zaterdag 4 januari 2025

Infocratie - boeken rondom een onderwerp dat de komende decennia steeds meer aspecten van ons leven zal gaan bepalen

Infocratie 

Byung-Chul Han (1959-)

In 2021 verscheen onder deze titel een kort essay van de Zuid-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han. 
Hij is zeker niet de eerste die het woord infocratie bezigde. 

In het begin van de Nederlandse editie (Ten Have/De Nieuwe wereld 2022) maakt  hij duidelijk dat we in een informatieregime leven, en wat het ongeveer inhoudt. 

'Informatieregime'  noemen we die heerschappijvorm waarin informatie en de verwerking ervan door middel van algoritmes en kunstmatige intelligentie op vérstrekkende wijze bepalend zijn voor sociale, economische en politieke processen. In tegenstelling tot het disciplineringsregime worden in zo'n regime geen lichamen en energiebronnen maar informatiestromen en data uitgebuit. Beslissend voor machtsgewin is niet het bezit van productiemiddelen, maar toegang tot informatie, die voor psychopolitieke surveillance, voor sturing en voorspelling van gedrag wordt ingezet. Het informatieregime is gekoppeld aan het informatiekapitalisme, die zich tot surveillancekapitalisme ontwikkelt en mensen degradeert tot data- en consumptievee.

Opmerkelijk dat hij het begrip regime bezigt, net als de Franse filosoof Bruna Latour; die had in de jaren voor zijn dood steeds over het Nieuwe Klimaatregime (dát heerst). Beiden vullen elkaar 'mooi' aan.

Verder stelt hij op zeker moment: 'In de infocratie wordt informatie als wapen ingezet.

Tja, bondiger kan het niet: informatie die als wapen wordt ingezet; en dat kan vooral door het internet en alle daarmee samenhangende technologieën (die nu al bestaan, én nog zullen volgen).

Zeker is dat er de afgelopen jaren honderden boeken zijn verschenen waarin schrijvers zich al dan niet bewust uitspreken over zaken die hiermee te maken hebben, zelfs zonder dat ze specifiek het woord infocratie bezigen. Hieronder vindt u een selectie




De lijst is alfabetisch op achternaam van de auteur

Auteur

Titel

jaar

Pag

#

Hoe verandert internet je manier van …

2011

413

Isaac Asimov

Ik, robot

2017

191

Ryan Avent

Werk in de 21e eeuw

2017

336

Zygmunt Bauman c.s.

De vloeibare generatie

2018

95

Ulrich Beck

De metamorfose van de wereld

2018

280

Wouter van Bergen

De robots komen eraan!

2017

175

Dick Bijl

Pillendraaiers

2024

224

Dik Bijl

Alles wordt anders

2016

239

Nicklas Brendborg

Gewoontedieren

2024

285

James Bridle

Manieren van zijn

2023

424

Erik Brynjolfsson

Het tweede machinetijdperk

2014

271

Stefan Buijsman

AI - Alsmaar Intelligenter

2020

222

Kathalijne Buitenweg

Datamacht en tegenkracht

2021

239

Nicholas Carr

De glazen kooi

2014

334

Nicholas Carr

Het ondiepe

2011

327

Koen Damhuis

De virtuele spiegel

2012

163

Geertrui Mieke De Ketelaere

Mens versus machine

2020

204

Thomas Decreus

Spektakeldemocratie

2020

79

Ignaas Devisch

We informeren ons kapot

2024

255

Rolf Dobelli

Het nieuwsdieet

2020

203

Lisa Doeland

Apocalypsofie

2023

174

Nic Douben

Robot, werk en inkomen

2017

186

Marcus Du Sautoy

De code van creativiteit

2020

318

Dave Eggers

De cirkel

2013

445

Nir Eyal

Hooked

2015

154

Nir Eyal

Indistractable

2019

301

Jochanan Eynikel

Robot aan het stuur

2017

152

Franklin Foer

Ontzielde wereld

2017

272

Martin Ford

De opmars van robots

2016

327

Rana Foroohar

Big tech

2020

367

Hannah Fry

Algoritmes aan de macht

2018

272

Katleen Gabriels

Regels voor robots

2019

171

Mo Gawdat

Griezelig slim

2021

343

Elke Geraerts

Authentieke intelligentie

2019

337

Peter Godfrey-Smith

Buitengewoon bewustzijn

220

296

Willem Gooijer

Dansen op de maat van het algoritme

2019

429

Lieve Goorden

De sprong in de techniek

2017

216

Jonathan Haidt

Generatie angststoornis

2024

415

Byung-Chul Han

De crisis van het narratieve

2024

111

Byung-Chul Han

Infocratie

2022

95

Byung-Chul Han

Psychopolitiek

2015

95

Yuval Noah Harari

Homo Deus

2017

444

Yuval Noah Harari

Nexus

2024

527

Johann Hari

De aandacht verloren

2022

368

Bas Heijne

Kleine filosofie van de volmaakte mens

2015

300

Bonnie Honig

Publieke dingen

2025

240

Han van der Horst

Nepnieuws

2018

310

Kazuo Ishiguro

Klara en de zon

2021

350

Ruud Jonker

Wolkbreuk

2012

95

Brittany Kaiser

De datadictatuur

2019

416

Michiko Kakutani

Het einde van de waarheid

2018

224

Andrew Keen

De digitale afgrond

2012

288

Andrew Keen

Internet is niet het antwoord

2015

320

Ewoud Kieft

De onvolmaakten

2020

336

Naomi Klein

Dubbelganger

2023

540

Jitske Kramer

Tricky tijden : laat je niet gek maken

2024

411

Jan Kuitenbrouwer

Datadictatuur

2018

122

Ray Kurzweil

De singulariteit is nabij

2011

768

Jaron Lanier

Nee, je bent geen gadget

2010

271

Jaron Lanier

Tien argumenten om je sociale media-accounts …

2018

189

Thijs Launspach

Asociale media

2023

174

Christian Madsbjerg

Filosofie in een tijd van big data

2017

237

Maurits Martijn

Je hebt wél iets te verbergen

2016

223

Viktor Mayer-Schönberger

De big data revolutie

2013

303

Viktor Mayer-Schönberger

De data economie

2018

280

Leonard Mlodinow

Stiekeme signalen

2013

311

Huib Modderkolk

Dit wil je écht niet weten

2024

287

Huib Modderkolk

Het is oorlog

2019

272

Dominique Moïsi

Triomf van de angst

2018

160

Bennie Mols

Turings tango

2012

222

Evgeny Morozov

Om de wereld te redden, klik hier

2014

447

Madhumita Murgia

In de schaduw van AI

2024

294

Roderick Nieuwenhuis

Mens en machine

2025

272

Rob Oostveen

De digitale epidemie

2020

421

Judea Pearl

Het boek waarom

2019

480

Henny van der Pluijm

Rechten en plichten van robots

2013

250

Jan-Willem van Prooijen

Hoax

2024

319

Miriam Rasch

Frictie

2020

238

Miriam Rasch

Zwemmen in de oceaan

2017

239

Maarten Reijnders

Complotdenkers

2021

324

Larry D. Rosen

Identity

2013

288

Christian Rudder

Wie we zijn wanneer we denken dat …

2015

303

Marietje Schaake

De tech coup

2024

383

Hans Schnitzler

De mens, de machine & de therapeut

2024

64

Hans Schnitzler

Het digitale proletariaat

2015

175

Hans Schnitzler

Kleine filosofie van de digitale onthouding

2017

128

Hans Schnitzler

Wij nihilisten

2021

158

Philibert Schogt

Hoe slim is het om slim te zijn?

2025

144

Raymond Serré

De waan van de dag

2017

167

Michel Serres

De wereld onder de duim

2014

113

Doortje Smithuijsen

Iedereen verslaafd?

2022

197

Manfred Spitzer

Digitale dementie

2013

352

Manfred Spitzer

Digiziek

2016

406

Manfred Spitzer

Eenzaamheid

2018

256

Marleen Stikker

Het internet is stuk

2019

256

Jim Stolze

Algoritmisering, wen er maar aan!

2019

175

Maarten Sukel

De AI-revolutie

2024

185

Max Tegmark

Life 3.0

2017

496

Sidney Vollmer

On/Off

2017

383

Rens van der Vorst

Digitale gremlins

2023

238

Jan Walraven

De diefstal van de eeuw

2018

236

Rob Wijnberg

Voor ieder wat waars

2023

192

Christopher Wylie

De grote dataroof

2020

379

Andrew Yang

Jouw baan gaat verdwijnen en dit is de …

2020

368

 



maandag 2 december 2024

Eva Vvn Redecker

De vrijheid om te blijven : pleidooi voor een bedachtzaam leven
Alfabet 2024, 175 pagina's - € 19,99

Oorspronkelijke uitgave: Bleibefreiheit (2024)

Website van Eva von Redecker (1982)

Korte beschrijving
Een filosofisch betoog over persoonlijke en maatschappelijk vrijheid. Filosofe Eva von Redecker biedt een nieuwe kijk op het concept van vrijheid in het licht van actuele uitdagingen zoals pandemieën, oorlogen en de klimaatcrisis. Volgens Von Redecker is het begrip vrijheid toe aan een grondige herziening: wat als we vrijheid opvatten als een plek waar we kunnen blijven? Dat klinkt als een paradox, maar de auteur legt uit waarom deze nieuwe invulling beter is voor mens en natuur en voor de gemeenschap, omdat ze de afstand tussen individuen verkleint. Blijvende vrijheid, stelt zij, kan alleen gezamenlijk tot stand worden gebracht. Intelligent en verdiepend geschreven, met ruimte voor persoonlijke bespiegelingen. Vooral geschikt voor een geoefende lezersgroep. Eva von Redecker (1982) is een Duitse filosoof en auteur. Ze werkte als onderzoeker aan de universiteiten van Berlijn en Cambridge, en houdt zich bezig met kritische theorie, feminisme en kritiek op het kapitalisme. 'De vrijheid om te blijven' werd in Duitsland uitgeroepen tot een van de beste non-fictieboeken van het jaar.

Tekst op website uitgever
Zelden is vrijheid zo intens besproken als tijdens de pandemie: de vrijheid om te reizen, onbeperkt te bewegen, mensen te ontmoeten waar men maar wil. Maar hoe duurzaam is zo’n beperkte opvatting van vrijheid, nu we tijden tegemoet gaan waarin klimaatcrises of oorlogen hele gebieden onbewoonbaar maken en er steeds minder plekken zijn waar het nog goed leven is? Volgens filosofe Eva von Redecker is het concept toe aan een grondige herziening: wat als we vrijheid opvatten als een plek waar we kunnen blijven? Dat klinkt als een paradox, maar in 'De vrijheid om te blijven' legt Von Redecker overtuigend uit waarom deze nieuwe invulling beter is voor mens en natuur, maar ook voor de gemeenschap omdat ze de afstand tussen individuen verkleint. Blijvende vrijheid kan alleen gezamenlijk tot stand worden gebracht. En ze groeit als we haar delen.

Een van de interessantste denkers van haar generatie. ‘Een van de beste non-fictieboeken van 2023.’ Der Spiegel ‘Een inspirerend en tijdloos essay over innerlijke vrijheid’ ? Der Tagesspiegel

Fragment uit De komst van de zwaluwen - De vrijheid om te blijven
Wijkende wereld

Ons huidige begrip van vrijheid is niet geschikt voor het Antropoceen. Het reageert nogal gevoelig wanneer iemand ons recht aantast om ons in benzine slurpende metalen kisten voort te bewegen. De vraag of er in de toekomst nog vogels zullen zijn, speelt er echter volstrekt geen rol. Wanneer gebieden onbewoonbaar worden door oorlogen en natuurrampen, is de vrijheid om te reizen een noodoplossing, eerder een gedwongen migratie dan een vorm van vrijheid. Het vliegen van zwaluwen moet ook al niet te sterk worden aangezet als vrijheid: de vogels migreren omdat er in het noorden tijdens het koude, natte seizoen niet genoeg voedsel is. Net zoals de vrijheid om te blijven het recht veronderstelt om te vertrekken, is vrijheid om te vertrekken alleen vrijheid als het ook mogelijk zou zijn om te blijven. En voor dat laatste, het kunnen blijven, is veel meer nodig. Het vereist het behoud van een bewoonbare wereld.


  Ik heb enkele jaren de angst van mijn Californische collega's gedeeld over ongebreidelde bosbranden daar die zoveel as in de atmosfeer spuwden dat de zonsondergang hier in Duitsland een dramatische kleur kreeg. Maar in de zomer van 2022 stond Brandenburg ook in brand. Nog tijdens mijn leven - als het mij tenminste gegund is oud te worden - zullen grote delen van het aardoppervlak die nu bewoond zijn onbewoonbaar worden. De meeste mensen zijn zich inmiddels weliswaar bewust van het klimaatprobleem. En dit bewustzijn heeft, zoals we al zagen inmiddels ook het hoofste gerechtshof bereikt. Maar net als het Akkoord van Parijs, dat niet is geïmplementeerd en sowieso alleen rekening houdt met emissies, is dit bewustzijn niet effectief. De hoeveelheid CO2 die wordt uitgestoten is elk jaar weer groter. We koersen af op een wereld met temperaturen die minstens 4 graden boven het pre-industriële niveau zullen liggen. Regenwouden, gletsjers en koraalriffen zullen verdwenen zijn, en de hoeveelheid vruchtbare grond drastisch afgenomen. Zelfs op de breedtegraden waar de invloed nog relatief beperkt zal zijn, zullen extreme weersomstandigheden en overstromingen het dagelijks leven teisteren, opslagplaatsen van nucleair en giftig afval doorkruisen, infrastructuur vernietigen en basisvoorzieningen zoals schoon water schaars maken. Kan er dan eigenlijk nog wel iemand opgelucht ademhalen?
  Toch heeft dit soort 'doemscenario's' iets ondeugdelijks. Het is als wanhopig zoeken naar een oplossing waarmee we vervolgens alsnog de pijngrens overschrijden. Ik ben meer geïnteresseerd in oplossingen voor de apathie. De Apocalyps is allang aangebroken. Ik kijk angstig naar de hemel vol hete zomerlucht, die zo leeg is dat ik ondertussen haast bereid ben om me door een mug te laten bijten. Zwaluwen moeten immers ook iets te eten hebben. Zelfs de grootste angst voor de komende catastrofe zorgt voor een soort opluchting in het heden. Alsof dit het ongeschonden leven is. Maar alles waar wij bang voor zijn, overkomt ondertussen allang een ander. Vaak profiteren we hier zelfs van. En de werkelijk nieuwe effecten van de opwarming van de aarde zijn niets iets van de toekomst, maar een gevolg van ons handelen in het verleden.
  Ik geloof niet dat we nog iemand hoeven te overtuigen van de aanstaande catastrofe. Integendeel, het gevoel dat de wereld aan de rand van de afgrond staat is alomtegenwoordig. In deze fenomenaal rijke samenleving, te midden van al deze technologie en expertise, zijn er nergens meer reserves. Een paar decennia van privatisering, verhoogde efficiënte en financialisering, en plotseling is alles verziekt. Van enige extra tijd die ons nog in staat zou stellen in te grijpen voor het helemaal fout loopt, is gene sprake meer. De extra inspanning die mensen opbrengen in uitzonderlijke situaties is inmiddels verdisconteerd in het neoliberale protocol van alledag. En juist omdat iedereen dat voelt, lopen de reacties zo sterk uiteen. Vanuit het perspectief van de toekomstloosheid heeft de hebberigheid, de graaiende, rabiate zelfhandhaving in zeker zin namelijk een eigen rationaliteit. Als we al niet langer deel kunnen hebben aan toekomstige rijkdommen, dan willen we er toch in elk geval tijdens het algemene inferno warmpjes bij zitten. Dit kleine beetje verwoesting laten we ons niet afpakken!
  We zullen niet simpelweg in het Holoceen blijven, dat goedaardige tijdperk dat twaalfduizend jaar geleden volgde op de laatste ijstijd en tussen twee witte poolkappen een weelderige reeks geharmoniseerde ecosystemen mogelijk maakte. Maar juist daarom hangt alles af van hoeveel we kunnen meenemen in het Antropoceen, om ons daarin te handhaven. (pagina 19-22)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 24 november 2024

Marcia Luyten 4

Kiezen voor democratie, of voor dictatuur
De Bezige bij 2024, 123 pagina's - € 15,--

Wikipedia: Marcia Luyten (1971)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Verkiezingen zijn nooit ontworpen voor sociale media. Ze zijn niet berekend op nepnieuws, niet op AI-beelden, niet op manipulerende algoritmes, niet op techmiljardairs met te veel macht. Als gevolg dolen we in een politiek Wonderland, waar burgers zichzelf en elkaar in absurditeit en complotten verliezen.

In de snel polariserende samenleving werken verkiezingen als een centrifuge: alles zwiept naar de uitersten. Ondemocratische partijen krijgen de ruimte om de democratie af te breken. We staan op een kruispunt en kunnen rechtsaf, richting dictatuur, of we kiezen voor stabiliteit, vrede en vrijheid. In Kiezen voor democratie laat Marcia Luyten zien hoe we de weg naar de basis van onze democratie kunnen terugvinden.

Marcia Luyten is econoom en cultuurhistoricus. Voor de VPRO presenteert ze het programma Buitenhof. Van haar hand verschenen eerder  Witte geef geld (2003),  Ziende blind (2008) en  Dag Afrika (2013). In 2015 schreef Luyten  Het geluk van Limburg, een sociale geschiedenis over de opkomst en ondergang van de steenkoolindustrie, dat de Brusseprijs voor het beste journalistieke boek won.

Fragment uit Vermaak
'Dat zie je toch op het nieuws?'
Commerciële media dienen uiteindelijk één doel, en dat is zoveel mogelijk winst. Wanneer commerciële zenders ook nieuwszenders zijn, ontstaat een spanningsveld tussen commerciële belangen en de kwaliteit van het nieuws: SBS is zo'n commerciële zender. En zijn eerste verkiezingsdebat demonstreerde hoe commercie het won van journalistieke integriteit. je zeg het doorlekken van stijl en toon van sociale media naar reguliere media. Zo'n twintig jaar na de oprichting van de grote platforms (Facebook in 2003, Twitter in 2006) vervagen ook bij sommige reguliere media de normen.
  Hoe sociale media werken hoef ik niet uit te leggen. Cruciaal is dat ze kolossale ondernemingen zijn. Bedrijven met geen andere rationale dan winstmaximalisatie; ze doen alles om gebruikers zo lang mogelijk vast te houden. Sociale media zijn hijgerig in zowel toon als tempo. Want sensatie, verontwaardiging, angst en haat zijn clickbait, letterlijk: het aas dat mensen doet klikken, waardoor hetze en nepnieuws floreren. Gebruikers worden aan de hand van al hun data tot op het bot geanalyseerd. Grote techbedrijven als Google vormen zich een minutieus beeld van iedere gebruiker. Met algoritmes voeden ze ons met precies die advertenties waar we gevoelig voor zijn. Vervolgens vormt AI ons naar het beeld dat het van ons heeft.
  Neem Tina uit Maastricht. Als NS-conducteur reist ze het hele land door. Op een avond treft ze in het trappenhuis van haar flat de buurvrouw. Die vraagt: 'Hoe was je dag?'
  Tina schudt het hoofd: de treinen reden, dat was prima, maar het zat vól asielzoekers.
  'Asielzoekers...?' vraagt de buurvrouw. 'Dat zie je toch niet zo vaak in de trein... Hebbenz e daar dan geld voor?'
  Tina haalt haar schouders op. 'Zal wel worden betaald door de staat.'
  De buurvrouw kan het moeilijk geloven; de overheid geeft asielzoekers niet zomaar treinkaartjes. 'Misschien één keer, om naar een ander azc te gaan.'
  'Nou ja,' zegt Tina, 'het waren in elk geval veel buitenlanders.'
  De buurvrouw denkt na, Tina wil doorlopen, maar dan vraagt de buurvrouw: 'Hoe kom je hier eigenlijk bij?'
  'Gewoon,' zegt Tina, 'dat zie je toch op het nieuws?'
  'Heb ik niet gezien. Welk nieuws.'
  'Gewoon, op Facebook.'
  'Nou op mijn Facebook zie ik dat niet.' lacht de buurvrouw. Ze vraagt of ze misschien even kan kijken naar de Facebookberichten van Tina. 
  De vrouwen lopen naar haar computer. De Facebook-tijdlijn van Tina is een cascade van berichten over migranten, over overlast, over woningen die wel naar vluchtelingen maar niet naar Nederlanders gaan en andere voorrechten die asielzoekers zouden krijgen.
  Het is een vergaand effect van internet dat niemand voorzag, toen in de jaren negentig de eerste mensen werden aangesloten. In die ongerepte internetlente kreeg ik een promotieplek aan de universiteit; ik zou de gevolgen van internet voor de democratie onderzoeken. Mijn veronderstelling was dat iedereen die waar ook ter wereld was aangesloten op het net op elk moment kon beschikken over alle mogelijke feiten. En als de waarheid te allen tijde openbaar en voorhanden was, zou de democratie dan niet floreren als nooit tevoren?  (pagina 55-58)

Lees ook: Ziende blind in de sauna : hoe onze politiek, economie en cultuur 'Afrikaanse' trekken krijgen (uit 2008) (nog steeds relevant, en werd naarmate de tijd vorderde steeds 'waarder'), Het geluk van Limburg (uit 2015) en Democratie is niet voor bange mensen (columns, uit 2023).

Terug naar Overzicht alle titels

Joris Lohman

Boter, kaas en havermelk : weet wat je eet voor een betere wereld
Spectrum 2024, 287 pagina's - € 25,48

Korte bio van Joris Lohman (1985)

Korte beschrijving
Een bevlogen verhandeling over de toekomst van ons eten. Joris Lohman neemt de lezer mee op een reis door de voedselketen, van biodynamische boerderijen en een mega varkensslachterij in Nederland tot een futuristische kippenboerderij in Ivoorkust. Hij daagt bestaande beelden over landbouw en voeding uit en stelt dat noch groene idealen, noch technologie alle problemen kunnen oplossen. Het boek eindigt met een hoopvolle visie op de toekomst van ons voedsel en biedt praktische tips voor duurzaam boodschappen doen. Prettig leesbaar, en afwisselend onderbouwend en persoonlijk geschreven. Met ondersteunende zwart-witillustraties.  Joris Lohman (1985) is politicoloog en oprichter van Food Hub, een opleidings­- en adviesbureau in voedsel en landbouw. Food Hub werkt samen met bedrijven, overheden en professionals aan positieve verandering in de wereld van voedsel en landbouw. In 2022 kwam Joris’ documentaire The Future of Food uit, en sinds 2023 is hij co-host van de wekelijkse podcast 'Eten is Weten'.

Tekst op website uitgever
‘Boter, kaas en havermelk is een actuele, vermakelijke en prikkelende gids over een van de belangrijkste en meest verwarrende kwesties van vandaag de dag.’ Charles C. Mann, bestsellerauteur (1491, 1493, The Wizard and the Prophet)

‘Joris Lohman weet de wonderlijke wereld achter de deur van het voedselsysteem inzichtelijk te maken. Iedereen die bezig is met eten zou dit boek moeten lezen.’ Nadia Zerouali, tv-chef, kookboekauteur

Een hoopgevend verhaal over de toekomst van ons eten

Kunnen we 8 miljard mensen voeden zonder de aarde te vernietigen? Vijftien jaar geleden stortte politicoloog Joris Lohman zich als ‘havermelkdrinker avant la lettre’ in de verbijsterende wereld achter ons eten. Op zoek naar het antwoord op deze vraag neemt hij de lezer mee op reis door de voedselketen: van biodynamische boerderijen en een mega varkensslachterij in Nederland naar een futuristische kippenbroederij in Ivoorkust.

Boter, kaas en havermelk kantelt rigoureus je beeld over landbouw, voeding en gezondheid. Lohman maakt korte metten met de droombeelden van groene idealisten, maar ziet ook dat technologie niet alles op kan lossen. Uiteindelijk weet hij een complexe realiteit te vertalen naar een hoopgevend verhaal over de toekomst van ons eten – inclusief een eenvoudige lijst boodschappentips waarmee de lezer met een gerust hart door de supermarktschappen kan navigeren.

Joris Lohman (1985) is politicoloog en oprichter van Food Hub, een opleidings- en adviesbureau in voedsel en landbouw. Food Hub werkt samen met bedrijven, overheden en professionals aan positieve verandering in de wereld van voedsel en landbouw. In 2022 kwam Joris’ documentaire The Future of Food uit en sinds 2023 is hij co-host van de wekelijkse podcast Eten is Weten.

Fragment uit 9. De toekomst van ons voedsel
So You Wanna Be the Next Sicco Mansholt?
Staan we aan de vooravond van een nieuwe Groene Revolutie?  Of komen er, zoals Louise Fresco betoogt, meerdere groene revoluties? In Europa zouden we dan kunnen spreken van de Mansholt-revolutie 2.0.  Net als na de Tweede Wereldoorlog is er behoefte aan politieke daadkracht en sturing. Wie zit er op dit moment aan de knoppen? Om nu een realityshow te gaan starten - So You Wanna Be the Next Sicco Mansholt?  - ik weet niet of dat als tv-format zou aanslaan. Voor wie mij wat beter kent, en dat is je vast ook opgevallen in dit boek - ik spiegel mezelf graag aan de Groten der Landbouwgeschiedenis. Laat ik dan ook meteen maar een poging doen om hier ene visie neer te leggen, mocht ik het voor het zeggen krijgen.

It's the economy, stupid!
Allereerst, we moeten het hebben over de randvoorwaarden. Zoals de vrije markt nu werkt wordt de transitie naar een duurzaam voedselsysteem niet bevorderd, om de simpele reden dat de markt duurzaamheid niet beloont. In de prijs van een product worden de kosten die worden afgewenteld op de planeet niet meegerekend. Hierdoor komen we terecht in een negatieve spiraal: de boer kan investeringen in duurzaamheid niet doorberekenen aan de supermarkt als de supermarkt deze kosten niet kan doorberekenen aan de consument. De kostprijs van de boer wordt nog iets ondersteund door Europese landbouwsubsidies, maar uiteindelijk wordt de prijs die de boer kan rekenen bepaald op basis van vraag en aanbod op de wereldmarkt. De kwaliteits- en duurzaamheidstandaarden zijn in het ene land hoger dan in het andere land. In Europa zijn de regels op het gebied van duurzaamheid relatief hoog. Omdat deze regels niet internationaal doorgetrokken zijn - in boerenjargon 'gelijk speelveld' - komt echte duurzaamheid niet van de grond. Het huidige economische model leidt tot een strategie gericht op zo goedkoop mogelijk produceren en de kosten voor de planeet 'afwentelen'. 

Het is verleidelijk om bij de pakken neer te gaan zitten of de (communistische) revolutie uit te roepen. Deze twee emoties zie ik vaak voorbijkomen bij de studenten aan wie ik college geef op de hogeschool. Ook in economisch denken hebben we de neiging om te vervallen in uitersten: aan de ene kant hebben we de neoliberalen, de groei-adepten, die het geloof hebben omarmd dat er voor altijd economische groei  zal zijn. Aan de andere kant heb je de de-growthers, die de oplossingen voor problemen zien in ontgroeien, in ontspullen, in consuminderen. Deze perspectieven vallen geheel samen met de ideologische perspectieven van de tovenaar en de profeet. Tovenaars wijzen er terecht op  dat, hoewel imperfect, economische groei en het marktmodel hebben gezorgd voor de ongekende productiestijging en de stijging van de welvaart voor miljarden mensen. Profeten wijzen, ook terecht, op de negatieve ecologische effecten van datzelfde model, en zien als oplossing het minderen van vleesconsumptie, van het aantal dieren, van... alles eigenlijk. Het is de kern van de duurzaamheidsdiscussie: kun je duurzaamheid realiseren door economische groei en technische innovatie, of hebben we alleen een kans op een duurzame wereld als we consuminderen? (pagina 256-258)

Lees vooral ook: De profeet en de tovenaar : twee grondleggers en hun concurrerende ideeën over een leefbare toekomst op onze planeet (uit 2018) van Charles C. Mann.

Terug naar Overzicht alle titels


Jonathan Kennedy

Een geschiedenis van de wereld in acht plagen
De Bezige bij 2023, 366 pagina's - € 29,99

Oorspronkelijke titel: Pathogenesis: A History of the World in Eight Plagues (2023)

Korte bio van Jonathan Kennedy (19?)

Korte beschrijving
Een boek over de macht van microben. Microben hebben de loop van de menselijke geschiedenis bepaald. Vaak wordt het succesverhaal van de menselijke soort toegeschreven aan de eigen denk- en spierkracht en aan individuele en collectieve acties. Kennedy betoogt dat de mens haar eigen rol overschat en dat niet de mens maar de microbe oorlogen won en wereldrijken ineen liet storten. Hij neemt de lezer mee op een reis door 60.000 jaar menselijke geschiedenis waarin acht betekenisvolle plagen zijn langsgekomen. Zo speelden bacteriën en virussen onder meer een hoofdrol in de ondergang van de neanderthalers, de opkomst van de islam en het christendom en de overgang van feodalisme naar kapitalisme. Met diepgang geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep. Met uiteenlopende illustraties. Jonathan Kennedy promoveerde aan de universiteit van Cambridge als expert op het gebied van volksgezondheid en politiek. Hij is regelmatig te gast bij The World Tonight, The Economist en The Times. Hij schrijft opiniestukken voor The Guardian en El País en blogt voor de London Review of Books.

Tekst op website uitgever
Microben en de geschiedenis van de mens

Microben hebben de loop van onze geschiedenis bepaald, van de overwinning van Homo sapiens op de neanderthalers tot de opkomst van het kapitalisme

Het succesverhaal van de menselijke soort wordt doorgaans toegeschreven aan onze denk- en spierkracht, aan individuele en collectieve acties die de loop van de geschiedenis zouden hebben bepaald. Maar overschat de mens zijn eigen rol niet drastisch? Wat als niet de mens maar de microbe oorlogen won en wereldrijken ineen liet storten?

In Een geschiedenis van de wereld in acht plagen worden we meegenomen op een reis door 60.000 jaar menselijke geschiedenis. Jonathan Kennedy licht acht infectieziekten uit die de moderne wereld mede hebben gevormd. Zo speelden bacteriën en virussen onder meer een hoofdrol in de ondergang van de Neanderthalers, de opkomst van islam en christendom en de overgang van feodalisme naar kapitalisme.

Nu we opnieuw te maken hebben met een virus dat bepalend is voor ons heden en onze toekomst, is Kennedy’s visie actueler dan ooit. Hij bevraagt de hardnekkigste aannames over ons verleden en transformeert zo onze kijk op het verhaal van de mensheid.


Fragment uit hoofdstuk 5. Koloniale plagen

Ziektekiemen, zeektekiemen, ziektekiemen
In zijn speelfilm Aguirre, der Zorn Gottes (1972) vertelt Werner Herzog het verhaal van een stel onfortuinlijke Spanjaarden dat op zoek is naar Eldorado. De vijf minuten durende openingsscène is 'een schoolvoorbeeld van Herzogs filmstijl, waarbij natuurlyriek à la National Geographic naadloos overloopt in absurd toneel', zoals een criticus het formuleerde. Een stoet van soldaten in harnas, dames in lange jurken, een geestelijke, inheemse Amerikanen (van wie sommigen in boeien geslagen), kippen, varkens en lama's trekt over een steil, smal pad dat vanuit het in mist gehulde Andesgebergte voert naar het lager gelegen Amazonewoud. De tocht van de schattenjagers stokt echter algauw in de dichte, regenachtige jungle. De bevelhebber geeft een kleine groep opdracht om per vlot een woest kolkende rivier af te varen om voedsel te vinden en informatie te vergaren over de legendarische gouden stad. Wanneer de verkenningsgroep op wat problemen stuit, besluit hun leider dat ze zich weer bij de grotere groep gaan voegen. Dat is het moment waarop de onderbevelhebber - Don Lope de Aguirre, naar wie de film genoemd is, gespeeld door Klaus Kinski - begint aan te zetten tot muiterij en de manschappen vertelt dat hun verderop ongekende rijkdommen wachten. Tevens herinnert hij ze eraan dat Hernán Cortés het grote Mexica-rijk (of Azteeks Rijk) wist te veroveren doordat hij staande orders in de wind sloeg. De muiters schuimen de rest van de film verder de rivier af, waarbij de een na de ander sterft in een aanhoudende orgie van geweld uit eigen kring of van onzichtbare aanvallers. Ten slotte is alleen de steeds verwarder ogende Aguirre nog in leven. In de slotscène richt hij zich tot enkele tientallen aapjes die aan boord zijn geklauterd en probeert die over te halen om samen met hem en zijn neergeschoten dichter de Spaanse koloniën in Amerika te gaan veroveren, en zo 'de geschiedenis te ensceneren zoals anderen stukken op het toneel brengen'. 

  Hoewel Kinski's Aguirre duidelijk waanbeelden ziet, is zijn verlangen om de koloniën van Nieuw-Spanje te veroveren met behulp van een apenleger om er zijn dode dochter als koningin op de troon te zetten niet eens zo heel veel gekker dan wat de conquistadores in werkelijkheid verrichten. Neem Aguirres rolmodel: in 1519 zette Cortés vanaf de Spaanse kolonie Cuba zonder officiële toestemming met vijfhonderd manschappen aan boord van een elftal schepen koers naar Meso-Amerika om dat te gaan veroveren. Kort na aankomst bracht hij de schepen tot zinken om te voorkomen dat twijfelaars rechtsomkeert konden maken. Toen Montezuma, de heerser over het Mexica-rijk, hoorde van de komst van de Spanjaarden, stuurde hij ze gouden geschenken. Hiermee hoopte hij d einvallers waarschijnlijk gunstig te stemmen, maar het vergrootte alleen hun wil om de grote eilandstad Tenochtitlan te bezoeken, die gelegen was op de plek van het huidige Mexico-Stad, tweeduizend meter boven zeeniveau en gemeten vanaf de kust een tocht van vierhonderd kilometer over onder meer ijskoude vulkanen. De rijkshoofdstad telde een kwart miljoen inwoners en was daarmee groter dan alle Europese steden uit die tijd, met uitzondering van Constantinopel, en viermala zo groot als Sevilla, de grootste stad van Spanje. Tenochtitlan was het hart van een rijk met ruwweg vijf miljoen onderdanen verdeeld over enkele honderden semiautonome stadstaten, een gebied dat zich uitstrekte van de Atlantische tot de Stille Oceaan en in het zuiden tot het regenwoud op een maand gaans. Cortés en zijn manschappen stonden tegenover ene enorme, welvarende en zwaar gemilitariseerde mogendheid, die door sommige historici wel is vergeleken met het antieke Sparta. En toch lukte het hen, met een van de meest ongelooflijke historische veroveringstochten ooit, net iets meer dan twee jaar nadat ze voor het eerst in Centraal Amerika voet aan wal hadden gezet, Montezuma te vermoorden, zijn hoofdstad met de grond gelijk te maken en de kolonie Nieuw-Spanje te stichten. (pagina 157-159)

Terug naar Overzicht alle titels


Mark Leegsma

Het oog van de catastrofe : een nieuwe filosofie voor klimaatgerechtigheid
Boom 2024, 168 pagina's  - € 22,90

Korte bio van Mark Leegsma (1980)

Korte beschrijving
Een diepgaand boek over de filosofie en psychologie van de klimaatcrisis. Mark Leegsma bespreekt de paradox van een catastrofe die niemand overleeft, en dus niet voorgesteld kan worden. Hierdoor zijn mensen geneigd om de dreiging niet serieus te nemen. Leegsma stelt dat kennis van een dergelijke catastrofe wel mogelijk is en biedt een nieuwe manier van denken over de klimaatcrisis en haar gevolgen. Het boek plaveit de weg naar een nieuwe filosofie voor klimaatgerechtigheid, waarbij de focus ligt op het begrijpen en aanpakken van de klimaatcrisis. Intelligent en scherpzinnig geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep.  Mark Leegsma (1980) is een Nederlandse schrijver. Hij studeerde filosofie en psychologie en promoveerde op een proefschrift over catastrofaal denken. Hij is als docent logica verbonden aan de HTF te Utrecht. Hij schreef eerder het boek ‘Extreem in de klas’.

Tekst op website uitgever
Ons voortbestaan is in gevaar – dat is de ultieme dreiging van klimaatverandering. Maar een ramp die niemand overleeft, kan ook niemand kennen of zelfs voor mogelijk houden. En als geen van ons dat kan, heeft het dan wel zin om de dreiging serieus te nemen?

In Het oog van de catastrofe doorbreekt Mark Leegsma deze paradoxale impasse. Door aan te tonen dat kennis van de catastrofe wel degelijk mogelijk is, stelt hij ons in staat om op een zinvolle manier na te denken over de klimaatcrisis en haar gevolgen. Zo plaveit hij de weg naar een nieuwe filosofie voor klimaatgerechtigheid.

‘Mark Leegsma laat op een mooie manier zien hoe verknipt onze manier van bevragen van de zich kennelijk aandienende catastrofe is.’ – René ten Bos

‘De enige catastrofe die iedereen overtuigt, zou de catastrofe zijn die niemand overleeft.’ – Peter Sloterdijk

Mark Leegsma (1980) studeerde filosofie en psychologie en promoveerde op een proefschrift over catastrofaal denken. Hij schreef eerder Extreem in de klas (2017) en vertaalde Wanneer soorten kennismaken van Donna Haraway (2024). Hij is als docent logica verbonden aan de HTF te Utrecht.

Fragment uit 2. Uitzonderlijk menselijk
Wij zijn Gaia

In Oog in oog met Gaia worstelt Bruno Latour met de vraag hoe wij moderne mensen het nieuws van de 'diepgaande mutatie van onze verhouding tot de wereld', waar antropogene klimaatverandering zowel een oorzaak als een uitdrukking van lijkt te zijn, nagenoeg onbewogen kunnen blijven aanhoren. Hoewel we intussen zo veel kritische grenzen hebben overschreden dat het te laat is om de verstoring ongedaan te maken, ziet Latour met lede ogen aan dat we daarvan nog steeds 'haast niets tot ons laten doordringen'.  Deze bizarre ondoordringbaarheid vormt wat hem betreft de kern van ons verzet tegen de waarheid van de klimaatverandering, en daarmee hét obstakel dat klimaatrechtvaardigheid verhindert. Niet voor niets wil hij weten hoe deze ondoordringbaarheid valt te verklaren, en liefst weg te verklaren.
  Voor Latour is de vraag hoe het in de eerste plaats heeft kunnen gebeuren dat onze verhouding tot de wereld zo diepgaand is gemuteerd. Hij zoekt deze mutatie in het onderscheid dat wij moderne mensen maken tussen subjecten - vrij handelende mensen, oftewel wijzelf - en objecten - alle andere 'dingen' waarmee we kunnen doen wat we maar willen. Het resultaat van deze scheiding is  dat al het handelingsvermogen bij mensen terechtkomt en niets bij de dingen. Deze volstrekt ongelijke verdeling is zo fundamenteel voor de moderniteit dat er sprake is van een soort grondwet, ja zelfs een 'Constitutie' met hoofdletter C, aldus Latour. Daarin is de scheiding tussen mensen en niet-mensen, oftewel subjecten en objecten, die tevens een hiërarchische ordening is - 'boven' de mensen met hun vrijheid om dingen te beheersen en te maken, 'onder' de dingen die beheerst en gemaakt worden - vastgelegd en nader uitgewerkt. En deze Constitutie, denkt Latour, berust op een fatale, essentialistische dwaling, met betrekking tot de handelingsvermogens van alle dingen.
  Volgens de Franse filosoof is er in den beginne, voordat we van min of meer stabiele 'dingen' kunnen spreken alleen maar actie. Atomen en moleculen, microben en macro-organismen, samenlevingen en ecosystemen 'zijn' eerst en vooral wat ze doen. Wat actie zelf dan is ligt daar al in besloten - een keten van allerlei verschillende, op elkaar inwerkende en elkaar wederkerig doordingen 'actanten'. Deze actanten, die dus niets anders 'zijn' dan wat ze doen, articuleren en specificeren een actie. Vandaar het dagelijks werk van wetenschappers zoals Latour het ziet: ketens van actanten observeren en ermee experimenteren, net zolang tot er uit een aanvankelijk verrassende handelingsketen stabiel, herhaalbaar 'gedrag' valt te isoleren. (pagina 83-84)

Terug naar Overzicht alle titels

Gijs van Oenen

Onbegrepen overheid : tegendraads denken over de staat
Boom 2024, 262 pagina's  - € 24,90

Korte bio van Gijs van Oenen (1959)

Korte beschrijving
Een politiek filosofische analyse van de rol van de overheid. Gijs van Oenen onderzoekt de complexe relatie tussen de overheid en haar burgers, waarbij de nadruk ligt op de kwetsbaarheid en kracht van staatsstructuren. Hij behandelt de toenemende verwachtingen van de burger en de daarmee gepaard gaande kritiek en onvrede. De stabiliteit van de overheid is niet vanzelfsprekend en deze komt onder druk te staan door zaken als populisme, protesten en inefficiënte uitvoering. Het centrale thema in het boek is het gebrek aan staatsbegrip in de samenleving, wat leidt tot conflicten tussen burgers, bestuurders en andere overheidsfunctionarissen. Doorwrocht en intelligent geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep.  Gijs van Oenen (1959) is een Nederlandse auteur en universitair hoofddocent filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Van zijn hand verschenen onder andere 'Overspannen democratie' (2018) en 'Culturele veldslagen' (2022, short-list Socratesbeker).

Tekst op website uitgever
Een nieuwe filosofie over kracht en kwetsbaarheid van de staat

Naarmate er meer van de overheid wordt verwacht, kan zij ook rekenen op meer kritiek en juist minder begrip. Dat de staat er ondanks alle kritiek en onvrede toch wel is en voor alles zorgt, is echter allesbehalve vanzelfsprekend. Overheid, instituties, democratie en bestuur zijn even wezenlijke als kwetsbare entiteiten, zelfs onder gunstige omstandigheden. Het is niet onvoorstelbaar dat ze bezwijken als ze voldoende onder druk worden gezet, geringschat, gewantrouwd of ondermijnd, door populistische bestuurders, militante demonstranten of wankelende uitvoering.

Achter het dagelijks zichtbare onbegrip tussen overheid en burger gaat het probleem van een gebrekkig staatsbegrip schuil. Burger en bestuurder, maar ook politie, rechter en ambtenaar liggen zowel praktisch als politiek-theoretisch beschouwd met elkaar in de clinch over wat het staatsbegrip inhoudt en wie het mag claimen. In Onbegrepen overheid laat Gijs van Oenen zien dat dit staatsbegrip even noodzakelijk is als problematisch, even onvermijdelijk als ongrijpbaar, en even verheven als alledaags.

Gijs van Oenen (1959) is universitair hoofddocent filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Van zijn hand verschenen Overspannen democratie (2018) en Culturele veldslagen (2022, shortlist Socratesbeker).

Fragment uit 5. De staat voorbij: macht en tegenmacht
Staat en macht zonder soeverein

De overtuiging dat de staat deels in de maatschappij moet worden gezocht en dat de macht in staat en maatschappij diffuus aanwezig is, vinden we bij uitstek terug in het werk van Michel Foucault. Om die reden is Foucaults benadering wel getypeerd als een 'omkering' van het gramsciaanse marxisme. Waar Gramsci een bourgeoisie ziet die hegemonie beoogt te creëren in de burgerlijke samenleving als een 'culturele buffer' voor de staatsmacht die zij probeert te beschermen, vraagt Foucault aandacht voor de wijze waarop de instituties van de staat zelf bezig zijn om de samenleving te vormen en het individu te disciplineren.
  Zoals we zullen zien, is dit niet onjuist. Maar sterker nog, en fundamenteler: Foucaults benadering verzet zich principieel tegen elk idee van politiek of macht als soevereiniteit. De bekendste, in de politiek tot slogan geworden formulering daarvoor is dat 'het hoofd van de koning is afgehakt'.  Daarmee verzet Foucault zich tegen het 'juridische soevereiniteitsmodel' dat hij toeschrijft aan Hobbes: dat van de eenheid van de staat, gesymboliseerd en tevens belichaamd in de vorst, of koning.
  Een subtielere versie hiervan vinden we in de confrontatie tussen Derrida's en Foucaults voorstelling van soevereiniteit en politiek. De soeverein is voor Derrida degene die van nature niet spreekt, zijn mond houdt, geen uitleg geeft. Niet zozeer omdat hij die uitleg niet is verschuldigd, wat Hobbes' argument zou zijn, maar omdat de onderdanen door die uitleg niet beter af zouden zijn. De soeverein weet dat het geheim van de politiek ontkracht of zelfs obsceen zou worden door uit te spreken, door het 'transparant' te maken. Degenen die daarop toch aandringen, die toch het geheim willen kraken, zijn voyous, 'boeven'.  De onderdanen op hun beurt weten dat wanneer ze de soeverein toch tot spreken weten te verleiden, om zijn 'wezen' met de burgers te delen, deze niets te zeggen heeft. Hij zal zich realiseren dat ook hier geldt: 'Wat je zegt, ben je zelf'.  Hij is zelf een voyou - iemand met een inconsistent zelfbegrip.
  Denk hierbij bijvoorbeeld aan de provo's van de jaren zestig. Die richtten zich, net als vanuit een ander perspectief de Rote Armee Fraktion (RAF) in Duitsland, op het 'provocen' van het staatsgezag, in het geval van de RAF op militante en gewelddadige wijze. Doel was op die manier het gezag 'het masker van de welwillendheid af te rukken'.  Dan zou zich de ware, gewelddadige aard van de staat tonen, zijn 'faschistische Fratze'. Als de staat zich daar uiteindelijk toe laat verleiden, is de zelfvervullende voorspelling geslaagd en zijn zowel de provocanten als de staat voyous.
  Ook Foucault meent dat de soeverein niets te melden heeft. Maar ook dat die geen geheim bezit dat verborgen kan of moet worden. Of aan het licht moet worden gebracht, zoals diens 'ware aard'.  Foucaults opvatting is nog radicaler: niet alleen het geheim is afwezig, maar ook de soeverein zelf. De soeverein is eigenlijk een illigitieme figuur, een usurpator. Het illigitieme in de staat is de soeverein zelf. Het geheim van de moderne staat is dat de soeverein er niet is. De moderne staat functioneert volgens Foucault zonder soevereiniteit - hij is niet meer dan 'het mobiele effect van een regime van meervoudige gouvernementaliteiten'.
Dat betekent dat er geen centraal punt, persoon of symbool is van waaruit de staat als eenheid kan worden begrepen, f moet worden begrepen. De functies van de moderne staat worden juist zonder zo'n centraal uitgangspunt effectief uitgevoerd.
  Hobbes sprak van 'een oorlog van allen tegen allen', die alleen bedwongen kan worden door de instelling van een soevereine overheid. De dreiging van zo'n oorlog lijkt in moderne samenlevingen, met hun rechtsstatelijke vorm en hun uitgebreide systeem van instituties en voorzieningen niet meer aan de orde. Foucault zegt echter: waar de soeverein verdwijnt, verschijnt macht - in die zin dat de 'verborgen' strijd tussen tegengestelde groepen aan de oppervlakte komt. Wie begrijpt dat de soevereine staat een fictie is, ziet ook in dat er eigenlijk niet zoiets bestaat als een 'samenleving', maar alleen strijd tussen verschillende groepen met tegengestelde belangen en oriëntaties. De burgerlijke samenleving is een getemde vorm van burgeroorlog. (pagina 148-150)

Terug naar Overzicht alle titels