dinsdag 30 september 2025

Thomas Bollen

Geld genoeg, maar niet voor jou : hoe heroveren we de macht over ons geld?
Follow the Money 2025, 350 pagina's € 24,50

Korte bio van Thomas Bollen (1984)

Korte beschrijving
Een kritische verhandeling over inkomens- en vermogensongelijkheid. De auteur onderzoekt de werking van ons geldstelsel en de ongelijkheid die het veroorzaakt. Hij legt uit waarom sommige mensen ondanks hard werken geen huis kunnen kopen, terwijl anderen profiteren van stijgende huizenprijzen. Ook bespreekt hij waarom er wel geld is voor investeerders om zorginstellingen over te nemen, maar niet voor duurzame economische initiatieven. Hij belicht de invloed van machtige banken op wereldwijde geldstromen en bespreekt hoe tech-miljardairs en cryptobedrijven met digitale valuta's invloed verwerven. De auteur pleit voor het verkleinen van de kloof tussen de superrijken en de rest van de samenleving en presenteert methoden waarmee geld herverdeeld zou kunnen worden. Helder en journalistiek geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep.

Thomas Bollen (1984) is financieel econoom en onderzoeksjournalist bij Follow the Money. Na een korte carrière als corporate consultant legde hij zich toe op het ontrafelen en toegankelijk maken van de financiële wereld.

Tekst op website uitgever
Dit boek laat je anders naar de euro’s op je bankrekening kijken. Waarom kan de een ondanks hard werken en sparen geen woning betalen, terwijl de ander slapend rijk wordt van stijgende huizenprijzen? Waarom is er wel geld voor investeerders om zorginstellingen op te kopen en uit te kleden, en niet om de economie snel te verduurzamen? Om de grote problemen van nu op te lossen, moeten we het hebben over hoe ons geld écht werkt — en hoe het anders kan. 

Onderzoeksjournalist Thomas Bollen neemt je mee naar het internationale strijdtoneel van ons geld. Hier nemen burgerbewegingen, wetenschappers en oud-bankiers het op tegen de machtigste bedrijven ter wereld. Samen reizen we langs de goudkluizen en banktorens van de gevestigde financiële orde. We volgen hoe geld door de samenleving stroomt en ontrafelen hoe tech-miljardairs en cryptobedrijven met hun digitale munten stilletjes de macht overnemen. Als we niet ingrijpen, groeit de kloof tussen de superrijken en de rest. Geld genoeg, maar niet voor jou laat zien wat er nodig is om het tij te keren. Hoe heroveren we de macht over ons geld? 

Reacties: Klaas Knot, president De Nederlandsche Bank van 2011 tot 2025: ‘Thomas Bollen houdt ons als financiële autoriteiten een spiegel voor. Hij legt toegankelijk en met overtuiging de fundamentele kwesties bloot waar de discussie over moet gaan.’

 Jort Kelder, presentator en opiniemaker: ‘Bravo, heer Bollen! Eindelijk een boek dat diep inzicht biedt in ons geldstelsel, de rol van het bankenkartel en de roekeloze redding van onze munt.’ 

Abel van Gijlswijk, zanger Hang Youth: ‘Gevaarlijk scherp. Bollen schrijft over geld op een manier die elke proleet kan begrijpen. Als ik bankier was, zou ik willen dat dit boek werd verboden.’ 

Mirjam de Rijk, journalist en columnist voor De Groene Amsterdammer: ‘Dit boek over de verontrustende wereld van het grote geld leest als een trein. Dan weet je dat het raak is.’

Fragment uit 13. De bankiers van de cryptowereld
Drie dagen voor zijn inauguratie lanceerde president Donald Trump zijn eigen cryptomunt. De koers van de $TRUMP schoot omhoog: de totale voorraad was op papier tientallen miljarden waard. Daarna crashte de koers. Sommige handelaren werden er rijk mee, maar 810 duizend mensen verloren bij elkaar ruim 2miljard echte dollars. Trump en zijn familie verdienden alleen al aan transactiekosten tientallen miljoenen.
  Andere regeringsleiders volgden Trumps voorbeeld. De Argentijnse president Javier Milei promootte zijn cryptomunt een maand later. De koers schoot binnen een uur van 0,000001 naar 5,20 dollar, maar stortte een dag later alweer in. Faustin-Archnage Touadéra, de president van de Centraal-Afrikaanse Republiek, een van de armste landen ter wereld, lanceerde de $CAR, naar eigen zeggen 'om mensen te verenigen, de nationale ontwikkeling te ondersteunen en het land op unieke wijze op de kaart te zetten.' Alleen dat laatste lukte: na een korte piek van 350 miljoen dollar aan totale waarde ging ook die munt onderuit. De president vond het desondanks een 'daverend succes'. 

'Iedereen kan geld scheppen'
In 2025 kijkt niemand nog raar op wanneer er weer een nieuwe cryptomunt wordt gelanceerd. Er zit geen solide bedrijfsmodel achter, zo'n munt is geen aandeel of tegoed, er komt geen kasstroom uit voort; het enige  dat deze digitale muntjes waarde geeft, is wat de gek ervoor geeft.
  Dat de wereld van de digitale tokens zo extreem zou worden, had ik in 2009 niet kunnen bedenken. Dat jaar studeerde ik aan universiteit van Nottingham en stuitte bij mijn research naar alternatieve munten op de allereerste cryptomunt: bitcoin. Die bestond toen net en kostte een paar cent. Ik probeerde voor 10 pond een paar honderd muntjes te kopen, maar dat was zo ingewikkeld dat ik het na een paar uur opgaf. Dat tientje besteedde ik later die avond aan drie pints Guinness in de Pianobar, waarmee ik mijn kans verspeelde om miljonair te worden.
  Mijn interesse in bitcoin bleef. Het meest succesvolle voorbeeld van een alternatiefgeldsysteem dat ik tegenkwam, stamde uit de jaren '30. De burgemeester van het Oostenrijkse dorp Wörgl bracht tijdens de financiële crisis vouchers in omloop waarmee hij werkloze inwoners inhuurde om wegen, straatverlichting, een rodelbaan en een skischans aan te leggen. Omdat ze hun belasting met deze lokale munt konden betalen, accepteerden burgers en bedrijven de vouchers in ruil voor hun diensten en goederen. Binnen het dorp werden ze een gangbaar betaalmiddel. De werkloosheid daalde, de omzet van lokale ondernemers steeg - totdat de Oostenrijkse centrale bank ingreep en de vouchers in 1933 verbood. Het experiment werd destijds geprezen door toonaangevend economen, zoals John Maynard Keynes en Irving Fisher, en werd ook wel 'het wonder van Wörgl' genoemd. (pagina 190-191)

Klik hier voor andere boeken waarin ingegaan wordt op het fenomeen geld (schuld)

Kijk vooral eens op de website van Carlijn Kingma, van wie een fragment uit ene groot grafisch werk op de omslag van het boek terecht is gekomen

Terug naar Overzicht alle titels


zaterdag 27 september 2025

Marc Van den Bossche

Wereldburgers : over verbeelding, identiteit en een plek om te wonen
Damon 2025, 192 pagina's  € 24,90

Korte bio van Marc Van den Bossche (1960)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Wat betekent het vandaag de dag om wereldburger te zijn? In een wereld die steeds sterker verdeeld raakt door polarisatie, nationalisme en uitsluiting, zoekt filosoof Marc Van den Bossche naar een ander uitgangspunt: onze lichamelijkheid. Als kwetsbare, belichaamde wezens zijn we altijd al verbonden met anderen – en juist daarin ligt een begin van betrokkenheid. Vanuit dit besef ontwikkelt 'Wereldburgers' een filosofisch parcours langs vragen over identiteit, gemeenschap en verantwoordelijkheid. Van den Bossche brengt westerse denkers als Bauman, Taylor, Vattimo en Rorty in gesprek met niet-westerse stemmen zoals Mbembe, Anzaldúa, Mignolo en Appiah. Zo ontstaat een rijk en meerstemmig denken over wereldburgerschap dat ruimte laat voor verschil zonder vervreemding, en verbondenheid zonder uniformiteit. De verbeelding staat daarbij centraal: ons vermogen om nieuwe manieren van samenleven te denken, voorbij vaststaande grenzen en identiteiten. Het boek eindigt waar het begon – bij het lichaam – maar dan dat van de ontheemde, de vluchteling, die symbool staat voor de morele vragen van deze tijd.

Fragment uit Kosmopolieten aller landen
Een beeld, een verbeelding, doet de ronde van 'de kosmopoliet' als een min of meer wereldvreemd burger, mobiel per bakfiets, genietend van één van de onuitputtelijk vele soorten koffie in een trendy bar en zich duidelijk distantiërend van anderen die dan als racistisch, bekrompen, conservatief enz. door het leven zouden gaan. De eersten betekenen dan voor sommige opiniemakers (dat woord alleen al!) de cultuurrelativistische initiatoren van de ondergang van het Westen en de daar vigerende normen en waarden. Kan ik het mij hier dan als auteur nog permitteren om iets kritisch te zeggen over het Westerse denken of althans een aldaar vigerende manier van denken over en verstaan van zichzelf en de wereld? Ja, ik noem mezelf een kosmopoliet, en, neen, dat betekent niet dat ik geen oog heb voor de vaak zeer terechte bekommernissen van die tweede categorie mensen, zij die zich wat meer bodenständig gedragen en niet te veel willen morrelen aan gangbare rolpatronen of pakweg manieren van zich verplaatsen en voeden. Kunnen we de manier waarop we de wereld bewonen, verbeelden als een onlosmakelijke mix van wereldburgerschap en plaatsgebondenheid? Ik denk echter ook dat er iets schort aan de verbeelding die momenteel 'de' Westerse blik vormt en dat we meteen ook maar beter het 18de-eeuwse Verlichtingsideaal van de kantiaanse wereldburger voor hertekening vatbaar verklaren.
  In hun inleiding tot Cosmopolitanism stellend e samenstellers, Beckenridge e.a., dat het kosmopolitisme geen bestaand fenomeen is dat een duidelijke genealogie zou hebben van de Stoïcijnen over Immanuel Kant tot het hedendaagse kosmopolitisme. Voor hen is het zelfs moeilijk om een kant en klare definitie te geven van kosmopolitisme. Als een praktijk is het eigenlijk nog niet aanwezig, tenzij als een fenomeen dat nog gerealiseerd moet worden. Wat meer is: het lijkt de auteurs zelfs de voorkeur te genieten dat een concept van kosmopolitisme geen positieve en definitieve specificatie krijgt. Voor hen zou dat wel te doen in feite een zeer onkosmopolitische houding zijn. De reden daarvoor is dat het nooit zou kunnen gaan om een definitie die vertrekt vanuit een bepaalde maatschappijvorm of levenswijze. Net dit is natuurlijk wat al te vaak gebeurd is vanuit een eurocentrische traditie, met Immanuel Kant als grote roerganger.
  Beckenridge en de andere samenstellers wijzen er bij het begin van hun inleiding al op dat de 20ste eeuw eindigt zoals hij begonnen is: nationalismen allerhande, of ze nu religieus of etnisch zijn, hebben nog niets aan kracht verloren. Dat stelden zij dus zonder al te weten wat het Rusland van Poetin nog in petto had en hoe dat resulteerde in de invasie van Oekraïne in 2022. (pagina 161-162)

Boeken die in de literatuurlijst worden genoemd én op dit blog staan

Daron Acemoglu c.s.

Waarom sommige landen rijk zijn en ….

2013

Kwame Anthony Appiah

De leugens die ons binden

2019

Hannah Arendt

Totalitarisme

2014

Zygmunt Bauman c.s.

De vloeibare generatie

2018

Philipp Blom

Hoop

2024

Philipp Blom

Het grote wereldtoneel

2020

Adriaan van Dis

De kolonie mept terug

2024

Peter Frankopan

De nieuwe zijderoutes

2018

Peter Frankopan

De zijderoutes

2016

Francis Fukuyama

Identiteit

2019

Hein de Haas

Hoe migratie echt werkt

2023

Jonathan Haidt

Het rechtvaardigheidsgevoel

2021

Yuval Noah Harari

Sapiens

2014

Stefan Hertmans

Verschuivingen

2022

Jonathan Holslag

De kracht van het paradijs

2014

Jonathan Holslag

Vrede en oorlog

2018

Kishore Mahbubani

De eeuw van Azië

2008

Kishore Mahbubani

Heeft China al gewonnen?

2021

Kishore Mahbubani

Is het Westen de weg kwijt?

2018

Martha Nussbaum

De kosmopolitische traditie

2022

Anousha Nzume

Hallo witte mensen

2017

Edward W. Said

Oriëntalisme

2022

Willem Schinkel c.s.

Theorie van de kraal

2019

 

Terug naar Overzicht alle titels 

dinsdag 23 september 2025

Sander Heijne 3

De meeste stemmen gelden niet : waarom de politiek ons blijft teleurstellen
Uitgeverij Pluim 2025, 237 pagina's € 24,99

Wikipedia: Sander Heijne (1982)

Korte beschrijving
Een diepgaand boek over de houdbaarheid van de democratie in een tijd van voortdurende crises en vervuild publiek debat. Sander Heijne stelt dat multinationals meer macht hebben dan overheden en dat belangrijke beslissingen vaak zonder inspraak van kiezers worden genomen. Kiezers zoeken houvast bij sterke leiders of verouderde democratische ideeën, maar beide benaderingen falen. Heijne legt uit hoe ons mensbeeld ooit stabiele democratieën creëerde, maar nu bijdraagt aan hun verval. Het boek pleit voor een radicale vernieuwing van de democratie om deze problemen aan te pakken. Helder en met diepgang geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep.

Sander Heijne is journalist. Hij is hoofdredacteur van Vrij Nederland en werkte als onderzoeksjournalist voor de Volkskrant, NRC, en de Correspondent. Eerder schreef hij de boeken ‘Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u’ en ‘Fantoomgroei’.

Tekst op website uitgever
Is onze democratie nog houdbaar? De vraag dringt zich op nu we van crisis naar crisis hobbelen, terwijl de oplossingen voor grote problemen steeds verder uit zicht raken. Ondertussen is het publieke debat vervuild door desinformatie. Zijn multinationals machtiger dan overheden. En worden grote besluiten genomen zonder dat hier een kiezer aan te pas komt. Op zoek naar houvast projecteren kiezers hun hoop op sterke leiders, of klampen ze zich vast aan stokoude ideeën over hoe wij denken dat een democratie zou moeten werken. Beide strategieën zijn gedoemd te mislukken. Sander Heijne toont hoe ons mensbeeld eerst tot stabiele democratieën leidde en er nu voor zorgt dat ze instorten. 'De meeste stemmen gelden niet' is een pleidooi voor een radicale vernieuwing van onze democratie.

Fragment uit VI. Waarom de politiek ons blijft teleurstellen
De Amerikaanse bioloog en socioloog Edward O. Wilson omschrijft onze eeuw als het tijdperk waarin wij mensen het moeten zien te rooien met emoties uit de prehistorie, instituties uit de middeleeuwen en de technologie van de goden.
  Aan de werking van ons prehistorische brein kunnen we voorlopig niets veranderen. Wij mogen onszelf tot de slimste dieren op aarde rekenen, maar honderdduizenden jaren aan natuurlijke selectie hebben ons bovenal geprogrammeerd tot wezens die niet graag uit de toon vallen binnen de groepen waarin we leven. We laten ons leiden door de verhalen die anderen ons vertellen. Het maakt niet eens uit of de verteller een mens van vlees en bloed is, of een computerprogramma.
  Archeologische opgravingen suggereren dat onze prehistorische voorouders min of meer dezelfde behoeften, verlangens en gevoelens hadden als jij en ik. Ze gebruikten werktuigen, bouwden huizen en bereidden voedsel. Soms schoten ze elkaar een pijl in de rug, maar ze waren evengoed in staat tot grootse daden van barmhartigheid en opofferingsgezindheid. Al in de oertijd bereikten mensen met vergroeide ruggen, schedelaandoeningen of ontbrekende ledematen respectabele leeftijden, zo blijkt uit archeologische vondsten uit Borneo, Irak en Vietnam tot Spanje en Frankrijk. Er zijn zelfs graven gevonden van kinderen met het syndroom van Down die, hoewel ze niet oud werden, alle zorg en aandacht lijken te hebben gekregen die een oermens ze kon bieden. Dit alles kan er alleen maar op wijzen dat deze mensen liefdevol werden verzorgd door de gemeenschap. Volgens sommige commentatoren zijn we dit gevoel van gemeenschap verloren. Ons tijdperk zou zijn verworden tot het meest individualistische ooit. Dit lijkt me een denkfout. Waar onze prehistorische voorouders voor hun overleving afhankelijk waren van groepen van enkele tientallen tot misschien een paar honderd individuen, zijn we tegenwoordig op dagelijkse basis afhankelijk van de inspanningen van miljarden mensen wereldwijd om als soort überhaupt nog te kunnen overleven. Dit is waarom premier Margaret Thatcher (1925-2013) de plank missloeg toen ze ontkende dat er zoiets bestaat als een samenleving.
  Zonder zijn we allemaal ten dode opgeschreven.
  Eeuwenlang waren we in ons deel van de wereld overwegend enthousiast over de vorming van een globale kudde. Deze heeft ons in het westen tenslotte buitengewoon veel welvaart opgeleverd.
  Inmiddels blijkt uit alles dat onze manier van leven wordt bedreigd. Op de langere termijn door klimaatverandering en een kantelende wereldorde, terwijl we in het hier-en-nu worstelen met woningnood, inflatie, afkalvende voorzieningen als zorg en onderwijs, of simpelweg de angst dat we alle welvaart die onze ouders en grootouders voor ons hebben gecreëerd kunnen verliezen.
  Evolutionair zijn wij geprogrammeerd om bij gevaar veiligheid te zoeken bij onze kudde. Maar nu grote bedrijven machtiger zijn dan de regering en geen nationale overheid nog in staat is om zelfstandig de noden van de eigen bevolking te ledigen, weten we diep van binnen dat de nationale gemeenschappen die ons sinds de Tweede Wereldoorlog houvast gaven, niet langer in staat zijn om ons de geborgenheid te beiden die we zoeken.
  Het is het meest verwarrende dat een kuddedier kan overkomen.
  (pagina 202-205)

Lees ook: Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u : dertig jaar marktwerking in Nederland (uit 2018) en Fantoomgroei : waarom we steeds harder werken voor steeds minder (samen met Hendrik Noten uit 2020)

Terug naar Overzicht alle titels 

Armand Girbes

Zieke zorg : de uitverkoop van de Nederlandse gezondheidszorg
Mazirel Pers 2025, 220 pagina's  € 20,99

Wikipedia: Armand Gribes (1959)

Korte beschrijving
Een verhelderend boek over de crisis in de Nederlandse gezondheidszorg. Hoogleraar intensivecaregeneeskunde Armand Girbes beschrijft hoe in 2006 de marktwerking werd ingevoerd in de Nederlandse gezondheidszorg met de belofte van betere zorg tegen lagere kosten. In de praktijk leidde dit tot minder ziekenhuizen, gedwongen overstap naar minderwaardige medicijnen en verlies van vrije artsenkeuze. Zorgverleners raken gedesillusioneerd door de toenemende bureaucratie, waarbij bijna 40 procent van hun tijd aan administratie wordt besteed, en zorgverzekeraars steeds meer invloed uitoefenen op medische beslissingen. Armand Girbes analyseert in dit boek de fundamentele denkfouten in het zorgsysteem en biedt inzichten in hoe deze problemen zijn ontstaan en hoe ze kunnen worden opgelost. Helder en toegankelijk geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. 

Armand Girbes (1959) is internist, intensivist en klinisch farmacoloog.

Tekst op website uitgever
"Zieke zorg" analyseert de negatieve gevolgen van marktwerking in de Nederlandse gezondheidszorg sinds 2006: minder zorgkwaliteit, bureaucratie, en verlies van keuzevrijheid. Girbes biedt oplossingen.

In 2006 werd marktwerking geïntroduceerd in de Nederlandse gezondheidszorg. De belofte: betere zorg tegen lagere kosten. De realiteit: minder ziekenhuizen, gedwongen overstap naar inferieure medicijnen, en verlies van vrije artsenkeuze. Intussen gooien gedesillusioneerde zorgverleners het bijltje erbij neer omdat ze verdrinken in bureaucratie – bijna 40% van hun tijd gaat op aan administratie – en omdat de zorgverzekeraars steeds vaker op de stoel van de arts gaan zitten. Hoogleraar intensive care geneeskunde Armand Girbes ontleedt vanuit zijn dagelijkse praktijk genadeloos de fundamentele denkfouten in ons zorgsysteem. Hij laat zien hoe we in deze situatie zijn beland én, belangrijker nog, hoe we hier uit kunnen komen.

Fragment uit 4. De veramerikanisering van de zorg
Zorgverzekeraars doen wat ze moeten doen

Ofschoon u wellicht uit de vorige hoofdstukken het beeld zou kunnen krijgen dat de zorgverzekeraars de bron van alle kwaad in de zorg zijn, is dit onjuist. De zorgverzekeraars vervullen een taak die hun is gegeven door de politiek. Het zijn financiële - en dus geen publieke - instellingen. Wat zij doen is dus logisch en begrijpelijk. Gezien hun opdracht moeten zij doen wat goed is voor hun bedrijf en niet noodzakelijkerwijs wat goed is voor de patiënt of de maatschappij.
  Om zijn taak uit te kunnen voeren willen de zorgverzekeraars controle uitoefenen op de zorgverleners om te voorkomen dat ze te veel geld uitgeven. Door allerlei zaken, die ze door gebrek aan expertise niet kunnen bevatten, uit te laten drukken in cijfers op spreadsheets, proberen ze grip te houden op wat er gebeurt. Ook ziekenhuisdirecties kiezen mutatis mutandis voor deze werkwijze. Wat je dus kunt stellen is dat de politiek, de maatschappij en ook de zorgverleners zelf, met name via hun vertegenwoordigers, allemaal hebben bijgedragen aan het systeem rondom het gestolde wantrouwen in de zorg dat gepaard gaat met enorme hoeveelheden protocollen, regelzucht en de wens om alles uit te drukken in gedetailleerde cijfers. 
  Al deze regeltjes en al dat afrekenen op basis van incidenten zorgt ervoor dat zorgverleners steeds banger worden om op basis van professionele kennis, vaardigheden, ervaring en intuïtie te handelen. Met andere woorden: ze hebben het gevoel dat hun vakmanschap en autonomie steeds verder worden ondermijnd. Daarmee wordt het vak ook steeds onaantrekkelijker voor nieuwe aanwas.

De toename van regels als reactie op incidenten, creëert vervolgens een spiraal van controle en wantrouwen. Elke nieuwe regel die wordt ingevoerd om een specifieke situatie te controleren, leidt tot nieuwe mogelijkheden voor afwijkingen en interpretaties, wat vervolgens weer leidt tot de noodzaak voor nog meer regels. Dit proces wordt vaak aangeduid als 'regulatoire drift' of 'bureaucratische creep'.  Anders gezegd: een toename van de omvang en complexiteit van de regelgeving die niet in verhouding staat tot de (minimale) verbetering in de kwaliteit of veiligheid van zorg die het oplevert. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de toename van mensen die moesten controleren of de regels wel goed worden nageleefd door de mensen die 'het echte werk' doen in het ziekenhuis. In de loop van mijn loopbaan heb ik zo een enorme toename van banen en mensen gezien in het ziekenhuis, waarbij ik mij werkelijk afvroeg wat hun bijdrage aan de patiëntenzorg was, hoed goed de intenties van deze mensen meestal ook waren.
  Als wij hier filosofisch naar kijken, dan valt het volgende op: vanuit een existentialistisch perspectief, dat de nadruk legt op individuele vrijheid, verantwoordelijkheid en authenticiteit, kan het Nederlandse zorgsysteem worden gezien als een structuur die de autonomie van zorgverleners beperkt. Door een overmaat aan regels en protocollen verliezen zorgverleners hun vermogen om authentieke beslissingen te nemen die gebaseerd zijn op hun professionele expertise en ethisch oordeel. Dit kan leiden tot een gevoel van vervreemding en verlies van betekenis in hun werk, omdat ze niet langer de vrijheid hebben om op een menselijke manier te reageren op de per patiënt verschillende omstandigheden. (pagina 76-78)

Fragment uit 15. oplossingsrichtingen: een weg uit het moeras
Stop overmatige registratie en dbc-systematiek

Iedere vorm van dubbele registratie moet gestopt worden. Daarnaast zal iedere registratie die in de afgelopen zeven jaar niet aantoonbaar heeft bijgedragen aan verbetering van de uitkomsten voor de patiënt, eveneens gestopt moeten worden. Het beste kan dit bepaald worden door een kleien commissie, bestaand eruit onafhankelijke professionals zonder belangen (denk aan bindingen met organisaties die zich bezighouden met deze registratie). Deze commissie zou doorzettingsmacht moeten krijgen en bereid moeten zijn om met de botte bijl het aantal registraties te reduceren.
  Op dit moment hebben zorgverleners vooral last  van de 'dbc-systematiek', waarbij dbc staat voor diagnose-behandelcombinatie. Er zijn op dit moment meer dan 4400 (!) verschillende dbc's; niet verwonderlijk dus dat het systeem is uitgegroeid tot een onmogelijke administratieve moloch. Elk van deze dbs's heeft een unieke code en prijs, die dan weer gebaseerd is op de gemiddelde zorgkosten voor een specifieke diagnose en behandeling. Ieder ziekenhuis heeft een gigantisch leger van administrateurs en IT-medewerkers in dienst die zich bezighouden met het registreren van deze dbs's.
  De oplossing voor dit moloch, dat ik beschouw als een totaal mislukt experiment, is eenvoudig: schaf de dbs's af en stap over op lumpsum-financiering per regio. Dat zal onmiddellijk leiden tot een aanzienlijke vermindering van administratieve lasten.

Als er minder geadministreerd en geregistreerd hoeft te worden komen er flink wat functies - bullshit jobs - te vervallen. Het geld dat dit oplevert zouden weer kunnen inzetten voor het aantrekken van mensen die zorg-gerelateerde taken verrichten of zorgmedewerkers ontzorgen. Anders gezegd, meer mensen ín de zorg ten koste van minder mensen áán de zorg.
  Natuurlijk zullen (beperkte) registraties noodzakelijk blijven. Ze zijn belangrijk voor een goede medische bedrijfsvoering en overdracht en geven ons een beeld van de gestelde diagnoses, behandelingen, ingrepen, complicaties en resultaten. Maar ook hierbij kan AI een nuttige rol spelen: door 'textmining' kan gemakkelijk relevantie informatie worden geëxtraheerd uit geschreven tekst, teksten die per se nodig zijn voor de goede behandeling van de patiënt. Het gaat te ver om dat in een kort hoofdstuk in volledigheid te belichten. daarnaast zijn daar meer hersenen voor nodig dan die van mij alleen. (pagina 204-205)

Terug naar Overzicht alle titels


Merijn Oudenampsen 2

De aanval op de linkse elite : hoe de cultuurstrijd ons land in zijn greep kreeg
Boom 2026, 240 pagina's € 24,90

Verschijnt januari 2026

Korte bio van Merijn Oudenampsen (1979)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Al zo’n dertig jaar woedt in Nederland een verhitte cultuurstrijd. Eén beschuldiging staat daarin centraal: dat een ‘linkse elite’ met haar politieke correctheid veel problemen in het land onbespreekbaar maakt. Deze aanklacht klinkt in talkshows, krantencolumns, op sociale media en in de Tweede Kamer. Het gevolg is een opvallend felle afkeer van links onder een deel van de bevolking. We zien de opmars van politieke partijen die bezuinigingen doorvoeren op instituties waar ‘de linkse elite’ vanouds mee wordt geassocieerd: universiteiten, ambtenarij, de culturele sector en ngo’s.

In De aanval op de linkse elite analyseert Merijn Oudenampsen de oorsprong en ontwikkeling van deze aanklacht. Hoe is dit vijandbeeld ontstaan? Welke ideeën liggen eraan ten grondslag? En waarom spreekt het zoveel mensen aan? Hij laat zien dat achter dit debat een eigen, zeer Nederlands verhaal schuilgaat. Niet de ‘woke’ cultuur of Amerikaanse invloeden staan centraal, het verwijt aan de linkse elite blijkt nauw verbonden met de manier waarop we in Nederland omgaan met het verleden – de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, de erfenis van de verzuiling en de afkeer van de jaren zestig.

Merijn Oudenampsen (1979) doceert politicologie aan de UvA. Hij publiceerde eerder De conservatieve revolte (2018) over de intellectuele achtergronden van de Fortuyn-revolte en schreef samen met historicus Bram Mellink het boek Neoliberalisme. Een Nederlandse geschiedenis (2022). Hij schrijft een column voor De Groene Amsterdammer.

Fragment uit

Lees ook: Neoliberalisme : een Nederlandse geschiedenis (dat hij in 2022 schreef met Bram Mellink).

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 22 september 2025

Jurriën Hamer 2

Wat vrijheid van je vraagt : filosofie voor een bloedserieuze tijd
De Bezige bij 2025, 208 pagina's € 22,99

Website van Jurriën Hamer (1988)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Ons denken over goed en kwaad verandert snel. Kortgeleden was een vliegvakantie een statussymbool, werden op kantoor onbekommerd foute grappen gemaakt, en dacht je nauwelijks na over het stukje vlees op je bord.

Inmiddels merken we hoe hoog de prijs van onze achteloosheid is, en het wordt ontegenzeggelijk tijd om samen de plichten te dragen die bij onze rechten horen. Maar juist nu duidelijk wordt hoeveel een vrije samenleving écht van ons vraagt, proberen demagogen haar te ondermijnen.

In Wat vrijheid van je vraagt pleit Jurriën Hamer voor een strenger liberalisme, dat de uitdagingen van deze tijd, van klimaatverandering tot racisme, en van vrouwenhaat tot vermogensongelijkheid, bloedserieus neemt.

Fragment uit

Fragment uit een interview in de zaterdagse bijlage Tijdgeest van trouw (zaterdag 17 januari 2026)
Waar je bang voor bent, zo schreef je, is niet het dood-zijn, maar het leven onvoltooid achter te laten. Wanneer zou dat zo zijn?
'Ik denk dan direct aan mijn twee kinderen: hen niet kunnen grootbrengen, geen vader voor hen kunnen zijn. Dat is ook waar ik helemaal kapot van was toen ik in het ziekenhuis wakker werd en besefte wat er was gebeurd. (hij kreeg tot twee keer toe een hartstilstand, en werd weer tot leven gewekt - HD) Ik vond het lastig om mijn kinderen überhaupt aan te kijken. Het idee dat zij zonder mij verder zouden moeten gaan, dat zou het meest onvoltooide zijn. Tegelijkertijd besefte ik ook dat ik al een mooi leven had gehad. Met mijn vrouw, die ik al meer dan twintig jaar ken, met de goede jeugd die ik heb gehad, de twee boeken die ik heb geschreven."

Als het leven niet onvoltooid mag blijven, wil je er een bepaalde inhoud aan geven.
'Jazeker. Een bewust leen, ook in morele zin. Dat is ook een van de boodschappen van mijn boek. Het leven gaat niet alleen over het vinden van jouw geluk, het gaat ook over andere mensen, over hun vrijheid en vermogen om dat geluk te zoeken. Daarom hebben al je keuzes een morele lading. Daaraan ontsnappen zou betekenen dat je de rechten van anderen fundamenteel onbelangrijk vindt."

Maar als ik me daar nou lekker bij voel?
'Dat kan natuurlijk. De religieuze tradities, maar ook seculiere denkers, hebben lang volgehouden dat het morele en het gelukkige leven samensmelten. Dat je andere mensen niet kunt negeren zonder je vreselijk schuldig te voelen. Ik denk dat dat niet waar is. Wij zijn uitstekend in staat de schade die we aanrichten buiten ons blikveld te plaatsen. We grijpen in de supermarkt rustig naar de restanten van een mishandeld dier, zolang het maar in een nette verpakking zit. En waar al ons afval precies naartoe gaat, dat hoeven we ook niet per se te weten. We kunnen heel goed kiezen voor ons eigen geluk alleen. Maar dat iets kan, betekent niet dat dat moreel goed is."

Waar haal je die moraal vandaan? Jij kunt zeggen dat we moreel niet goed bezig zijn, maar een ander zegt: ik kies voor mijn eigen geluk, of dat van mijn eigen groep, en mijn leven is prima zo.
'Als je je realiseert dat anderen niet minder zijn dan jij, hebben ook zij recht op het zoeken naar geluk. Daarom moeten we proberen het leven voor iedereen zo goed mogelijk te maken. Het hoort bij de menselijke natuur, dat zie je al bij kinderen, om te laten zien: hallo, ik besta, en ik wil van alles. Daarmee doe je een morele claim op anderen: houd rekening met mij.
 "Later ontdek je dat dat niet is omdat je er zo leuk uitziet of zo geweldig bent, maar gewoon omdat je mens bent. En dat voor andere mensen dus hetzelfde geldt. De neiging tot het bouwen van een morele wereld zit in vrijwel iedereen, afgezien misschien van de pathologische moordenaar. Maar de neiging tot egoïsme zit ook in ons allemaal."

Je herleidt het morele denken tot het liberalisme, waarom is dat?
"Vanwege het belang van individuele rechten, die in het liberalisme centraal staan. Je begint altijd bij het individu, en diens waarde en rechten. Die vormen de bouwstenen van onze moraal. Dat wil niet zeggen dat er niets geleerd kan worden van andere tradities, maar het is wel de reden om niet te beginnen bij de gemeenschap of de natie, of iets in die geest. Het gaat om de rechten van individuen en om de plichten jegens individuen.
  "Dat is dus iets anders dan de rechtse politiek van de Nederlandse 'liberalen', of het idee dat je alles mag doen wat je wilt. Vanuit die gedachte hebben we een extreem verslaafde samenleving gecreëerd. Denk aan sociale media, de niet-duurzame producten die in de supermarkt liggen, je volproppen met vlees, almaar blijven vliegen. Verslaving is een vijand van de vrijheid.
  "Bij het interpreteren van de rechten van het individu zijn we veel te terughoudend geweest. Als je eens opschrijft welke rechten we allemaal hebben, en wat die van ons eisen, dan is dat een totaal intimiderende lijst. Maar ik denk wel dat die lijst klopt. Wat heb ik eigenlijk nodig om een vrij leven te leiden? En wat hebben al die anderen daarvoor nodig? Als je dat voor het volle pond wilt realiseren, zal iedereen een bijdrage moeten leveren en moeten we grenzen stellen."

Je wilt een 'liberalisme van dienstbaarheid'
"Daarmee bedoel ik dat je bij alles wat je in je leven doet een serieuze bijdrage probeert te leveren aan ieders rechten. In je werk, in de keuzes die je maakt. Haal je een kwaliteitskrant in huis, steun je zinnige goede doelen, of ga je alleen voor de bevrediging van je eigen behoeftes?"

Een liberaal, in de gangbare betekenis, zegt dan: dat zijn individuele keuzes. Je moet die moraal niet opleggen aan bedrijven en overheden.
"Als je logischerwijs niet van een bedrijf kunt verwachten dat het zijn verantwoordelijkheid neemt, is het antwoord niet: laat dan maar. nee, dan ga je nadenken over hoe we bedrijven organiseren. Als dat is via de aandeelhoudersbelangen, dan ligt daar een groot deel van het probleem, want die willen gewoon dividend. Die dwingen winst af als het hoogste gezag. Maar er zijn ook andere manieren om bedrijven te organiseren. 
  "Daarnaast zul je toch naar de overheid moeten kijken voor directe maatregelen, misschien ook verboden voor bepaalde producten. Absolutisme, ook als het gaat om ondernemersvrijheid of eigendomsrecht, hoort eigenlijk helemaal niet bij het liberalisme, omdat er altijd ook echten van anderen in het spel zijn."

()

Je bent niet bang om voor 'Betuttelaar des Vaderlands' te worden versleten?
"Ha, het zou best kunnen dat ik met dit boek geen briljante marketing heb bedreven. Maar ik spreek mensen aan als iemand die zelf ook zijn gebreken heeft, daar maak ik gene geheim van."

Tegelijkertijd pleit je voor liberale levensvreugde.
"We hebben het heel erg nodig om te vieren wat we goed doen. Om het samen te erkennen als we onze kinderen goed opvoeden en mooie waarden meegeven. Als we erin slagen om weer een stap te zetten naar een duurzame economie. Want dat perspectief kan je redden van de kritiek dat je alleen maar dingen van mensen af wilt pakken en er niets voor in de plaats biedt. Daar is wel energie en innovatie voor nodig, dus laten we dat vieren en belonen."

Lees ook: Waarom schurken pech hebben en helden geluk : een nieuwe filosofie van de vrije wil (2021)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 21 september 2025

Simon van Teutem 2

Waarom een echte liberaal geen VVD stemt
Prometheus 2025, 160 pagina's  -  € 13,99

Korte bio van Simon van Teutem (1997)

Korte beschrijving
Een actuele en kritische bespreking van de discrepantie tussen de liberale idealen en de politieke praktijk van de VVD in Nederland gedurende de afgelopen vijftien jaar. Simon van Teutem stelt in dit boek dat de VVD haar liberale ideologie heeft verlaten, waardoor veel liberalen zich vervreemd voelen van de partij. De auteur levert kritiek op de manier waarop de VVD omgaat met thema's als de 'hardwerkende Nederlander', vrijheid en migratie. De partij zou weinig concrete resultaten boeken en vrijheid reduceren tot individualisme zonder verantwoordelijkheid. Het boek fungeert als een pleidooi om het liberalisme te herdefiniëren en terug te winnen van de huidige politieke erfgenamen, voordat de ideologie onherkenbaar wordt. Betogend, vaardig en met diepgang geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. 

Simon van Teutem schrijft voor De Correspondent over politiek. Als PhD-student aan de Universiteit van Oxford onderzoekt hij de groeiende steun voor radicaal-rechts. Eerder schreef hij ‘De Bermudadriehoek van talent’.

Tekst op website uitgever
Vijftien jaar zat de VVD aan de knoppen. Ze noemt zich dé liberale partij van Nederland, maar doet het liberalisme vooral geweld aan. Zo pronkt de partij met de ‘hardwerkende Nederlander’, maar levert ze nauwelijks tastbare resultaten. Vrijheid werd versmald tot het ‘Dikke Ik’; gemak zonder verantwoordelijkheid. En bij migratie klonken de grote woorden als trompetgeschal, maar bleven de oplossingen uit. Dit boek is een pleidooi om het liberalisme terug te winnen van zijn eigen erfgenamen, voordat het onherkenbaar wordt. Voor iedereen die voelt dat er iets op het spel staat.

Simon van Teutem schrijft voor De Correspondent over politiek. Als PhD-student aan de Universiteit van Oxford onderzoekt hij de groeiende steun voor radicaal-rechts. Eerder schreef hij De bermudadriehoek van talent.

Fragment uit (de) Inleiding
Maar het gaat mij om het liberalisme binnen Nederland. De bedreiging hier is subtieler, en verraderlijker. Ze komt niet luidkeels in opstand tegen het liberalisme, maar bedient zich juist van eenzelfde taal. Het is geen frontale aanval, maar een geleidelijke vervorming. Niet van buiten, maar van binnenuit. De woorden zijn vertrouwd, de idealen klinken bekend, maar intussen worden ze losgeweekt van hun oorspronkelijke betekenis.
  En wel door de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD), de partij waar Stijn op stemde. Al decennialang presenteert de VVD zich als het liberale anker van Nederland. Maar wat blijft daarvan over, als principes vooral dienen om mooie sier te maken in speeches, en in de praktijk net zo makkelijk opzijgezet worden voor peilingsgevoelig opportunisme?
  Ik ben, net als Stijn, een liberaal. Voor mij draait liberalisme hierom:

1. Jouw leven is van jou. Niet van de staat, niet van de gemeenschap, niet van een leider die denkt namens jou te sopreken, en ook niet van een meerderheid die denkt te weten wat goed voor je is. Ja mag denken wat je zegt, zeggen wat je zegt, bidden, beminnen, hopen, zolang je anderen niet knevelt of beperkt.
2. Hard werken moet lonen. Niet je afkomst, niet je bezit, niet het netwerk waarbinnen je bent geboren, maar inzet en durf zijn bepalend voor je levensloop. In een liberale samenleving is succes geen erfstuk, maar iets wat je verdient.
3. Verstand boven emotie. Gevoel lijkt in deze tijd haast heilig. Maar liberalisme begint met de bereidheid om je gevoel kritisch te bevragen, jezelf tegen te spreken. Feiten gaan voor sentiment, twijfel voor stelligheid. Liberalen hebben net zo goed gevoelens, maar wenden zich nooit af van de rede.
4. Vooruitgang is mogelijk. Liberalen zijn geen dromers, maar ook gene cynici. Geen heimwee naar een verleden dat nooit heeft bestaan. Geen berusting in een wereld die zogenaamd niet te veranderen valt. Vooruitgang is geen illusie, maar ook geen vanzelfsprekendheid. Ze begint met de weigering om te zeggen: 'Zo is het nu eenmaal.'
5. Niemand staat boven de wet. Geen premier, geen Kamerlid, geen miljardair. De wet beschermt niet alleen tegen misdaad, maar ook tegen willekeur, arrogantie en overmoed. Juist wie veel macht heeft, moet zich houden aan het recht. Anders is democratie een schijnvertoning.
6. De waarheid gaat voor. Politici moeten het eerlijke verhaal durven vertellen, ook als anderen dat niet doen. Liberalisme vraagt moed om niet alleen te zeggen wat mensen graag horen. En om leugenaars genadeloos te ontmaskeren, ook als ze populair zijn, Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.
7. Minderheden worden beschermd. Zonder bescherming van minderheden is democratie slechts de tirannie van de meerderheid. Afwijken in kleur, geloof of overtuiging mag nooit betekenen dat je rechten wankelen. Vrijheid heeft alleen waarde als zij wordt gedeeld; daarom is gelijkheid geen bijzaak, maar de tweede pijler van het liberalisme.
8. Onderwijs levert beschaving. Scholen zijn plekken waar burgers leren denken, twijfelen, spreken met respect en luisteren zonder angst. Goed onderwijs kweekt geen volgzame mensen, maar zelfstandige geesten: weerbaar, nieuwsgierig, bereid hun eigen gelijk ter discussie te stellen. Het kalslokaal is ons krachtigste wapen tegen onverschilligheid en hufterigheid.

Misschien kun jij je vinden in deze waarden. Of misschien zie je jezelf weliswaar als liberaal, maar geef je daar een andere invulling aan. Dat kan. Want liberalisme is geen in steen gebeitelde doctrine, geen catechismus met geboden en verboden. Het is geen handboek, maar een gesprek. Een levend idee, dat alleen blijft bestaan zolang er debat over is. De principes hierboven zijn mijn inzet voor dat debat. (pagina 8-11)

Lees ook:  De Bermudadriehoek van talent : hoe knappe koppen verdwijnen in betekenisloze banen (uit 2025).

Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 20 september 2025

Hans Boutellier 4

De neo-tribale revolte : over vijandschap en solidariteit in een nieuw tijdperk
Van Gennep 2025, 224 pagina's € 19,99

Website Verwey-Jonker instituut: Hans Boutellier (1953)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Trumpisme, populisme, verzet daartegen – een nieuw tijdperk is begonnen. Tribale sentimenten spelen op, juist in een digitale wereld. We zoeken elkaar op en wijzen anderen al gauw af. Vijandige uitingen lijken normaal te zijn, vooral in de politiek en de sociale media. De liberale democratie staat daardoor steeds meer onder druk. Een andere vocabulaire is nodig. Duurzaamheid biedt daartoe de mogelijkheid. Solidariteit blijft de belofte – indien we de eigen verbanden kunnen overstijgen.

Fragment uit

Lees ook: De improvisatie maatschappij : over de sociale ordening van een onbegrensde wereld (2011), Het seculiere experiment : hoe we van God los gingen samenleven (uit 2015) en Het nieuwe Westen : de identitaire strijd om de sociale verbeelding (uit 2021).

Terug naar Overzicht alle titels


dinsdag 16 september 2025

Marten Scheffer

De kanteling : hoe samenlevingen kunnen veranderen
Athenaeum, Polak & Van Gennep 2025, 341 pagina's € 26,99

Wikipedia: Marten Scheffer (1958)

Korte beschrijving
Een hoopvol onderzoek naar de vraag hoe samenlevingen door de eeuwen heen veranderden, aan de hand van het concept van het kantelpunt en met veel aandacht voor huidige uitdagingen als klimaatverandering. Professor Marten Scheffer beargumenteert dat een fundamentele verandering van onze samenlevingen onvermijdelijk is, maar ook dat we beter dan ooit in staat zijn om die transformatie vloeiend te laten verlopen. Scheffer legt uit dat wanneer een systeem kantelt, de verandering zichzelf versterkt. Dit principe is volgens hem universeel toepasbaar. Dankzij historische kennis en technologische vooruitgang zijn we steeds beter in staat om transformaties soepel te laten verlopen. Scheffer benadrukt dat kantelpunten essentieel zijn voor de noodzakelijke snelle veranderingen die de mensheid nodig heeft. Intelligent en in prettige stijl geschreven. Met illustraties en foto’s in grijstinten. Voor lezers met verregaande interesse in het onderwerp. 

Marten Scheffer (Amsterdam, 1958) is Distinguished Professor aan de Universiteit van Wageningen. Hij was in 2009 winnaar van de Spinozapremie.

Tekst op website uitgever
Kan het nog goedkomen met de wereld? Volgens Marten Scheffer wel.

En hij is niet de eerste de beste. Winnaar van de Spinozapremie, en internationaal vermaard om zijn baanbrekende onderzoek naar kantelpunten en naar systemen waarin de principes van kantelpunten te zien zijn. Hij stelde vast dat als een systeem kantelt de verandering die optreedt zichzelf versterkt. Aanvankelijk onderzocht hij dit in meren, later ook in andere ecosystemen, maar uit zijn onderzoek blijkt dat het principe universeel is. Dezelfde wiskundige wetmatigheden treden op in allerlei totaal verschillende complexe systemen.

In De kanteling beargumenteert Scheffer dat een fundamentele verandering van onze samenlevingen onvermijdelijk is maar ook dat we beter dan ooit in staat zijn om die transformatie vloeiend te laten verlopen. Onder andere vanwege de historische kennis waarop we kunnen bogen en de technologie die ons kan helpen. En Marten Scheffer is hoopvol, al was het maar omdat de mensheid al vele malen eerder uit de problemen is gekomen. Hij betoogt dat het kantelpunt het enige is dat kan opleveren wat de mensheid zo dringend nodig heeft: grote veranderingen, snel.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

Sebastiaan Mathôt

Een wereld vol denkers : op zoek naar het bewustzijn van mens, dier en plant (en misschien zelfs AI)
Balans 2025, 256 pagina's € 23,99

Korte bio van Sebastiaan Mathôt (1982)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Mathôt brengt de eindeloze rijkdom van de gedachtewerelden van mens, dier, plant en AI in kaart – en doet vervolgens een poging om de moeilijkste vraag te beantwoorden: wat is bewustzijn?

Wat betekent het om te denken, om te voelen? Is het mogelijk om te begrijpen hoe een vleesetende plant de wereld ervaart, of een octopus, of een chatbot? De wereld om ons heen is vol wezens met hun eigen manieren van doen. Mensen, dieren, planten – en inmiddels ook AI. Lang hebben wij gedacht dat we als denkende en voelende wezens uitstegen boven de rest van de natuur. Inmiddels is wel duidelijk dat we minder uniek zijn dan we denken: ook bijen communiceren, ook dolfijnen rouwen. Maar bloemen en hommels die samen voor de regen schuilen? Een klimplant die andere planten kan imiteren? Een springspin die een route uitstippelt om zijn prooi te besluipen? Denken zij ook, voelen ze? In dit boek kijkt Sebastiaan Mathôt door de bril van de cognitieve neurowetenschap – de tak van de psychologie die zich bezighoudt met basale denkprocessen – naar mens, dier, plant en AI. Van vleermuis tot sidderaal, en van boterbloem tot zelfrijdende auto: Mathôt brengt de eindeloze rijkdom van de gedachtewerelden om ons heen in kaart – en doet vervolgens een poging om de moeilijkste vraag te beantwoorden: wat is bewustzijn?

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels