangers aan alle wetten en regelingen kunnen onttrekken die bedoeld zijn (of waren) om een deel van hun vermogen en inkomen af te romen. 

Die handlangers zijn - nogmaals - hoogopgeleid, vaak zelf ook redelijk welvarend, maar vooral genegen alles te doen om hun broodheren tegemoet te komen. Denk aan notarissen, makelaars, bankiers, hedgefonds managers, journalisten en natuurlijk ... politici. 

In dit verband worden vaak de woorden amoreel en immoreel gebezigd. Zelden overtreden leden van dit 'kartel' wet- en regelgeving. Wel zijn ze continue op zoek naar de randjes. Lokken rechtszaken uit. Proberen wegen te vinden om vermogen en inkomen weg te sluizen. Ze zijn kortom niet immoreel bezig. Of het moreel allemaal door de beugel kan is een ander verhaal. 

Joris Luyendijk beschreef het amorele gedrag van bankiers in 2015 in Dit kan niet waar : onder bankiers zijn (over de financiële crisis in 2007/2008). Artikel: Bankiers : conformisten die zichzelf überhaupt geen vragen meer stellen over goed en kwaad. (februari 2015)

Moneyland kan alleen ontstaan, en blijven bestaan met hulp van dit soort mensen. Helpers die Ewald Engelen, een zeer kritische Nederlandse financieel geograaf,  in 2014 omschreef als (leden van de) schaduwelite

Hij heeft veel kritiek gekregen op De schaduwelite voor en na de crisis :niets geleerd, niets vergeten. Ik vermoed vooral omdat hij ook journalisten, en anderen die werkzaam zijn in 'de media' tot die schaduwelite rekent. Slimme mensen die 'het' TINA-verhaal nabouwen, dan wel onkritisch bejegenen.

Kleptocratie
In een kleptocratie regeren mensen die slechts op één ding uit zijn: hun eigen portemonnee. Het is een land waar de dieven regeren. Rusland heeft er veel van weg. De meeste dictatoriaal geleide landen hebben vaak kleptocratische trekken. Het recentste voorbeeld lijkt op dit moment Venezuela. 

De Chinese partijleider Xi Jinping slaagt er ogenschijnlijk tot nu toe in om kleptocratische tendensen onder controle te houden. 

In een plutocratie en een oligarchie houden de machtige mensen de schijn op dat er een democratisch functionerend systeem is. De wetten die hen welgevallig zijn worden immers nog steeds in een Parlement aangenomen. In rechtbanken wordt recht gesproken. In een kleptocratie is dat nog minder het geval. Daar wordt bijna openlijk uit de gezamenlijke pot geroofd. 

De Engelse ondertitel van Moneyland van Oliver Bullough is (niet) toevallig: The Inside Story of the Crooks and Kleptocrats Who Rule the World.

De eerder al genoemde Bert de Vries beschrijft in Ontspoord kapitalisme : hoe het kapitalisme ontspoorde en na de coronacrisis kan worden hervormd verschillende voorbeelden van kleptocratisch gedrag. Vroeger en nu. Hij heeft het bijvoorbeeld over de robber barons, de ultra rijke plutocraten uit het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Even verderop beschrijft hij de hedendaagse varianten daarvan.

Beroemde kleptocraten waren ondermeer Ferdinand Marcos, Soeharto en Mobuto. Sommigen roepen Vladimir Poetin tot de grootste, nu nog levende kleptocraat uit. Lees: De nieuwe tsaar : de weergaloze opkomst en heerschappij van Vladimir Poetin van Steven Lee Myers (uit 2015) of De man zonder gezicht : de macht van Vladimir Poetin van Masha Gessen (uit 2012).

De Noorse schrijver Stein Morten Lier portretteert in zijn roman De grote slag een Russische econoom die in de tijd van Gorbatsjov schathemeltjerijk wordt. Citaat uit een recensie: "Langzaam aan gaat de Glasnost via Kleptocratie over in Maffiocratie".

Aristocratie
In een aristocratie regeren de aanzienlijksten van een land of gemeenschap. Deze aristocraten doen dat (bijna) om niet; doen het omdat ze het nodig vinden. Een ander kenmerk is dat vaders hun nobele werk doorgeven aan hun zoons (en minder vaak aan hun dochters). 

Zo geformuleerd is het een prima manier, nietwaar? Het grote punt is natuurlijk dat zo'n regeringsvorm haaks staat op een democratie, waarin iemands afkomst er volstrekt niet toe doet. In een democratie kan iedereen uitverkozen worden om een tijdje (vooral dat, tijdelijk) het land of iets anders te leiden. Niet als een dictator, maar eerder samen met andere uitverkozen burgers.

Bij de ondertitel van Verloren adel van Douglas Smith (de laatste dagen van de Russische aristocratie) kunnen volgens mij grote vraagtekens gezet worden. In naam heerste toen wellicht een aristocratie, maar het is maar zeer de vraag of zij zich veel gelegen lieten liggen aan het lot van het overgrote deel van hun arme onderdanen. Die revolutie kwam er in 1917 niet zomaar. Lenin en consorten wilden af van de kleptocraten. Dat zij enkele jaren de nieuwe 'tsaren' werden is weer een ander verhaal. L'histoire se répète!

Een aristocratisch systeem leidt op termijn onvermijdelijk tot inteelt. In veel landen zitten nog steeds fragmenten van dit aloude systeem. In Nederland is dat natuurlijk het koningshuis. Met als gevolg dat we niet alleen 'opgescheept' zitten met een koning en koningin, hun kinderen maar vooral ook met mensen die deel uitmaken van hun brede familie. "We komen er nooit vanaf!"

Een aristocratisch systeem is echter voor veel 'onderdanen' een fascinerend geheel. Velen zwelgen in hun koningshuis, in hun glorie. En willen onder geen beding dat hen dit sprookje wordt afgenomen. 

In de praktijk lijkt het alsof een koninklijk staatshoofd er vooral voor de sier en de lintjes zit; achter de schermen oefenen ze echter nog steeds invloed en macht uit. De link met meritocraten ligt voor de hand. Alhoewel de koning ook regelmatig de hand van plutocraten, oligarchen, ja zelfs kleptocraten schudt; ja, zelfs een biertje drinkt.

Rob Riemen, directeur van Nexus, liet zich in 2009 zeer kritisch uit richting 'de elite': Adel van de geest : een vergeten ideaal. Die verzaakt vandaag de dag in zijn ogen een van haar taken, het ondersteunen van kunst en wetenschap. Niet alleen in woorden, maar vooral ook door geld te doneren. Deze oproep schuurt tegen 'de aristocratie' aan, die in een haast idyllisch verleden wel als weldoener optrad. 

De 'oude' aristocratie (de oude elite) hield waardevolle zaken binnen een samenleving overeind. En wilde zich er - nog zo'n kenmerk - niet op voor laten staan. Riemen constateert dat de nouveau riches van nu juist wél willen laten merken dat zij zich inzetten voor het 'goede'. 

Dat brengt me via Rob Riemen bij een ander zeer kritisch boek: Waarom de superrijken de wereld niet zullen veranderen. Verscheen vorig jaar en is geschreven door Anand Giridharadas

Hij zet grote vraagtekens bij een steeds groter wordende trend dat ultrarijke mensen een flink deel van hun vermogen wegschenken aan goede doelen. De bekendste is natuurlijk Bill Gates, die zijn fellow plutocrats oproept hetzelfde te gaan doen. 

Aan de ene kant doen dit soort plutocraten alles om zo min mogelijk belasting te betalen, en met de andere hand geven ze op het oog miljarden dollars weg om grote problemen te gaan oplossen. Giridharadas laakt dit amorele gedrag. Zou liever zien dat democratisch gekozen regeringen over dat geld zouden beschikken, en dat zij zouden bepalen welke goede dingen we met dat geld zouden gaan doen. 

Gerontocratie
Dat woord kende ik natuurlijk, maar kwam tijdens het schrijven van dit artikel niet als eerste naar boven. 

Tóch zitten er zonder enige twijfel gerontocratische elementen in onze huidige samenleving. Concreet door één partij: 50Plus, maar in de praktijk zijn er veel 'normale' Nederlandse partijen waar de belangen van 'de oudjes' meer voorop staan dan die van de jongeren. 

Het is echter té boud om te stellen dat 'de oudjes' het in Nederland voor het zeggen hebben, maar ze zijn wel zeer machtig. Ook omdat zij veruit het gros van ons gezamenlijk opgebouwde vermogen 'bezitten', en de komende twintig jaar alleen maar in omvang zullen toenemen.

Ochlocratie
Een woord dat ik niet kende. Betekent zoiets als een land waarin 'het gepeupel' regeert. Dat kan nooit lang duren. Maar is een woord dat wellicht van pas kan komen om te helpen begrijpen wat zich in onze samenleving afspeelt. 

Theocratie
Daar leven we zeker niet in. Maar is een schrikbeeld dat we op sommige landen kunnen plakken. Het betekent een land waarin 'de priesters' regeren. In naam van hun god. Denk aan Saoedi-Arabië en Iran.

Of Gilead. Een fictief land. Alhoewel, grappig is dat er een pharma bedrijf bestaat dat zo heet en zich gedraagt alsof zij boven wetten verheven zijn. En in de praktijk helaas vaak ook is.

Ik vermoed dat veel meer mensen het Gilead van Margaret Atwood kennen. Dat wil zeggen: zij hebben waarschijnlijk de veelgeroemde tv-verfilming van The handmaid's tale gezien. 

Inmiddels zijn er al drie seizoenen gemaakt en uitgezonden. En zijn geschokt door de brutaliteit waarmee de elite in een toekomstig Verenigde Staten van Amerika in naam van een vaag geloof de bevolking, en vooral de vrouwen eronder houdt. 

Ogenschijnlijk lijkt het een ver van ons bed verhaal, maar tegelijkertijd kun je dagelijks ervaren dat er in de VS mannen (vooral die) rondlopen die in naam van hun god een dictatuur à la Gilead zouden willen gaan vestigen. 

Vorig jaar verscheen er een vervolg op Het verhaal van de dienstmaagd. Dat boek - De testamenten - wijkt af van de tv-serie. 

Kakistocratie

Op Twitter maakte Kevin Kelly zijn volgers attent op een tweet van ene Charlie Stross. Die heeft het over kakistocracy. Nooit van gehoord, maar het lijkt verdacht veel op de andere woorden die hierboven worden genoemd. Het is een bestaand begrip; op Wikipedia staat zelfs een lemma.

De eerste zin (in vertaling): Een kakistocratie is een regeringssysteem dat wordt geleid door de slechtste, minst gekwalificeerde of meest gewetenloze burgers.

Bullseye. Dat soort landen en regeringen zijn er. De meest voor de hand liggende kandidaat is momenteel de Verenigde Staten. De tijd zal het leren, maar de komende maanden zal waarschijnlijk steeds duidelijker worden dat dit woord opgaat/opging voor het Trump-regime. Tenzij hij en zijn mensen er in slagen de machten, die bezig zijn om zijn illegale activiteiten te onthullen, tegen te houden. Dan glijdt de States af naar een van de hierboven gepresenteerde varianten. Een democratie kun je het dan niet meer noemen.

Dikastocratie

In januari van dit jaar kwam dit begrip her en der voorbij. 

Ik zag een Tweet van Marc de Werd die naar een oud artikel in De Volkskrant verwijst: Artikel: Tegenslag voor Thierry Baudet: rechtbank wil niet oordelen over referendumwet (april 2017). Hij bezigt de term dikastocratie

Nooit van gehoord, maar past prima bij de andere hier genoemde begrippen. Het is een samenleving waar  de rechters regeren; via rechtspraak bepalen zij wat goed of kwaad is. Dat doen zij los van wetgeving. Evident is dat in zo'n land de drie machten niet meer gescheiden zijn. 

Ondanks alle retoriek lijkt het niet voor te komen. 

Is vrijheid een illusie?

In 2019 was het jaarthema van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken een vraag: Is vrijheid een illusie? Voor de hand ligt om die vraag bevestigend te beantwoorden. Dat we vrij zijn is een illusie, want altijd (altijd!) zullen we rekening moeten houden met anderen. Dichtbij en veraf. Nu of in de toekomst. 'Alles' wat we doen of nalaten heeft gevolgen voor anderen, en daardoor ook voor onszelf.

Tegelijkertijd is het een heerlijk gevoel om je wel vrij te voelen. Dat je denkt dat je 'alles' kunt (gaan) doen; of nalaten. Zonder dat gevoel kunnen mensen niet leven. Daarom is het ook zo belangrijk dat we allemaal waakzaam blijven op signalen dat we wellicht afdalen tot een van de hierboven aangestipte 'regeringsvormen'. 

In Nederland leven we zonder enige twijfel in een meer dan redelijk functionerende democratie. Maar tegelijkertijd moeten we waakzaam blijven. Die meritocratische én algocratische tendensen zitten wel degelijk ook in ons systeem. Laten we daarover het gesprek aangaan. Om te voorkomen dat de negatieve kanten daarvan realiteit worden. 

Evident lijkt me dat we in andere landen tendensen zien die veel verontrustender zijn. Afgelopen zondag bracht Tegenlicht een aflevering over China (China: alles onder controle). Hoe dictatoriaal dit land bezig en allerlei (ook algocratische) middelen inzet om haar bevolking eronder te houden. 

Tot slot - Je rug recht houden & een nieuw woord

Eergisteren maakte iemand me via Twitter attent op een artikel van ene Anne Applebaum

Waarschijnlijk een voorpublicatie uit Twilight of Democracy : The Seductive Lure of Authoritarianism, dat in juli zal verschijnen. Vertaling: De schemering van democratie : de lokroep van het autoritarisme.

Had haar naam wel eens ergens gehoord, maar heb waarschijnlijk nooit iets van haar gelezen. Dat is jammer, want ze kan uitzonderlijk goed schrijven. 

Anne Applebaum is een Amerikaanse journaliste die vooral goed op de hoogte is van wat zich in landen van het voormalige Warschaupact afspeelt. Als Amerikaanse is ze natuurlijk ook goed op de hoogte van wat zich in haar eigen land afspeelt. Zeker is dat zij zich grote zorgen maakt over haar eigen land. Dat ziet zij afglijden naar een soort dictatuur. We leven wat haar betreft in spannende tijden.

Zij ziet in haar land dingen gebeuren die zij veel eerder in andere, zeer vervelende landen ook zag gebeuren. De kern daarvan is dat er bijna per definitie in landen die van het democratische pad afraken mensen zijn die dingen gaan doen waar zij zich in een eerder leven voor zouden schamen. Hun moraal laat hen als het ware in de steek; en ze gaan mee met deze of gene aankomende dictator (plutocraat, kleptocraat, dikastocraat et cetera).

Hoogopgeleide mannen, die kort na de Tweede Wereldoorlog in de voormalige DDR een tijdje lang écht geloofden dat de communistische partij het beste met het land en haar inwoners voorhad. 

Eén van hen - Wolfgang Leonhard - heeft echter al snel door dat het volstrekt de verkeerde kant op gaat (richting een dictatuur) en vlucht naar de States. 

De ander - Markus Wolf - denkt er precies hetzelfde over, maar hij blijft in de DDR wonen en wordt een zeer belangrijk en machtig man. Waarom?

Dat vraagt Anne Applebaum zich in dit - nogmaals - prachtig geschreven artikel meerdere keren af. Waarom laten slimme (meritocratische) mannen (en vooruit: ook vrouwen) zich gebruiken door machtswellustelingen of aankomende Big Brothers?

In haar artikel figureren Amerikaanse tegenhangers van Wolfgang Leonhard (Mitt Romney -rechts op de foto) én Markus Wolf (Lindsey Graham - links).

Naarmate het artikel vordert komen mogelijke verklaringen, excuses, smoesjes

Natuurlijk zijn er meelopers die écht geloven dat ze deel uitmaken van iets groots. Dat zij samen met hun leider belangrijke dingen tot stand gaan brengen. Dat ze verblind zijn doet er niet zo veel toe. Die mensen zijn er ook. Maar de andere meelopers hebben heel andere motieven. 

Sommigen stellen dat zij blijven zitten waar ze zitten, om te helpen voorkomen dat 'het' nog erger wordt. Zij kunnen lijdzaam verzet vertonen, dingen afremmen et cetera. Naïef, maar zo praten zij zichzelf goed. 

Zeker is volgens Anne Applebaum dat geen enkele meeloper openlijk zal uitspreken dat hij of zij mee blijft doen omdat het henzelf domweg voordeel (geld, macht, aanzien) oplevert. Anderen daarentegen zullen ook nooit toe willen geven dat zij bang zijn om afstand te nemen van een (aankomend) regime. 

Ook bezigt Anne Applebaum de afkorting en categorie LOL, Laugh Out Loud. Prachtig gevonden. Zij doelt op de meelopers die door en door cynisch, nihilistisch, ironisch of  sarcastisch zijn ingesteld, en als het ware met veel plezier meewerken aan op zich volstrekt verachtelijke of domme dingen. Mensen die zich geen enkele illusie (meer) maken dat wat zij of de machthebbers doen er toe doet. Die alles relativeren. Door en door amorele mensen. 

Anne Applebaum citeert een Marko Martin, een Oost-Duitse schrijver: 
(who) argued that there was no such thing as morality or imorality, no such thing as good or evil, no such thing as right or wrong - "so you might as well collaborate."

Ergens halverwege haar longread komt ze op de proppen met een Russisch woord, dat in ons idioom als volgt luidt: prisposoblenets. Dat betekent: 
a person skilled in the act of compromise and adaptation, who intuitively understands what is expected of him and adjusts his beliefs and conduct accordingly.
Het gaat natuurlijk over het land waar bijna-tsaar Vladimir Poetin regeert en zich omringd weet met dit soort mensen. Die zonder dat er zoals vroeger sprake is van een échte dictatuur doorlopend dingen doen (en/of nalaten) die positief voor het regime van kleptocraten uitpakken. 

Het vervelende voor de Verenigde Staten (maar waarschijnlijk ook voor Polen, Hongarije, of het Verenigd Koninkrijk) is dat op veel plekken dit soort meelopers zitten. Hielenlikkers die zonder directe opdrachten toch meegaan in het verhaal van de high and mighty

Deugen de meeste mensen?

De giga bestseller van Rutger Bregman behoeft waarschijnlijk geen toelichting meer. Ik vermoed dat het in the States en de UK ook goed verkocht zal worden. Mensen hebben waarschijnlijk juist nu behoefte aan een positief verhaal. Waarvan ieder weldenkend mens weet dat het klopt. De meeste mensen deugen. Maar voor sommigen moeten we wel degelijk oppassen; en ze proberen kort te houden. Die strijd is op dit moment letterlijk in landen gaande waar we dat tot voor kort niet mogelijk achtten. 

Ik wil dit lange verhaal (circa achtduizend woorden) afsluiten met Anne Applebaum. Dit citeert in haar slotalinea een Poolse man, Władysław Bartoszewski. Die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's gevangen werd gezet, en na de oorlog door de communisten. Hij was in zijn land zes jaar lang in een échte democratische regering minister van buitenlandse zaken. 

Op de vraag wat hem al die jaren gaande hield zei hij het dat het niet om idealen ging, of grote ideeën. Het was:
Warto być przyzwoitym—“Just try to be decent.” 

Probeer gewoon fatsoenlijk te zijn.

En Anne sluit (terecht af) met: 
Whether you were decent—that’s what will be remembered.

(vrijdag 5 juni 2020
Hans van Duijnhoven




Must read E-books
Sanne Blauw Het best verkochte boek ooit* 2018 202
Ray Bradbury Fahrenheit 451 2017 192
Ewald Engelen De schaduwelite 2014 240
Anand Giridharadas Waarom de superrijken de wereld niet zullen … 2019 336
David Graeber Bullshit jobs 2018 416
Joris Luyendijk Dit kan niet waar zijn 2015 240
Raoul Martinez Hoe vrij zijn wij? 2017 544
Jan Schuurman Hess Voettocht naar het hart van het land 2014 304
Ece Temelkuran Verloren land 2019 224
Paul Verhaeghe Identiteit 2012 256
Jevgeni Zamjatin Wij 1921 187




Must read 'gewone' boeken
Isaac Asimov Ik, robot 2017 191
Margaret Atwood De testamenten 2019 439
Margaret Atwood Het verhaal van de dienstmaagd 1985 329
Alex Brenninkmeier Moreel leiderschap 2019 334
Oliver Bullough Moneyland 2019 413
Dave Eggers De cirkel 2013 445
Ewald Engelen Het is klasse, suffie, niet identiteit! 2018 136
Didier Eribon Terug naar Reims 2018 207
Maxim Februari Klont 2017 272
Jonathan Franzen Vrijheid 2010 588
Joachim Gauck Laat je niet regeren door angst 2012 63
Alicja Gescinska Intussen komen mensen om 2019 160
Peter Giesen De weg van de meeste weerstand 2013 96
Willem Gooijer Dansen op de maat van het algoritme 2019 429
Al Gore De aanval op de redelijkheid 2007 319
Yuval Noah Harari Homo Deus 2017 444
Yuval Noah Harari Sapiens 2014 556
Bas Heijne Mens/Onmens 2019 128
Bas Heijne Onbehagen 2016 93
Bas Heijne Staat van Nederland 2017 104
Stéphane Hessel Doe er iets aan! 2011 84
Stéphane Hessel Neem het niet! 2011 31
Coos Huijsen Ode aan het klootjesvolk 2020 208
Aldous Huxley Heerlijke nieuwe wereld 1932 253
Tony Judt Het land is moe 2010 238
Ewoud Kieft De onvolmaakten 2020 384
Albert Jan Kruiter De dag dat Peter de deur dichttimmerde 2012 171
Albert Jan Kruiter In ons belang 2011 53
Jan Kuitenbrouwer Datadictatuur 2018 128
Mariana Mazzucato De waarde van alles 2018 384
George Monbiot Uit de puinhopen 2018 207
Klaas Mulder Pakkenproletariaat 2014 234
Rob Riemen Adel van de geest 2009 187
Ingrid Robeyns Rijkdom 2019 96
Stephan Steinmetz De brievenbus van mevrouw De Vries 2013 143
Herman Tjeenk Willink Groter denken, kleiner doen 2018 118
Geert Van istendael De grote verkilling 2019 267
Bert de Vries Ontspoord kapitalisme 2020 688
Kees Vuyk De feilbare mens 2019 224
Kees Vuyk Oude en nieuwe ongelijkheid 2017 287
Shoshana Zuboff The age of surveillance capitalism 2018

De overige E-books
Rutger Bregman De meeste mensen deugen 2019 512
Rutger Bregman Waarom vuilnismannen meer verdienen 2015 101
Marc van Dijk Wij zijn de politiek 2019 112
Hannah Fry Algoritmes aan de macht 2018 272
Armèn Hakhverdian c.s Nepparlement? 2017 184
Sander Heijne Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u 2018 179
Daniel Kahneman Ons feilbare brein  2011 527
Arjo Klamer In hemelsnaam! 2005 175
Naomi Klein No is not enough 2017 288
Neil MacGregor Leven met goden 2018 512
Jan-Werner Müller Wat is populisme? 2017 128
Moisés Naïm Het einde van macht 2015 399
George Orwell 1984 1949 308
David Van Reybrouck Pleidooi voor populisme 2009 79
David Van Reybrouck Tegen verkiezingen 2013 174

De overige 'gewone' boeken
Philipp Blom Wat op het spel staat 2017 223
Govert Buijs Waarom werken we zo hard? 2019 160
Klaas van Egmond Homo universalis 2019 256
Chris van der Heijden Te goed geregeld 2019 206
Joke Hermsen Het tij keren 2019 96
Rob Janssen Waarom gemeenten niet naar burgers . 2015 107
Roel Kuiper De terugkeer van het algemeen belang 2014 206
Kees van Lede e.a. Pessimisme is voor losers 2020 256
Thijs Lijster Verenigt u! 2019 116
Jeroen Linssen Hebzucht 2019 340
Peter Mertens Graailand 2016 403
Wilma de Rek De gulden snede 2019 208
Timothy Snyder Over tirannie 2017 124
Joseph E. Stiglitz Winst voor iedereen 2019 368
Bas van Stokkom Wat een hufter! 2010 188

The time is now, afleveringen 9 en 10
Op dinsdag 8 juni maakte ik met collega Peter van der Wijst een filmpje waarin ik enkele van bovenstaande titels nader toelicht. De 'content' werd over twee filmpjes uitgesmeerd.




Homepage boeken én e-books voor onze post-coronatimes

(woensdag 8 april 2020-dinsdag 23 juni 2020)
Hans van Duijnhoven